Naar de inhoud
afa2LEER- EN OEFENOMGEVING
Home
☰ Inhoud
Vakoverzicht‹›

CAFA2 · Interactieve samenvatting

Van kapitaalbelang naar geconsolideerde jaarrekening

Zeven hoofdstukken verbinden de begrippen, berekeningen en journaalposten uit de syllabus. De schema’s ondersteunen de uitleg; uitgewerkte voorbeelden laten zien hoe de stappen op elkaar aansluiten.

Begin bij kapitaalbelangen om de kwalificatie en waardering vast te stellen. Daarna volgen de verwerking bij de moeder en het omrekenen van buitenlandse deelnemingen. Het consolidatieproces brengt deze onderwerpen bij elkaar. De laatste hoofdstukken werken de eliminaties uit bij nettovermogenswaarde, verkrijgingsprijs en de bijzondere consolidatievraagstukken.

    Gebaseerd op de aangeleverde CAFA2-syllabi, college-uitwerkingen en tentamenuitwerkingen. Bronverwijzingen blijven bij de betreffende uitleg en voorbeelden staan.

    Kapitaalbelangen · Hoofdstuk 1

    Kapitaalbelangen en waardering

    Dit heb je nodig

    Voorkennis: dit begrijp je al vóór je begint.

    • Je weet dat een aandeel een belang in het eigen vermogen van een onderneming vertegenwoordigt en dat een aandeelhouder niet hetzelfde is als een schuldeiser.
    • Je kunt activa, schulden en eigen vermogen op een balans onderscheiden, en weet dat de winst-en-verliesrekening het resultaat over een periode weergeeft.
    • Je kunt een percentage en een verhouding berekenen. De juridische verschillen tussen deelneming, dochter en groep leer je in dit hoofdstuk; die hoef je vooraf nog niet te kennen.

    Dit ga je leren

    Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 1, p. 4–19; art. 2:24a–24d en 2:389 BW.

    Een kapitaalbelang kan niet worden gewaardeerd voordat duidelijk is wat voor belang de rechtspersoon houdt. Daarom begint de syllabus met de begrippen dochtermaatschappij, deelneming en belegging. Deze begrippen beantwoorden verschillende vragen. Dochtermaatschappij gaat over de bevoegdheden die een rechtspersoon kan uitoefenen; deelneming gaat over de duurzame verbondenheid ten dienste van de eigen werkzaamheid. Daarna wordt beoordeeld of invloed van betekenis bestaat op het zakelijke en financiële beleid.

    Deze volgorde brengt de juridische beoordeling en de verwerking in de jaarrekening bij elkaar. De conclusie over invloed van betekenis leidt in beginsel naar de vermogensmutatiemethode of naar verkrijgingsprijs dan wel actuele waarde. In het volgende hoofdstuk wordt die keuze uitgewerkt in de verwervingsboeking, het resultaat deelneming, dividend en de waardering op de eindbalans.

    1.1Dochtermaatschappij, deelneming en belegging

    Begin een casus met het vaststellen van de houder van het kapitaalbelang en de rechten die deze kan uitoefenen. Voor de moeder-dochterverhouding zijn niet alleen de rechtstreeks gehouden aandelen relevant. Ook stemrechtovereenkomsten, benoemingsrechten en de rechten van reeds vastgestelde dochtermaatschappijen kunnen meetellen. Daarom moet een organisatieschema van boven naar beneden worden beoordeeld: pas nadat de eerste dochterrelatie is vastgesteld, kunnen haar rechten in een volgende maatschappij in de toets worden betrokken.

    Beoordeel daarnaast of sprake is van een deelneming. Een duurzaam belang dat de eigen bedrijfsactiviteiten ondersteunt, kan ook bij minder dan 20% een deelneming zijn. Het wettelijke vermoeden vanaf een vijfde van het geplaatste kapitaal is dus niet hetzelfde als een harde ondergrens. Schrijf in een motivering eerst het toepasselijke criterium, verbind daaraan de concrete casusfeiten en trek vervolgens de conclusie. Zo wordt zichtbaar waarom hetzelfde aandelenpercentage in twee casussen toch tot een andere kwalificatie kan leiden.

    Deelneming of belegging

    1. Wie houdt het belang: een rechtspersoon (bijvoorbeeld bv/nv), een personenvennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld VOF/CV) of een natuurlijk persoon?
    2. Toets deelneming of belegging.
    3. Toets dochtermaatschappij en groep afzonderlijk.
    4. Bepaal daarna waardering en consolidatie.

    Let op het woord vennootschap: een bv en nv zijn ook vennootschappen, maar wél rechtspersonen. Als deze leerroute beide als keuzes naast elkaar zet, bedoelt zij met personenvennootschap een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, zoals een VOF of CV. Kijk bovendien naar de richting: een bv die vennoot is in een VOF is niet hetzelfde als een VOF die aandelen in een bv houdt (Syllabus Deel 1, p. 4–5; art. 2:24a leden 1–2 en 2:24c leden 1–2 BW).

    BegripToetsWat volgt daaruit?
    DeelnemingKapitaalverschaffing voor eigen rekening; duurzame verbondenheid ten dienste van de eigen werkzaamheid. Bij ten minste 20% van het geplaatste kapitaal wordt een deelneming vermoed.Waarderingsvraag vervolgens toetsen aan art. 2:389 BW; deelneming betekent niet automatisch NVW.
    BeleggingHet kapitaalbelang voldoet niet aan de kenmerken van een deelneming; beoordeel vooral het doel en de duurzame functionele band.Geen vermogensmutatiewaardering enkel omdat aandelen worden gehouden.
    DochtermaatschappijMeer dan de helft van de stemmen of de in art. 2:24a lid 1 onderdeel b genoemde benoemings- en ontslagmacht.Relevant voor indirecte belangen en de consolidatiekring, maar niet op zichzelf de waarderingsgrondslag.
    GroepsmaatschappijEconomische eenheid en organisatorische verbondenheid; de syllabus betrekt daarbij centrale leiding.Relevant voor consolidatieplicht en -kring. Een joint venture is niet uitsluitend door het aandelenpercentage een groepsmaatschappij.
    Een 15%-belang tegenover een 30%-belang

    Een 15%-belang kan een deelneming zijn wanneer het voor eigen rekening duurzaam wordt gehouden om de eigen activiteiten te ondersteunen. Bij 30% bestaat het wettelijke vermoeden, maar blijven doel en feiten relevant. Toets daarna voor beide belangen afzonderlijk of invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid bestaat.

    De kwalificatie verklaart welke economische relatie de jaarrekening moet laten zien. Een duurzaam zakelijk samenwerkingsbelang is iets anders dan een aandelenpakket dat alleen voor rendement wordt gehouden; daarom bepaalt het percentage niet zelfstandig de uitkomst. Voor de accountant is deze scheiding relevant omdat een onjuiste kwalificatie kan doorwerken in de balansrubriek, de waarderingsgrondslag en de consolidatiekring.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§2–4, p. 4–12; art. 2:24a–24c BW)

    20231009 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (opgave 1, vraag 1, p. 3: afzonderlijke behandeling v.o.f.)

    2022-04 CAFA2 - Uitwerking tentamen.pdf (opgave Rosen, vraag 1–2, p. 2–3)

    Dochtermaatschappij

    ToetsWerkwijzeValkuil
    Art. 2:24a lid 1 onderdeel aTel stemmen van de rechtspersoon en zijn dochtermaatschappijen op, inclusief bevoegdheden uit stemrechtovereenkomsten.Een belang van 50% voldoet niet aan dit meerderheidscriterium.
    Art. 2:24a lid 1 onderdeel bToets lidmaatschap of aandeelhouderschap én het kunnen benoemen of ontslaan van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen.Alleen benoemingsmacht zonder lidmaatschap of aandeel is niet voldoende.
    Art. 2:24a lid 2Een onder eigen naam optredende vennootschap wordt gelijkgesteld wanneer de rechtspersoon of dochter als vennoot volledig aansprakelijk is voor de schulden.Een v.o.f. is niet hetzelfde als een rechtspersoon; toets de richting van de relatie.
    Ingekochte eigen aandelenBepaal de noemer van de uitoefenbare stemmen zonder aandelen waarop niet mag worden gestemd.Een kapitaalpercentage kan afwijken van het effectieve stemrechtenpercentage.
    Indirecte stemmenStel eerst vast dat de tussenschakel een dochter is; tel haar stemmen in de onderste vennootschap vervolgens volledig mee.Vermenigvuldigen van percentages berekent een economisch aandeel, niet deze wettelijke zeggenschap.
    Stemrechtenberekening met eigen aandelen en een tussenschakel

    B heeft 100 aandelen, waarvan 20 door B zelf zijn ingekocht. A bezit 45 aandelen: A oefent 45/80 = 56,25% van de stemmen uit. B is dus op deze grond een dochter van A. Heeft A daarnaast 30% van de stemmen in C en B 25%, dan kan A samen met dochter B 55% in C uitoefenen. Voor de relatie A–C tel je B’s 25% volledig mee.

    De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§3, p. 5–9; art. 2:24a leden 1–4 en art. 2:24d BW)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 1a - uitwerking opgaven kapitaalbelangen owp.pdf (Westerheuvel, p. 6–7)

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 7, p. 4–5)

    1.2Stemrechten en winstrechten

    Een aandelenpercentage is niet voor iedere berekening bruikbaar. De syllabus bespreekt aandelen met stem- en winstrecht, aandelen met uitsluitend stemrecht en aandelen met uitsluitend winstrecht. Voor de dochtertoets wordt gekeken naar de uitoefenbare stemmen; voor dividend naar de rechten op de uitkering. Bij de waardering van het belang kan bovendien een afzonderlijke verdeling van het nominale kapitaal en de winstreserves nodig zijn.

    Maak daarom eerst de juiste teller en noemer. Aandelen waarop niet kan worden gestemd, behoren niet tot de noemer van het stemrechtenpercentage. Dat zegt nog niets over hun mogelijke winstrecht. Het onderstaande voorbeeld houdt dezelfde aandelenverdeling aan voor de dochtertoets, de dividendberekening en de waardering. Daarmee wordt duidelijk hoe de uitkomsten samenhangen zonder dat overal hetzelfde percentage wordt gebruikt.

    Stemrechten en winstrechten

    VraagTellerNoemer
    Dochtermaatschappij?Door de moeder uit te oefenen stemmen.Alle uitoefenbare stemmen.
    Aandeel in dividend?Gehouden aandelen die volgens de casus in deze uitkering delen.Alle aandelen die volgens de casus in deze uitkering delen.
    Waarde van het belang?Nominale kapitaalinbreng plus het aandeel in de daarvoor bestemde reserves volgens de rechten.Niet één universeel stemrechtenpercentage op al het eigen vermogen toepassen.
    Uitwerking met drie aandelensoorten
    AandelensoortGeplaatstGehouden door M
    Stem- en winstrecht400190
    Alleen stemrecht200130
    Alleen winstrecht400150

    M heeft 320/600 = 53,33% van de stemmen, maar 340/800 = 42,5% van de winstrechten. Bij een totale uitkering van € 120.000 ontvangt M € 51.000. Bij NVW boekt M bank aan deelneming; bij regulier dividend en verkrijgingsprijs bank aan opbrengst deelneming.

    M bij NVW

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    1.. Bank51.000
    0.. Aan Deelneming51.000

    Bij een nominale waarde van € 100 per aandeel en winstreserves van € 200.000 is de in deze variant bedoelde waarde: 470 × € 100 + 42,5% × € 200.000 = € 132.000. De uitsluitend stemgerechtigde aandelen delen in dit voorbeeld niet in de winstreserves.

    Stemrecht, kapitaalverschaffing en winstrecht beantwoorden verschillende vragen. Door voor iedere toets een eigen teller en noemer te gebruiken, voorkom je dat een aandeel zonder stemrecht ten onrechte buiten de vermogens- of dividendberekening blijft. Deze uitsplitsing maakt controleerbaar waarom het percentage voor een dochtertoets anders kan zijn dan het percentage waarmee het resultaat wordt toegerekend.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§3, p. 5–6; §5, p. 13–19; art. 2:24a en 2:389 BW)

    2021-10 CAFA2 - Uitwerking tentamen.pdf (Finken, vraag 6–7, p. 3–4)

    20231009 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Patti, vraag 5–7, p. 5)

    20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf (Bosa, vraag 7–8, p. 4–5)

    1.3Waardering van het kapitaalbelang

    Artikel 2:389 lid 1 vormt de toegang tot de vermogensmutatiemethode. Wanneer invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid bestaat, worden de leden 2 en 3 toegepast. De hoofdregel van lid 2 verlangt dat activa, voorzieningen, schulden en resultaat van de deelneming op dezelfde grondslagen worden bepaald als bij de deelnemende rechtspersoon. Het aandeel in het aldus herrekende vermogen wordt de boekwaarde van de deelneming.

    Bij onvoldoende gegevens voor nettovermogenswaarde laat lid 3 een op andere wijze bepaalde waarde toe, waarna het aandeel in resultaat en uitkeringen wordt verwerkt. Dit blijft een vermogensmutatiemethode: onvoldoende gegevens betekenen niet automatisch terugvallen op een onveranderlijke verkrijgingsprijs. Ontbreekt invloed van betekenis, dan verwijst de syllabus naar de waarderingsregels van artikel 2:384. Een beroep op een gegronde reden om af te wijken van artikel 2:389 is weer een afzonderlijke beoordeling.

    De term historische kosten vraagt hierbij aandacht. In Deel 1 wordt ook nettovermogenswaarde uitgewerkt met activa en passiva op historische-kostengrondslagen. Dat is iets anders dan de deelneming zelf tegen verkrijgingsprijs waarderen. In deze samenvatting wordt daarom de volledige term verkrijgingsprijs gebruikt wanneer die deelnemingsgrondslag wordt bedoeld.

    Waardering kapitaalbelangen

    1. Is het een deelneming?
    2. Bestaat invloed van betekenis op zakelijk en financieel beleid?
    3. Zijn voldoende gegevens voor nettovermogenswaarde beschikbaar?
    4. Bestaat een in de bron bedoelde gegronde reden voor afwijking?
    SituatieVerwerking in het aangeleverde materiaalGrondslag
    Deelneming met invloed van betekenis en voldoende gegevensVermogensmutatiemethode op basis van nettovermogenswaarde.Art. 2:389 leden 1–2 BW.
    Invloed van betekenis, maar onvoldoende gegevens voor NVWEen op andere wijze bepaalde waarde, uitgewerkt als zichtbaar intrinsieke waarde met latere vermogensmutaties.Art. 2:389 lid 3 BW.
    Geen invloed van betekenisVerkrijgingsprijs of toepasselijke actuele waarde, overeenkomstig de casus.Art. 2:384 lid 1 BW; Syllabus §8.
    Gegronde reden om af te wijkenDe syllabus behandelt onder meer de internationale groepssituatie; de reden moet worden toegelicht.Art. 2:389 lid 9 BW.

    Nettovermogenswaarde tegenover zichtbaar intrinsieke waarde

    Bij NVW worden activa, voorzieningen, verplichtingen en resultaat van de deelneming beoordeeld op de grondslagen die bij de deelnemende rechtspersoon gelden, met de in de syllabus behandelde reële-waardeaanpassingen bij verwerving. Bij de alternatieve vermogensmutatiemethode begint de berekening bij een op andere wijze bepaalde waarde. In beide gevallen blijven resultaat, dividend en rechtstreekse vermogensmutaties relevant.

    Bij invloed van betekenis laat een onveranderlijke aankoopprijs de ontwikkeling van het onderliggende vermogen niet zien. De vermogensmutatiemethode volgt die ontwikkeling op vergelijkbare grondslagen, zodat prijs, resultaat en vermogen niet door elkaar worden gebruikt. Het belang voor de accountant is dat een gekozen grondslag inhoudelijk moet volgen uit de omstandigheden, niet uit de gewenste hoogte van het resultaat.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§5.1, p. 13–19 en §8, p. 24–26; art. 2:384 lid 1 en 2:389 leden 1–3 en 9 BW)

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Montone, vraag 1–2, p. 2)

    20240930 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Mulini, vraag 1, p. 3)

    Kapitaalbelangen · Hoofdstuk 2

    Verwerking kapitaalbelangen

    Dit heb je nodig

    Voorkennis: dit begrijp je al vóór je begint.

    • Je kunt een journaalpost met debet en credit opstellen en het verschil uitleggen tussen een balansrekening en een resultaatrekening.
    • Je weet waarom ontvangst niet hetzelfde is als opbrengst: een betaling kan ook een bestaande vordering afwikkelen. Ook kun je een balansverloop maken: beginstand plus mutaties is eindstand.
    • Je begrijpt uit hoofdstuk 1 het verschil tussen verkrijgingsprijs en nettovermogenswaarde. Je beheerst de basis van afschrijven en bruto/netto rekenen.

    Dit ga je leren

    Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 1, p. 15–30; art. 2:389 leden 2–3 en 6–7 BW.

    Na de keuze van de waarderingsgrondslag volgt de verwerking gedurende de levensduur van het belang. De syllabus behandelt achtereenvolgens verwerving, resultaat deelneming, dividend en de balanswaardering aan het einde van het boekjaar. Deze zijn niet los van elkaar te berekenen. Het vermogen op verkrijgingsdatum is het beginpunt; resultaat en uitkeringen verklaren de latere mutaties.

    Bij nettovermogenswaarde is de centrale controle dat de post Deelneming aansluit op het evenredige deel van het herrekende eigen vermogen. Goodwill wordt daarnaast afzonderlijk gevolgd. Een reserveboeking, zoals de vorming van de wettelijke reserve deelneming, verandert vervolgens de verdeling binnen het eigen vermogen van de moeder, maar niet opnieuw het resultaat of de deelnemingswaarde.

    2.1Verwerving, nettovermogenswaarde en goodwill

    Een overnamebalans is in beginsel opgesteld volgens de grondslagen van de verworven deelneming. Voor de bepaling van de nettovermogenswaarde beoordeelt de verwerver de posten op haar eigen grondslagen en bepaalt zij op het verwervingsmoment de reële waarden. Een hogere waarde van een gebouw verhoogt het herrekende eigen vermogen; een extra benodigde garantievoorziening verlaagt dit. Een administratiefout die in de cijfers van de deelneming moet worden hersteld, wordt onderscheiden van zo’n waarderingsverschil.

    Pas het deelnamepercentage toe nadat het totale vermogen is herrekend. De prijs voor het gekochte belang wordt vervolgens met dit evenredige deel vergeleken. Een positief verschil vormt goodwill. In het voorbeeld van A bv en B bv op p. 16 van Deel 1 is het zichtbare vermogen € 450.000. Na € 150.000 hogere gebouwwaarde en € 50.000 extra garantievoorziening resteert € 550.000. A verwerft 60% voor € 400.000: de deelneming is € 330.000 en de afzonderlijke goodwill € 70.000.

    De wijze van betaling verandert deze gedachtegang niet. Bij een aandelenruil moet eerst de tegenprestatie worden bepaald: de reële waarde van de uitgegeven eigen aandelen, vermeerderd met een eventuele contante betaling. Aan de creditzijde wordt de emissie gesplitst in geplaatst aandelenkapitaal en agio. Daarna worden goodwill en de deelneming ieder volgens hun eigen grondslag gevolgd. De gegeven afschrijvingstermijn bepaalt hoeveel goodwill in het lopende boekjaar wordt afgeschreven.

    Nettovermogenswaarde bij verwerving

    StapEffectVervolg na aankoop
    AdministratiefoutHerstel het zichtbare eigen vermogen als de dochter haar administratie daarvoor moet corrigeren.Voorkom dat de fout in het volgende jaar nogmaals het resultaat uit deelneming raakt.
    Reële waarde activaHogere waarde verhoogt NVW; lagere waarde verlaagt NVW.Volg latere verkoop, afschrijving of afwaardering.
    Voorzieningen en verplichtingenEen extra benodigde voorziening verlaagt NVW.Volg het verschil tussen moedergrondslag en dochtergrondslag op begin- en einddatum.
    Aandeel moederVermenigvuldig de totale aangepaste netto-activa met het verworven winstaandeel.Houd afzonderlijk rekening met bijzondere aandelenrechten.
    GoodwillKoopsom minus het verworven aandeel in NVW.Afzonderlijk activeren en afschrijven bij NVW.
    Aankoop Riet: fouten en waarderingsverschillen
    AankoopstaatBedrag (€)
    Zichtbaar eigen vermogen820.000
    Gemiste kostenfactuur-20.000
    Gecorrigeerd zichtbaar eigen vermogen800.000
    Gebouwen: reële waarde hoger80.000
    Voorraad: aanvullende vermindering-15.000
    Extra garantievoorziening-35.000
    Totale nettovermogenswaarde830.000
    Aandeel M: 70%581.000
    Betaalde koopsom680.000
    Afzonderlijke goodwill99.000

    Aankoopboeking bij M

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Deelneming Riet581.000
    0.. Goodwill99.000
    1.. Aan Bank680.000

    Door het vermogen eerst te herrekenen, wordt zichtbaar welk deel van de betaalde prijs wordt vertegenwoordigd door afzonderlijke activa en verplichtingen. Anders zouden stille reserves of extra verplichtingen ten onrechte in goodwill verdwijnen. De accountant kan deze overnamebalans later opnieuw gebruiken om de extra afschrijving, vrijval van voorzieningen en aansluiting van de deelnemingswaarde te controleren.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20; art. 2:389 leden 2 en 7 BW)

    20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf (Olbia, vraag 1–3, p. 2–3)

    20240422 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Casalini, vraag 3–6, p. 3–4)

    Verwerving door aandelenruil

    1. Bereken het gekochte aantal aandelen van de deelneming.
    2. Pas de ruilverhouding toe op het uit te geven aantal eigen aandelen.
    3. Waardeer die aandelen tegen de gegeven reële waarde en tel contanten erbij.
    4. Splits de emissie in nominaal kapitaal en agio.
    5. Boek deelneming en goodwill volgens de gekozen grondslag.
    60% van 2.000 aandelen, ruilverhouding 100 tegen 15

    M koopt 1.200 aandelen. Daarvoor geeft M 180 eigen aandelen uit. De reële waarde is € 1.100 per eigen aandeel, de nominale waarde € 500. Daarnaast betaalt M € 250 per gekocht aandeel contant. Tegenprestatie: 180 × € 1.100 + 1.200 × € 250 = € 498.000. Bij een totale NVW van de deelneming van € 620.000 is het verworven aandeel € 372.000 en goodwill € 126.000.

    M waardeert tegen NVW

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Deelneming372.000
    0.. Goodwill126.000
    0.. Aan Geplaatst aandelenkapitaal90.000
    0.. Aan Agio108.000
    1.. Aan Bank300.000

    Betalen met eigen aandelen verandert de vergoeding voor de deelneming, maar niet de economische aankoop. Het verschil tussen nominale waarde en uitgiftewaarde verklaart het agio; het is geen extra resultaat uit de verwerving. Deze route voorkomt dat de nominale waarde van de uitgegeven aandelen ten onrechte als totale verkrijgingsprijs wordt behandeld.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§5–6, p. 15–20; art. 2:389 leden 2 en 7 BW)

    2021-10 CAFA2 - Uitwerking tentamen.pdf (Ahorn, vraag 1–2, p. 2)

    20230411 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Moneglia, vraag 2–3, p. 4)

    Goodwill

    OnderdeelNVW enkelvoudigVerkrijgingsprijs enkelvoudig
    Bij aankoopDeelneming voor aandeel in NVW; goodwill apart.Deelneming voor de volledige verkrijgingsprijs inclusief goodwill.
    Na aankoopAfzonderlijke goodwill wordt volgens de casus afgeschreven.Goodwill komt bij consolidatie afzonderlijk naar voren en wordt daar gevolgd.
    In de consolidatieVoorkom dubbele activering of dubbele afschrijving.Splits oorspronkelijke goodwill af; verwerk cumulatieve afschrijving in de balans en de jaarlast in de W&V.

    Artikel 2:389 lid 7 BW behandelt activering van het verschil. De afschrijving sluit volgens artikel 2:386 lid 3 BW aan op de verwachte gebruiksduur. In de syllabus staat een maximale termijn van tien jaar voor de situatie waarin die gebruiksduur niet op betrouwbare wijze kan worden geschat. Dat is geen opdracht om in iedere casus automatisch tien jaar te nemen: volg een gegeven termijn van bijvoorbeeld vijf jaar.

    Aankoop op 1 juli, goodwill € 126.000, tien jaar lineair

    Een volledig jaar is € 126.000 / 10 = € 12.600. In het aankoopjaar wordt zes maanden afgeschreven: € 6.300. Eindwaarde goodwill: € 119.700.

    Enkelvoudige afschrijving bij NVW

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    4.. Afschrijvingskosten goodwill6.300
    0.. Aan Goodwill6.300

    Goodwill is het betaalde verschil dat na vergelijking met het herrekende nettovermogen resteert. Door dit afzonderlijk te volgen, raakt de deelnemingswaarde niet vermengd met de kosten van toekomstige voordelen waarvoor bij de overname extra is betaald. Een accountant controleert daardoor zowel de oorspronkelijke berekening als de latere toerekening aan boekjaren; een juist aankoopbedrag betekent nog niet dat de eindboekwaarde juist is.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§6, p. 20–21; art. 2:389 lid 7 en 2:386 lid 3 BW)

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§5.1 en §6.1, p. 104–111 en 143–152)

    Slides College 8 2025 CAFA2 [copyright Nyenrode Business Universiteit] 4. Consolidatie HK.pptx (dia 3 en 5–10)

    2.2Resultaat deelneming, dividend en eindbalans

    De verschillen die bij verwerving zijn vastgesteld, kunnen later doorwerken in het resultaat. De dochter schrijft bijvoorbeeld af op haar eigen lagere gebouwboekwaarde, terwijl de moeder voor het resultaat deelneming rekening moet houden met de hogere reële waarde bij verwerving. Omgekeerd kan een bij aankoop extra benodigde voorziening later vrijvallen. Begin daarom bij het resultaat volgens de dochter en bereken per verschil welk deel in het lopende boekjaar wordt verbruikt, gerealiseerd of teruggenomen. Pas daarna het winstaandeel toe.

    Dit is zichtbaar in het vervolg op A bv en B bv op p. 17 van Deel 1. B behaalt volgens haar eigen grondslagen € 195.000 winst. De aanvullende gebouwafschrijving bedraagt € 15.000 en de garantiecorrectie levert € 50.000 op. Het herrekende resultaat is daardoor € 230.000. A neemt 60%, ofwel € 138.000, op als Resultaat deelneming en verhoogt de deelneming met hetzelfde bedrag. Vanuit de oorspronkelijke € 330.000 ontstaat zo een boekwaarde van € 468.000.

    Declareert B daarna € 100.000 dividend, dan daalt haar vermogen en krijgt A recht op € 60.000. A boekt Te vorderen dividend aan Deelneming. De eindwaarde wordt € 408.000: € 330.000 + € 138.000 − € 60.000. Dit is ook 60% van € 550.000 + € 230.000 − € 100.000. De uitkering is bij NVW geen tweede opbrengst, omdat de winst al via Resultaat deelneming is verwerkt. Bij verkrijgingsprijs ligt dat anders; daar moet regulier dividend juist worden onderscheiden van meegekocht dividend.

    Resultaat deelneming

    StaatBerekeningBelangrijk verschil
    ResultaatbrugDochterresultaat +/− resultaatcorrecties naar moedergrondslagen; daarna het winstaandeel.Een afname van een bij aankoop extra gevormde voorziening kan een vrijval opleveren.
    Verloop deelnemingBeginboekwaarde + winstaandeel − dividend +/− rechtstreekse vermogensmutaties en overige voorgeschreven correcties.Goodwill wordt in een aparte verloopstaat gevolgd.
    EindvermogensaansluitingEigen vermogen dochter op einddatum +/− nog resterende waarderingsverschillen; daarna het aandeel.Gebruik eindstanden, niet opnieuw de gehele oorspronkelijke aankoopcorrectie.
    Fenn: resultaat herrekenen
    ResultaatbrugBedrag (€)
    Resultaat volgens Fenn240.000
    Extra gebouwafschrijving: 120.000 / 20-6.000
    Voorraadverschil van 30.000 naar 18.000: vrijval12.000
    Garantieverschil van 40.000 naar nihil: vrijval40.000
    Resultaat volgens moedergrondslagen286.000
    Aandeel M: 80%228.800

    Resultaat en gedeclareerd dividend van totaal € 50.000

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Deelneming Fenn228.800
    9.. Aan Resultaat deelneming228.800

    Dividend nog niet betaald

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    1.. Te vorderen dividend40.000
    0.. Aan Deelneming Fenn40.000

    Rechtstreekse vermogensmutaties

    Wanneer de deelneming een waardestijging rechtstreeks in een herwaarderingsreserve verwerkt en de gekozen grondslagen dat ook bij M vereisen, neemt M haar aandeel op in deelneming tegenover de passende reserve. Dit is niet hetzelfde als resultaat deelneming. Bij realisatie volgt de in de syllabus beschreven vrijval of reclassificatie van de reserve. Controleer daarnaast of een wettelijke reserve deelneming nodig is.

    Het resultaat van de dochter volgens haar eigen administratie is niet steeds het resultaat op de grondslagen van de moeder. Dezelfde waarderingsverschillen die de overnamebalans wijzigen, kunnen later via afschrijving, verkoop of vrijval in de winst doorwerken. De aansluiting tussen resultaatcorrecties en resterende balansverschillen biedt de accountant een controle op volledigheid en voorkomt dat de volledige oorspronkelijke correctie ieder jaar opnieuw wordt verwerkt.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§5.1.2–5.1.4 en §7, p. 16–24; art. 2:389 leden 2–3 en 6 BW)

    20240422 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 4–6, p. 4)

    20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf (Olbia, vraag 2–3, p. 2–3)

    Dividend en winstbestemming

    SituatieBij ontstaan van het rechtBij latere betaling
    NVWTe vorderen dividend aan deelneming.Bank aan te vorderen dividend.
    Verkrijgingsprijs, regulier dividendTe vorderen dividend aan opbrengst deelneming.Bank aan te vorderen dividend.
    Verkrijgingsprijs, expliciet meegekocht dividendTe vorderen dividend aan deelneming: verlaging van de aankoopbasis.Bank aan te vorderen dividend.
    Winstbestemming bij de dochterVerplaats het resultaat binnen het eigen vermogen volgens het besluit; een dividendbesluit schept een schuld.Te betalen dividend aan bank.
    Een verlies bestemmen en daarna dividend uit reserves uitkeren

    De dochter heeft een verlies van € 50.000 en besluit daarnaast € 30.000 uit overige reserves uit te keren. De moeder houdt 60% en waardeert tegen NVW.

    Dochter: verliesbestemming

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Overige reserves50.000
    0.. Aan Resultaat boekjaar50.000

    Dochter: dividendbesluit

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Overige reserves30.000
    1.. Aan Te betalen dividend30.000

    Moeder: dividendbesluit

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    1.. Te vorderen dividend18.000
    0.. Aan Deelneming18.000

    De loutere winst- of verliesbestemming binnen het eigen vermogen van de dochter geeft bij de moeder geen tweede resultaatboeking. Bij een positief resultaat is de richting van de resultaatsbestemming anders dan bij dit verliesvoorbeeld.

    Bij nettovermogenswaarde is de winst al als resultaat deelneming verantwoord. Dividend verplaatst vervolgens vermogen van de deelneming naar een vordering of banktegoed bij de moeder; opnieuw een opbrengst boeken zou dezelfde winst dubbel tellen. Voor de accountant is dus niet alleen de ontvangstdatum van belang, maar ook de herkomst van het uitgekeerde resultaat en de verwervingsdatum van het betreffende aandelenpakket.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25; art. 2:389 lid 2 en 2:384 lid 1 BW)

    2021-10 CAFA2 - Uitwerking tentamen.pdf (vraag 4, p. 3)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 1a - uitwerking opgaven kapitaalbelangen owp.pdf (Westerheuvel, vraag 5, p. 7)

    20231009 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Patti, vraag 7, p. 5)

    2.3Rechtstreekse vermogensmutaties en wettelijke reserve

    Niet iedere wijziging in het vermogen van de deelneming loopt via haar winst-en-verliesrekening. Bij de vermogensmutatiemethode moet de moeder ook de relevante rechtstreekse vermogensmutaties volgen. De tegenrekening hangt af van de aard van die mutatie. Een herwaardering wordt dus niet zonder meer als Resultaat deelneming geboekt. Bij vreemde valuta komt dezelfde scheiding terug in de reserve omrekeningsverschillen.

    De wettelijke reserve deelneming heeft een andere functie. Via de vermogensmutatiemethode kan bij de moeder winst zijn verantwoord die niet vrij uit de deelneming kan worden uitgekeerd. Artikel 2:389 lid 6 verlangt dan onder de beschreven voorwaarden reservevorming. Bereken het vereiste bedrag per deelneming vanuit de cumulatieve relevante vermogensgroei, rekening houdend met uitkeringsrechten en vrij te bewerkstelligen uitkeringen. De boeking verschuift vrije reserves naar de wettelijke reserve; zij is geen aanvullende last en verandert niet opnieuw de post Deelneming.

    Wettelijke reserve deelneming

    StapWat controleer je?
    1. GrondslagArtikel 2:389 lid 6 volgt de waardering volgens lid 2 of lid 3; niet de gewone verkrijgingsprijswaardering.
    2. Per deelnemingBepaal het aandeel in cumulatief positieve resultaten en relevante rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds de eerste waardering.
    3. VerminderingenNeem verkregen uitkeringsrechten, rechtstreekse vermogensverminderingen en zonder beperkingen te bewerkstelligen uitkeringen in aanmerking.
    4. Geen ongeoorloofde salderingDeelnemingen met een niet-positief cumulatief resultaat worden niet gebruikt om de gebonden winst van andere deelnemingen te verminderen.
    5. Mutatie boekenVergelijk vereist eindsaldo met de bestaande reserve; boek het verschil binnen het eigen vermogen.
    45% winstbelang zonder vrije uitkeringsmacht

    Het resultaat sinds de eerste waardering is € 480.000 en de relevante dividenduitkering € 80.000. Verdere uitkeringen kunnen niet zonder beperkingen worden bewerkstelligd. Vereiste reserve: 45% × (€ 480.000 − € 80.000) = € 180.000.

    Beginreserve nihil

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Overige reserves180.000
    0.. Aan Wettelijke reserve deelneming180.000

    Een resultaat kan bij de moeder zijn verantwoord zonder dat zij het bijbehorende vermogen vrij kan uitkeren. De wettelijke reserve deelneming houdt daarom het niet vrij beschikbare deel binnen het eigen vermogen gebonden; de reserve vormt geen tweede kostenpost. De accountant onderscheidt hiermee de juistheid van de winst van de beschikbaarheid van die winst voor uitkering.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§7, p. 21–24; art. 2:389 lid 6 BW)

    2022-04 CAFA2 - Uitwerking tentamen.pdf (Rosen, vraag 4, p. 3)

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 6, p. 4)

    2.4Eigen aandelen, waardemutaties en wijziging van waardering

    De gewone aansluiting tussen koopsom, resultaat en dividend is niet voldoende wanneer bijzondere vermogensmutaties optreden. Bij inkoop van eigen aandelen moet eerst worden bepaald wie de eigen aandelen houdt en of sprake is van intrekking. Een betaling voor eigen aandelen wordt niet als een gewone deelneming in de eigen vennootschap geactiveerd. Bij een dochter die aandelen in de moeder houdt, is de middellijke inkoop relevant voor de moeder.

    Bij een wijziging van waardering of een extra aankoop moet bovendien per verwervingsmoment worden gewerkt. Twee aankooplagen kunnen verschillende vermogensbases, goodwillbedragen en verstreken afschrijvingsperioden hebben. Een meegekocht dividend kan de verkrijgingsbasis van een bepaalde laag hebben verminderd. Eén berekening met alleen het totale eindpercentage zou deze verschillen onzichtbaar maken. De onderstaande uitwerkingen sluiten daarom eerst per laag aan en brengen de uitkomsten pas daarna samen.

    Voor belangen zonder vermogensmutatiewaardering blijven verkrijgingsprijs, actuele waarde en eventuele waardeverminderingen afzonderlijke onderwerpen. De verwerking van een waardestijging of -daling volgt de in de syllabus beschreven grondslag en reservevorming. Dat is niet hetzelfde als het jaarlijks bijboeken van het winstaandeel volgens NVW.

    Inkoop van eigen aandelen

    SituatieVerwerking in de behandelde methode
    Eigen aandelen rechtstreeks ingekochtVerkrijgingsprijs in mindering op eigen vermogen; geen activering. Bij geen intrekking niet automatisch het geplaatste kapitaal verminderen.
    Dochter houdt aandelen in de moederBeoordeel de middellijke inkoop bij de moeder. De uitwerkingen corrigeren eigen vermogen tegenover deelneming volgens de gekozen omvangvariant.
    Aandelen al aanwezig vóór de moeder-dochterrelatieDe syllabus maakt een onderscheid naar het moment waarop die relatie ontstaat en de te gebruiken boekwaarde.
    Dochter koopt eigen aandelen van de moeder terugBeoordeel verkoopresultaat en nieuw deelnemingspercentage; de resterende boekwaarde moet aansluiten op het aandeel in het gewijzigde vermogen.
    Directe inkoop zonder intrekking

    Inkoop voor € 210.000 ten laste van overige reserves

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Overige reserves210.000
    1.. Aan Bank210.000
    Middellijk eigen aandelen: expliciet de evenredige variant

    M koopt 80% van D voor € 600.000, waarvan € 60.000 goodwill. D bezit aandelen M met een relevante boekwaarde van € 90.000. De vraag schrijft de evenredige variant voor: 80% × € 90.000 = € 72.000.

    Aankoop bij NVW

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Deelneming D540.000
    0.. Goodwill60.000
    1.. Aan Bank600.000

    Middellijke eigen-aandelencorrectie

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Overige reserves72.000
    0.. Aan Deelneming D72.000

    De deelneming resteert voor € 468.000. De goodwill blijft afzonderlijk € 60.000 vóór eventuele afschrijving.

    Eigen aandelen vertegenwoordigen voor de uitgevende rechtspersoon geen vermogen tegenover een buitenstaander. Ook een indirect gehouden eigen belang mag daarom niet ongemerkt als een gewoon actief in de deelnemingswaarde blijven zitten. Het geplaatste kapitaal wordt daarbij niet simpelweg verlaagd met de ingekochte aandelen. De accountant moet presentatie, waardering en de gevolgen voor stemrechten afzonderlijk beoordelen.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§10, p. 28–30; art. 2:373 lid 2, 2:378 lid 2 en 2:385 lid 5 BW)

    20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf (Palau, vraag 5–6, p. 3–4)

    20230411 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Rapallo, vraag 7, p. 5)

    Overige waarderingen en vermogensmutaties

    OnderwerpAanpakControle
    Actuele waarde zonder vermogensmutatiemethodeVolg de in de syllabus uitgewerkte verwerking van waardestijging via herwaarderingsreserve en waardedaling eerst tegen de aanwezige reserve.Een daling boven de beschikbare reserve is niet automatisch geheel een reservemutatie.
    Waardevermindering bij verkrijgingsprijsVergelijk boekwaarde met de volgens de casus relevante lagere waarde.Verwar een afwaardering niet met de gewone winst van de deelneming.
    Overgang van verkrijgingsprijs naar vermogensmutatieWerk per aankooplaag de vermogensbasis, goodwill en verstreken afschrijving uit; boek de voorgeschreven overgangsmutatie.Eindwaarde deelneming aansluiten op het aandeel in het eindvermogen.
    Verkoop van een deelnemingActualiseer eerst resultaat, dividend, goodwill en eventueel nog uitgestelde IC-winst volgens de casus; bepaal daarna verkoopresultaat.Vergelijk opbrengst met de resterende deelneming en afzonderlijke goodwill, niet alleen de oorspronkelijke koopsom.
    Actuele waarde: stijging en latere daling

    Een belang heeft een verkrijgingsprijs van € 120.000. De actuele waarde stijgt naar € 150.000 en daalt daarna naar € 90.000.

    Waardestijging

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Deelneming30.000
    0.. Aan Herwaarderingsreserve deelneming30.000

    Latere waardedaling

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Herwaarderingsreserve deelneming30.000
    9.. Waardedaling deelneming30.000
    0.. Aan Deelneming60.000
    Overgang: oud belang en nieuwe aankoop niet samenvoegen

    De uitwerking Mulini behandelt een oud 35%-belang en een in het jaar verkregen 25%-belang. Het oude belang wordt afzonderlijk naar het aandeel in het eindvermogen gebracht. Bij de nieuwe aankoop wordt de resterende goodwill afgesplitst en de vermogensmutatie verwerkt. Het totale 60%-belang sluit uiteindelijk aan op 60% van het relevante eindvermogen; goodwill staat daar apart naast. Neem afschrijvingsdata en rekeningkeuzes uit de concrete opgave over.

    Beleggingen: effecten en actuele-waardemutaties

    De syllabus plaatst duurzame beleggingen onder financiële vaste activa, post effecten, en niet-duurzame beleggingen onder vlottende activa, post effecten. Zij gebruikt een jaar als praktische tijdsafbakening. Voor de waardering geldt artikel 2:384 lid 1: verkrijgingsprijs of toepasselijke actuele waarde. De presentatie als vast of vlottend actief is dus een andere keuze dan de waarderingsgrondslag.

    Artikel 2:384 lid 7 staat in de behandelde situatie toe actuele-waardeveranderingen rechtstreeks in het resultaat op te nemen. De syllabus wijst vervolgens op artikel 2:390 lid 1: dit betekent niet automatisch dat geen herwaarderingsreserve nodig is. Bij frequente marktnoteringen, bijvoorbeeld een beursnotering, noemt zij een uitzondering op die reservevorming.

    Belegging van € 100.000 naar € 110.000; toepassing van art. 2:384 lid 7

    Actuele waardestijging via het resultaat

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Effecten10.000
    9.. Aan Resultaat effecten10.000

    Aanvullende reserve wanneer de beschreven uitzondering niet geldt

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Overige reserves10.000
    0.. Aan Herwaarderingsreserve10.000

    Bij realisatie valt een gevormde reserve volgens deze syllabus vrij via dezelfde vermogensroute als waarlangs zij is gevormd. De tweede boeking is geen extra last in de winst-en-verliesrekening.

    Vergelijkbare jaarcijfers vragen om bestendige grondslagen. Een overstap moet daarom eerst worden gemotiveerd voordat het verschil in boekwaarde wordt geboekt; een hogere uitkomst is op zichzelf geen reden om van methode te wisselen. Dit voorkomt dat een mutatie die volgens de uitwerking binnen het eigen vermogen thuishoort ten onrechte als winst van het lopende jaar wordt gepresenteerd.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§8–9, p. 24–27; art. 2:384 en 2:387 BW)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 1b - uitwerking opgaven kapitaalbelangen extra.pdf (Fort, p. 5; Manting, p. 6; Purmer, p. 7–9)

    20240930 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Mulini, vraag 3–4, p. 4)

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§9, p. 27–28; art. 2:384 leden 1 en 7 en 2:390 lid 1 BW)

    Vreemde valuta · Hoofdstuk 3

    Vreemde valuta

    Dit heb je nodig

    Voorkennis: dit begrijp je al vóór je begint.

    • Je kunt een balans en winst-en-verliesrekening lezen en het verschil uitleggen tussen bezit, een geldvordering en een geldschuld.
    • Je kunt met verhoudingen rekenen en een koersnotatie lezen: bij € 0,90 per USD is USD 100 gelijk aan € 90. Staat de koers andersom, dan draai je de berekening om.
    • Je beheerst de basis van FIFO, kostprijs van de omzet en afschrijving. Voor de boeking bij de moeder kun je het verloop van een deelneming uit hoofdstuk 2 volgen.

    Dit ga je leren

    Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 2, §2–4, p. 4–9; art. 2:384 lid 5 en 2:389 lid 8 BW.

    Een buitenlandse deelneming brengt een tweede bewerking mee: de financiële gegevens moeten in de juiste valuta beschikbaar komen voordat de moeder haar deelnemingswaarde en resultaat kan bepalen of kan consolideren. Deel 2 verbindt daarom de bepaling van de functionele valuta met twee vragen: tegen welke koers wordt iedere post omgerekend, en waar wordt het daaruit voortvloeiende koersverschil verwerkt?

    Bij de tijdstipmethode blijft voor historische niet-monetaire posten hun relevante historische basis herkenbaar. Bij de slotkoersmethode wordt de buitenlandse eenheid omgerekend vanuit de gedachte dat de deelnemer koersrisico loopt over de netto-investering. Dit verschil verklaart zowel de koerskeuze als het onderscheid tussen een omrekeningsresultaat en een rechtstreekse mutatie in het eigen vermogen.

    3.1Functionele valuta en keuze van de omrekenmethode

    Lokale valuta, functionele valuta en presentatievaluta kunnen verschillen. Het vestigingsland is daarom niet voldoende om de omrekenmethode te kiezen. Onderzoek eerst welke valuta de verkoopprijzen en de arbeids-, materiaal- en overige kosten hoofdzakelijk bepalen. Financiering en aangehouden middelen geven aanvullende aanwijzingen. Bij een bedrijfsuitoefening in het buitenland wordt ook beoordeeld in hoeverre die zelfstandig werkt of een verlengstuk is van de rechtspersoon.

    De syllabus geeft de primaire factoren van RJ 122.106 het meeste gewicht wanneer de aanwijzingen geen eenduidig beeld opleveren. Pas na deze beoordeling wordt de functionele valuta van de buitenlandse deelneming met die van de moeder vergeleken. In de behandelde situaties leidt gelijkheid naar de tijdstipmethode en afwijking naar de slotkoersmethode. Een motivering moet dus de economische feiten verbinden met de functionele valuta, en deze vervolgens met de methode; alleen de naam van een methode noemen laat die redenering weg.

    Valutabegrippen

    ValutaBetekenisVoorbeeld
    Lokale valutaValuta van het land waar de onderneming is gevestigd.Een Zweedse vennootschap heeft lokaal de SEK.
    Functionele valutaValuta van de economische omgeving waarin de onderneming hoofdzakelijk geldmiddelen ontvangt en uitgeeft.Een Zweedse vennootschap kan onder de gegeven omstandigheden een andere functionele valuta hebben dan SEK.
    PresentatievalutaValuta waarin de jaarrekening wordt weergegeven.De Nederlandse moeder presenteert in euro’s.
    Vreemde valutaIedere valuta anders dan de functionele valuta van de betrokken rechtspersoon.Bepaal dit begrip dus per onderneming, niet alleen vanuit de Nederlandse moeder.

    Omrekening is in CAFA2 nodig om de nettovermogenswaarde, het resultaat uit deelneming en de geconsolideerde jaarrekening te bepalen. Waar nodig worden de buitenlandse jaarstukken eerst aangepast aan de grondslagen van de moeder en de bij verwerving relevante reële waarden. Artikel 2:384 lid 5 BW verlangt toelichting op de omrekeningsgrondslagen en koersverschillen; de nadere methodiek wordt in de syllabus aan RJ 122 ontleend.

    Omrekenen is pas betekenisvol nadat vaststaat welke economische bedragen worden gemeten en in welke munt wordt gerapporteerd. Het verschil tussen transactie-, functionele en presentatievaluta bepaalt daarom de vraag die je met de koers probeert te beantwoorden. Een consequente koersnotatie helpt de accountant een rekenfout te onderscheiden van een onjuiste keuze van grondslag.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf (§1–2, p. 4; art. 2:384 lid 5 BW en RJ 122)

    Slides College 3 2025 CAFA2 [copyright Nyenrode Business Universiteit].pptx (dia 35–37)

    Bepaling van de functionele valuta

    Met deze factoren zoek je niet alleen uit in welke munt de factuur staat, maar welke munt de opbrengsten en kosten economisch bepaalt. Het antwoord op iedere vraag is een aanwijzing voor een valuta. Je combineert die aanwijzingen tot één gemotiveerde conclusie; één antwoord bepaalt de functionele valuta niet automatisch.

    1. Welke munt bepaalt de onderneming economisch?

    FactorBetekenis en voorbeeld: wat betekent je antwoord?Gewicht en bron
    Verkoopprijzen en prijsbepalende marktOnderzoek welke munt de prijs stuurt en in welk land concurrentie en regelgeving het prijsniveau bepalen. De factuurmunt is vaak een aanwijzing, maar niet het eindcriterium. Worden verkoopprijzen vastgesteld in USD en verandert het eurobedrag alleen mee met de dollarkoers? Dan wijst dit op USD, ook bij facturering in euro’s. Worden prijzen juist bepaald door concurrenten en marktregels in de eurozone, dan wijst dat op EUR.Primair: dit weegt het zwaarst mee. RJ 122.106, onder a; syllabus p. 5.
    Arbeid, materialen en overige kostenZoek de munt die de belangrijkste productiekosten bepaalt, niet de munt van één kleine kostenpost. Zijn lonen, materialen en overige belangrijke kosten hoofdzakelijk in SEK bepaald? Dat wijst op SEK. Zijn die kosten hoofdzakelijk in EUR bepaald, dan wijst dit op EUR.Primair: dit weegt het zwaarst mee. RJ 122.106, onder b; syllabus p. 5.
    FinancieringBekijk in welke munt leningen en ingebracht eigen vermogen worden aangetrokken. Het gaat om de financieringsvaluta, niet alleen om het land van de bank. Een lening in EUR ondersteunt EUR als functionele valuta; een lening in USD ondersteunt USD. Een eurolening bewijst echter niet dat de onderneming economisch in euro’s werkt.Aanvullende aanwijzing, geen doorslag op zichzelf. RJ 122.107; syllabus p. 5.
    Aangehouden middelenKijk in welke munt geld uit de bedrijfsactiviteiten gewoonlijk wordt bewaard nadat het is ontvangen. Blijven verkoopontvangsten normaal op een USD-rekening staan, dan ondersteunt dat USD. Worden ze gewoonlijk naar EUR omgezet en in EUR aangehouden, dan ondersteunt dat EUR. Eén toevallig banksaldo is niet hetzelfde als deze vaste werkwijze.Aanvullende aanwijzing, geen doorslag op zichzelf. RJ 122.107; syllabus p. 5.

    De voorbeelden hierboven zijn vereenvoudigde toepassingen van de factoren, geen letterlijke RJ-tekst of afzonderlijke tentamencasus (Syllabus Deel 2, §3, p. 5–6).

    2. Is de buitenlandse activiteit afhankelijk van de moeder?

    Hier betekent de rechtspersoon de rapporterende onderneming, in de gebruikelijke CAFA2-casus de moeder. De buitenlandse activiteit is bijvoorbeeld haar deelneming of filiaal. RJ 122.108 geeft extra aanwijzingen voor de vraag of hun functionele valuta gelijk zijn. Hieronder veronderstellen we dat de moeder EUR als functionele valuta heeft.

    Wat beoordeel je?Aanwijzing voor dezelfde valuta: EURAanwijzing voor een andere functionele valuta
    Zelfstandigheid: kan de buitenlandse eenheid haar bedrijfsactiviteiten in belangrijke mate zelfstandig uitvoeren?Zij is vooral een verlengstuk van de moeder. Dat wijst op dezelfde economische omgeving en ondersteunt EUR.Zij werkt in belangrijke mate zelfstandig. Dat ondersteunt een andere functionele valuta; welke munt dat is, volgt uit de prijs- en kostenfactoren.
    Onderlinge transacties: is handel met de moeder een belangrijk onderdeel van haar activiteiten?Ja. De sterke verwevenheid met de moeder ondersteunt dezelfde functionele valuta.Nee, zij handelt hoofdzakelijk buiten de moederrelatie. Dat ondersteunt een eigen economische omgeving.
    Beschikbaarheid van kasstromen: beïnvloeden ontvangsten rechtstreeks de kasstromen van de moeder en zijn ze onmiddellijk overdraagbaar?Ja. Het geld staat economisch direct ter beschikking van de moeder; dat ondersteunt EUR.Nee. De ontvangsten blijven bij de buitenlandse eenheid voor haar eigen bedrijfsvoering. Dat wijst eerder op zelfstandigheid.
    Zelf kunnen betalen: zijn de eigen kasstromen voldoende voor bestaande en verwachte verplichtingen, zonder geld van de moeder?Nee, de eenheid is daarvoor van geld van de moeder afhankelijk. Dat wijst eerder op een verlengstuk.Ja. Zij kan haar eigen verplichtingen dragen; dat ondersteunt een andere functionele valuta.

    RJ 122.108, onder a–d, zoals uitgelegd in Syllabus Deel 2, §3, p. 6. “Wijst op” is een aanwijzing, geen automatische keuze. Zelfstandig betekent dus niet zonder meer: lokale valuta.

    Van feiten naar een gemotiveerd antwoord

    Vereenvoudigde casus: een onderneming heeft haar belangrijke verkoopprijzen én productiekosten in USD. Zij is met een eurolening gefinancierd en houdt een deel van haar geld in EUR aan.

    Conclusie: de prijs- en kostenfactoren wijzen op USD. De eurolening en aangehouden euro’s zijn tegenaanwijzingen, maar wegen minder zwaar. Op deze gegevens is USD daarom de functionele valuta. De motivering verbindt dus telkens feit → betekenis → gewicht → conclusie.

    Pas daarna kies je de omrekenmethode. Bij een moeder met EUR als functionele en presentatievaluta leidt deze USD-uitkomst in de syllabus naar de slotkoersmethode. Zou de buitenlandse functionele valuta ook EUR zijn en de administratie in een andere munt luiden, dan volgt de tijdstipmethode. Die keuze bepaalt zowel de koersen per post als de verwerking van het omrekeningsverschil in resultaat of reserve.

    RJ 122.106–109; Syllabus Deel 2, §3–4, p. 5–7. Voor de accountant is de onderbouwing belangrijk omdat een onjuiste valutakeuze doorwerkt in de waardering, het resultaat uit deelneming en de consolidatie.

    De functionele valuta sluit aan op de economische omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden. Alleen kijken naar de vestigingsplaats kan daarom een verkeerde omrekenmethode opleveren, bijvoorbeeld wanneer financiering, inkoop en geldstromen juist door de moeder worden bepaald. Voor de accountant verklaart deze beoordeling of omrekeningsverschillen de lopende prestaties of vooral de vertaling van een buitenlandse investering weergeven. De indicatoren staan in de cursus, niet letterlijk in artikel 2:384.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf (§3, p. 5–6; RJ 122.106–109)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2b - uitwerking opgaven vreemde valuta extra.pdf (Boccalupo, vraag 2, p. 4)

    20240422 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Galster, vraag 9, p. 6)

    Omrekenmethoden

    OnderdeelTijdstipmethodeSlotkoersmethode
    Situatie in de syllabusFunctionele valuta buitenlandse deelneming gelijk aan die van de moeder; de lokale boekhouding wordt daarnaar omgerekend.Functionele valuta buitenlandse deelneming wijkt af; omrekening naar de presentatie bij de moeder.
    Monetaire activa en verplichtingenSlotkoers.Slotkoers.
    Niet-monetaire activa tegen historische kostenRelevante historische koers per actief- of voorraadlaag.Slotkoers op de eindbalans.
    Afschrijving en kostprijs historische activaKoers van de onderliggende historische laag.Transactiekoers of passende gemiddelde koers zoals in de casus.
    Overige resultaatpostenTransactiekoers; gebruik een opgegeven gemiddelde alleen waar passend.Transactiekoers of passende gemiddelde volgens de casus.
    OmrekeningsverschilIn het resultaat; let op een koersdeel binnen een afwaarderingspost.Rechtstreeks in het eigen vermogen als reserve omrekeningsverschillen.

    De tijdstipmethode en slotkoersmethode hebben een ander uitgangspunt. De eerste bewaart bij historische posten de relevante oorspronkelijke eurogrondslag; de tweede vertaalt een buitenlandse jaarrekening naar de presentatiemunt. Dat verklaart ook het verschil in verwerking van de sluitpost. Zo kan de accountant beoordelen of een gevonden koersverschil logisch volgt uit de methode in plaats van alleen een technisch sluitend saldo te zijn.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf (§4–4.2, p. 7–9; RJ 122 zoals behandeld in de syllabus)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2a - uitwerking opgaven vreemde valuta owp.pdf (Wijo, p. 4–8; Corona, p. 10–12)

    3.2Tijdstipmethode: activa, voorraad en afwaardering

    De tijdstipmethode vraagt om een indeling van de posten. Monetaire activa en passiva worden tegen de koers op balansdatum omgerekend. Bij niet-monetaire activa is daarnaast de waarderingsgrondslag relevant. Een machine of voorraadpartij tegen historische kosten houdt de koers van het relevante aanschafmoment. De bijbehorende afschrijving of kostprijs volgt diezelfde historische basis. Zo blijven de euroboekwaarde van het actief en de daarop betrekking hebbende resultaatlast met elkaar verbonden.

    Voorraad moet daarom eerst in inkooplagen worden uitgesplitst. Bij FIFO bepaal je welke aantallen zijn verbruikt en welke partijen nog op de eindbalans staan. Daarna worden de resterende lagen tegen hun eigen historische prijzen en koersen omgerekend. Bij een investering in een bestaand gebouw gebeurt iets vergelijkbaars: het bestaande gebouw en de nieuwe investering kunnen ieder een eigen historische koers en afschrijvingsperiode hebben.

    Een afwaardering naar lagere waarde is een afzonderlijke stap. Het afgewaardeerde deel wordt tegen de koers op het afwaarderingsmoment omgerekend. De last is het verschil met de historische euroboekwaarde. Het koersdeel daarin behoort volgens de syllabus tot de afwaarderingspost en wordt niet nogmaals als monetair koersverlies opgevoerd. Bij actuele waarde gelden de op p. 8 van Deel 2 beschreven slotkoers- en herwaarderingsregels; de historische-kostenregel mag daarop niet worden toegepast.

    Tijdstipmethode

    PostKoersAandachtspunt
    Debiteuren, liquide middelen, voorzieningen en schuldenSlotkoers volgens de indeling in deze syllabus.Neem alleen het nog openstaande eindbedrag op.
    Gebouwen en machines tegen historische kostenKoers bij aanschaf; bij al vóór verwerving aanwezige activa de in de syllabus aangewezen koers op verwerving van de deelneming door de moeder.Volg latere investeringen als afzonderlijke lagen.
    Voorraad tegen historische kostenKoers van de resterende inkooplaag.Bepaal eerst de afgiftevolgorde, bijvoorbeeld FIFO.
    Afschrijving en kostprijsDe koers die hoort bij het afgeschreven of verbruikte historische actief.Niet automatisch de gemiddelde jaarkoers.
    Niet-monetaire actuele waardeDe volgens de waarderingssituatie toepasselijke actuele koers.De syllabus behandelt de samenhang met herwaardering; houd actuele waarde en historische kosten gescheiden.
    Afwaardering naar lagere waardeLagere waarde omgerekend op het afwaarderingsmoment.Het verschil met de historische euroboekwaarde hoort bij de afwaardering.
    Gebouw met een investering op 1 juli
    LaagBerekening in vreemde valutaKoersEuroboekwaarde
    Bestaand gebouw900.000 − 30.0000,910791.700
    Investering 1 juli240.000 − 20.000 × 6/120,920211.600
    Totaal1.003.300

    De jaarafschrijving in euro’s is € 30.000 × 0,910 + € 10.000 × 0,920 = € 36.500. Een controle is dat eurobeginwaarde plus euro-investering minus euroafschrijving op dezelfde eindboekwaarde aansluit.

    Verkoop van een historisch gewaardeerd actief

    Een actief heeft op het verkoopmoment een buitenlandse boekwaarde van USD 80.000, met historische koers € 0,910. De verkoopopbrengst is USD 81.000 en de verkoopkoers € 0,912. Euroboekwaarde: € 72.800. Euroopbrengst: € 73.872. De boekwinst in euro’s is € 1.072. Alleen het buitenlandse verschil van USD 1.000 tegen één koers omrekenen geeft niet hetzelfde resultaat.

    Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf (§4.1, p. 8–9)

    20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf (gebouwen, vraag 9a, p. 6)

    20240422 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 10a, p. 6)

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf (§4.1, p. 8–9: historische actiefwaarde en transactiekoers van opbrengsten)

    Voorraad en kostprijs verkopen

    1. Zet beginvoorraad, inkopen en verkopen chronologisch in een tabel.
    2. Werk verkopen volgens de voorgeschreven afgiftevolgorde weg.
    3. Bepaal de resterende aantallen per inkooplaag.
    4. Reken voorraad en verbruik om tegen de historische koers van die laag.
    FIFO: complete casus en eindvoorraad
    MomentBewegingAantalInkoopprijs USDHistorische koers
    BeginBeginvoorraad4.000400,910
    MaartInkoop3.000420,920
    MeiVerkoop-5.000
    SeptemberInkoop2.000440,930
    NovemberVerkoop-1.000

    De eerste verkoop verbruikt 4.000 stuks beginvoorraad en 1.000 stuks uit maart. De tweede verkoop verbruikt nog 1.000 stuks uit maart. Eindvoorraad: 1.000 maartstuks en 2.000 septemberstuks.

    Resterende laagAantalUSD per stukKoersWaarde (€)
    Maart1.000420,92038.640
    September2.000440,93081.840
    Eindvoorraad3.000120.480

    Controle aantallen: 4.000 + 3.000 + 2.000 − 5.000 − 1.000 = 3.000. De kostprijs van de verkopen wordt met de verbruikte lagen berekend; de omzet gebruikt juist de verkoopprijzen en koersen op verkoopmomenten.

    Eerst de fysieke goederenstroom bepalen voorkomt dat koersverschillen worden verward met prijs- of hoeveelheidsverschillen. De resterende partijen bepalen de eindvoorraad; de afgegeven partijen bepalen de kostprijs van de verkopen. Deze twee controles laten de accountant zien of een verschil wordt veroorzaakt door een verkeerde laag, een verkeerde koers of een afwaardering.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf (§4.1, p. 8–9 en voorbeeld §4.3)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2a - uitwerking opgaven vreemde valuta owp.pdf (Wijo, p. 4–6; Corona, p. 10–11)

    20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf (vraag 9b, p. 6)

    20240422 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 10b, p. 6)

    Afwaardering naar lagere waarde

    BerekeningKoersbasis
    Oude euroboekwaardeAantal × historische inkoopprijs × historische koers.
    Nieuwe lagere euroboekwaardeAantal × lagere waarde per stuk × koers op afwaarderingsmoment.
    AfwaarderingslastOude euroboekwaarde minus nieuwe lagere euroboekwaarde.
    Niet-afgewaardeerd deelBlijft op de eigen historische prijs en koers staan.
    2.000 stuks van USD 40 naar USD 30

    Historische koers: € 0,920 per USD. Koers bij afwaardering: € 0,935 per USD. Oude boekwaarde: 2.000 × USD 40 × 0,920 = € 73.600. Nieuwe boekwaarde: 2.000 × USD 30 × 0,935 = € 56.100. Afwaarderingslast: € 17.500.

    Afwaardering in euro’s

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    4.. Afwaarderingskosten voorraad17.500
    7.. Aan Voorraad17.500

    Alleen USD 20.000 prijsdaling × 0,920 = € 18.400 berekenen is onvolledig: de resterende waarde heeft ook een andere koers. Het koersdeel zit volgens de syllabus in dezelfde afwaarderingslast.

    Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf (§4.1, p. 8)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2b - uitwerking opgaven vreemde valuta extra.pdf (Boccalupo, p. 5–6)

    20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf (vraag 9b–10, p. 6–7)

    20240422 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 11c, p. 7)

    3.3Monetaire positie en koersresultaat

    Nadat de historische niet-monetaire posten afzonderlijk zijn omgerekend, kan het omrekeningsresultaat worden verklaard vanuit de monetaire positie. Bepaal het saldo van monetaire activa en passiva op de begindatum en volg de mutaties gedurende het jaar. Het gaat daarbij om het netto monetaire saldo, niet om iedere bankbeweging op zichzelf. De ontvangst van een debiteur verandert bijvoorbeeld een vordering in bank; een aflossing vermindert zowel bank als schuld.

    Een contante investering verlaagt de monetaire positie wel, omdat geld wordt vervangen door een niet-monetair actief. De latere afschrijving is vervolgens geen nieuwe monetaire uitgave. Door per mutatie het buitenlandse bedrag en de transactiekoers te gebruiken, ontstaat een theoretische eindpositie in de functionele valuta. Vergelijk deze met het werkelijke buitenlandse eindsaldo tegen slotkoers. De buitenlandse kolom moet al sluiten voordat het koersresultaat wordt bepaald; een verschil daarin wijst op een ontbrekende of dubbel opgenomen mutatie.

    Monetaire positie

    1. Bereken monetaire activa minus monetaire verplichtingen op begindatum.
    2. Neem uitsluitend netto monetaire mutaties op tegen hun transactiekoersen.
    3. Sluit de buitenlandse eindpositie aan op de balans.
    4. Vergelijk de theoretische euro-eindpositie met de werkelijke positie tegen slotkoers.
    GebeurtenisNetto effect op de monetaire positie
    Contante verkoopToename monetaire middelen.
    Contante inkoop of betaling bedrijfskostenAfname monetaire middelen.
    Aankoop machine contantAfname: geld verlaat de monetaire positie en wordt een niet-monetair actief.
    Ontvangst op debiteurGeen netto mutatie: vordering wordt bank.
    Aflossing leningGeen netto mutatie: bank én schuld nemen af.
    Afschrijving machineGeen monetaire mutatie.
    Afboeking ongedekte debiteurVermindering van de monetaire vordering; verwerk volgens de casus.
    Volledige monetaire aansluiting
    RegelUSDKoersTheoretisch €
    Beginpositie-300.0000,910-273.000
    Ontvangsten verkopen600.0000,920552.000
    Betaalde inkopen-400.0000,915-366.000
    Betaalde kosten-50.0000,918-45.900
    Theoretische eindpositie-150.000-132.900
    Werkelijke eindpositie-150.0000,930-139.500

    Hier betekent koersresultaat: werkelijke europositie minus theoretische europositie. Dat is −€ 139.500 − (−€ 132.900) = −€ 6.600, dus een verlies. De buitenlandse kolom sluit al vóór deze koerscorrectie.

    Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf (§4.1 en voorbeeld, p. 9 en 15)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2a - uitwerking opgaven vreemde valuta owp.pdf (Wijo, p. 6; Corona, p. 11)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2b - uitwerking opgaven vreemde valuta extra.pdf (M&D, p. 40–41)

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 11, p. 8)

    3.4Slotkoersmethode en verwerking bij de moeder

    Bij de slotkoersmethode worden activa en passiva, met uitzondering van het eigen vermogen, tegen de slotkoers omgerekend. De resultaatposten volgen de toepasselijke koersen; de syllabus gebruikt in de praktijk de gemiddelde koers van het boekjaar. Omdat beginvermogen, jaarresultaat, dividend en eindvermogen daardoor niet alle tegen dezelfde koers worden gevolgd, ontstaat een omrekeningsverschil. Dit wordt rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt.

    Maak de aansluiting zichtbaar in één vermogensoverzicht. Beginvermogen in euro’s plus het omgerekende resultaat, verminderd met het dividend tegen de uitkeringskoers, moet na toevoeging van het omrekeningsverschil aansluiten op het eindvermogen tegen slotkoers. De moeder verwerkt vervolgens haar aandeel: winst op Resultaat deelneming en het rechtstreekse koersverschil op Reserve omrekeningsverschillen. Dividend verlaagt de deelneming afzonderlijk.

    Hier sluit Deel 2 aan op de vermogensmutatiemethode uit Deel 1. Eerst worden de jaarstukken op de juiste grondslagen en in de juiste valuta bepaald, daarna pas het moederdeel. Bij de tijdstipmethode zit het omrekeningsresultaat in de winst; bij de slotkoersmethode wordt de reserve-mutatie naast de winst gevolgd. Beide routes eindigen met dezelfde soort controle: het verloop van de deelneming moet aansluiten op het aandeel in het relevante eindvermogen.

    Slotkoersmethode

    OnderdeelWerkwijze
    Activa en verplichtingen eindbalansOmrekenen tegen de koers op einddatum, ook gebouwen en voorraad.
    Geplaatst kapitaal en bestaande reservesVolg de historische en overgenomen eurobedragen in de vermogensaansluiting.
    Resultaat boekjaarReken de resultaatposten om met hun toepasselijke koersen; gebruik de opgegeven gemiddelde waar die volgens de casus past.
    DividendOmrekenen tegen de koers bij het uitkeringsrecht of de in de casus gegeven uitkering.
    SluitverschilVerwerken in de reserve omrekeningsverschillen, niet in de winst-en-verliesrekening.
    Eenzelfde machine geeft een andere balanswaarde

    De machine heeft na afschrijving een boekwaarde van USD 420.000. Bij slotkoers € 0,914 is de eindbalanswaarde € 383.880. Dat is niet de € 382.200 die zou volgen uit de historische koers € 0,910 bij de tijdstipmethode. Welke uitkomst juist is, hangt dus eerst af van de methode.

    Bij de slotkoersmethode worden eindbalans en jaarmutaties niet tegen dezelfde koersen vertaald. Het verschil is daarom geen onverklaarde bedrijfswinst, maar het gevolg van het in euro’s uitdrukken van dezelfde buitenlandse activiteit op verschillende momenten. Deze aansluiting maakt de omvang van de buitenlandse activiteit los zichtbaar van het effect van de veranderde omrekenkoers.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf (§4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2a - uitwerking opgaven vreemde valuta owp.pdf (Wijo, p. 7–8; Corona, p. 12)

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 13–14, p. 9)

    Reserve omrekeningsverschillen

    Beginvermogen 1.000.000, winst 120.000 en dividend 40.000

    De relevante koersen zijn begin € 0,910, resultaat € 0,920, dividend € 0,925 en slot € 0,930. Het eindvermogen in vreemde valuta is 1.080.000.

    VermogensbrugBedrag (€)
    Eindvermogen: 1.080.000 × 0,9301.004.400
    Af: beginvermogen 1.000.000 × 0,910-910.000
    Af: resultaat 120.000 × 0,920-110.400
    Bij: dividend 40.000 × 0,92537.000
    Positief omrekeningsverschil21.000
    OntledingBerekeningBedrag (€)
    Beginvermogen1.000.000 × (0,930 − 0,910)20.000
    Winst120.000 × (0,930 − 0,920)1.200
    Dividend−40.000 × (0,930 − 0,925)-200
    Totaal21.000

    De reserve ontstaat door dezelfde vermogensbestanddelen tegen verschillende passende koersen te volgen. Bij een negatief verschil draait de richting van de reserveboeking om; dat hoeft niet te betekenen dat de buitenlandse eenheid een verlies heeft geleden.

    De reserve omrekeningsverschillen scheidt de vertaling van de buitenlandse investering van het resultaat uit de activiteiten. Daardoor wordt de prestatie niet verhuld door een verandering van de presentatiemunt. De wettelijke bepaling laat een negatief reservesaldo toe en koppelt daaraan een uitkeringsbeperking. Een negatieve reserve is dus niet automatisch een boekingsfout.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf (§4.2 en voorbeeld, p. 9 en 16–17)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2a - uitwerking opgaven vreemde valuta owp.pdf (Wijo, p. 7–8)

    20240930 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 11b, p. 8)

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 13–14, p. 9)

    Verwerking bij de moedermaatschappij

    GebeurtenisBoeking bij NVW
    Positief aangepast euroresultaatDeelneming aan resultaat deelneming, voor het moederdeel.
    Tijdstipmethode: koersverliesEerst in het euroresultaat verwerken; niet ook als afzonderlijke omrekenreserve boeken.
    Slotkoersmethode: positieve omrekenreserveDeelneming aan reserve omrekeningsverschillen, voor het moederdeel.
    Slotkoersmethode: negatieve omrekenreserveReserve omrekeningsverschillen aan deelneming.
    DividendBank of dividendvordering aan deelneming, tegen de toepasselijke uitkeringskoers.
    Boekingen bij 80% in het voorbeeld van de omrekenreserve

    Resultaat en positief omrekeningsverschil

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Deelneming105.120
    9.. Aan Resultaat deelneming88.320
    0.. Aan Reserve omrekeningsverschillen16.800

    Dividend apart

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    1.. Bank29.600
    0.. Aan Deelneming29.600

    De beginwaarde is 80% × € 910.000 = € 728.000. Eindwaarde: € 728.000 + € 105.120 − € 29.600 = € 803.520. Dit is ook 80% × € 1.004.400, het omgerekende eindvermogen. Is het dividend al geboekt, dan wordt alleen de eerste boeking nog gemaakt.

    De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§5.1.2, p. 16–17; art. 2:389 lid 2 BW)

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf (§4, p. 7–17)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2a - uitwerking opgaven vreemde valuta owp.pdf (Wijo, vraag 3 en 5, p. 6–8)

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Hoek, p. 8–9)

    Consolideren · Hoofdstuk 4

    Consolidatieproces

    Dit heb je nodig

    Voorkennis: dit begrijp je al vóór je begint.

    • Je kunt twee afzonderlijke balansen en winst-en-verliesrekeningen lezen en gelijksoortige posten bij elkaar optellen.
    • Je begrijpt dat een vordering bij de ene onderneming een schuld bij de andere kan zijn, en dat dezelfde interne transactie in beide administraties voorkomt.
    • Je kent de begrippen deelneming, dochter en groep uit hoofdstuk 1. Consolidatieboekingen zelf zijn nog geen vereiste; die bouw je hier op.

    Dit ga je leren

    Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 1, p. 31–37; Deel 3, p. 5–7; art. 2:405–409 BW.

    De vennootschappelijke jaarrekening laat iedere rechtspersoon afzonderlijk zien. De geconsolideerde jaarrekening brengt de betrokken maatschappijen samen. De onderlinge verhoudingen mogen daarin niet nogmaals als externe activa, verplichtingen, baten of lasten blijven staan. Daarom worden de samen te voegen gegevens niet alleen opgeteld, maar worden onderlinge verbanden door eliminatieposten verwijderd.

    Welke gegevens worden opgenomen, volgt uit consolidatieplicht, consolidatiekring en consolidatiemethode. Welke eliminatieposten nog nodig zijn, hangt mede af van de waardering van de deelnemingen in de vennootschappelijke jaarrekening van de moeder. Deze twee beslissingen moeten uit elkaar worden gehouden. Integrale consolidatie bij een 80%-belang is bijvoorbeeld geen 80%-optelling: de opname is volledig, waarna belang van derden en aandeel derden afzonderlijk worden gepresenteerd.

    4.1Consolidatieplicht, consolidatiekring en vrijstellingen

    Beoordeel eerst welke rechtspersoon aan het hoofd van de groep staat en of een tussenhoudster daarnaast voor haar eigen groepsdeel consolidatieplichtig is. Onderzoek daarna welke maatschappijen en andere rechtspersonen binnen de wettelijke consolidatiekring vallen. De dochtertoets uit het eerste hoofdstuk helpt daarbij, maar is niet de volledige consolidatiekringtoets. De groepsverhouding, overheersende zeggenschap en centrale leiding blijven relevant.

    Een vrijstelling is pas de volgende beoordeling. De enkele mededeling dat een hogere moeder consolideert, bewijst nog niet dat de tussenhoudstervrijstelling mag worden gebruikt. De voorwaarden over opname in het grotere geheel, tijdig bezwaar, de vereiste stukken en openbaarmaking moeten samen worden onderzocht. De onderstaande uitwerking houdt deze toetsen gescheiden, zodat een motivering niet blijft steken in alleen een artikelnummer of het algemene woord vrijstelling.

    Consolidatieplicht en consolidatiekring

    OnderdeelInhoud van de toets
    Plicht: art. 2:406 lid 1Rechtspersoon die alleen of samen met een andere groepsmaatschappij aan het hoofd van de groep staat.
    Plicht: art. 2:406 lid 2Tussenhoudster met een dochter of andere onder de bepaling vallende rechtspersoon binnen haar groepsdeel.
    KringEigen gegevens, dochtermaatschappijen in de groep, andere groepsmaatschappijen en de in art. 2:406 bedoelde andere rechtspersonen onder overheersende zeggenschap of centrale leiding.
    Art. 2:407 lid 1Afzonderlijke uitzonderingen voor gezamenlijk te verwaarlozen betekenis, uitsluitend tegen onevenredige kosten of vertraging te verkrijgen gegevens, of een belang dat uitsluitend wordt gehouden om het te vervreemden. Toets de casusvoorwaarde.
    Art. 2:407 lid 2Vrijstelling voor kleine groepen volgens de wettelijke voorwaarden, waaronder omvang, effectenstatus en tijdig bezwaar door de voorgeschreven minderheid.
    Art. 2:407 lid 3Bijzondere in de syllabus behandelde situatie van beheer en financiering van belangen die krachtens een samenwerkingsregeling gezamenlijk worden bestuurd.
    Art. 2:408Tussenhoudstervrijstelling wanneer aan alle voorwaarden voor opname in een grotere consolidatie en de overige formaliteiten is voldaan.
    Art. 2:409Evenredige opname bij gezamenlijke zeggenschap krachtens samenwerking, mits het wettelijke inzicht daarmee is gediend.

    De voorwaarden van artikel 2:408 niet inkorten tot “de moeder consolideert”

    Controleer het tijdige bezwaar van de voorgeschreven minderheid, opname van het gehele relevante groepsdeel in de grotere consolidatie, de kwaliteit van de verslaggevingsregels en accountantscontrole, de vereiste stukken en taal, tijdige openbaarmaking en vermelding van het gebruik van de vrijstelling. De syllabus noemt voor het bezwaar 10% binnen zes maanden na aanvang van het boekjaar. Zij behandelt ook de uiterste publicatietermijnen en de uitsluiting voor de betrokken beursgenoteerde situatie. Toets deze voorwaarden aan de meegeleverde wettekst, niet aan een algemene aanname over concerns.

    Groepshoofd P, tussenholding S en werkmaatschappij D

    P is groepshoofd en houdt S; S houdt D. Bij een economische en organisatorische eenheid moet P in beginsel de hele groep consolideren. S kan daarnaast voor het eigen groepsdeel consolidatieplichtig zijn. Alleen wanneer de voorwaarden van een toepasselijke vrijstelling zijn vervuld, kan S die eigen consolidatie achterwege laten. Dat P al consolideert is op zichzelf geen volledige motivering.

    Vrijstellingen concreet nalopen

    BepalingVereiste volgens de aangeleverde syllabus
    Art. 2:407 lid 2 onderdelen a–cBij consolidatie worden de grenzen van art. 2:396 niet overschreden; geen betrokken maatschappij heeft de bedoelde effecten op een gereglementeerde markt, MTF of vergelijkbaar systeem; binnen zes maanden na begin boekjaar heeft niet ten minste 10% van de leden of het geplaatste kapitaal schriftelijk bezwaar gemaakt.
    Art. 2:407 lid 3Uitsluitend beheer en financiering van groepsmaatschappijen en deelnemingen, beheer krachtens samenwerking met een niet in de eigen consolidatie opgenomen rechtspersoon, en toepassing van art. 2:389 in de eigen balans. Het betreft het buiten de consolidatie houden van de eigen gegevens, niet zomaar de gehele groep.
    Art. 2:408 lid 1 onderdeel aGeen tijdig schriftelijk bezwaar binnen zes maanden na begin boekjaar door ten minste 10% van de leden of het geplaatste kapitaal.
    Art. 2:408 lid 1 onderdeel bAlle financiële gegevens die de tussenhoudster zou moeten consolideren, zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van het grotere geheel.
    Art. 2:408 lid 1 onderdeel cDe geconsolideerde jaarrekening en het bijbehorende verslag voldoen aan de in de aangeleverde tekst genoemde Europese voorschriften of zijn op gelijkwaardige wijze opgesteld.
    Art. 2:408 lid 1 onderdeel dDe geconsolideerde jaarrekening, accountantsverklaring en het verslag zijn in het Nederlands of vertaald naar Frans, Duits of Engels, in dezelfde taal.
    Art. 2:408 lid 1 onderdeel eDe vereiste stukken of de toegestane verwijzing zijn binnen zes maanden na balansdatum of binnen een maand na een geoorloofde latere openbaarmaking bij het handelsregister neergelegd.
    Art. 2:408 leden 3–4Vermeld het gebruik in de toelichting; de vrijstelling geldt niet voor de in lid 4 beschreven rechtspersoon met effecten op de bedoelde gereglementeerde markt.

    Voor het uitsluitend aanhouden ter vervreemding noemt de syllabus onder RJ 217.305: verkoop binnen een jaar is waarschijnlijk, de maatschappij is onmiddellijk verkoopbaar, er ligt een verkoopbesluit en -plan, de uitvoering is gestart, de prijs past bij de reële waarde en een fundamentele wijziging of intrekking van het plan wordt niet verwacht. Gebruik de meegeleverde studiewettekst en deze bronvoorwaarden; deze samenvatting is geen externe actualisering daarvan.

    De consolidatie laat de economische eenheid zien, niet alleen een lijst aandelenpakketten. Eerst vaststellen wie de groep of het groepsdeel leidt, voorkomt dat een tussenhoudster of een onder centrale leiding staande maatschappij wordt gemist. Voor de accountant raakt dit direct de volledigheid van de geconsolideerde jaarrekening en het inzicht in verplichtingen en resultaten van de groep.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§11, p. 31–37; art. 2:24b en 2:406–409 BW)

    Slides College 3 2025 CAFA2 [copyright Nyenrode Business Universiteit].pptx (Unischelp, dia 25–33)

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 8, p. 5–6)

    20240930 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 7–8, p. 6)

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§11.3, p. 34–36; art. 2:407–408 BW; RJ 217.214 en 217.304–305)

    4.2Extracomptabel consolideren en onderlinge verbanden

    Deel 3 stelt de geconsolideerde balans en de geconsolideerde winst-en-verliesrekening afzonderlijk op. De balans heeft betrekking op de einddatum; de winst-en-verliesrekening op het boekjaar. Daarom bevat een eliminatiepost in deze uitwerkingen uitsluitend balansposten of uitsluitend winst-en-verliesrekeningposten. Een gewone intracomptabele journaalpost mag deze posten wel combineren. Lees dus eerst of de vraag een boeking in de administratie van de moeder of een eliminatie in een consolidatiewerkstaat vraagt.

    Onderlinge vorderingen en schulden worden tegen elkaar verwijderd. Bij rente, huur en managementfees worden de interne baten en lasten geëlimineerd. Goederenleveringen vragen méér: naast de interne omzet kan nog winst zijn begrepen in een voorraad of vast actief dat de consolidatiekring niet heeft verlaten. Daarom volgt na de eenvoudige onderlinge relaties een afzonderlijke behandeling van ongerealiseerde winst. Daarin is de herkomst van de winst bepalend voor de correctie en de verdeling tussen moeder en derden.

    Het extracomptabele consolidatieproces

    1. Bepaal consolidatieplicht, kring en methode.
    2. Breng gegevens op de juiste grondslagen en valuta.
    3. Maak zo nodig interne correcties in de enkelvoudige administratie.
    4. Stel balans- en W&V-consolidatie afzonderlijk op.
    5. Elimineer relaties en verdeel het resultaat over meerderheid en derden.
    WerklaagWat gebeurt hier?Rekeningen
    Enkelvoudige administratieAankoop, resultaat, dividend en bij NVW de toepasselijke interne correcties.Een journaalpost mag balans- en resultaatrekeningen combineren.
    Geconsolideerde balansActiva en verplichtingen op einddatum, eliminatie deelneming en eigen vermogen, belang derden, voorraadwinst en latenties.In de syllabus bevat een balanseliminatie uitsluitend balansposten.
    Geconsolideerde W&VBaten en lasten van het jaar, onderlinge omzet en kosten, resultaat deelnemingen, goodwilllast en winsttoerekening.In de syllabus bevat een W&V-eliminatie uitsluitend resultaatposten.

    Een concern kan geen vermogen of winst creëren door alleen tussen zijn eigen onderdelen te boeken. Het extracomptabele consolidatieproces brengt de afzonderlijke jaarrekeningen daarom terug tot een weergave alsof de opgenomen activiteiten één geheel vormen. De accountant moet de eliminaties terug kunnen voeren op de afzonderlijke cijfers; een sluitende gecombineerde balans alleen bewijst nog geen juiste consolidatie.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§2.1–2.2, p. 5–6; art. 2:405–406 BW zoals behandeld in S1 §11)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 3a - uitwerking opgaven consolidatie owp.pdf (Lok, p. 4–5; Meppelt, p. 6–7)

    Eliminatie van onderlinge verbanden

    RelatieBalanseliminatieW&V-eliminatie
    Deelneming en eigen vermogenDeelneming tegenover de vermogenscomponenten van de deelneming, met belang derden.Resultaat deelnemingen en de winsttoerekening corrigeren.
    Onderlinge vordering en schuldDezelfde interne claim aan beide kanten verwijderen.Bijbehorende rente elimineren.
    VoorraadwinstOngerealiseerde eindwinst uit voorraad, met de passende tegenposten en latentie.Winstmutatie van het boekjaar verwerken.
    ManagementfeeEventuele nog openstaande interne schuld en vordering verwijderen.Opbrengst managementfee tegenover managementkosten.
    Huur en renteOpenstaande onderlinge saldi verwijderen.Interne huuropbrengst en huurlast, of rentebaten en rentelasten tegen elkaar.
    GoederenleveringenEindvoorraad alleen corrigeren voor ongerealiseerde winst.Onderlinge omzet en kostprijs verwijderen; aanvullend de winstmutatie.
    Fee € 50.000 en rekening-courant € 75.000 bij integrale consolidatie

    Balans

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Rekening-courantschuld75.000
    Aan Rekening-courantvordering75.000

    W&V

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Opbrengst managementfee50.000
    Aan Managementkosten50.000

    Een interne vordering heeft binnen dezelfde opgenomen groep een bijbehorende schuld. Hetzelfde geldt voor interne baten en lasten. Beide blijven zichtbaar in de enkelvoudige administraties, maar voegen voor het geconsolideerde geheel geen externe positie toe. Afstemming van beide administraties voorkomt dat een verschil door timing, verwerking of een ontbrekende boeking ongemerkt als consolidatiecorrectie wordt weggewerkt.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§2.2, p. 6)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 3a - uitwerking opgaven consolidatie owp.pdf (Lok, vraag 1–2, p. 4; Meppelt, p. 6)

    4.3Nettovermogenswaarde, verkrijgingsprijs en leveringsrichting

    Bij nettovermogenswaarde heeft de moeder het resultaat en vermogen van de deelneming al naar rato gevolgd. In de behandelde intercompanysituaties kunnen bovendien interne correcties in haar grootboek zijn gemaakt. Bij verkrijgingsprijs ontbreken deze vermogensmutaties en de bijbehorende interne IC-correctie. De consolidatie begint daardoor niet vanuit dezelfde vennootschappelijke cijfers. Een eliminatiepost uit de ene grondslag kan dus niet zonder aanpassing in de andere worden gebruikt.

    Teken daarnaast de goederenstroom. Downstream is een levering van moeder aan deelneming; upstream loopt terug naar de moeder; sidestream loopt tussen deelnemingen. De goederenpijl bepaalt waar de winst is geboekt en waar de voorraad ligt. Het eigendomspercentage is vervolgens nodig voor de verdeling van de correctie. Begin- en eindvoorraad bepalen ten slotte of winst wordt uitgesteld of vrijvalt. Grondslag, richting en mutatie zijn drie afzonderlijke keuzes, die in de volgende hoofdstukken steeds in dezelfde volgorde terugkomen.

    Waarderingsgrondslag en intercompanyleveringen

    De pijlen hieronder geven de goederenstroom weer. De eigendomspercentages staan apart: zij bepalen wie de winstcorrectie draagt, niet in welke richting de goederen zijn geleverd.

    Downstream · NVW

    M houdt 75% in de koper.

    Moeder MHier is de winst geboekt
    Goederen
    Kopende deelnemingHier ligt de voorraad

    Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting

    Al intern gecorrigeerd75%
    Voor derden0%
    Nog aanvullend voor meerderheid25%
    Downstream · HK

    M houdt 75% in de koper.

    Moeder MHier is de winst geboekt
    Goederen
    Kopende deelnemingHier ligt de voorraad

    Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting

    Al intern gecorrigeerd0%
    Voor derden0%
    Nog aanvullend voor meerderheid100%
    Route en grondslagInternDerdenAanvullend meerderheid
    Downstream NVWBelang in koperGeen100% minus belang in koper
    Upstream NVWBelang in verkoper100% minus belang in verkoperGeen
    Sidestream NVW, niet-afnemendBelang in verkoper100% minus belang in verkoperGeen
    Sidestream NVW, afnemendBelang in koper100% minus belang in verkoperBelang in verkoper minus belang in koper
    Downstream HKGeenGeen100%
    Upstream HKGeen100% minus belang in verkoperBelang in verkoper
    Sidestream HK, niet-afnemend (college-Excel)Geen100% minus belang in verkoperBelang in verkoper

    De percentages hierboven verdelen de volledige IC-winst vóór belasting. De kolom “aanvullend meerderheid” is het gedeelte dat na de interne correctie nog ten laste van het geconsolideerde meerderheidsresultaat komt. Het is dus niet altijd hetzelfde als het totale economische moederdeel.

    De verkoper bepaalt waar de interne winst is ontstaan; de koper bepaalt waar die winst nog in de voorraad zit. De waarderingsgrondslag vertelt daarnaast welk deel al in de enkelvoudige cijfers van de moeder is gecorrigeerd. Deze drie vragen verklaren de verschillende boekingen. Voor de accountant is het vooral van belang dat de uiteindelijke voorraad geen interne marge bevat en dezelfde winst niet twee keer wordt geëlimineerd.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§4–6 en §8.1, p. 64–103, 153–185 en 214–238)

    CAFA2 8. Intercompany Journaaplosten.xlsx (Downstream, Upstream, Sidestream AB en NAB; tabelrijen en HK-kolommen per werkblad)

    Consolideren · Hoofdstuk 5

    Consolidatie: nettovermogenswaarde

    Dit heb je nodig

    Voorkennis: dit begrijp je al vóór je begint.

    • Je kunt de enkelvoudige NVW-boekingen voor resultaat en dividend uitleggen en weet wat daarvan al in de cijfers van de moeder is verwerkt.
    • Je begrijpt het consolidatieproces en het verschil tussen een correctie in de administratie van de moeder en een eliminatie op het consolidatiewerkblad.
    • Je kunt winst in een voorraad berekenen en een eindstand van een jaarmutatie onderscheiden. Je weet dat een marge op verkoopprijs iets anders is dan een opslag op kostprijs.

    Dit ga je leren

    • De voorraadtabel gebruiken om de totale IC-winst en de verschillende correcties te scheiden.
    • De downstream- en upstreamcorrectie enkelvoudig én geconsolideerd verwerken.
    • Eindstanden voor de balans onderscheiden van mutaties voor het resultaat en dubbeltelling voorkomen.

    Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 3, §3–4, p. 8–103; art. 2:384 lid 2, 2:389 en 2:405 BW.

    Bij integrale consolidatie van een tegen nettovermogenswaarde gewaardeerde deelneming worden haar activa, passiva, baten en lasten volledig opgenomen. Tegelijk worden de post Deelneming bij de moeder en het overeenkomstige vermogen van de deelneming geëlimineerd. In de winst-en-verliesrekening wordt de dubbeltelling tussen Resultaat deelnemingen en het opgenomen dochterresultaat verwijderd.

    Bij onderlinge goederenleveringen komt daar het uitstellen van ongerealiseerde winst bij. De syllabus laat eerst de intracomptabele correctie bij de moeder maken en daarna de geconsolideerde balans en winst-en-verliesrekening opstellen. Houd die volgorde aan: het intern verwerkte bedrag mag niet opnieuw als aanvullende correctie op het moederresultaat drukken. Een hulptabel maakt zichtbaar welk deel al is verwerkt en welk deel nog via de consolidatie moet worden gecorrigeerd.

    5.1Integrale consolidatie zonder intercompanyleveringen

    Zonder ongerealiseerde winst en andere aanvullende verschillen sluit de deelnemingswaarde aan op het aandeel in het herrekende dochtervermogen. De balanseliminatie verwijdert deze dubbele vertegenwoordiging van dezelfde netto-activa. Bij een niet-100%-deelneming wordt het niet aan de moeder toekomende deel als Belang derden gepresenteerd. De volledige activa en passiva blijven daarbij in de consolidatie staan.

    Hetzelfde onderscheid geldt voor het resultaat. De volledige baten en lasten van de dochter worden opgenomen, terwijl het reeds bij de moeder verantwoorde Resultaat deelneming wordt geëlimineerd. Het minderheidsdeel wordt vervolgens als Aandeel derden zichtbaar gemaakt. Bij 100% ontbreken beide derdenposten. De methode blijft integraal; alleen de verdeling van vermogen en resultaat verschilt.

    Integrale consolidatie tegen nettovermogenswaarde

    80%-deelneming zonder goodwill of IC-verschillen

    D heeft aandelenkapitaal € 100.000, overige reserves € 300.000 en resultaat boekjaar € 100.000. De deelneming bij M is € 400.000. Het gewone resultaat deelneming is € 80.000.

    Balans

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Aandelenkapitaal D100.000
    Overige reserves D300.000
    Resultaat boekjaar D100.000
    Aan Deelneming D400.000
    Aan Belang derden100.000

    W&V

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Resultaat deelneming D80.000
    Aandeel derden20.000
    Aan Resultaat na belastingen D100.000

    Bij een 100%-belang vervalt de derdenregel: de deelneming is € 500.000 en het resultaat deelneming € 100.000. Dat is geen andere consolidatiemethode, maar dezelfde integrale consolidatie zonder minderheid.

    Wanneer is moederresultaat gelijk aan meerderheidsresultaat?

    In de eenvoudige NVW-situatie zonder aanvullende groepscorrecties zijn het enkelvoudige moederresultaat en het geconsolideerde resultaat toekomend aan de meerderheid gelijk. Dit is geen universele regel. Bij downstream met een niet-100%-belang en sidestream afnemend belang kunnen aanvullende correcties nodig zijn. Goodwill, grondslagverschillen en de vraag welke correcties al geboekt zijn moeten eveneens worden gecontroleerd.

    Bij NVW zit het aandeel in het resultaat van de dochter al in de cijfers van de moeder. Na optelling van de volledige dochtercijfers moet die dubbeltelling verdwijnen, zonder de noodzakelijke interne winstcorrecties opnieuw als kosten te nemen. De accountant controleert dus niet alleen het eindsaldo, maar ook welke correcties al vóór consolidatie verwerkt zijn.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§3.1 en §4.1, p. 8–15 en 54–63; §4.2.2, p. 78–83)

    20240422 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 7–8, p. 4–5)

    5.2Voorraadtabel, correctieboekingen en eliminatieposten

    De voorraad bij de koper is tegen de onderlinge verkoopprijs opgenomen. Voor het concern is echter de prijs relevant die aan de leverancier buiten de consolidatiekring is betaald. Het verschil vormt de ongerealiseerde winst die nog in de voorraad zit. Bereken deze winst eerst voor 100%, vóór belasting. Pas daarna wordt zij verdeeld over Interne correctie, Eliminatie t.l.v. aandeel derden en Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat.

    De tabel verbindt drie momenten. De beginregel verklaart de eerder uitgestelde winst, de eindregel bepaalt de correctie op de geconsolideerde eindvoorraad en de mutatieregel bepaalt de winstcorrectie van het boekjaar. Wie voor een jaarboeking alleen de eindregel gebruikt, behandelt een eerdere ongerealiseerde winst ten onrechte opnieuw als last. Bij afname van ongerealiseerde winst komt juist eerder uitgesteld resultaat vrij.

    Ook de omzeteliminatie moet aansluiten. De syllabus splitst bij voorraadtoename de doorgeleverde goederen en de voorraadgroei, terwijl een collegepresentatie eerst de volledige interne omzet kan elimineren en daarna uitsluitend de winstmutatie corrigeert. Beide tussenstappen moeten als samenhangende set worden gebruikt. De toelichting hieronder laat zien waarom de volledige omzet én de omzet in de voorraadgroei samen elimineren een dubbeltelling oplevert.

    Voorraadtabel

    Leeg tentamensjabloon
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%…%…%…%
    31-12-2024
    31-12-2025
    Toe-/afname
    Regel of kolomWaarvoor gebruik je die?
    VoorraadVoorraad bij de koper, gewaardeerd tegen de onderlinge verkoopprijs; let op hoeveelheden versus geldbedragen.
    100%-winstVoorraad × winstfractie in de onderlinge verkoopprijs; bij een opslag op kostprijs eerst de fractie herleiden.
    BeginregelBasis voor de beginvoorraad-invoeging en de aansluiting met eerdere correcties.
    EindregelUitvoegen van ongerealiseerde winst uit de geconsolideerde eindbalans.
    MutatieregelInterne resultaatcorrectie en winstmutatie in de geconsolideerde W&V.
    CorrectiekolommenVerdeling in reeds intern verwerkt, aandeel derden en nog aanvullende correctie op het geconsolideerde resultaat.
    Het door jou aangeleverde voorbeeld: Moderna naar ChargeIT

    Downstream NVW, belang 60%, marge 20% van de onderlinge verkoopprijs. De bedragen hieronder reproduceren de voorraadtabel uit jouw screenshot. Belasting is niet in deze tabel verwerkt.

    DatumVoorraadIC-winst in voorraadInterne correctieEliminatie derdenAanvullend geconsolideerd resultaat
    Percentage100%60%n.v.t.40%
    31-12-2024320.00064.00038.400n.v.t.25.600
    31-12-2025480.00096.00057.600n.v.t.38.400
    Toename160.00032.00019.200n.v.t.12.800

    De interne boeking gebruikt € 19.200 uit de mutatieregel. De balans gebruikt de eindwinst € 96.000 en de interne eindcorrectie € 57.600. De aanvullende resultaatcorrectie vóór belasting is € 12.800, niet de gehele eindstand € 38.400.

    De begin- en eindstand beantwoorden een balansvraag; het verschil ertussen verklaart het effect op de jaarwinst. Door die gegevens naast elkaar te zetten, wordt voorkomen dat de volledige eindwinst wordt verward met de correctie voor dit jaar. De accountant gebruikt de tabel als aansluiting tussen het actief op de balans, de resultaatmutatie en de verdeling over moeder en derden.

    Bronnen en vindplaatsen

    Door de gebruiker aangeleverde screenshots van de voorraadtabel (Voorraadtabel Moderna–ChargeIT: de in dit gesprek aangeleverde screenshots)

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§4.2.1–4.3.2, p. 64–103)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 3a - opgaven consolidatie owp.pdf (Prato, p. 17–19; Moers, p. 73–74)

    Correctieboekingen en eliminatieposten

    Aanpak voor W&V-goedereneliminatieEerste boekingTweede boeking
    Syllabus bij voorraadtoenameOmzet aan kostprijs voor interne leveringen minus voorraadtoename tegen onderlinge prijs.Omzet van de voorraadtoename verdelen over oorspronkelijke kostprijs, winstcorrecties en belasting.
    Collegepresentatie met volledige omzetVolledige interne omzet aan kostprijs.Alleen de winstmutatie via kostprijs en de passende correctierekeningen.
    Bij vrijval van winstOnderlinge omzet afzonderlijk verwijderen.Vrijval via credit kostprijs; de winst- en belastingdelen draaien om.
    Waarom € 900.000 en € 60.000 niet dubbel mogen worden geëlimineerd

    Onderlinge leveringen zijn € 900.000, voorraadtoename tegen onderlinge prijs € 60.000 en winst daarin € 12.000. De syllabus verdeelt dit in € 840.000 doorlevering en € 60.000 voorraadtoename. Een equivalente volledige-omzetpresentatie begint met € 900.000 en corrigeert daarna uitsluitend de winstmutatie van € 12.000. Eerst € 900.000 en daarna nog € 60.000 omzet verwijderen is dubbel.

    Upstream en sidestream NVW: deelneming en resultaat aansluiten

    In de balansvoorbeelden van de syllabus wordt het dochtervermogen eerst geëlimineerd met een deelnemingsbedrag gebaseerd op het aandeel in het vermogen vóór IC-correctie. De IC-post debiteert daarna de intern gecorrigeerde deelneming voor het relevante netto deel. Samen verwijderen deze posten de werkelijk geboekte, lagere deelnemingswaarde.

    In de W&V wordt eerst het werkelijk bij M geboekte resultaat deelnemingen geëlimineerd. Daardoor kan in de goedereneliminatie een tegenboeking op “Resultaat na belastingen verkoper” nodig zijn om het dochterresultaat te laten aansluiten. Een collegewerkblad kan bij een andere presentatie een rekening “Resultaat deelneming” tonen. Vervang die labels niet zonder de voorafgaande eliminatie mee te veranderen.

    Balanscontrole bij upstream: € 900.000 vóór IC

    Een 75%-aandeel in het dochtervermogen is € 900.000. De interne eindcorrectie is € 33.750 netto, zodat de deelneming werkelijk voor € 866.250 is geboekt. De syllabuscombinatie crediteert in de basiseliminatie € 900.000 en debiteert in de IC-post € 33.750. Per saldo wordt € 866.250 verwijderd. Wie eerst al slechts € 866.250 crediteert en vervolgens nog € 33.750 debiteert, laat ten onrechte een restsaldo staan.

    Een interne boeking corrigeert de enkelvoudige cijfers van de moeder; een eliminatie verwijdert wat na samenvoeging nog niet past bij de groep als geheel. De vorm van de journaalpost verschilt daarom, terwijl dezelfde niet-gerealiseerde winst het uitgangspunt blijft. Zo wordt zichtbaar waarom een vrijval als Gerealiseerde winst of als credit op Niet-gerealiseerde winst kan worden weergegeven zonder dat dit op zichzelf een ander economisch effect betekent.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (p. 69–73, 78–83, 99–102 en 230–232)

    CAFA2 8. Intercompany Journaaplosten.xlsx (Downstream toename, rij 42–51; Upstream toename, W&V-kolommen; Sidestream AB, rij 44–54)

    20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf (SchierGlas, p. 12–14)

    5.3Downstreamleveringen: toename en afname van voorraadwinst

    Bij downstream heeft de moeder de winst gemaakt en houdt de deelneming de goederen nog op voorraad. De moeder stelt volgens de syllabus haar evenredige deel van deze winst intracomptabel uit. Zij gebruikt daarvoor Overlopende passiva en de resultaatrekening voor niet-gerealiseerde of gerealiseerde winst, met een afzonderlijke belastingcorrectie. De post Deelneming is bij deze interne downstreamboeking niet de tegenrekening.

    Bij de daaropvolgende integrale consolidatie moet de volledige ongerealiseerde winst uit de eindvoorraad verdwijnen. Daarom wordt de reeds geboekte overlopende passiefpost teruggenomen en wordt het overige deel aanvullend ten laste van het geconsolideerde resultaat verwerkt. De minderheid in de koper draagt niet in de door de moeder gemaakte winst. Bij afnemende voorraadwinst draait de interne winstcorrectie om. De eindbalans blijft gebaseerd op de resterende winst, terwijl het resultaat alleen de vrijval gedurende het jaar bevat.

    De twee uitwerkingen hieronder gebruiken dezelfde relatie en dezelfde marge. Alleen de begin- en eindvoorraad zijn omgekeerd. Zo is te zien welke percentages gelijk blijven en welke boekingsrichtingen veranderen.

    Downstreamleveringen tegen nettovermogenswaarde

    Downstream · NVW

    M houdt 60% in de koper.

    Moeder MHier is de winst geboekt
    Goederen
    Kopende deelnemingHier ligt de voorraad

    Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting

    Al intern gecorrigeerd60%
    Voor derden0%
    Nog aanvullend voor meerderheid40%
    1. Hulpberekening: zeskoloms voorraadtabel vóór belasting.
    2. Stap 1: interne correctie via overlopende passiva en belasting.
    3. Stap 2: eindwinst uit voorraad; aanvullend beginwinst invoegen.
    4. Stap 3: omzet en winstmutatie in de W&V elimineren.
    5. Stap 4: netto aanvullende resultaatmutatie controleren.

    Bij 100% deelname is de volledige winst al intern gecorrigeerd; de kolom Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat is dan nihil. Bij een niet-100%-belang blijft een aanvullende consolidatiecorrectie nodig. Die wordt niet op derden afgewenteld, omdat de moeder de winst heeft gemaakt.

    Toename: 60%-belang, voorraad € 320.000 naar € 480.000

    Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 25% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 1.200.000.

    Ingevulde voorraadtabel: Downstream NVW
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%60%0%40%
    31-12-2024320.00064.00038.400n.v.t.25.600
    31-12-2025480.00096.00057.600n.v.t.38.400
    Toename160.00032.00019.200n.v.t.12.800

    Stap 1. Interne correctie in de administratie van M

    M: interne winstmutatie

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    9.. Niet-gerealiseerde winst op transacties met deelnemingen19.200
    1.. Overlopende passiva19.200

    M: belasting over de interne winstmutatie

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Voorziening belastingen (debetcorrectie)4.800
    9.. Belastinglast4.800

    Stap 2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overlopende passiva57.600
    Resultaat boekjaar28.800
    Voorziening belastingen9.600
    Voorraad bij koper96.000

    Geconsolideerde balans: aanvullende beginwinst invoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overige reserves19.200
    Resultaat boekjaar19.200

    Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

    W&V: doorgeleverd deel

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet1.040.000
    Kostprijs van de omzet1.040.000

    W&V: voorraadtoename

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet (voorraadtoename tegen onderlinge prijs)160.000
    Kostprijs van de omzet128.000
    Niet-gerealiseerde winst op transacties met deelnemingen19.200
    Resultaat na belastingen9.600
    Belastinglast (aanvullend)3.200

    Stap 4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Volledige winst uit de eindvoorraad96.000
    Reeds intern verwerkte resultaatmutatie-14.400
    Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat-9.600
    Mutatie aandeel derden0

    Syllabus Deel 3, §4.2.1 en §4.3.1, p. 64–73 en 85–94.

    Afname: dezelfde route, voorraad € 480.000 naar € 320.000

    Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 25% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 1.200.000.

    Ingevulde voorraadtabel: Downstream NVW
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%60%0%40%
    31-12-2024480.00096.00057.600n.v.t.38.400
    31-12-2025320.00064.00038.400n.v.t.25.600
    Afname-160.000-32.000-19.200n.v.t.-12.800

    Stap 1. Interne correctie in de administratie van M

    M: interne winstmutatie

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    9.. Gerealiseerde winst op transacties met deelnemingen19.200
    1.. Overlopende passiva19.200

    M: belasting over de interne winstmutatie

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Voorziening belastingen (debetcorrectie)4.800
    9.. Belastinglast4.800

    Stap 2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overlopende passiva38.400
    Resultaat boekjaar19.200
    Voorziening belastingen6.400
    Voorraad bij koper64.000

    Geconsolideerde balans: aanvullende beginwinst invoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overige reserves28.800
    Resultaat boekjaar28.800

    Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

    W&V: onderlinge omzet

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet1.200.000
    Kostprijs van de omzet1.200.000

    W&V: vrijval van ongerealiseerde winst

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Kostprijs van de omzet32.000
    Gerealiseerde winst op transacties met deelnemingen19.200
    Resultaat na belastingen9.600
    Belastinglast (aanvullend)3.200

    Stap 4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Volledige winst uit de eindvoorraad64.000
    Reeds intern verwerkte resultaatmutatie14.400
    Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat9.600
    Mutatie aandeel derden0

    Syllabus Deel 3, §4.2.1 en §4.3.1, p. 64–73 en 85–94.

    Bij downstream heeft de moeder zelf de marge gemaakt. Het volgens de cursus intracomptabel uitgestelde deel en de aanvullende consolidatiecorrectie moeten samen de volledige nog interne winst verwijderen; de minderheid in de koper heeft die verkoopwinst niet verdiend. De accountant kan hiermee verklaren waarom een belang onder 100% niet automatisch tot een correctie ten laste van derden leidt.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§4.2.1 en §4.3.1, p. 64–73 en 85–94)

    CAFA2 8. Intercompany Journaaplosten.xlsx (Downstream toename en Downstream afname)

    20240422 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (consolidatie NVW, p. 9–12)

    5.4Upstreamleveringen: toename en afname van voorraadwinst

    Bij upstream heeft de deelneming de interne winst gemaakt en liggen de goederen bij de moeder. De gewone NVW-resultaatboeking zou daardoor ook het moederdeel in deze nog ongerealiseerde dochterwinst meenemen. Daarom corrigeert de moeder Resultaat deelneming tegenover Deelneming in de verkoper. In de behandelde methode betreft deze correctie het moederdeel van de winstmutatie na belasting.

    Het overige deel behoort bij de minderheid in de verkopende deelneming. Bij consolidatie wordt daarom Belang derden op de balans en Aandeel derden in het resultaat gecorrigeerd. De volledige eindwinst gaat uit de voorraad. De basiseliminatie van de deelneming en de afzonderlijke IC-post moeten samen het werkelijk geboekte deelnemingsbedrag verwijderen. Dat verklaart waarom een tussenboeking niet afzonderlijk kan worden beoordeeld zonder te weten welke basiseliminatie eraan voorafging.

    Bij een vrijval neemt het intern gecorrigeerde resultaat deelneming toe. Het moederdeel en derdenpercentage blijven gelijk; de voorraadmutatie bepaalt de richting. Anders dan bij downstream met een minder dan 100%-belang resteert in deze NVW-verdeling geen aanvullend meerderheidsdeel naast de interne correctie.

    Upstreamleveringen tegen nettovermogenswaarde

    Upstream · NVW

    M houdt 75% in de verkoper.

    Verkopende deelnemingHier is de winst geboekt
    Goederen
    Moeder MHier ligt de voorraad

    Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting

    Al intern gecorrigeerd75%
    Voor derden25%
    Nog aanvullend voor meerderheid0%

    Voor de interne boeking wordt de winstmutatie gebruikt. Voor de eindwaarde van de deelneming en de geconsolideerde voorraad is de resterende eindwinst bepalend. Bij een 100%-deelneming vervalt het derdenaandeel; bij een niet-100%-deelneming blijft dat zichtbaar in balans en W&V. De combinatie van basiseliminatie en goederenpost moet aansluiten op de werkelijk geboekte deelneming.

    Toename: 75%-belang en marge 25% in verkoopprijs

    Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 25% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 25% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 1.200.000.

    Ingevulde voorraadtabel: Upstream NVW
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%75%25%0%
    31-12-2024160.00040.00030.00010.000n.v.t.
    31-12-2025240.00060.00045.00015.000n.v.t.
    Toename80.00020.00015.0005.000n.v.t.

    Stap 1. Interne correctie in de administratie van M

    M: correctie op de verkopende deelneming

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    9.. Resultaat deelneming verkoper11.250
    0.. Deelneming verkoper11.250

    Stap 2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Deelneming verkoper33.750
    Voorziening belastingen (debetcorrectie)11.250
    Belang derden11.250
    Voorziening belastingen (derden)3.750
    Voorraad bij koper60.000

    Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

    W&V: doorgeleverd deel

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet1.120.000
    Kostprijs van de omzet1.120.000

    W&V: voorraadtoename

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet (voorraadtoename tegen onderlinge prijs)80.000
    Kostprijs van de omzet60.000
    Resultaat na belastingen verkoper (aansluiting basiseliminatie)11.250
    Belastinglast (intern aansluitingsdeel)3.750
    Aandeel derden3.750
    Belastinglast (derden)1.250

    Stap 4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Volledige winst uit de eindvoorraad60.000
    Reeds intern verwerkte resultaatmutatie-11.250
    Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat0
    Mutatie aandeel derden-3.750

    Syllabus Deel 3, §4.2.2 en §4.3.2, p. 74–84 en 95–103.

    Afname: upstreamwinst komt vrij

    Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 25% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 25% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 1.200.000.

    Ingevulde voorraadtabel: Upstream NVW
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%75%25%0%
    31-12-2024240.00060.00045.00015.000n.v.t.
    31-12-2025160.00040.00030.00010.000n.v.t.
    Afname-80.000-20.000-15.000-5.000n.v.t.

    Stap 1. Interne correctie in de administratie van M

    M: correctie op de verkopende deelneming

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    9.. Resultaat deelneming verkoper11.250
    0.. Deelneming verkoper11.250

    Stap 2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Deelneming verkoper22.500
    Voorziening belastingen (debetcorrectie)7.500
    Belang derden7.500
    Voorziening belastingen (derden)2.500
    Voorraad bij koper40.000

    Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

    W&V: onderlinge omzet

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet1.200.000
    Kostprijs van de omzet1.200.000

    W&V: vrijval van ongerealiseerde winst

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Kostprijs van de omzet20.000
    Resultaat na belastingen verkoper (aansluiting basiseliminatie)11.250
    Belastinglast (intern aansluitingsdeel)3.750
    Aandeel derden3.750
    Belastinglast (derden)1.250

    Stap 4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Volledige winst uit de eindvoorraad40.000
    Reeds intern verwerkte resultaatmutatie11.250
    Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat0
    Mutatie aandeel derden3.750

    Syllabus Deel 3, §4.2.2 en §4.3.2, p. 74–84 en 95–103.

    Bij upstream ontstaat de marge bij de verkopende dochter. Een correctie op haar resultaat werkt via NVW door in Resultaat deelneming en Deelneming bij de moeder; het resterende deel behoort tot de minderheid in diezelfde verkoper. Hiermee controleert de accountant zowel de waardering van de voorraad als de juiste toerekening van de winst aan aandeelhouders.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§4.2.2 en §4.3.2, p. 74–84 en 95–103)

    CAFA2 8. Intercompany Journaaplosten.xlsx (Upstream toename en Upstream Afname)

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Kisjes, p. 10–12)

    Consolideren · Hoofdstuk 6

    Consolidatie: verkrijgingsprijs

    Dit heb je nodig

    Voorkennis: dit begrijp je al vóór je begint.

    • Je weet bij verkrijgingsprijs wat er wel en niet met de boekwaarde gebeurt en hoe regulier dividend in de enkelvoudige jaarrekening wordt verwerkt.
    • Je begrijpt het consolidatieproces, de begrippen eigen vermogen en resultaat en het onderscheid tussen het aandeel van de moeder en dat van derden.
    • Je kunt een afschrijving, een voorraadwinst en een mutatie tussen twee balansdata berekenen. NVW-boekingen mag je niet automatisch overnemen; het verschil wordt hier uitgelegd.

    Dit ga je leren

    Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 3, §5–6, p. 104–185; art. 2:405, 2:411 lid 2 en 2:413 BW.

    Een deelneming tegen verkrijgingsprijs staat in de vennootschappelijke balans van de moeder niet automatisch voor haar aandeel in het actuele dochtervermogen. De winst van de dochter is ook niet als Resultaat deelneming bijgeboekt. De consolidatie moet daarom teruggrijpen op het verwervingsmoment en de sindsdien ontstane vermogens- en resultaatontwikkeling afzonderlijk verwerken.

    Het doel van de consolidatie verandert niet: dezelfde onderliggende groep wordt weergegeven. Wel zijn andere eliminatieposten nodig omdat de uitgangscijfers anders zijn. De oorspronkelijke goodwill zit in de deelnemingsprijs, regulier dividend kan al als opbrengst zijn geboekt en een interne NVW-correctie op voorraadwinst ontbreekt. Dit hoofdstuk werkt die verschillen achtereenvolgens uit.

    6.1Verwerving, goodwill en belang van derden

    De kapitaaleliminatie van het moederdeel begint bij de vermogenssamenstelling op het verkrijgingsmoment. De koopsom wordt daartegenover verwijderd en de oorspronkelijke goodwill wordt afzonderlijk zichtbaar. Is daarna meegekocht dividend op de deelneming afgeboekt, dan moet de betreffende verkrijgingsbasis daarmee aansluiten. De goodwill wordt niet als willekeurige sluitpost verlaagd om een aansluitingsverschil weg te werken.

    Het belang van derden volgt daarentegen het vermogen op de consolidatiedatum. Dat vermogen bevat ook de sinds verwerving behaalde resultaten. Voor goodwill moet vervolgens onderscheid worden gemaakt tussen de cumulatieve afschrijving op de balans en de jaarafschrijving in de winst-en-verliesrekening. Afschrijving uit eerdere jaren raakt in de balanseliminatie de reserves; alleen de lopende jaarlast hoort bij het resultaat van dit boekjaar.

    Een bij de moeder opgenomen reguliere dividendopbrengst wordt uit de geconsolideerde winst-en-verliesrekening geëlimineerd, omdat de dochterresultaten daar al volledig worden opgenomen. Bij meerdere verwervingsmomenten blijven de aankooplagen gescheiden totdat iedere laag aansluit. De opeenvolgende eliminaties hieronder vormen daarom samen de basisuitwerking en zijn geen los van elkaar te kiezen alternatieven.

    Integrale consolidatie tegen verkrijgingsprijs

    1. Elimineer het moederdeel op de verkrijgingsbasis.
    2. Presenteer belang derden op de einddatum.
    3. Activeer en volg de afzonderlijke consolidatiegoodwill.
    4. Elimineer regulier dividend in de W&V en verdeel het dochterresultaat.
    OnderdeelMoment/basis
    Moederdeel kapitaaleliminatieEigen vermogen bij verkrijging, gecorrigeerd voor de in de casus meegekochte uitkeringen en latere relevante veranderingen.
    Belang derdenAandeel in het eigen vermogen op consolidatiedatum.
    GoodwillbalansOorspronkelijke goodwill minus cumulatieve afschrijving.
    GoodwilllastAlleen de afschrijving van het lopende boekjaar.
    DividendopbrengstHet bedrag dat de moeder als regulier dividend heeft geboekt.
    Aandeel derdenMinderheidsaandeel in het resultaat, daarna aangepast voor toepasselijke IC-mutaties.
    Haven houdt 75% van Duin: volledige basisset

    Verkrijging op 1 januari 2023: prijs € 735.000, goodwill € 90.000, eigen vermogen € 860.000 bestaande uit kapitaal € 200.000, agio € 60.000 en overige reserves € 600.000. In 2023 is € 40.000 meegekocht dividend uitgekeerd, waarvan Haven € 30.000 op de deelneming heeft afgeboekt. Eind 2024 heeft Duin kapitaal € 200.000, agio € 60.000, reserves € 720.000 en resultaat € 160.000. Goodwill wordt in vijf jaar afgeschreven. Haven heeft in 2024 € 36.000 regulier dividend verantwoord.

    Balans: moederdeel verkrijging

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Aandelenkapitaal Duin150.000
    Agio Duin45.000
    Overige reserves Duin420.000
    Goodwill90.000
    Aan Deelneming Duin705.000

    Balans: belang derden einddatum

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Aandelenkapitaal Duin50.000
    Agio Duin15.000
    Overige reserves Duin180.000
    Resultaat boekjaar Duin40.000
    Aan Belang derden285.000

    Balans: twee jaren goodwillafschrijving

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overige reserves18.000
    Resultaat boekjaar18.000
    Aan Goodwill36.000

    W&V: regulier dividend

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Opbrengst deelneming Duin36.000
    Aan Resultaat na belastingen36.000

    W&V: aandeel derden

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Aandeel derden40.000
    Aan Resultaat na belastingen40.000

    W&V: afschrijving lopend jaar

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Afschrijvingskosten goodwill18.000
    Aan Resultaat na belastingen18.000

    Controle goodwill: € 90.000 − € 36.000 = € 54.000. Het ontvangen meegekochte dividend verlaagt de aankoopreserves en de deelneming, niet de oorspronkelijke goodwill.

    Het 100%-geval als afzonderlijke controle

    Bij 100% vervallen de regels voor belang derden en aandeel derden. Stel dat de moeder € 12.000.000 betaalt voor alle aandelen in een dochter met een eigen vermogen van € 10.000.000 bij verwerving. De goodwill bedraagt dan € 2.000.000. De gebruiksduur is tien jaar, zodat de jaarlijkse afschrijving € 200.000 bedraagt. In het eerste volledige jaar maakt de dochter € 5.000.000 winst; de moeder heeft geen overige resultaatposten en ontvangt geen dividend.

    Stap 1 — bepaal de goodwill

    Verkrijgingsprijs € 12.000.000 − aandeel in het eigen vermogen bij verwerving € 10.000.000 = goodwill € 2.000.000.

    Balans: verwerving

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Eigen vermogen dochter bij verwerving10.000.000
    Goodwill2.000.000
    Aan Deelneming12.000.000
    Stap 2 — schrijf de goodwill af

    € 2.000.000 ÷ 10 jaar = € 200.000 per jaar. De resterende goodwill na het eerste volledige jaar is dus € 1.800.000.

    Balans: goodwillafschrijving eerste jaar

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Resultaat boekjaar200.000
    Aan Goodwill200.000

    W&V: goodwillafschrijving eerste jaar

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Afschrijvingskosten goodwill200.000
    Aan Resultaat na belastingen200.000
    Stap 3 — sluit het groepsresultaat aan

    Winst dochter € 5.000.000 − goodwillafschrijving € 200.000 = geconsolideerde jaarwinst € 4.800.000. Omdat het belang 100% is, is er geen aandeel derden. Als de volledige winst wordt ingehouden, groeit het eigen vermogen van de dochter van € 10.000.000 naar € 15.000.000; die latere winstgroei blijft in de geconsolideerde vermogensontwikkeling zichtbaar.

    Controle: elimineer bij consolidatie de verkrijgingsbasis, niet blind het volledige latere eigen vermogen van € 15.000.000 tegenover de onveranderde deelnemingspost van € 12.000.000. Anders zou de na verwerving verdiende winst ten onrechte verdwijnen.

    Bij verkrijgingsprijs wordt het resultaat van de dochter niet jaarlijks via de deelnemingsrekening gevolgd. De consolidatie moet de nog ontbrekende vermogens- en resultaateffecten daarom zelf zichtbaar maken, inclusief goodwill en na verwerving behaalde resultaten. De accountant voorkomt hiermee dat een verschil tussen aankoopprijs en eindvermogen zonder analyse als goodwill of als jaarresultaat wordt geboekt.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§5.1 en §6.1, p. 104–111 en 143–152)

    Slides College 8 2025 CAFA2 [copyright Nyenrode Business Universiteit] 4. Consolidatie HK.pptx (dia 3 en 7–10)

    20240930 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Hoza, p. 12–14)

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Orvelde, p. 13–15)

    20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf (SchierGlas, p. 12–14)

    Slides College 8 2025 CAFA2 [copyright Nyenrode Business Universiteit] 4. Consolidatie HK.pptx (dia 5–6: 100%-deelneming met goodwill)

    6.2Downstream- en upstreamleveringen bij verkrijgingsprijs

    Bij verkrijgingsprijs wordt volgens de behandelde IC-methodiek geen intracomptabele correctie gemaakt zoals bij NVW. Dat betekent niet dat de ongerealiseerde winst in de groep mag blijven staan. De correctie wordt volledig bij de consolidatie aangebracht. Het ontbrekende interne deel is precies het verschil waarmee rekening moet worden gehouden wanneer een NVW-uitwerking met een verkrijgingsprijsuitwerking wordt vergeleken.

    Bij downstream is de moeder de winstmaker. De volledige winstcorrectie komt daarom ten laste van het geconsolideerde meerderheidsresultaat, ook als zij minder dan 100% van de koper houdt. Bij upstream is de dochter de winstmaker. Haar ongerealiseerde winst wordt dan verdeeld over het moederdeel en de minderheid in de verkoper. In beide gevallen gaat de volledige winst vóór belasting uit de voorraad; de belastingcorrectie en toerekening worden daarnaast verwerkt.

    Ook hier blijft het onderscheid tussen stand en mutatie beslissend. De balanseliminatie verwijdert de eindwinst. Waar de methode dat vereist, wordt het netto moederdeel uit de beginvoorraad vanuit de reserves in het resultaat boekjaar ingevoegd. Daardoor sluit het jaareffect aan op de toename of afname in de tabel, en niet ten onrechte op de gehele winst die op de eindbalans nog aanwezig is.

    Downstreamleveringen tegen verkrijgingsprijs

    Downstream · HK

    M houdt 75% in de koper.

    Moeder MHier is de winst geboekt
    Goederen
    Kopende deelnemingHier ligt de voorraad

    Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting

    Al intern gecorrigeerd0%
    Voor derden0%
    Nog aanvullend voor meerderheid100%
    Toename: HK, voorraad € 180.000 naar € 240.000

    Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 20% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.

    Ingevulde voorraadtabel: Downstream HK
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%0%0%100%
    31-12-2024180.00036.000n.v.t.n.v.t.36.000
    31-12-2025240.00048.000n.v.t.n.v.t.48.000
    Toename60.00012.000n.v.t.n.v.t.12.000

    Stap 1. Interne correctie in de administratie van M

    Geen interne IC-winstboeking bij deze grondslag of geen winstmutatie.

    Stap 2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Resultaat boekjaar38.400
    Voorziening belastingen9.600
    Voorraad bij koper48.000

    Geconsolideerde balans: aanvullende beginwinst invoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overige reserves28.800
    Resultaat boekjaar28.800

    Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

    W&V: doorgeleverd deel

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet840.000
    Kostprijs van de omzet840.000

    W&V: voorraadtoename

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet (voorraadtoename tegen onderlinge prijs)60.000
    Kostprijs van de omzet48.000
    Resultaat na belastingen9.600
    Belastinglast (aanvullend)2.400

    Stap 4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Volledige winst uit de eindvoorraad48.000
    Reeds intern verwerkte resultaatmutatie0
    Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat-9.600
    Mutatie aandeel derden0

    Syllabus Deel 3, §6.2.1 en §6.3.1, p. 153–158 en 166–175.

    Afname: HK, voorraad € 240.000 naar € 180.000

    Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 20% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.

    Ingevulde voorraadtabel: Downstream HK
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%0%0%100%
    31-12-2024240.00048.000n.v.t.n.v.t.48.000
    31-12-2025180.00036.000n.v.t.n.v.t.36.000
    Afname-60.000-12.000n.v.t.n.v.t.-12.000

    Stap 1. Interne correctie in de administratie van M

    Geen interne IC-winstboeking bij deze grondslag of geen winstmutatie.

    Stap 2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Resultaat boekjaar28.800
    Voorziening belastingen7.200
    Voorraad bij koper36.000

    Geconsolideerde balans: aanvullende beginwinst invoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overige reserves38.400
    Resultaat boekjaar38.400

    Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

    W&V: onderlinge omzet

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet900.000
    Kostprijs van de omzet900.000

    W&V: vrijval van ongerealiseerde winst

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Kostprijs van de omzet12.000
    Resultaat na belastingen9.600
    Belastinglast (aanvullend)2.400

    Stap 4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Volledige winst uit de eindvoorraad36.000
    Reeds intern verwerkte resultaatmutatie0
    Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat9.600
    Mutatie aandeel derden0

    Syllabus Deel 3, §6.2.1 en §6.3.1, p. 153–158 en 166–175.

    Ook zonder een interne NVW-correctie is de winst op een levering binnen de groep nog niet tegenover een buitenstaander gerealiseerd. Bij verkrijgingsprijs verschuift de volledige correctie naar de consolidatie; zij verdwijnt niet. Het onderscheid met NVW betreft dus vooral de plaats waar de correctie wordt verwerkt, niet de groepswaarde van dezelfde voorraad.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§6.2.1 en §6.3.1, p. 153–158 en 166–175)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 3a - uitwerking opgaven consolidatie owp.pdf (Boit, p. 69–71)

    20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf (SchierGlas, p. 12–14)

    Upstreamleveringen tegen verkrijgingsprijs

    Upstream · HK

    M houdt 75% in de verkoper.

    Verkopende deelnemingHier is de winst geboekt
    Goederen
    Moeder MHier ligt de voorraad

    Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting

    Al intern gecorrigeerd0%
    Voor derden25%
    Nog aanvullend voor meerderheid75%
    Afname: 75%-verkoper, opslag 25% op kostprijs = marge 20% in verkoopprijs

    Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 20% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.

    Ingevulde voorraadtabel: Upstream HK
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%0%25%75%
    31-12-2024300.00060.000n.v.t.15.00045.000
    31-12-2025240.00048.000n.v.t.12.00036.000
    Afname-60.000-12.000n.v.t.-3.000-9.000

    Stap 1. Interne correctie in de administratie van M

    Geen interne IC-winstboeking bij deze grondslag of geen winstmutatie.

    Stap 2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Belang derden9.600
    Voorziening belastingen (derden)2.400
    Resultaat boekjaar28.800
    Voorziening belastingen7.200
    Voorraad bij koper48.000

    Geconsolideerde balans: aanvullende beginwinst invoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overige reserves36.000
    Resultaat boekjaar36.000

    Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

    W&V: onderlinge omzet

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet900.000
    Kostprijs van de omzet900.000

    W&V: vrijval van ongerealiseerde winst

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Kostprijs van de omzet12.000
    Aandeel derden2.400
    Belastinglast (derden)600
    Resultaat na belastingen7.200
    Belastinglast (aanvullend)1.800

    Stap 4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Volledige winst uit de eindvoorraad48.000
    Reeds intern verwerkte resultaatmutatie0
    Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat7.200
    Mutatie aandeel derden2.400

    Syllabus Deel 3, §6.2.2 en §6.3.2, p. 159–165 en 176–185.

    Toename: dezelfde upstream-HK-verdeling

    Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 20% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.

    Ingevulde voorraadtabel: Upstream HK
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%0%25%75%
    31-12-2024240.00048.000n.v.t.12.00036.000
    31-12-2025300.00060.000n.v.t.15.00045.000
    Toename60.00012.000n.v.t.3.0009.000

    Stap 1. Interne correctie in de administratie van M

    Geen interne IC-winstboeking bij deze grondslag of geen winstmutatie.

    Stap 2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Belang derden12.000
    Voorziening belastingen (derden)3.000
    Resultaat boekjaar36.000
    Voorziening belastingen9.000
    Voorraad bij koper60.000

    Geconsolideerde balans: aanvullende beginwinst invoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overige reserves28.800
    Resultaat boekjaar28.800

    Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

    W&V: doorgeleverd deel

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet840.000
    Kostprijs van de omzet840.000

    W&V: voorraadtoename

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet (voorraadtoename tegen onderlinge prijs)60.000
    Kostprijs van de omzet48.000
    Aandeel derden2.400
    Belastinglast (derden)600
    Resultaat na belastingen7.200
    Belastinglast (aanvullend)1.800

    Stap 4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Volledige winst uit de eindvoorraad60.000
    Reeds intern verwerkte resultaatmutatie0
    Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat-7.200
    Mutatie aandeel derden-2.400

    Syllabus Deel 3, §6.2.2 en §6.3.2, p. 159–165 en 176–185.

    Bij verkrijgingsprijs is geen moederdeel via de deelnemingsrekening uitgesteld. De volledige upstreamwinst wordt daarom extracomptabel verwijderd, maar de toerekening blijft volgen wie aandeelhouder is van de verkoper. Voor de accountant verklaart deze verdeling waarom dezelfde voorraadcorrectie verschillende effecten heeft op meerderheidsresultaat en belang derden.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§6.2.2 en §6.3.2, p. 159–165 en 176–185)

    Slides College 8 2025 CAFA2 [copyright Nyenrode Business Universiteit] 6. Upstream NVW HK.pptx (dia 3–13)

    20240930 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Hoza, p. 12–14)

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Orvelde, p. 13–15)

    6.3Aansluiting van voorraad en geconsolideerd resultaat

    De uitwerking is pas afgerond wanneer de losse eliminaties op de uiteindelijke jaarrekening aansluiten. De geconsolideerde voorraad wordt gecontroleerd door de volledige eindvoorraden op te tellen en de nog ongerealiseerde eindwinsten vóór belasting te verwijderen. Het deelnemingspercentage beperkt deze voorraadcorrectie bij integrale consolidatie niet.

    Voor het aan de moeder toekomende resultaat wordt bij verkrijgingsprijs het moederresultaat aangevuld met de relevante winstaandelen van de dochters. Reeds geboekte reguliere dividenden worden verwijderd en de goodwilljaarafschrijving wordt verwerkt. Daarna worden de nog ontbrekende netto IC-winstmutaties toegevoegd of afgetrokken. Bereken het aandeel derden afzonderlijk vanuit de resultaten van de verkopende dochters en hun betreffende IC-mutaties.

    Bij NVW moet steeds worden nagegaan welke van deze effecten al in het moederresultaat zitten. Een nogmaals afgetrokken interne correctie zou de winst dubbel verminderen. De eindcontrole verbindt daarom de hele samenvatting: gekozen grondslag, interne boekingen, consolidatieposten en resultaattoerekening moeten op één uitkomst aansluiten.

    Geconsolideerde voorraad en resultaat

    ControleNVWHK
    Voorraad integraalSom eindvoorraden minus volledige interne eindwinsten vóór belasting.Dezelfde groepsvoorraadcontrole; geen interne correctie veronderstellen.
    MeerderheidsresultaatBegin bij het moederresultaat en bepaal welke correcties daarin al zitten; voeg alleen nog ontbrekende groepscorrecties toe.Moederresultaat + winstaandelen dochters − geboekte reguliere dividenden − jaarafschrijving goodwill +/− relevante netto IC-mutaties.
    Aandeel derdenGewone minderheidswinst corrigeren voor netto winstmutaties bij de betrokken verkopende dochters.Hetzelfde economische toerekeningsprincipe, maar andere voorafgaande boekingen.
    Balans versus W&VEindwinst bepaalt de voorraadcorrectie; mutatie bepaalt het jaarresultaat.Eindwinst uitvoeren en aanvullende beginwinst invoegen houden de jaarresultaatcorrectie zuiver.
    HK-eindcasus: Moer, Delta en Eko
    GegevenDelta → Moer (upstream)Moer → Eko (downstream)
    Moederbelang80% in Delta70% in Eko
    Winst beginvoorraad50.00080.000
    Winst eindvoorraad70.00060.000
    Mutatie winst20.000-20.000
    Winstbelasting20%20%

    Eindvoorraden: Moer € 410.000, Delta € 260.000 en Eko € 390.000. Resultaten na belasting: Moer € 500.000, Delta € 200.000 en Eko € 180.000. Moers resultaat bevat ontvangen reguliere dividenden van 80% × € 60.000 en 70% × € 40.000. Goodwilljaarafschrijving: € 12.000 en € 18.000, zonder belastingeffect.

    Aansluiting meerderheidsresultaatBedrag (€)
    Moer + aandelen in dochterwinsten786.000
    Dividendopbrengsten verwijderen-76.000
    Goodwilljaarafschrijving-30.000
    Upstreamtoename: −80% × 20.000 × 80%-12.800
    Downstreamvrijval: +20.000 × 80%16.000
    Meerderheidsresultaat683.200

    Aandeel derden: 20% × (€ 200.000 − € 20.000 × 80%) + 30% × € 180.000 = € 90.800. Groepsresultaat vóór winsttoerekening: € 683.200 + € 90.800 = € 774.000. Geconsolideerde voorraad: € 1.060.000 − € 70.000 − € 60.000 = € 930.000.

    De eindcontrole verbindt de afzonderlijke boekingen met het beoogde beeld van de hele groep. Een correct totaal is onvoldoende wanneer een winstdeel bij de verkeerde aandeelhouders terechtkomt of een intern effect dubbel is meegenomen. De accountant toetst daarmee niet alleen rekenkundige sluiting, maar ook de samenhang van grondslag, resultaattoerekening en balanswaardering.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§4–6 en §8.1; controles bij de betrokken voorbeelden)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 3a - uitwerking opgaven consolidatie owp.pdf (Boit, p. 69–71)

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Kisjes en Orvelde, p. 10–15)

    20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf (Oldemarcke en SchierGlas, p. 9–14)

    Consolideren · Hoofdstuk 7

    Proportioneel en capita selecta

    Dit heb je nodig

    Voorkennis: dit begrijp je al vóór je begint.

    • Je kunt de basisboekingen voor NVW-consolidatie en consolidatie bij verkrijgingsprijs volgen en weet in welke jaarrekening elke boeking thuishoort.
    • Je begrijpt dat interne winst pas gerealiseerd is wanneer de groep tegenover derden presteert en dat voorraadwinst op een balansdatum iets anders is dan de resultaatmutatie in een jaar.
    • Je kunt afzonderlijke aandelen van moeder en derden berekenen en de boekwaarde en jaarlijkse afschrijving van een materieel vast actief bepalen.

    Dit ga je leren

    Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 3, §7–8, p. 186–248; art. 2:409 BW.

    De laatste onderdelen bouwen voort op het consolidatieproces. Bij proportionele consolidatie verandert de omvang waarin de gegevens worden opgenomen. Bij sidestream verandert de relatie tussen de winstmaker en de voorraadkoper. Bij de interne levering van een materieel vast actief verandert vooral het moment waarop de uitgestelde winst wordt gerealiseerd.

    Deze onderwerpen vragen dus niet om drie geheel losstaande methoden. Begin telkens bij opnameomvang, waardering en goederenrichting. Bepaal vervolgens waar de ongerealiseerde winst zich bevindt, welk gedeelte intern is gecorrigeerd en hoe de winst later vrijvalt. De uitwerkingen sluiten aan op de begrippen, voorraadtabel en gescheiden balans- en resultaateliminaties uit de voorafgaande hoofdstukken.

    7.1Proportionele consolidatiemethode

    Bij integrale consolidatie worden de volledige gegevens van de groepsmaatschappij opgenomen. Bij proportionele consolidatie gebeurt dat naar rato van het gehouden belang. Daardoor wordt het buiten die opname gebleven gedeelte niet alsnog als Belang derden of Aandeel derden gepresenteerd. Het onderscheid werkt ook door in de eliminatie van onderlinge vorderingen, schulden, baten en lasten: alleen het in de combinatie opgenomen deel kan worden geëlimineerd.

    De casus Meppelt maakt dit zichtbaar. Bij een 50%-opname is van een onderlinge schuld van € 200.000 slechts € 100.000 in de gecombineerde cijfers aanwezig. Tegenover de vordering van de moeder wordt dus € 100.000 verwijderd; het restant verdwijnt niet met een integrale eliminatie van € 200.000. Dezelfde gedachte geldt voor de opgenomen managementfee en voor de in de syllabus uitgewerkte goederenstromen.

    Voor toepassing wordt niet uitsluitend naar een 50/50-aandelenverhouding gekeken. De gezamenlijke zeggenschap krachtens de samenwerkingsregeling en het in artikel 2:409 bedoelde inzicht moeten worden beoordeeld. De keuze van de consolidatiemethode gaat dus vooraf aan het toepassen van de percentages in een eliminatieboeking.

    Proportionele consolidatie

    OnderdeelWerkwijze
    VoorwaardenGezamenlijke uitoefening van de relevante rechten krachtens een regeling tot samenwerking en voldoen aan het wettelijke inzicht, art. 2:409 BW.
    OpnameActiva, verplichtingen, baten en lasten naar het gehouden belang opnemen.
    Deelneming en vermogenHet opgenomen evenredige vermogen tegenover de deelneming elimineren.
    DerdenGeen aparte derdenpost voor het niet in de cijfers opgenomen deel.
    Interne relatiesElimineren voor zover die in de combinatie zijn opgenomen; het niet-geconsolideerde deel kan blijven staan.
    Keuze volgens het bronmateriaalWaar art. 2:409 toepassing toestaat, behandelen de uitwerkingen zowel proportionele opname als verwerking als deelneming in de geconsolideerde jaarrekening.
    Meppelt en Oogveen: 50% proportioneel

    Meppelt heeft een vordering van € 200.000 op Oogveen; Oogveen een schuld van € 200.000 aan Meppelt. Slechts 50% van Oogveens schuld is in de consolidatiestaat opgenomen. De eliminatie bedraagt daarom € 100.000; de resterende vordering € 100.000 verdwijnt niet. Een managementfee van totaal € 60.000 wordt voor € 30.000 tegen de opgenomen kosten geëlimineerd.

    Rekening-courant

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Rekening-courantschuld Oogveen100.000
    Aan Rekening-courantvordering Meppelt100.000

    Managementfee

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Opbrengst managementfee30.000
    Aan Managementkosten30.000

    Voorraadwinst bij proportionele opname

    De integrale regel “100% winst uit de voorraad” mag niet zonder aanpassing naar proportionele consolidatie worden gekopieerd. De syllabus elimineert binnen de evenredig opgenomen relatie het betrokken aandeel. Bij 50% en een relevante winst van € 40.000 is dat € 20.000. Er is geen aanvullende derdenpost voor de buiten de consolidatie gebleven helft. Volg de exacte richting en opgenomen bedragen uit de opgave.

    Bij proportionele consolidatie wordt slechts het overeengekomen deel van de cijfers opgenomen. Een volledige interne eliminatie zou dan ook bedragen verwijderen waarvan de corresponderende tegenpost helemaal niet in de gecombineerde cijfers zit. De accountant kan zo uitleggen waarom proportionele consolidatie en verwerking als deelneming een andere presentatie geven zonder dat een niet-opgenomen helft alsnog als belang derden wordt toegevoegd.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§11.4, p. 36–37; art. 2:409 BW)

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§7, p. 186–213)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 3a - uitwerking opgaven consolidatie owp.pdf (Meppelt, p. 6–7; Runa, Mestlin en Mussel, p. 72–82)

    20240930 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (vraag 7–8, p. 6)

    7.2Sidestream: niet-afnemend en afnemend belang

    Bij sidestream boekt een deelneming de winst en houdt een andere deelneming de goederen op voorraad. Teken de goederenpijl en zet het moederbelang bij de verkoper en de koper. Niet-afnemend of afnemend belang beschrijft deze vergelijking langs de pijl; het zegt niet dat gedurende het boekjaar aandelen worden gekocht of verkocht. De toename of afname van de voorraadwinst wordt daarna afzonderlijk bepaald.

    Bij niet-afnemend belang volgt de interne NVW-correctie het belang in de verkoper. De overige winst behoort bij de minderheid in diezelfde verkoper. Bij afnemend belang volgt het interne percentage het lagere belang in de koper, maar de deelnemingsrekening waarop de moeder corrigeert blijft die van de verkoper: daar is immers het resultaat ontstaan. Het minderheidspercentage volgt eveneens de verkoper. Het verschil tussen verkopers- en kopersbelang vormt het aanvullende deel voor het geconsolideerde meerderheidsresultaat.

    Bij 90% in de verkoper en 70% in de koper wordt de winst vóór belasting zo verdeeld in 70% intern, 10% derden en 20% aanvullende resultaateliminatie. Deze percentages worden op beginstand, eindstand en mutatie toegepast. Het gebruik van de tabel voorkomt dat het 30%-minderheidsbelang in de koper ten onrechte als derdenpercentage van de door de verkoper gemaakte winst wordt gebruikt.

    Sidestreamleveringen

    Verkoper → koperNaamInterne correctie bij NVW
    M houdt 70% → M houdt 90%Niet-afnemend belang.70%: het belang in de verkoper.
    M houdt 90% → M houdt 70%Afnemend belang.70%: het lagere belang in de koper, op de deelnemingsrekening van de verkoper.
    M houdt 80% → M houdt 80%Niet-afnemend / gelijk belang.80%; geen aanvullende correctie op het geconsolideerde resultaat.

    “Afnemend belang” betekent hier niet dat M gedurende het jaar aandelen verkoopt. Het vergelijkt de moederbelangen in de verkoper en de koper. Binnen beide typen kan de voorraad vervolgens toenemen of afnemen. De interne correctie wordt in de moederadministratie op de verkopende deelneming verwerkt, omdat daar de winst is ontstaan.

    Bij sidestream zijn zowel verkoper als koper deelnemingen. De winst komt echter maar bij één van hen tot stand. Daarom blijft de correctie van Resultaat deelneming gekoppeld aan de verkoper, ook wanneer het koperbelang het percentage van de interne correctie begrenst. Voor de accountant voorkomt dit dat de juiste rekensom op de verkeerde deelnemingsrekening wordt geboekt.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§8.1, p. 214–238)

    CAFA2 8. Intercompany Journaaplosten.xlsx (Sidestream AB en Sidestream NAB; let op de feitelijke percentages, niet uitsluitend de tekstlabels)

    20230411 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Bruggeman, p. 6–7)

    Sidestream niet-afnemend belang

    Sidestream niet-afnemend belang · NVW

    M houdt 70% in de verkoper en 90% in de koper.

    Verkopende deelnemingHier is de winst geboekt
    Goederen
    Kopende deelnemingHier ligt de voorraad

    Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting

    Al intern gecorrigeerd70%
    Voor derden30%
    Nog aanvullend voor meerderheid0%
    70%-verkoper naar 90%-koper: voorraadtoename

    Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 25% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.

    Ingevulde voorraadtabel: Sidestream niet-afnemend belang NVW
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%70%30%0%
    31-12-2024200.00040.00028.00012.000n.v.t.
    31-12-2025260.00052.00036.40015.600n.v.t.
    Toename60.00012.0008.4003.600n.v.t.

    Stap 1. Interne correctie in de administratie van M

    M: correctie op de verkopende deelneming

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    9.. Resultaat deelneming verkoper6.300
    0.. Deelneming verkoper6.300

    Stap 2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Deelneming verkoper27.300
    Voorziening belastingen (debetcorrectie)9.100
    Belang derden11.700
    Voorziening belastingen (derden)3.900
    Voorraad bij koper52.000

    Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

    W&V: doorgeleverd deel

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet840.000
    Kostprijs van de omzet840.000

    W&V: voorraadtoename

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet (voorraadtoename tegen onderlinge prijs)60.000
    Kostprijs van de omzet48.000
    Resultaat na belastingen verkoper (aansluiting basiseliminatie)6.300
    Belastinglast (intern aansluitingsdeel)2.100
    Aandeel derden2.700
    Belastinglast (derden)900

    Stap 4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Volledige winst uit de eindvoorraad52.000
    Reeds intern verwerkte resultaatmutatie-6.300
    Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat0
    Mutatie aandeel derden-2.700

    Syllabus Deel 3, §8.1, p. 214–238.

    70%-verkoper naar 90%-koper: voorraadafname

    Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 25% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.

    Ingevulde voorraadtabel: Sidestream niet-afnemend belang NVW
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%70%30%0%
    31-12-2024260.00052.00036.40015.600n.v.t.
    31-12-2025200.00040.00028.00012.000n.v.t.
    Afname-60.000-12.000-8.400-3.600n.v.t.

    Stap 1. Interne correctie in de administratie van M

    M: correctie op de verkopende deelneming

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    9.. Resultaat deelneming verkoper6.300
    0.. Deelneming verkoper6.300

    Stap 2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Deelneming verkoper21.000
    Voorziening belastingen (debetcorrectie)7.000
    Belang derden9.000
    Voorziening belastingen (derden)3.000
    Voorraad bij koper40.000

    Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

    W&V: onderlinge omzet

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet900.000
    Kostprijs van de omzet900.000

    W&V: vrijval van ongerealiseerde winst

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Kostprijs van de omzet12.000
    Resultaat na belastingen verkoper (aansluiting basiseliminatie)6.300
    Belastinglast (intern aansluitingsdeel)2.100
    Aandeel derden2.700
    Belastinglast (derden)900

    Stap 4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Volledige winst uit de eindvoorraad40.000
    Reeds intern verwerkte resultaatmutatie6.300
    Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat0
    Mutatie aandeel derden2.700

    Syllabus Deel 3, §8.1, p. 214–238.

    Bij een niet-afnemend belang langs de goederenstroom kan het moederdeel van de verkoperswinst volledig in de interne correctie worden gevolgd. De resterende winst is het aandeel van derden in de verkoper, niet in de voorraadkoper. Een eigen pijlenschema maakt controleerbaar waarom niet het soms hogere belang in de koper wordt gebruikt om het verkopersresultaat te verdelen.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§8.1.1, p. 214–226)

    CAFA2 8. Intercompany Journaaplosten.xlsx (Sidestream NAB toename en Sidestream NAB Afname)

    20230411 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf (Bruggeman, p. 6–7)

    Sidestream afnemend belang

    Sidestream afnemend belang · NVW

    M houdt 90% in de verkoper en 70% in de koper.

    Verkopende deelnemingHier is de winst geboekt
    Goederen
    Kopende deelnemingHier ligt de voorraad

    Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting

    Al intern gecorrigeerd70%
    Voor derden10%
    Nog aanvullend voor meerderheid20%
    90%-verkoper naar 70%-koper: voorraadtoename

    Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 20% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 30% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.

    Ingevulde voorraadtabel: Sidestream afnemend belang NVW
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%70%10%20%
    31-12-2024300.00090.00063.0009.00018.000
    31-12-2025400.000120.00084.00012.00024.000
    Toename100.00030.00021.0003.0006.000

    Stap 1. Interne correctie in de administratie van M

    M: correctie op de verkopende deelneming

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    9.. Resultaat deelneming verkoper16.800
    0.. Deelneming verkoper16.800

    Stap 2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Deelneming verkoper67.200
    Voorziening belastingen (debetcorrectie)16.800
    Belang derden9.600
    Voorziening belastingen (derden)2.400
    Resultaat boekjaar19.200
    Voorziening belastingen4.800
    Voorraad bij koper120.000

    Geconsolideerde balans: aanvullende beginwinst invoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overige reserves14.400
    Resultaat boekjaar14.400

    Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

    W&V: doorgeleverd deel

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet800.000
    Kostprijs van de omzet800.000

    W&V: voorraadtoename

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet (voorraadtoename tegen onderlinge prijs)100.000
    Kostprijs van de omzet70.000
    Resultaat na belastingen verkoper (aansluiting basiseliminatie)16.800
    Belastinglast (intern aansluitingsdeel)4.200
    Aandeel derden2.400
    Belastinglast (derden)600
    Resultaat na belastingen4.800
    Belastinglast (aanvullend)1.200

    Stap 4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Volledige winst uit de eindvoorraad120.000
    Reeds intern verwerkte resultaatmutatie-16.800
    Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat-4.800
    Mutatie aandeel derden-2.400

    Syllabus Deel 3, §8.1, p. 214–238.

    90%-verkoper naar 70%-koper: voorraadafname

    Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 20% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 30% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.

    Ingevulde voorraadtabel: Sidestream afnemend belang NVW
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%70%10%20%
    31-12-2024400.000120.00084.00012.00024.000
    31-12-2025300.00090.00063.0009.00018.000
    Afname-100.000-30.000-21.000-3.000-6.000

    Stap 1. Interne correctie in de administratie van M

    M: correctie op de verkopende deelneming

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    9.. Resultaat deelneming verkoper16.800
    0.. Deelneming verkoper16.800

    Stap 2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Deelneming verkoper50.400
    Voorziening belastingen (debetcorrectie)12.600
    Belang derden7.200
    Voorziening belastingen (derden)1.800
    Resultaat boekjaar14.400
    Voorziening belastingen3.600
    Voorraad bij koper90.000

    Geconsolideerde balans: aanvullende beginwinst invoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overige reserves19.200
    Resultaat boekjaar19.200

    Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

    W&V: onderlinge omzet

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet900.000
    Kostprijs van de omzet900.000

    W&V: vrijval van ongerealiseerde winst

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Kostprijs van de omzet30.000
    Resultaat na belastingen verkoper (aansluiting basiseliminatie)16.800
    Belastinglast (intern aansluitingsdeel)4.200
    Aandeel derden2.400
    Belastinglast (derden)600
    Resultaat na belastingen4.800
    Belastinglast (aanvullend)1.200

    Stap 4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Volledige winst uit de eindvoorraad90.000
    Reeds intern verwerkte resultaatmutatie16.800
    Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat4.800
    Mutatie aandeel derden2.400

    Syllabus Deel 3, §8.1, p. 214–238.

    Bij afnemend belang is het volgens de cursus intern te corrigeren percentage lager dan het moederbelang in de verkoper. Het verschil verklaart de aanvullende correctie op het geconsolideerde meerderheidsresultaat; het is geen extra minderheidsbelang. Bij 90% in de verkoper en 70% in de koper zijn de kolommen dus 70%, 10% en 20%. Deze controle voorkomt een foutieve 30%-toerekening aan derden in de koper.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§8.1.2, p. 226–238, in het bijzonder p. 228 en 230–232)

    CAFA2 8. Intercompany Journaaplosten.xlsx (Sidestream AB toename en Sidestream AB afname)

    7.3Intercompanylevering van een materieel vast actief

    Bij een interne machineverkoop kan de koper een hogere boekwaarde opnemen dan de boekwaarde die het concern zonder die verkoop zou hebben gehad. Het verschil is de interne boekwinst. De eerste berekening is daarom de boekwaarde onmiddellijk vóór verkoop: oorspronkelijke aanschafprijs, verminderd met de tot dat moment verstreken afschrijving. Pas daarna wordt de interne verkoopprijs ermee vergeleken.

    De groep realiseert deze winst niet door de interne factuur. Zolang het actief binnen de consolidatiekring wordt gebruikt, moet de resterende winst uit de geconsolideerde boekwaarde worden verwijderd. Tegelijk schrijft de koper af op de hogere interne prijs. De correctie van deze extra afschrijving geeft in de volgende jaren een deel van de eerder uitgestelde winst vrij. De oorspronkelijke winst, de vrijval in het boekjaar en het resterende bedrag op de eindbalans moeten daarom in één verloop worden gevolgd.

    De goederenrichting blijft relevant voor de toerekening. Bij downstream ligt de oorspronkelijke winst bij de moeder; bij upstream bij de verkopende dochter. De interne correctie en het derdenaandeel sluiten daarop aan zoals bij voorraadleveringen. Alleen verloopt de realisatie hier via de afschrijving in plaats van via de verkoop van voorraad aan buitenstaanders.

    Intercompanylevering van een materieel vast actief

    1. Bereken de boekwaarde direct vóór interne verkoop.
    2. Bepaal interne verkoopwinst: verkoopprijs minus groepsboekwaarde.
    3. Corrigeer de initiële winst volgens richting, aandeel en grondslag.
    4. Bereken jaarlijks extra afschrijving bij de koper.
    5. Volg resterende winst in de balans en vrijval in de W&V.
    Downstream NVW: machine verkocht voor € 90.000

    M bezit 80% van D. Oorspronkelijke aanschafprijs € 120.000, levensduur acht jaar, restwaarde nihil. Na vier jaar verkoopt M de machine voor € 90.000 aan D. Groepsboekwaarde € 60.000; interne winst € 30.000. D schrijft nog vier jaar af. Winstbelasting 25%.

    M: interne correctie in het verkoopjaar

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    9.. Niet-gerealiseerde boekwinst24.000
    1.. Aan Overlopende passiva24.000

    M: belastingcorrectie

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Voorziening belastingen (debetcorrectie)6.000
    9.. Aan Belastinglast6.000

    Balans op verkoopdatum

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overlopende passiva24.000
    Resultaat boekjaar4.500
    Voorziening belastingen1.500
    Aan Machine30.000

    In het volgende jaar schrijft D € 22.500 af, terwijl de groep € 15.000 zou afschrijven. De extra afschrijving is € 7.500. Daarmee daalt de resterende interne winst van € 30.000 naar € 22.500.

    M: interne vrijval in het volgende jaar

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    1.. Overlopende passiva6.000
    9.. Aan Gerealiseerde boekwinst6.000

    M: belasting over de vrijval

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    9.. Belastinglast1.500
    0.. Aan Voorziening belastingen1.500

    W&V: extra afschrijving na de interne vrijval

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Gerealiseerde boekwinst6.000
    Resultaat na belastingen (aanvullend)1.125
    Belastinglast (aanvullend)375
    Aan Afschrijvingskosten machine7.500

    Balans volgend jaar: resterende winst

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overlopende passiva18.000
    Resultaat boekjaar3.375
    Voorziening belastingen1.125
    Aan Machine22.500

    Balans volgend jaar: aanvullende beginwinst invoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overige reserves4.500
    Aan Resultaat boekjaar4.500
    Upstream NVW: boekwinst en extra afschrijving

    M houdt 70% van D. D verkoopt een machine met groepsboekwaarde € 500.000 voor € 600.000. De resterende levensduur is vijf jaar en belasting 25%. De winst van € 100.000 wordt verdeeld naar de verkoper: 70% intern en 30% derden. De interne correctie is € 52.500 na belasting.

    M: interne correctie

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    9.. Resultaat deelneming D52.500
    0.. Aan Deelneming D52.500

    Balans: winst op verkoopdatum verwijderen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Deelneming D52.500
    Voorziening belastingen (intern)17.500
    Belang derden22.500
    Voorziening belastingen (derden)7.500
    Aan Machine100.000

    De extra jaarlijkse afschrijving is € 20.000. De netto vrijval bedraagt € 15.000, waarvan € 10.500 voor M en € 4.500 voor derden. Na één jaar resteert € 80.000 interne winst in de machine; gebruik voor de balans die eindstand en voor het resultaat de vrijval van € 20.000.

    W&V: correctie extra afschrijving volgens de syllabusvolgorde

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Resultaat na belastingen verkoper10.500
    Belastinglast (intern)3.500
    Aandeel derden4.500
    Belastinglast (derden)1.500
    Aan Afschrijvingskosten machine20.000

    Een interne verkoop van een machine verandert de oorspronkelijke kostprijs voor de groep niet. De hogere afschrijving bij de koper verbruikt vervolgens jaarlijks een deel van de interne winst; die vrijval verklaart waarom de correctie in latere jaren kleiner wordt. De accountant controleert zo samenhangend de boekwaarde van het actief, de afschrijvingskosten en het nog niet gerealiseerde resultaat.

    Bronnen en vindplaatsen

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§8.2, p. 239–248)

    2026 Syllabus CAFA2 deel 3a - uitwerking opgaven consolidatie owp.pdf (Smit, Alkmaar en Eiken, p. 97–104)

    2022-10 CAFA2 - Uitwerking tentamen.pdf (Molina, p. 7–9)

    CAFA2 · Studiehulpmiddel

    IC-kernschema: tabel én alle correctieboekingen

    Kies de grondslag en route. Vul de casus in en bekijk de zeskolomstabel, de interne correctie, de afzonderlijke consolidatieboekingen en de resultaatcontrole.

    Uitgewerkt startvoorbeeld: de screenshotwaarden, met expliciet 25% belasting en € 1.200.000 leveringen.

    Downstream · NVW

    Leeg uitwerksjabloon
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%…%…%…%
    31-12-2024320.000
    31-12-2025480.000
    Toe-/afname
    Ingevulde voorraadtabel; bedragen vóór belasting
    DatumVoorraadNiet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraadInterne correctieEliminatie t.l.v. aandeel derdenEliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
    Percentage100%60%0%40%
    31-12-2024320.00064.00038.400n.v.t.25.600
    31-12-2025480.00096.00057.600n.v.t.38.400
    Toename160.00032.00019.200n.v.t.12.800

    1. Interne correctie bij M

    M: interne winstmutatie

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    9.. Niet-gerealiseerde winst op transacties met deelnemingen19.200
    1.. Overlopende passiva19.200

    M: belasting over de interne winstmutatie

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    0.. Voorziening belastingen (debetcorrectie)4.800
    9.. Belastinglast4.800

    2. Geconsolideerde balans

    Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overlopende passiva57.600
    Resultaat boekjaar (aanvullend meerderheidsdeel)28.800
    Voorziening belastingen (aanvullend)9.600
    Voorraad bij koper96.000

    Geconsolideerde balans: aanvullende beginwinst invoegen

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Overige reserves19.200
    Resultaat boekjaar19.200

    3. Geconsolideerde W&V

    W&V: doorgeleverd deel

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet1.040.000
    Kostprijs van de omzet1.040.000

    W&V: voorraadtoename

    RekeningDebet (€)Credit (€)
    Omzet (voorraadtoename tegen onderlinge prijs)160.000
    Kostprijs van de omzet128.000
    Niet-gerealiseerde winst op transacties met deelnemingen19.200
    Resultaat na belastingen (aanvullend meerderheidsdeel)9.600
    Belastinglast (aanvullend)3.200

    4. Controle

    ControleBedrag (€)
    Bruto winst uit eindvoorraad96.000
    Intern resultaatverschil-14.400
    Aanvullend meerderheidsresultaat-9.600
    Resultaatverschil derden0

    Syllabus Deel 3, §4.2.1 en §4.3.1, p. 64–73 en 85–94.

    CAFA2 · Studiehulpmiddel

    Begrippen begrijpen en toepassen

    81 begrippen met definitie, toepassing, bron en een directe link naar de bijbehorende methode.

    81 begrippen

    Belegging

    Een kapitaalbelang dat niet als deelneming kwalificeert, bijvoorbeeld bij uitsluitend tijdelijk aanhouden voor koerswinst zonder duurzame functionele band.

    Toepassen: Toets het doel, niet alleen het percentage; een klein strategisch belang kan wel een deelneming zijn.

    Naar de uitleg en voorbeelden

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§4.2 en §9, p. 12 en 27)

    Centrale leiding

    De gezamenlijke aansturing die in de syllabus helpt bepalen welke maatschappijen tot een economische en organisatorische eenheid behoren.

    Toepassen: Consolidatie kan ook relevant zijn bij andere rechtspersonen dan uitsluitend aandelenmeerderheidsdochters.

    Naar de uitleg en voorbeelden

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§11.1–11.2, p. 32–34; art. 2:406 BW)

    Invloed van betekenis

    Invloed op het zakelijke en financiële beleid van de deelneming. Bij een vijfde van de naar eigen inzicht uit te brengen stemmen wordt die invloed vermoed.

    Toepassen: Onderzoek feitelijke invloed; verwar het stemrechtenvermoeden niet met het kapitaalvermoeden voor een deelneming.

    Naar de uitleg en voorbeelden

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (p. 14–15; art. 2:389 lid 1 BW)

    Vermogensmutatiemethode

    Waardering waarbij de deelneming vanaf de gekozen eerste waarde wordt gevolgd voor het aandeel in resultaat, uitkeringen en relevante rechtstreekse vermogensmutaties.

    Toepassen: NVW en de in de syllabus behandelde andere eerste waardebasis vallen binnen deze methodiek.

    Naar de uitleg en voorbeelden

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§5.1, p. 13–19; art. 2:389 leden 1–3 BW)

    Nettovermogenswaarde (NVW)

    Het aandeel in de netto-activa van de deelneming, bepaald met de volgens de syllabus toepasselijke moedergrondslagen en reële-waardeaanpassingen bij verkrijging.

    Toepassen: Stel een aankoopstaat en daarna een resultaat- en eindvermogensaansluiting op.

    Naar de uitleg en voorbeelden

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§5.1.2, p. 15–17; art. 2:389 lid 2 BW)

    Verkrijgingsprijs / HK

    In deze deelnemingscasussen de bij aankoop betaalde waarde, inclusief daarin begrepen goodwill, zonder jaarlijkse bijboeking van het winstaandeel zoals bij NVW.

    Toepassen: Maak onderscheid tussen regulier dividend, meegekocht dividend en een eventuele waardevermindering.

    Naar de uitleg en voorbeelden

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§8.1, p. 24–25; art. 2:384 lid 1 BW)

    Wettelijke reserve deelneming

    Reserve voor de niet-vrij-uitkeerbare, via vermogensmutatiewaardering verantwoorde positieve vermogensgroei van deelnemingen.

    Toepassen: Bereken per deelneming, houd de cumulatieve positie bij en saldeer niet met negatieve cumulatieve resultaten elders.

    Naar de uitleg en voorbeelden

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§7, p. 21–24; art. 2:389 lid 6 BW)

    Tussenhoudstervrijstelling

    De mogelijkheid onder de gezamenlijke voorwaarden van art. 2:408 om de eigen groepsdeelconsolidatie achterwege te laten.

    Toepassen: Opname door de hogere moeder alleen is niet voldoende; controleer ook bezwaar, kwaliteit, stukken en publicatie.

    Naar de uitleg en voorbeelden

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf (§11.3, p. 35–36; art. 2:408 BW)

    Equivalentiemethode

    De in de syllabus genoemde wijze waarbij het belang als deelneming in de geconsolideerde jaarrekening wordt verwerkt in plaats van posten integraal of proportioneel samen te voegen.

    Toepassen: De syllabus werkt vooral integraal en proportioneel uit; voeg geen onbehandelde detailregels toe.

    Naar de uitleg en voorbeelden

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (§2.2, p. 5–7; S1 p. 36–37)

    Intercompanywinst (ICW)

    Winst op een transactie tussen de betrokken groepsmaatschappijen. Het in de eindvoorraad resterende deel is nog niet tegenover buitenstaanders gerealiseerd.

    Toepassen: Bereken de volledige winst eerst vóór belasting en vóór de verdeling in correctiekolommen.

    Naar de uitleg en voorbeelden

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (p. 64–66 en 214–216)

    Belastinglatentie bij IC

    Belastingcorrectie doordat in de consolidatie winst wordt uitgesteld die in de betrokken enkelvoudige cijfers al is verwerkt.

    Toepassen: De syllabus gebruikt onder meer een debetcorrectie op Voorziening belastingen; voorraad wordt bruto gecorrigeerd.

    Naar de uitleg en voorbeelden

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf (p. 66–73 en 231–232)

    Tijdstipmethode / temporal method

    Omrekenmethode waarin monetaire posten tegen slotkoers en historisch gewaardeerde niet-monetaire posten tegen hun relevante historische koers worden verwerkt.

    Toepassen: Het omrekeningsverschil komt in het resultaat, met de bijzondere samenhang bij afwaarderingen.

    Naar de uitleg en voorbeelden

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf (§4.1, p. 7–9)

    Bronnen bij dit onderdeel
    CAFA2 · Studiehulpmiddel

    Bronnen, dekking en zichtbare bronverschillen

    De hoofdstukken volgen het onderwijsprogramma en de aangeleverde bronmethoden. Hieronder staan de gebruikte bestanden, de inhoudelijke dekking en de beperkingen van deze revisie.

    Volledigheidsmatrix

    Onderwerp uit de leerstofGedekte onderdelenPrimaire basisUitwerking/controle
    Kapitaalbelangen: deelneming, belegging, dochter en groepDeelneming, belegging en groepsmaatschappij; Dochtermaatschappij en indirecte zeggenschap; Consolidatieplicht, kring en vrijstellingenS1 §2–4 en §11Juridische toets plus schema; oefenmodule kap.
    Stem- en winstrechten; flex-bvFlex-bv: stemrechten en winstrechtenS1 §3 en §5; Finken/Patti/BosaAfzonderlijke stem-, dividend- en vermogensberekening.
    NVW, zichtbaar intrinsieke waarde, verkrijgingsprijs en actuele waardeWelke waarderingsgrondslag hoort bij het belang?; Waardemutaties, aankooplagen en verkoopS1 §5 en §8–9Beslisroute, vergelijking, waarderingsboekingen.
    Fair value, goodwill en aandelenruilAankoopstaat: van zichtbaar vermogen naar NVW; Goodwill: afzonderlijk volgen, niet opnieuw procenteren; Verwerving via aandelenruil en contantenS1 §5–6Aankoopstaat, emissie, goodwill- en afschrijvingsboekingen.
    Resultaat deelneming, dividend en vermogensaansluitingResultaat, verloop en aansluiting van de deelneming; Dividend: NVW, regulier HK en meegekocht HKS1 §5 en §8Resultaatbrug, mutatieboekingen en eindvermogenscontrole.
    Wettelijke reserve deelnemingWettelijke reserve deelnemingS1 §7; art. 2:389 lid 6Voorwaarden, cumulatief/per deelneming, boeking binnen eigen vermogen.
    Direct en middellijk eigen aandelenDirecte en middellijke inkoop van eigen aandelenS1 §10Boekingen, omvangvarianten en bronnummeringsverschil.
    Consolidatieplicht, kring en vrijstellingenConsolidatieplicht, kring en vrijstellingenS1 §11Afzonderlijke toets art. 2:406–409.
    Valutasoorten en functionele valutaLokale, functionele en presentatievaluta; De functionele valuta onderbouwen; Tijdstipmethode tegenover slotkoersmethodeS2 §2–4Factoren RJ 122.106–109 en methodekeuze.
    Tijdstipmethode: vaste activa, afschrijving en voorraadTijdstipmethode per balans- en resultaatpost; Voorraad en kostprijs: eerst de inkooplagenS2 §4.1Actieflagen, FIFO-casustabel en kostprijscontrole.
    Lagere voorraadwaarde en boekresultaatAfwaardering van voorraad inclusief het koerseffect; Tijdstipmethode per balans- en resultaatpostS2 §4.1Oude/nieuwe euroboekwaarde en afwaarderingsjournaal.
    Monetaire positie en omrekenresultaatOmrekeningsverschil via de monetaire positieS2 §4.1 en voorbeeldenComplete verloopstaat, tekenafspraak en dubbeltellingscontrole.
    Slotkoersmethode en reserveSlotkoersmethode: balans en resultaat apart omrekenen; Reserve omrekeningsverschillen berekenen; Boekingen bij de moeder en afsluitende controleS2 §4.2Vermogensbrug, ontleding en moederboekingen.
    Consolidatieproces en onderlinge relatiesConsolidatieproces: eerst de werkstaat bepalen; De zes terugkerende eliminatiesS3 §2Werklaagonderscheid, zes relaties en eliminatievoorbeelden.
    Integrale consolidatie NVW, 100% en niet-100%Basisconsolidatie bij NVW: 100% en niet-100%S3 §3.1 en §4.1Basisbalans- en W&V-eliminatie, met en zonder derden.
    Integrale consolidatie HK, 100% en niet-100%Basisconsolidatie bij verkrijgingsprijsS3 §5.1 en §6.1Verkrijgingsbasis, eindderden, goodwill, dividend en resultaat.
    Richtingen en NVW tegenover HKNVW/HK en alle goederenrichtingen vergelijken; Boekingsmethoden en volgorde van eliminatiesS3 §4–6 en §8.1; college-ExcelVergelijkingsmatrix en expliciete verschillende tussenboekingen.
    Downstream NVW toename/afnameDe zeskoloms voorraadtabel; Downstream bij NVWS3 §4.2.1 en §4.3.1Zeskolomstabel, interne journaalposten, balans, W&V en controle.
    Upstream NVW toename/afnameUpstream bij NVWS3 §4.2.2 en §4.3.2Volledige boekingsset en aansluiting met basiseliminatie.
    Downstream HK toename/afnameDownstream bij verkrijgingsprijsS3 §6.2.1 en §6.3.1Geen interne correctie, volledige meerderheidscorrectie.
    Upstream HK toename/afnameUpstream bij verkrijgingsprijsS3 §6.2.2 en §6.3.2Meerderheid/derden, beginwinst, eindwinst en resultaat.
    Sidestream niet-afnemend en afnemend belangSidestream: welke belangen zijn relevant?; Sidestream niet-afnemend belang bij NVW; Sidestream afnemend belang bij NVWS3 §8.1Vier NVW-varianten; HK-NAB benoemd; ontbrekende HK-AB-bron niet ingevuld.
    Interne materiële vaste activaIntercompanyverkoop van een materieel vast actiefS3 §8.2Boekwinst, uitstel, extra afschrijving, restant en derden.
    Proportionele consolidatie en joint ventureProportionele consolidatie en joint venturesS3 §7; art. 2:409Opnameomvang, geen derden, interne relaties en vergelijking integraal.
    Afsluitende resultaat- en voorraadcontroleEindcontrole: voorraad, meerderheid en derden; tentamenS3 en aangeleverde tentamenuitwerkingenMeerdere goederenstromen, moederresultaat en definitief aandeel derden.

    Bronverschillen die je moet herkennen

    OnderwerpHoe deze revisie ermee omgaat
    Syllabus en collegekolommen bij ICBeide presentaties benoemen; de voorbeeldboekingen gebruiken een expliciete, sluitende volgorde. Geen rekeningnamen uit verschillende sets samenvoegen.
    Eigen aandelen: art. 2:373De syllabus noemt op p. 29 lid 3; de aangeleverde wettekst en de hier bedoelde regel wijzen naar lid 2. De afwijking is gemeld, niet als andere inhoudelijke regel overgenomen.
    Volledige of evenredige eigen-aandelencorrectieDe Palau-uitwerking accepteert beide omvangvarianten. De eigen oefenvraag schrijft uitdrukkelijk de evenredige variant voor.
    Rekening bij downstreamvrijvalGerealiseerde winst en credit Niet-gerealiseerde winst komen in verschillende bronpresentaties voor. De oefenvraag benoemt de gevraagde rekening.
    Sidestream-ExcelGebruik de werkelijke verkopers- en koperspercentages. Een koptekst met hoger of lager belang is niet voldoende; enkele labels en controleteksten sluiten niet aan op de ingevoerde percentages.
    Invloed van betekenisEen meerderheidsaandeelhouder elders is geen universeel bewijs dat invloed ontbreekt. De specifieke tentamenmotivering blijft casusgebonden.
    Niet vastgestelde bronuitwerkingGeen zelfstandig nieuw antwoordmodel afleiden uit extra opgaven waarvan de uitwerkingen hier niet zijn geverifieerd. HK-sidestream afnemend wordt niet als bewezen automatisch model aangeboden.

    Documentenregister

    OP

    Onderwijsprogramma CAFA2_VJ 2026.pdf

    Doelstellingen p. 3; toetsmatrijs p. 4–5; collegeprogramma p. 5–7. De vier leerdoelen wegen 30%, 20%, 30% en 20% in het programma.

    S1

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf

    Theoretisch kader kapitaalbelangen en consolideren; oorspronkelijke hoofdstukken 1–11, p. 4–37.

    S2

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf

    Valutabegrippen, functionele valuta en beide omrekenmethoden. De verwijzingen gebruiken de PDF-paginanummers; de tekstextractie van enkele voetregels bevat extra nullen.

    S3

    2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf

    Consolidatieproces, NVW, verkrijgingsprijs, proportioneel, sidestream en materiële vaste activa; p. 5–248.

    BW

    Burgerlijk wetboek Boek 2.pdf

    Aangeleverde studieversie met art. 24a–24d en 360–414. De titel vermeldt gelding vanaf 1 januari 2025. Deze revisie actualiseert de wettekst niet op basis van externe bronnen.

    A1O

    2026 Syllabus CAFA2 deel 1a - opgaven kapitaalbelangen owp.pdf

    Opgaven van het onderwijsprogramma, waaronder Westerheuvel, Eiberg en Unischelp.

    A1

    2026 Syllabus CAFA2 deel 1a - uitwerking opgaven kapitaalbelangen owp.pdf

    Uitwerkingen bij de opgaven van het onderwijsprogramma.

    A1BO

    2026 Syllabus CAFA2 deel 1b - opgaven kapitaalbelangen extra.pdf

    Extra casussen, waaronder Fort, Manting en Purmer.

    A1B

    2026 Syllabus CAFA2 deel 1b - uitwerking opgaven kapitaalbelangen extra.pdf

    Uitwerkingen extra kapitaalbelangen; Fort p. 5, Manting p. 6, Purmer p. 7–9.

    A2O

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2a - opgaven vreemde valuta owp.pdf

    Onder meer Wijo, Corona, Alberobello, Ultima Prova, Oostermoer en Boil.

    A2

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2a - uitwerking opgaven vreemde valuta owp.pdf

    Uitwerkingen bij de valutacasuïstiek van het onderwijsprogramma.

    A2BO

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2b - opgaven vreemde valuta extra.pdf

    Extra valutacasussen. Controleer de inhoud, niet uitsluitend de titelpagina: het aangeleverde opgavenbestand vermeldt op die pagina Uitwerkingenbundel.

    A2B

    2026 Syllabus CAFA2 deel 2b - uitwerking opgaven vreemde valuta extra.pdf

    Uitwerkingen van Boccalupo tot en met Brand, waaronder M&D p. 40–41.

    A3O

    2026 Syllabus CAFA2 deel 3a - opgaven consolidatie owp.pdf

    Alle 32 opgaven van het onderwijsprogramma; bevat de gevraagde voorraadtabelvorm, onder meer Prato p. 17–19.

    A3

    2026 Syllabus CAFA2 deel 3a - uitwerking opgaven consolidatie owp.pdf

    Uitwerkingen van Lok tot en met Eiken; aparte balans- en W&V-eliminaties.

    A3BO

    2026 Syllabus CAFA2 deel 3b - opgaven consolidatie extra.pdf

    Extra consolidatieopgaven. De bijbehorende uitwerkingenbundel was niet als lokaal beschikbaar bronbestand vastgesteld in deze revisie; deze opgaven vormen daarom geen zelfstandige geverifieerde antwoordbron.

    C3

    Slides College 3 2025 CAFA2 [copyright Nyenrode Business Universiteit].pptx

    Onder meer Unischelp dia 25–33 en valutabegrippen vanaf dia 35; tabellen en toelichtingen gebruikt naast de syllabus.

    C8HK

    Slides College 8 2025 CAFA2 [copyright Nyenrode Business Universiteit] 4. Consolidatie HK.pptx

    Aparte verkrijgingseliminatie, derden op einddatum en goodwillafschrijving; dia 3–10.

    C8UP

    Slides College 8 2025 CAFA2 [copyright Nyenrode Business Universiteit] 6. Upstream NVW HK.pptx

    De titelpagina en bestandsnaam verschillen; de getoonde uitwerking behandelt HK-upstream, toename en afname, dia 3–13.

    XIC

    CAFA2 8. Intercompany Journaaplosten.xlsx

    Werkbladen Downstream toename/afname, Upstream toename/Afname, Sidestream AB toename/afname en Sidestream NAB toename/Afname. De collegekolommen en syllabuskolommen mogen niet zonder controle worden gemengd.

    E21O

    2021-10 CAFA2 - Uitwerking tentamen.pdf

    6 oktober 2021; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Ahorn/Finken en Modena.

    E22A

    2022-04 CAFA2 - Uitwerking tentamen.pdf

    11 april 2022; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Rosen.

    E22O

    2022-10 CAFA2 - Uitwerking tentamen.pdf

    6 oktober 2022; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Rast Holding en Molina.

    E23A

    20230411 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf

    11 april 2023; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Moneglia, Rapallo en Bruggeman.

    E23O

    20231009 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf

    9 oktober 2023; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Voorn, Patti en Gluton.

    E24A

    20240422 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf

    22 april 2024; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Monopoli en Galster.

    E24S

    20240930 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf

    30 september 2024; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Mulini, Bornholm en Hoza.

    E25A

    20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf

    17 april 2025; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Montone, Hoek, Kisjes en Orvelde.

    E25S

    20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf

    24 september 2025, versie na normering; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Monserrato, Dole, Oldemarcke en SchierGlas.

    U

    Door de gebruiker aangeleverde screenshots van de voorraadtabel

    Leeg zeskoloms sjabloon en Moderna naar ChargeIT met 60%-interne correctie. De cijfers uit het screenshot zijn gebruikt; aanvullende belastingaannamen bij oefenvarianten worden afzonderlijk vermeld.

    CAFA2 · Van vraagstelling naar uitwerking

    Tentamenaanpak: welke stap vraagt deze vraag?

    Leer de beslissingen achter een uitwerking, niet alleen de bedragen uit een oud model. Kies een onderwerp voor een overdraagbaar stappenplan, belangrijke uitzonderingen en controleberekeningen.

    Leg vóór het rekenen drie dingen vast

    Bij wie? Een boeking in het grootboek van M is iets anders dan een consolidatie-eliminatie. Wat wordt gevraagd? Norm en motivering, bedrag, journaalpost of volledige aansluiting. Welke periode en basis? Begin/einde/jaar, NVW/verkrijgingsprijs, tijdstip/slotkoers, vóór/na interne correctie en wel/geen belasting.

    Daarmee begrens je je antwoord. “Gespecificeerde berekening” vraagt tussenstappen met bedragen, percentages en koersen; “geef alle eliminaties” vraagt meer dan uitsluitend de voorraadcorrectie. De voorbeelden hieronder laten ook zien waarom een juiste boeking uit de verkeerde werklaag toch niet de gevraagde uitwerking is.

    Gebaseerd op geselecteerde vraagpatronen en gecontroleerde uitwerkingen uit zeven aangeleverde tentamens van 2022–2025, naast de syllabus. Dit is afgeleid leeradvies, geen officieel antwoordmodel, kansberekening of voorspelling. Het onderwijsprogramma 2026 geeft de toetsmatrijs, niet de frequentie van ieder vraagtype (p. 4).

    Kapitaalbelangen: van juridische relatie naar juiste boeking

    Dit blok bestaat uit twee verschillende opdrachten: een kwalificatie onderbouwen en een waarde of journaalpost berekenen. Een antwoord op de eerste opdracht is nog geen antwoord op de tweede.

    1. 1. Leg vast wie je beoordeelt en welk recht wordt gevraagd.

      Schrijf bijvoorbeeld “houder M bv → belang in D bv”. Controleer of de houder een rechtspersoon is. Bereken het geplaatste-kapitaalpercentage, de uitoefenbare stemmen en de winstrechten afzonderlijk wanneer de aandelenrechten verschillen. Voor dochterzeggenschap tel je de stemmen van dochters volledig mee; je vermenigvuldigt niet de economische percentages.

    2. 2. Motiveer iedere juridische conclusie afzonderlijk.

      Gebruik norm → casusfeit → conclusie. Deelneming: art. 2:24c BW. Dochter: art. 2:24a BW. Groep: art. 2:24b BW. Een deelneming van minder dan 20% is mogelijk. Een dochterconclusie bepaalt niet zelfstandig de waarderingsgrondslag. Bij een VOF/CV als houder controleer je eerst de reikwijdte van de norm, niet pas achteraf.

    3. 3. Bepaal de waarderingsgrondslag vóór het rekenen.

      Bij een deelneming toets je invloed van betekenis (art. 2:389 lid 1 BW). Met voldoende gegevens volgt NVW (lid 2); onvoldoende gegevens leidt naar de afzonderlijke vermogensmutatiewaarde van lid 3. Zonder invloed beoordeel je art. 2:384 lid 1 BW. Een gegronde afwijking van de hoofdregel is lid 9 en moet worden gemotiveerd. De twee 20%-vermoedens zien dus niet op dezelfde noemer.

    4. 4. Maak bij NVW een aankoopstaat én een resultaatbrug.

      Aankoopstaat: zichtbaar eigen vermogen op verwervingsdatum, gecorrigeerd voor fouten en grondslag-/reële-waardeverschillen. Neem het verworven aandeel; koopsom minus dat aandeel geeft goodwill. Daarna volg je de mutatie in de correcties: extra afschrijving, vrijval of realisatie. Zo voorkom je dat een aankoopcorrectie elk jaar nogmaals in het resultaat belandt. Goodwill blijft bij NVW afzonderlijk van de deelnemingspost.

    5. 5. Controleer de eindwaarde langs twee routes.

      Verloop: beginwaarde + aandeel aangepast resultaat − dividend ± overige vermogensmutaties. Eindstandcontrole: aandeel in het aangepaste eindvermogen, met bijzondere rechten en reeds verwerkte IC-correcties waar van toepassing. Werk goodwill in een eigen verloopstaat uit. Verschillen tussen de twee berekeningen zoek je in grondslagen, dividend, percentages en boekingsmomenten; niet in een sluitpost.

    Rekenvoorbeeld: aankoopcorrectie is niet hetzelfde als resultaatcorrectie

    Rast Holding betaalt € 800.000 voor 80% van Filzen. Het zichtbare vermogen is € 803.000. De aankoopcorrecties zijn +€ 75.000 voor het gebouw, −€ 30.000 voor een debiteur en +€ 20.000 door een voorziening aan te passen.

    AankoopstaatBedrag (€)
    NVW op 100%: 803.000 + 75.000 − 30.000 + 20.000868.000
    Aandeel moeder: 80% × 868.000694.400
    Goodwill: 800.000 − 694.400105.600

    Het resultaat van het volgende jaar is € 125.000. Nu zijn de correcties −€ 7.500 extra afschrijving, +€ 25.000 vrijval debiteurenvoorziening en −€ 20.000 voor de voorziening groot onderhoud. Het aangepaste resultaat is € 122.500 en het aandeel van de moeder € 98.000. Je gebruikt dus niet opnieuw het aankoopverschil van € 65.000.

    Uitwerking 06-10-2022, vragen 1–3, p. 3–4.

    Afslag: stelselwijziging, dividend of wettelijke reserve

    Stelselwijziging: maak eerst per aankooplaag een oude en nieuwe boekwaarde, met afzonderlijke goodwill. Bepaal daarna het effect op beginvermogen en jaarresultaat. Alleen het laatste jaarresultaat aanpassen is geen volledige retrospectieve verwerking.

    Dividend: bij NVW vermindert regulier dividend de deelneming. Bij verkrijgingsprijs is regulier dividend opbrengst, maar een uitkering die als terugbetaling van de investering moet worden behandeld, vermindert de deelneming. Lees daarom aankoopdatum, meegekochte winst en oorsprong van de uitkering.

    Wettelijke reserve deelneming: bereken welk in het eigen vermogen verwerkte resultaat of welke rechtstreekse vermogensvermeerdering niet vrij kan worden uitgekeerd; het is een overboeking binnen het eigen vermogen, geen nieuwe kostenpost (art. 2:389 lid 6 BW).

    Syllabus Deel 1, §6–8; uitwerking 30-09-2024, vragen 3–4, p. 4; 09-10-2023, vragen 17–18, p. 9.

    Juridisch kader: art. 2:24a–24c, 2:384 en 2:389 BW; Syllabus Deel 1, p. 4–30. Toepassing: uitwerkingen 06-10-2022, p. 3–6; 09-10-2023, p. 3; 24-09-2025 na normering, vragen 7–8, p. 4.

    Naast het stappenplan: volg een concrete uitwerking

    2 concrete voorbeelden

    Kapitaalbelangen · 24 september 2025

    Niet één percentage, maar het juiste recht

    De vraag: Vraag 7 vraagt met de wet te motiveren of Bosa een dochtermaatschappij is. Vraag 8a vraagt vervolgens om de dividendboeking bij NVW.

    1. Lees het gevraagde recht. De dochtertoets draait hier om stemmen. Het model noemt 55% geplaatst kapitaal, maar berekent het stemrecht afzonderlijk: 380 ÷ 700 = 54,3%.
    2. Pas de norm toe. Het model werkt expliciet met Norm, Motivering en Conclusie. Meer dan de helft van de stemmen leidt in deze casus tot een dochtermaatschappij (art. 2:24a lid 1 onder a BW).
    3. Bereken het dividend met het winstrecht. Vraag 8a gebruikt 480 ÷ 1.000 = 48%. Het dividend is dus 48% × € 100.000 = € 48.000; bij NVW boekt het model Bank/Te vorderen dividend aan Deelneming Bosa.

    Controle en betekenis: Controleer welke noemer bij het gevraagde recht hoort. 55% kapitaal, 54,3% stemmen en 48% winstrecht zijn in dezelfde casus verschillende gegevens.

    Uitwerking 24 september 2025, vraag 7 en 8a, p. 4. Versie na normering. Open dit tentamen · Bijbehorende uitleg

    Kapitaalbelangen · 30 september 2024

    Stelselwijziging: houd de aankooplagen uit elkaar

    De vraag: Het antwoordmodel verwerkt de overgang naar waardering tegen zichtbaar eigen vermogen en berekent daarna de totale boekwaarde van de deelneming.

    1. Scheid het eerder gekochte en het later gekochte belang. Voor het 35%-belang stijgt de boekwaarde van € 400.000 naar 35% × € 1.600.000 = € 560.000. Het verschil van € 160.000 wordt in het model aan Overige reserves toegevoegd.
    2. Zonder de goodwill uit de latere aankoop af. Bij de 25%-aankoop is de goodwill € 275.000. Na € 27.500 afschrijving resteert € 247.500. De waarde zonder goodwill stijgt van € 350.000 naar € 400.000. Het model boekt daarom € 22.500 naar Overige reserves: € 50.000 vermogenssprong minus € 27.500 afschrijving. Deelneming neemt per saldo € 225.000 af.
    3. Sluit de eindwaarde onafhankelijk aan. Vraag 4 controleert de totale deelneming op 60% × € 1.600.000 = € 960.000. De boekwaardebrug geeft hetzelfde: € 400.000 + € 160.000 + € 625.000 − € 225.000.

    Controle en betekenis: Een gemiddeld aankoopbedrag verhult hier welke goodwill en vermogensaanpassing bij welke aankooplaag hoort.

    Uitwerking 30 september 2024, vraag 3 en 4, p. 4. Open dit tentamen · Bijbehorende uitleg

    Bronnen en afbakening van deze aanpak: zeven tentamens
    UitwerkingGeraadpleegde vragen en pagina’sWaarvoor gebruikt?
    06-10-2022Vragen 1–3; 16b; 21–26; p. 3–4; 10; 13–14.Aankoopstaat, resultaatbrug, regulier HK-dividend en verschillende valutamethoden.
    11-04-2023Vragen 8–14; 20–23; p. 6–7; 10–12.Twee IC-routes in één casus; afname én toename; functionele valuta en koerskeuze.
    09-10-2023Vragen 1b; 16–21; 24–25; p. 3; 9–10; 11–13.VOF als houder; HK-dividend uit voorverwervingswinst; eliminaties en monetaire positie.
    22-04-2024Vragen 9–14; 15–19; 20–22; p. 6–8; 9–11; 13.Wisselen van methode per deelvraag, sidestream afnemend belang en het verschil tussen stand en mutatie.
    30-09-2024Vragen 3–4; 9–13; p. 4; 7–8.Stelselwijziging per aankooplaag; tijdstip- en slotkoersvragen door elkaar.
    17-04-2025Vragen 9–14; 15; p. 7–9; 10.Voorraadafwaardering, monetaire positie, deelnemingsverloop en downstreamtabel.
    24-09-2025Vragen 7–8; 9–14; p. 4; 6–8.Stem- en winstrecht afzonderlijk; gespecificeerde berekeningen en functionele-valutamotivering.

    De hier gebruikte bestandsnamen en vindplaatsen zijn vastgelegd in de bronverantwoording. Oudere opgaven staan niet allemaal in de interactieve tentamensimulator. De leeradviezen hierboven wijzigen geen oorspronkelijke vraag, normering of opgeslagen poging.

    Kies de feiten. Volg de verwerking.

    Kapitaalbelangen in drie stappen

    Drie samenhangende stappen. Alles blijft onder elkaar zichtbaar en iedere keuze werkt direct door in de volgende onderdelen. Een deelneming, dochtermaatschappij en groepsmaatschappij zijn afzonderlijke kwalificaties.

    Rapporterende houderRechtspersoon (bv / nv)Deze CAFA2-route volgt Titel 9 Boek 2 BW en gaat daarom uit van een rechtspersoon als houder.
    In welke onderneming wordt het belang gehouden?

    VOF / CV is hier dus de onderneming waarin het belang wordt gehouden. Een vennootschap onder firma (VOF) en een commanditaire vennootschap (CV) hebben geen rechtspersoonlijkheid. Een bv of nv heet óók een vennootschap, maar is wél een rechtspersoon. Door de houder in deze route vast te zetten op een rechtspersoon blijft de wettelijke deelnemingstoets van art. 2:24c BW altijd beschikbaar.

    Syllabus Deel 1, p. 4–5 en 12; art. 2:24a lid 1 en 2 BWp. 1 art. 2:24c lid 1 en 2 BWp. 1–2

    De waarderingsroute veronderstelt dat Titel 9 Boek 2 BW op de rapporterende houder van toepassing is. art. 2:360 BWp. 2–3

    1 Welke relaties bestaan?

    2 Hoe waardeer je enkelvoudig?

    3 Wat betekent dit voor consolidatie?

    Alle gekozen feiten en gevolgen samen

    Jouw route in één overzicht

    Bronnen: Syllabus CAFA2 Deel 1, p. 4–19 en 31–36. Artikel, lid en pagina van de aangeleverde wetboekkopie staan bij iedere wettelijke toets. De vragen en uitkomsten zijn uitleg; het wetsvenster toont de letterlijke bron.

    Je studie-wetboek

    Wetsartikelen bij CAFA2

    Zoek het criterium in het wetboek, verbind het aan de feiten en trek dan de conclusie. De gekleurde artikelverwijzingen openen de tekst zonder je plaats in de vraag of samenvatting te verlaten.

    Tekst uit de aangeleverde kopie Burgerlijk wetboek Boek 2.pdf, met versievermelding 01-01-2025, art. 24a t/m 24d en 360 t/m 414. Dit is de studieversie, geen vervanging door een later geraadpleegde wettekst. De korte artikeltitels hieronder zijn leeslabels; de tekst eronder is de bronweergave.

    Art. 2:24a BWDochtermaatschappij

    Studiekopie, p. 1.

    1. Dochtermaatschappij van een rechtspersoon is:

    a. een rechtspersoon waarin de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen, al dan niet krachtens overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering kunnen uitoefenen;

    b. een rechtspersoon waarvan de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen lid of aandeelhouder zijn en, al dan niet krachtens overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen kunnen benoemen of ontslaan, ook indien alle stemgerechtigden stemmen.

    2. Met een dochtermaatschappij wordt gelijk gesteld een onder eigen naam optredende vennootschap waarin de rechtspersoon of een of meer dochtermaatschappijen als vennoot volledig jegens schuldeisers aansprakelijk is voor de schulden.

    3. Voor de toepassing van lid 1 worden aan aandelen verbonden rechten niet toegerekend aan degene die de aandelen voor rekening van anderen houdt. Aan aandelen verbonden rechten worden toegerekend aan degene voor wiens rekening de aandelen worden gehouden, indien deze bevoegd is te bepalen hoe de rechten worden uitgeoefend dan wel zich de aandelen te verschaffen.

    4. Voor de toepassing van lid 1 worden stemrechten, verbonden aan verpande aandelen, toegerekend aan de pandhouder, indien hij mag bepalen hoe de rechten worden uitgeoefend. Zijn de aandelen evenwel verpand voor een lening die de pandhouder heeft verstrekt in de gewone uitoefening van zijn bedrijf, dan worden de stemrechten hem slechts toegerekend, indien hij deze in eigen belang heeft uitgeoefend.

    Art. 2:24b BWGroep en groepsmaatschappij

    Studiekopie, p. 1.

    Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden.

    Art. 2:24c BWDeelneming

    Studiekopie, p. 1–2.

    1. Een rechtspersoon of vennootschap heeft een deelneming in een rechtspersoon, indien hij of een of meer van zijn dochtermaatschappijen alleen of samen voor eigen rekening aan die rechtspersoon kapitaal verschaffen of doen verschaffen teneinde met die rechtspersoon duurzaam verbonden te zijn ten dienste van de eigen werkzaamheid. Indien een vijfde of meer van het geplaatste kapitaal wordt verschaft, wordt het bestaan van een deelneming vermoed.

    2. Een rechtspersoon heeft een deelneming in een vennootschap, indien hij of een dochtermaatschappij:

    a. daarin als vennoot jegens schuldeisers volledig aansprakelijk is voor de schulden; of

    b. daarin anderszins vennoot is teneinde met die vennootschap duurzaam verbonden te zijn ten dienste van de eigen werkzaamheid.

    Art. 2:24d BWStemrechtloze aandelen

    Studiekopie, p. 2.

    1. Bij de vaststelling in hoeverre de leden of aandeelhouders stemmen, aanwezig of vertegenwoordigd zijn, of in hoeverre het aandelenkapitaal verschaft wordt of vertegenwoordigd is, wordt geen rekening gehouden met lidmaatschappen of aandelen waarvan de wet of een statutaire regeling als bedoeld in artikel 228 lid 5 bepaalt dat daarvoor geen stem kan worden uitgebracht.

    2. In afwijking van lid 1 wordt voor de toepassing van de artikelen 24c, 63a, 152, 201a, 220, 224a, 262, 265a, 333a lid 2, 334ii lid 2, 336a lid 1, 346, 379 lid 1 en lid 2, 407 lid 2, 408 lid 1 en 414 ten aanzien van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid tevens rekening gehouden met aandelen waarvan een statutaire regeling als bedoeld in artikel 228 lid 5 bepaalt dat daarvoor geen stem kan worden uitgebracht.

    Art. 2:360 BWToepassingsgebied Titel 9

    Studiekopie, p. 2–3.

    1. Deze titel is van toepassing op de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Ongeacht hun rechtsvorm is deze titel op banken als bedoeld in artikel 415, betaalinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht van toepassing.

    2. Deze titel is eveneens van toepassing op een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma waarvan alle vennoten die volledig jegens schuldeisers aansprakelijk zijn voor de schulden, kapitaalvennootschappen naar buitenlands recht zijn.

    3. Deze titel is eveneens van toepassing op de stichting en de vereniging die een of meer ondernemingen in stand houden welke ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, indien de netto-omzet van deze ondernemingen gedurende twee opeenvolgende boekjaren zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende boekjaren, de helft of meer bedraagt van het in artikel 396 lid 1, onder b, bedoelde bedrag, zoals gewijzigd op grond van artikel 398 lid 4. Indien de stichting of vereniging bij of krachtens de wet verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in deze titel en indien deze openbaar wordt gemaakt, blijft de eerste volzin buiten toepassing.

    Art. 2:361 BWEnkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening

    Studiekopie, p. 3.

    1. Onder jaarrekening wordt verstaan: de enkelvoudige jaarrekening die bestaat uit de balans en de winst- en verliesrekening met de toelichting, en de geconsolideerde jaarrekening indien de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening opstelt.

    2. Coöperaties en de in artikel 360 lid 3 bedoelde stichtingen en verenigingen vervangen de winst- en verliesrekening door een exploitatierekening, indien het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht daardoor wordt gediend; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst- en verliesrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo.

    3. De bepalingen van deze titel gelden voor jaarrekeningen en hun onderdelen, zowel in de vorm waarin zij door het bestuur zijn opgemaakt als in de vorm waarin zij door het bevoegde orgaan van de rechtspersoon zijn vastgesteld.

    4. Bij de toepassing van de artikelen 367, 370 lid 1, 375, 376, 377 lid 5 en 381 moeten overeenkomstige vermeldingen als met betrekking tot groepsmaatschappijen worden opgenomen met betrekking tot andere maatschappijen:

    a. die op voet van de leden 1, 3 en 4 van artikel 24a rechten in de rechtspersoon kunnen uitoefenen, ongeacht of zij rechtspersoonlijkheid hebben, of

    b. die dochtermaatschappij zijn van de rechtspersoon, van een groepsmaatschappij of van een maatschappij als bedoeld in onderdeel a.

    Art. 2:362 BWInzicht, toerekening en verslaggevingsstelsel

    Studiekopie, p. 3–4.

    1. De jaarrekening geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat, alsmede voor zover de aard van een jaarrekening dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de rechtspersoon. Indien de internationale vertakking van zijn groep dit rechtvaardigt kan de rechtspersoon de jaarrekening opstellen naar de normen die in het maatschappelijk verkeer in een van de andere lidstaten van de Europese Gemeenschappen als aanvaardbaar worden beschouwd en het in de eerste volzin bedoelde inzicht geven.

    2. De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen en zijn samenstelling in actief- en passiefposten op het einde van het boekjaar weer. De balans mag het vermogen weergeven, zoals het wordt samengesteld met inachtneming van de bestemming van de winst of de verwerking van het verlies, of, zolang deze niet vaststaat, met inachtneming van het voorstel daartoe. Bovenaan de balans wordt aangegeven of daarin de bestemming van het resultaat is verwerkt.

    3. De winst- en verliesrekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het resultaat van het boekjaar en zijn afleiding uit de posten van baten en lasten weer.

    4. Indien het verschaffen van het in lid 1 bedoelde inzicht dit vereist, verstrekt de rechtspersoon in de jaarrekening gegevens ter aanvulling van hetgeen in de bijzondere voorschriften van en krachtens deze titel wordt verlangd. Indien dit noodzakelijk is voor het verschaffen van dat inzicht, wijkt de rechtspersoon van die voorschriften af; de reden van deze afwijking wordt in de toelichting uiteengezet, voor zover nodig onder opgaaf van de invloed ervan op vermogen en resultaat.

    5. De baten en lasten van het boekjaar worden in de jaarrekening opgenomen, onverschillig of zij tot ontvangsten of uitgaven in dat boekjaar hebben geleid.

    6. De jaarrekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële toestand op de balansdatum is gebleken tussen het opmaken van de jaarrekening en de algemene vergadering waarin zij wordt behandeld, voor zover dat onontbeerlijk is voor het in lid 1 bedoelde inzicht. Blijkt nadien dat de jaarrekening in ernstige mate tekortschiet in het geven van dit inzicht, dan bericht het bestuur daaromtrent onverwijld aan de leden of aandeelhouders en deponeert een mededeling daaromtrent bij het handelsregister; bij de mededeling wordt een accountantsverklaring gevoegd, indien de jaarrekening overeenkomstig artikel 393 is onderzocht. Een rechtspersoon waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht wordt geacht te hebben voldaan aan de verplichting om de mededeling, bedoeld in tweede volzin, te deponeren bij het handelsregister, indien zij de mededeling op grond van artikel 5:25m, vijfde lid, van die wet heeft toegezonden aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten.

    7. Indien de werkzaamheid van de rechtspersoon of de internationale vertakking van zijn groep dat rechtvaardigt, mag de jaarrekening of alleen de geconsolideerde jaarrekening worden opgesteld in een vreemde geldeenheid. De posten worden in de Nederlandse taal omschreven, tenzij de algemene vergadering tot het gebruik van een andere taal heeft besloten.

    8. Een rechtspersoon kan de jaarrekening opstellen volgens de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden, mits de rechtspersoon daarbij alle voor hem van toepassing zijnde vastgestelde en goedgekeurde standaarden toepast. Een rechtspersoon die de geconsolideerde jaarrekening opstelt volgens deze titel, kan niet de enkelvoudige jaarrekening opstellen volgens de vastgestelde en goedgekeurde standaarden. Een rechtspersoon die de geconsolideerde jaarrekening opstelt volgens de in de eerste zin van dit lid genoemde standaarden, kan in de enkelvoudige jaarrekening de waarderingsgrondslagen toepassen die hij ook in de geconsolideerde jaarrekening heeft toegepast.

    9. De rechtspersoon die de jaarrekening opstelt volgens de in lid 8 bedoelde standaarden, past van deze titel slechts de afdelingen 7 tot en met 10 en de artikelen 362, lid 6, een na laatste volzin, lid 7, laatste volzin en lid 10, 365 lid 2, 373, 379 leden 1 en 2, 380b, onderdeel d, 382, 382a, 383, 383b tot en met 383e, 389 leden 8 en 10, en 390 toe. Banken passen tevens artikel 421 lid 5 toe. Verzekeraars passen tevens artikel 441 lid 10 toe.

    10. De rechtspersoon vermeldt in de toelichting volgens welke standaarden de jaarrekening is opgesteld.

    Art. 2:363 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 4–5.

    1. De samenvoeging, de ontleding en de rangschikking van de gegevens in de jaarrekening en de toelichting op die gegevens zijn gericht op het inzicht dat de jaarrekening krachtens artikel 362 lid 1 beoogt te geven. Daarbij worden de voorschriften krachtens lid 6 en de andere afdelingen van deze titel in acht genomen. De toelichting houdt de volgorde van de vermelding van de posten aan.

    2. Het is niet geoorloofd in de jaarrekening activa en passiva of baten en lasten tegen elkaar te laten wegvallen, indien zij ingevolge deze titel in afzonderlijke posten moeten worden opgenomen.

    3. Een post behoeft niet afzonderlijk te worden vermeld, indien deze in het geheel van de jaarrekening van te verwaarlozen betekenis is voor het wettelijk vereiste inzicht. Krachtens deze titel vereiste vermeldingen mogen achterwege blijven voor zover zij op zichzelf genomen en tezamen met soortgelijke vermeldingen voor dit inzicht van te verwaarlozen betekenis zouden zijn. Vermeldingen krachtens de artikelen 378, 382 en 383 mogen evenwel niet achterwege blijven.

    4. De indeling van de balans en van de winst- en verliesrekening mag slechts wegens gegronde redenen afwijken van die van het voorafgaande jaar; in de toelichting worden de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot afwijking hebben geleid, uiteengezet.

    5. Zoveel mogelijk wordt bij iedere post van de jaarrekening het bedrag van het voorafgaande boekjaar vermeld; voor zover nodig, wordt dit bedrag ter wille van de vergelijkbaarheid herzien en wordt de afwijking ten gevolge van de herziening toegelicht.

    6. Wij kunnen voor de indeling van de jaarrekening bij algemene maatregel van bestuur modellen en nadere voorschriften vaststellen, die gelden voor de daarbij omschreven rechtspersonen. Bij de toepassing daarvan worden de indeling, benaming en omschrijving van de daarin voorkomende posten aangepast aan de aard van het bedrijf van de rechtspersoon, voor zover dat krachtens de algemene maatregel is toegelaten.

    Art. 2:364 BWVaste en vlottende activa

    Studiekopie, p. 5.

    1. Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de rechtspersoon al of niet duurzaam te dienen.

    2. Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, materiële en financiële vaste activa.

    3. Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, vorderingen, effecten, liquide middelen, en, voor zover zij niet onder de vorderingen zijn vermeld, de overlopende activa.

    4. Onder de passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen, de schulden en, voor zover zij niet onder de schulden zijn vermeld, de overlopende passiva.

    Art. 2:365 BWGoodwill en andere immateriële activa

    Studiekopie, p. 5.

    1. Onder de immateriële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:

    a. kosten die verband houden met de oprichting en met de uitgifte van aandelen;

    b. kosten van ontwikkeling;

    c. kosten van verwerving ter zake van concessies, vergunningen en rechten van intellectuele eigendom;

    d. kosten van goodwill die van derden is verkregen;

    e. vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.

    2. Voor zover de rechtspersoon de kosten, vermeld in de onderdelen a en b van lid 1, activeert, moet hij deze toelichten en moet hij ter hoogte daarvan een reserve aanhouden.

    Art. 2:366 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 5.

    1. Onder de materiële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:

    a. bedrijfsgebouwen en -terreinen;

    b. machines en installaties;

    c. andere vaste bedrijfsmiddelen, zoals technische en administratieve uitrusting;

    d. materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa;

    e. niet aan het produktieproces dienstbare materiële vaste activa.

    2. Indien de rechtspersoon op of met betrekking tot materiële vaste activa slechts een beperkt zakelijk of persoonlijk duurzaam genotsrecht heeft, wordt dit vermeld.

    Art. 2:367 BWFinanciële vaste activa

    Studiekopie, p. 6.

    Onder de financiële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:

    a. aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen;

    b. andere deelnemingen;

    c. vorderingen op groepsmaatschappijen;

    d. vorderingen op andere rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming heeft;

    e. overige effecten;

    f. overige vorderingen, met afzonderlijke vermelding van de vorderingen uit leningen en voorschotten aan leden of houders van aandelen op naam.

    Art. 2:368 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 6.

    1. Het verloop van elk der posten, behorende tot de vaste activa, gedurende het boekjaar wordt in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken:

    a. de boekwaarde aan het begin van het boekjaar;

    b. de som van de waarden waartegen de in het boekjaar verkregen activa zijn te boek gesteld, en de som van de boekwaarden der activa waarover de rechtspersoon aan het einde van het boekjaar niet meer beschikt;

    c. de herwaarderingen over het boekjaar overeenkomstig artikel 390 lid 1;

    d. de afschrijvingen, de waardeverminderingen en de terugneming daarvan over het boekjaar;

    e. de boekwaarde aan het einde van het boekjaar.

    2. Voorts worden voor elk der posten behorende tot de vaste activa opgegeven:

    a. de som der herwaarderingen die betrekking hebben op de activa welke op de balansdatum aanwezig zijn;

    b. de som der afschrijvingen en waardeverminderingen op de balansdatum.

    Art. 2:369 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 6.

    Onder de tot de vlottende activa behorende voorraden worden afzonderlijk opgenomen:

    a. grond- en hulpstoffen;

    b. onderhanden werk;

    c. gereed produkt en handelsgoederen;

    d. vooruitbetalingen op voorraden.

    Art. 2:370 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 6.

    1. Onder de tot de vlottende activa behorende vorderingen worden afzonderlijk opgenomen:

    a. vorderingen op handelsdebiteuren;

    b. vorderingen op groepsmaatschappijen;

    c. vorderingen op andere rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming heeft;

    d. opgevraagde stortingen van geplaatst kapitaal;

    e. overige vorderingen, met uitzondering van die waarop de artikelen 371 en 372 van toepassing zijn, en met afzonderlijke vermelding van de vorderingen uit leningen en voorschotten aan leden of houders van aandelen op naam.

    2. Bij elk van de in lid 1 vermelde groepen van vorderingen wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan een jaar.

    Art. 2:371 BWEffecten

    Studiekopie, p. 7.

    1. Behoren tot de vlottende activa aandelen en andere vormen van belangen in niet in de consolidatie betrokken maatschappijen als bedoeld in artikel 361 lid 4, dan worden deze afzonderlijk onder de effecten opgenomen. Vermeld wordt de gezamenlijke waarde van de overige tot de vlottende activa behorende effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.

    2. Omtrent de effecten wordt vermeld, in hoeverre deze niet ter vrije beschikking van de rechtspersoon staan.

    Art. 2:372 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 7.

    1. Onder de liquide middelen worden opgenomen de kasmiddelen, de tegoeden op bank- en girorekeningen, alsmede de wissels en cheques.

    2. Omtrent de tegoeden wordt vermeld, in hoeverre deze niet ter vrije beschikking van de rechtspersoon staan.

    Art. 2:373 BWEigen vermogen en wettelijke reserves

    Studiekopie, p. 7.

    1. Onder het eigen vermogen worden afzonderlijk opgenomen:

    a. het geplaatste kapitaal;

    b. agio;

    c. herwaarderingsreserves;

    d. andere wettelijke reserves, onderscheiden naar hun aard;

    e. statutaire reserves;

    f. overige reserves;

    g. niet verdeelde winsten, met afzonderlijke vermelding van het resultaat na belastingen van het boekjaar, voor zover de bestemming daarvan niet in de balans is verwerkt.

    2. Is het geplaatste kapitaal niet volgestort, dan wordt in plaats daarvan het gestorte kapitaal vermeld of, indien stortingen zijn uitgeschreven, het gestorte en opgevraagde kapitaal. Het geplaatste kapitaal wordt in deze gevallen vermeld.

    3. Het kapitaal wordt niet verminderd met het bedrag van eigen aandelen of certificaten daarvan die de rechtspersoon of een dochtermaatschappij houdt.

    4. Wettelijke reserves zijn de reserves die moeten worden aangehouden ingevolge de artikelen 67a leden 2 en 3, 94a lid 6 onder f, 98c lid 4, 365 lid 2, 389 leden 6 en 8, 390, 401 lid 2 en 423 lid 4.

    5. In een jaarrekening die in een vreemde geldeenheid wordt opgesteld, wordt de in lid 1 onderdeel a bedoelde post opgenomen in die geldeenheid, naar de koers op de balansdatum. Vermelden de statuten het geplaatste kapitaal in een andere geldeenheid dan de geldeenheid waarin de jaarrekening is opgesteld, dan wordt in de in lid 1 onderdeel a bedoelde post tevens deze koers en het bedrag in die andere geldeenheid vermeld.

    Art. 2:374 BWVoorzieningen en latente belastingen

    Studiekopie, p. 7–8.

    1. Op de balans worden voorzieningen opgenomen tegen naar hun aard duidelijk omschreven verplichtingen die op de balansdatum als waarschijnlijk of als vaststaand worden beschouwd, maar waarvan niet bekend is in welke omvang of wanneer zij zullen ontstaan. Tevens kunnen voorzieningen worden opgenomen tegen uitgaven die in een volgend boekjaar zullen worden gedaan, voor zover het doen van die uitgaven zijn oorsprong mede vindt voor het einde van het boekjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal boekjaren.

    2. Waardevermindering van een actief wordt niet door vorming van een voorziening tot uitdrukking gebracht.

    3. De voorzieningen worden gesplitst naar de aard der verplichtingen, verliezen en kosten waartegen zij worden getroffen; zij worden overeenkomstig de aard nauwkeurig omschreven. In de toelichting wordt zoveel mogelijk aangegeven in welke mate de voorzieningen als langlopend moeten worden beschouwd.

    4. In ieder geval worden afzonderlijk opgenomen:

    a. de voorziening voor belastingverplichtingen, die na het boekjaar kunnen ontstaan, doch aan het boekjaar of een voorafgaand boekjaar moeten worden toegerekend, met inbegrip van de voorziening voor belastingen die uit waardering boven de verkrijgings- of vervaardigingsprijs kan voortvloeien;

    b. de voorziening voor pensioenverplichtingen.

    Art. 2:375 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 8.

    1. Onder de schulden worden afzonderlijk opgenomen:

    a. obligatieleningen, pandbrieven en andere leningen met afzonderlijke vermelding van de converteerbare leningen;

    b. schulden aan banken;

    c. ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen voor zover niet reeds op actiefposten in mindering gebracht;

    d. schulden aan leveranciers en handelskredieten;

    e. te betalen wissels en cheques;

    f. schulden aan groepsmaatschappijen;

    g. schulden aan rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming heeft, voor zover niet reeds onder f vermeld;

    h. schulden ter zake van belastingen en premiën van sociale verzekering;

    i. schulden ter zake van pensioenen;

    j. overige schulden.

    2. Bij elke in lid 1 vermelde groep van schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan een jaar, met aanduiding van de rentevoet daarover. Voor het totaal van de in lid 1 vermelde schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan vijf jaar.

    3. Voor het totaal van de in lid 1 genoemde groepen, wordt aangegeven voor welke schulden zakelijke zekerheid is gesteld en in welke vorm dat is geschied. Voorts wordt medegedeeld ten aanzien van welke schulden de rechtspersoon zich, al dan niet voorwaardelijk, heeft verbonden tot het bezwaren of niet bezwaren van goederen, voor zover dat noodzakelijk is voor het verschaffen van het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht.

    4. Aangegeven wordt tot welk bedrag schulden in rang zijn achtergesteld bij de andere schulden; de aard van deze achterstelling wordt toegelicht.

    5. Is het bedrag waarmee de schuld moet worden afgelost hoger dan het ontvangen bedrag, dan mag het verschil, mits afzonderlijk vermeld, uiterlijk tot de aflossing worden geactiveerd.

    6. Het bedrag wordt vermeld dat de rechtspersoon op leningen die zijn opgenomen onder de schulden met een resterende looptijd van meer dan een jaar, moet aflossen tijdens het boekjaar, volgend op dat waarop de jaarrekening betrekking heeft.

    7. Bij converteerbare leningen worden de voorwaarden van conversie medegedeeld.

    Art. 2:376 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 9.

    Heeft de rechtspersoon zich aansprakelijk gesteld voor schulden van anderen of loopt hij nog risico voor verdisconteerde wissels of chèques, dan worden de daaruit voortvloeiende verplichtingen, voor zover daarvoor op de balans geen voorzieningen zijn opgenomen, vermeld en ingedeeld naar de vorm der geboden zekerheid. Afzonderlijk worden vermeld de verplichtingen die ten behoeve van groepsmaatschappijen zijn aangegaan.

    Art. 2:377 BWResultaat en presentatie

    Studiekopie, p. 9–10.

    1. Op de winst- en verliesrekening worden afzonderlijk opgenomen:

    a. de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, de belastingen daarover en het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening na belastingen;

    b. de overige belastingen;

    c. het resultaat na belastingen.

    2. De baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening worden hetzij overeenkomstig lid 3, hetzij overeenkomstig lid 4 gesplitst.

    3. Afzonderlijk worden opgenomen:

    a. de netto-omzet;

    b. de toe- of afneming van de voorraad gereed produkt en onderhanden werk ten opzichte van de voorafgaande balansdatum;

    c. de geactiveerde produktie ten behoeve van het eigen bedrijf;

    d. de overige bedrijfsopbrengsten;

    e. de lonen;

    f. de sociale lasten met afzonderlijke vermelding van de pensioenlasten;

    g. de kosten van grond- en hulpstoffen en de overige externe kosten;

    h. de afschrijvingen en de waardeverminderingen ten laste van de immateriële en de materiële vaste activa, gesplitst naar die groepen activa;

    i. waardeverminderingen van vlottende activa, voor zover zij de bij de rechtspersoon gebruikelijke waardeverminderingen overtreffen;

    j. de overige bedrijfskosten;

    k. het resultaat uit deelnemingen;

    l. opbrengsten van andere effecten en vorderingen, die tot de vaste activa behoren;

    m. de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten;

    n. de wijzigingen in de waarde van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren;

    o. de rentelasten en soortgelijke kosten.

    4. Afzonderlijk worden opgenomen:

    a. de netto-omzet;

    b. de kostprijs van de omzet, met uitzondering van de daarin opgenomen rentelasten, doch met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen;

    c. het bruto-omzetresultaat als saldo van de posten a en b;

    d. de verkoopkosten, met inbegrip van de afschrijvingen en buitengewone waardeverminderingen;

    e. de algemene beheerskosten, met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen;

    f. de overige bedrijfsopbrengsten;

    g. het resultaat uit deelnemingen;

    h. opbrengsten uit andere effecten en vorderingen die tot de vaste activa behoren;

    i. de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten;

    j. de wijzigingen in de waarde van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren;

    k. de rentelasten en soortgelijke kosten.

    5. Bij de posten k-o van lid 3 en de posten g-k van lid 4 worden afzonderlijk vermeld de baten en lasten uit de verhouding met groepsmaatschappijen.

    6. Onder de netto-omzet wordt verstaan de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen.

    7. Baten en lasten welke aan een ander boekjaar moeten worden toegerekend, worden naar aard en omvang toegelicht.

    8. Vermeld wordt het bedrag en de aard van de posten van baten en lasten die van uitzonderlijke omvang zijn of in uitzonderlijke mate voorkomen.

    Art. 2:378 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 10.

    1. Het verloop van het eigen vermogen gedurende het boekjaar wordt weergegeven in een overzicht. Daaruit blijken:

    a. het bedrag van elke post aan het begin van het boekjaar;

    b. de toevoegingen en de verminderingen van elke post over het boekjaar, gesplitst naar hun aard;

    c. het bedrag van elke post aan het einde van het boekjaar.

    2. In het overzicht wordt de post gestort en opgevraagd kapitaal uitgesplitst naar de soorten aandelen. Afzonderlijk worden vermeld de eindstand en de gegevens over het verloop van de aandelen in het kapitaal van de rechtspersoon en van de certificaten daarvan, die deze zelf of een dochtermaatschappij voor eigen rekening houdt of doet houden. Vermeld wordt op welke post van het eigen vermogen de verkrijgingsprijs of boekwaarde daarvan in mindering is gebracht.

    3. Opgegeven wordt op welke wijze stortingen op aandelen zijn verricht die in het boekjaar opeisbaar werden of vrijwillig zijn verricht, met de zakelijke inhoud van de in het boekjaar verrichte rechtshandelingen, waarop een der artikelen 94, 94c of 204 van toepassing is. Een naamloze vennootschap vermeldt iedere verwerving en vervreemding voor haar rekening van eigen aandelen en certificaten daarvan; daarbij worden medegedeeld de redenen van verwerving, het aantal, het nominale bedrag en de overeengekomen prijs van de bij elke handeling betrokken aandelen en certificaten en het gedeelte van het kapitaal dat zij vertegenwoordigen.

    4. Een naamloze vennootschap vermeldt de gegevens omtrent het aantal, de soort en het nominale bedrag van de eigen aandelen of de certificaten daarvan:

    a. die zij of een ander voor haar rekening op de balansdatum in pand heeft;

    b. die zij of een dochtermaatschappij op de balansdatum houdt op grond van verkrijging met toepassing van artikel 98 lid 5.

    Art. 2:379 BWInformatie over kapitaalbelangen

    Studiekopie, p. 10–11.

    1. De rechtspersoon vermeldt naam, woonplaats en het verschafte aandeel in het geplaatste kapitaal van elke maatschappij:

    a. waaraan hij alleen of samen met een of meer dochtermaatschappijen voor eigen rekening ten minste een vijfde van het geplaatste kapitaal verschaft of doet verschaffen, of

    b. waarin hij als vennoot jegens de schuldeisers volledig aansprakelijk is voor de schulden.

    2. Van elke in onderdeel a van lid 1 bedoelde maatschappij vermeldt de rechtspersoon ook het bedrag van het eigen vermogen en resultaat volgens haar laatst vastgestelde jaarrekening, tenzij:

    a. de rechtspersoon de financiële gegevens van de maatschappij consolideert;

    b. de rechtspersoon de maatschappij op zijn balans of geconsolideerde balans overeenkomstig artikel 389 leden 1 tot en met 7 verantwoordt;

    c. de rechtspersoon de financiële gegevens van de maatschappij wegens te verwaarlozen belang dan wel op grond van artikel 408 niet consolideert; of

    d. minder dan de helft van het kapitaal van de maatschappij voor rekening van de rechtspersoon wordt verschaft en de maatschappij wettig haar balans niet openbaar maakt.

    3. Tenzij zulk een maatschappij haar belang in de rechtspersoon wettig niet pleegt te vermelden, vermeldt de rechtspersoon:

    a. naam en woonplaats van de maatschappij die aan het hoofd van zijn groep staat, en

    b. naam en woonplaats van elke maatschappij die zijn financiële gegevens consolideert in haar openbaar gemaakte geconsolideerde jaarrekening, alsmede de plaats waar afschriften daarvan tegen niet meer dan de kostprijs zijn te verkrijgen.

    4. Onze Minister van Economische Zaken kan van de verplichtingen, bedoeld in de leden 1, 2 en 3, desverzocht ontheffing verlenen, indien gegronde vrees bestaat dat door de vermelding ernstig nadeel kan ontstaan. Deze ontheffing kan telkens voor ten hoogste vijf jaren worden gegeven. In de toelichting wordt vermeld dat ontheffing is verleend of aangevraagd. Hangende de aanvraag is openbaarmaking niet vereist.

    5. De vermeldingen, vereist in dit artikel en in artikel 414 mogen gezamenlijk worden opgenomen. De rechtspersoon mag het deel van de toelichting dat deze vermeldingen bevat afzonderlijk ter inzage van ieder deponeren bij het handelsregister, mits beide delen van de toelichting naar elkaar verwijzen.

    Art. 2:380 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 11.

    1. Indien de inrichting van het bedrijf van de rechtspersoon is afgestemd op werkzaamheden in verschillende bedrijfstakken, wordt met behulp van cijfers inzicht gegeven in de mate waarin elk van de soorten van die werkzaamheden tot de netto-omzet heeft bijgedragen.

    2. De netto-omzet wordt op overeenkomstige wijze gesplitst naar de onderscheiden gebieden waarin de rechtspersoon goederen en diensten levert.

    3. Artikel 379 lid 4 is van overeenkomstige toepassing.

    Art. 2:380a BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 11.

    Vermeld worden de niet in de balans of winst- en verliesrekening opgenomen gebeurtenissen na de balansdatum met belangrijke financiële gevolgen voor de rechtspersoon en de in zijn geconsolideerde jaarrekening betrokken maatschappijen tezamen, onder mededeling van de omvang van die gevolgen.

    Art. 2:380b BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 11.

    Meegedeeld worden:

    a. de naam van de rechtspersoon;

    b. de rechtsvorm van de rechtspersoon;

    c. de zetel van de rechtspersoon; en

    d. het door de Kamer van Koophandel toegekende nummer bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, waaronder de rechtspersoon in het handelsregister is ingeschreven.

    Art. 2:380c BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 12.

    De rechtspersoon doet opgave van de bestemming van de winst of de verwerking van het verlies, of, zolang deze niet vaststaat, het voorstel daartoe.

    Art. 2:380d BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 12.

    De rechtspersoon doet opgave van het aantal winstbewijzen en soortgelijke rechten, met vermelding van de bevoegdheden die zij geven.

    Art. 2:381 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 12.

    1. Vermeld wordt tot welke belangrijke, niet in de balans opgenomen, financiële verplichtingen de rechtspersoon voor een aantal toekomstige jaren is verbonden, zoals die welke uit langlopende overeenkomsten voortvloeien. Tevens wordt vermeld tot welke voorwaardelijke activa, voorwaardelijke verplichtingen en niet verwerkte verplichtingen de rechtspersoon is verbonden. Daarbij worden afzonderlijk vermeld de verplichtingen jegens groepsmaatschappijen. Artikel 375 lid 3 is van overeenkomstige toepassing.

    2. Tevens wordt vermeld wat de aard, het zakelijk doel en de financiële gevolgen van niet in de balans opgenomen regelingen van de rechtspersoon zijn, indien de risico’s of voordelen die uit deze regelingen voortvloeien van betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke risico’s of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de financiële positie van de rechtspersoon.

    3. Vermeld wordt welke van betekenis zijnde transacties door de rechtspersoon niet onder normale marktvoorwaarden met verbonden partijen als bedoeld in de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden zijn aangegaan, de omvang van die transacties, de aard van de betrekking met de verbonden partij, alsmede andere informatie over die transacties die nodig is voor het verschaffen van inzicht in de financiële positie van de rechtspersoon. Informatie over individuele transacties kan overeenkomstig de aard ervan worden samengevoegd, tenzij gescheiden informatie nodig is om inzicht te verschaffen in de gevolgen van transacties met verbonden partijen voor de financiële positie van de rechtspersoon. Vermelding van transacties tussen twee of meer leden van een groep kan achterwege blijven, mits dochtermaatschappijen die partij zijn bij de transactie geheel in eigendom zijn van een of meer leden van de groep.

    Art. 2:381a BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 12.

    Indien financiële instrumenten tegen de actuele waarde worden gewaardeerd, vermeldt de rechtspersoon:

    a. indien de actuele waarde met behulp van waarderingsmodellen en -technieken is bepaald, de aannames die daaraan ten grondslag liggen;

    b. per categorie van financiële instrumenten, de actuele waarde, de waardeveranderingen die in de winst- en verliesrekening zijn opgenomen, de waardeveranderingen die op grond van artikel 390 lid 1 in de herwaarderingsreserve zijn opgenomen, en de waardeveranderingen die op de vrije reserves in mindering zijn gebracht; en

    c. per categorie van afgeleide financiële instrumenten, informatie over de omvang en de aard van de instrumenten, alsmede de voorwaarden die op het bedrag, het tijdstip en de zekerheid van toekomstige kasstromen van invloed kunnen zijn.

    Art. 2:381b BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 13.

    Indien financiële instrumenten niet tegen de actuele waarde worden gewaardeerd, vermeldt de rechtspersoon:

    a. voor iedere categorie afgeleide financiële instrumenten:

    1°. de actuele waarde van de instrumenten, indien deze kan worden bepaald door middel van een van de krachtens artikel 384 lid 4 voorgeschreven methoden;

    2°. informatie over de omvang en de aard van de instrumenten; en

    b. voor financiële vaste activa die zijn gewaardeerd tegen een hoger bedrag dan de actuele waarde en zonder dat uitvoering is gegeven aan de tweede zin van artikel 387 lid 4:

    1°. de boekwaarde en de actuele waarde van de afzonderlijke activa of van passende groepen van de afzonderlijke activa;

    2°. de reden waarom de boekwaarde niet is verminderd, alsmede de aard van de aanwijzingen die ten grondslag liggen aan de overtuiging dat de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd.

    Art. 2:382 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 13.

    Medegedeeld wordt het gemiddelde aantal gedurende het boekjaar bij de rechtspersoon werkzame werknemers, ingedeeld op een wijze die is afgestemd op de inrichting van het bedrijf. De vennootschap doet daarbij opgave van het aantal werknemers dat buiten Nederland werkzaam is. Heeft artikel 377 lid 3 geen toepassing in de winst- en verliesrekening gevonden, dan worden de aldaar onder e en f verlangde gegevens vermeld.

    Art. 2:382a BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 13.

    1. Opgegeven worden de in het boekjaar ten laste van de rechtspersoon gebrachte totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening, totale honoraria voor andere controleopdrachten, totale honoraria voor adviesdiensten op fiscaal terrein en totale honoraria voor andere niet- controlediensten, uitgevoerd door de externe accountant en de accountantsorganisatie, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en e, van de Wet toezicht accountantsorganisaties.

    2. Indien de rechtspersoon dochtermaatschappijen heeft of de financiële gegevens van andere maatschappijen consolideert, worden de honoraria die in het boekjaar te hunnen laste zijn gebracht, in de opgave begrepen.

    3. De honoraria hoeven niet opgegeven te worden door een rechtspersoon waarvan de financiële gegevens zijn geconsolideerd in een geconsolideerde jaarrekening waarop krachtens het toepasselijke recht de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen of richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182) van toepassing is, mits de in lid 1 bedoelde honoraria in de toelichting van die geconsolideerde jaarrekening worden vermeld.

    Art. 2:383 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 13–14.

    1. Opgegeven worden het bedrag van de bezoldigingen, met inbegrip van de pensioenlasten, en van de andere uitkeringen voor de gezamenlijke bestuurders en gewezen bestuurders en, afzonderlijk, voor de gezamenlijke commissarissen en gewezen commissarissen. De vorige zin heeft betrekking op de bedragen die in het boekjaar ten laste van de rechtspersoon zijn gekomen. Indien de rechtspersoon dochtermaatschappijen heeft of de financiële gegevens van andere maatschappijen consolideert, worden de bedragen die in het boekjaar te hunnen laste zijn gekomen, in de opgave begrepen. Een opgave die herleid kan worden tot een enkele natuurlijke persoon mag achterwege blijven.

    2. Met uitzondering van de laatste zin is lid 1 tevens van toepassing op het bedrag van de leningen, voorschotten en garanties, ten behoeve van bestuurders en commissarissen van de rechtspersoon verstrekt door de rechtspersoon, zijn dochtermaatschappijen en de maatschappijen waarvan hij de gegevens consolideert. Opgegeven worden de nog openstaande bedragen, de afgewaardeerde bedragen en de bedragen waarvan werd afgezien, de rentevoet, de belangrijkste overige bepalingen en de aflossingen gedurende het boekjaar.

    Art. 2:383a BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 14.

    De in artikel 360 lid 3 bedoelde stichtingen en verenigingen vermelden zowel de statutaire regeling omtrent de bestemming van het resultaat als de wijze waarop het resultaat na belastingen wordt bestemd.

    Art. 2:383b BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 14.

    In afwijking van artikel 383 gelden de artikelen 383c tot en met 383e voor de naamloze vennootschap, met uitzondering van de naamloze vennootschap waarvan de statuten uitsluitend aandelen op naam kennen, een blokkeringsregeling bevatten en niet toelaten dat met medewerking van de vennootschap certificaten aan toonder worden uitgegeven en met uitzondering van de naamloze vennootschap waarvan aandelen of met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

    Art. 2:383c BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 14.

    1. De vennootschap doet opgave van het bedrag van de bezoldiging voor iedere bestuurder. Dit bedrag wordt uitgesplitst naar

    a. periodiek betaalde beloningen,

    b. beloningen betaalbaar op termijn,

    c. uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband,

    d. winstdelingen en bonusbetalingen, voor zover deze bedragen in het boekjaar ten laste van de vennootschap zijn gekomen. Indien de vennootschap een bezoldiging in de vorm van bonus heeft betaald die geheel of gedeeltelijk is gebaseerd op het bereiken van de door of vanwege de vennootschap gestelde doelen, doet zij hiervan mededeling. Daarbij vermeldt de vennootschap of deze doelen in het verslagjaar zijn bereikt.

    2. De vennootschap doet opgave van het bedrag van de bezoldiging voor iedere gewezen bestuurder, uitgesplitst naar beloningen betaalbaar op termijn en uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband, voor zover deze bedragen in het boekjaar ten laste van de vennootschap zijn gekomen.

    3. De vennootschap doet opgave van het bedrag van de bezoldiging voor iedere commissaris, voor zover deze bedragen in het boekjaar ten laste van de vennootschap zijn gekomen. Indien de vennootschap een bezoldiging in de vorm van winstdeling of bonus heeft toegekend, vermeldt zij deze afzonderlijk onder opgave van de redenen die ten grondslag liggen aan het besluit tot het toekennen van bezoldiging in deze vorm aan een commissaris. De laatste twee volzinnen van lid 1 zijn van overeenkomstige toepassing.

    4. De vennootschap doet opgave van het bedrag van de bezoldiging van iedere gewezen commissaris, voor zover dit bedrag in het boekjaar ten laste van de vennootschap is gekomen.

    5. Indien de vennootschap dochtermaatschappijen heeft of de financiële gegevens van andere maatschappijen consolideert, worden de bedragen die in het boekjaar te hunnen laste zijn gekomen, in de opgaven begrepen, toegerekend naar de betreffende categorie van bezoldiging bedoeld in de leden 1 tot en met 4.

    6. De vennootschap doet opgave van het bedrag van de aanpassing dan wel terugvordering van de bezoldiging als bedoeld in artikel 135 lid 6 tot en met 8.

    Art. 2:383d BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 15.

    1. De vennootschap die bestuurders of werknemers rechten toekent om aandelen in het kapitaal van de vennootschap of een dochtermaatschappij te nemen of te verkrijgen, doet voor iedere bestuurder en voor de werknemers gezamenlijk opgave van:

    a. de uitoefenprijs van de rechten en de prijs van de onderliggende aandelen in het kapitaal van de vennootschap indien die uitoefenprijs lager ligt dan de prijs van die aandelen op het moment van toekenning van de rechten;

    b. het aantal aan het begin van het boekjaar nog niet uitgeoefende rechten;

    c. het aantal door de vennootschap in het boekjaar verleende rechten met de daarbij behorende voorwaarden; indien dergelijke voorwaarden gedurende het boekjaar worden gewijzigd, dienen deze wijzigingen afzonderlijk te worden vermeld;

    d. het aantal gedurende het boekjaar uitgeoefende rechten, waarbij in ieder geval worden vermeld het bij die uitoefening behorende aantal aandelen en de uitoefenprijzen;

    e. het aantal aan het einde van het boekjaar nog niet uitgeoefende rechten, waarbij worden vermeld: – de uitoefenprijs van de verleende rechten; – de resterende looptijd van de nog niet uitgeoefende rechten; – de belangrijkste voorwaarden die voor uitoefening van de rechten gelden; – een financieringsregeling die in verband met de toekenning van de rechten is getroffen; en andere gegevens die voor de beoordeling van de waarde van de rechten van belang zijn;

    f. indien van toepassing: de door de vennootschap gehanteerde criteria die gelden voor de toekenning of uitoefening van de rechten.

    2. De vennootschap die commissarissen rechten toekent om aandelen in het kapitaal van de vennootschap of een dochtermaatschappij te verkrijgen, doet voorts voor iedere commissaris opgave van deze rechten, alsmede van de redenen die ten grondslag liggen aan het besluit tot het toekennen van deze rechten aan de commissaris. Lid 1 is van overeenkomstige toepassing.

    3. De vennootschap vermeldt hoeveel aandelen in het kapitaal van de vennootschap per balansdatum zijn ingekocht of na balansdatum zullen worden ingekocht dan wel hoeveel nieuwe aandelen per balansdatum zijn geplaatst of na balansdatum zullen worden geplaatst ten behoeve van de uitoefening van de rechten bedoeld in lid 1 en lid 2.

    4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder aandelen tevens verstaan de certificaten van aandelen welke met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven.

    Art. 2:383e BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 15.

    De vennootschap doet opgave van het bedrag van de leningen, voorschotten en garanties, ten behoeve van iedere bestuurder en iedere commissaris van de vennootschap verstrekt door de vennootschap, haar dochtermaatschappijen en de maatschappijen waarvan zij de gegevens consolideert. Opgegeven worden de nog openstaande bedragen, de rentevoet, de belangrijkste overige bepalingen, en de aflossingen gedurende het boekjaar.

    Art. 2:384 BWWaarderingsgrondslagen en realisatie

    Studiekopie, p. 15–16.

    1. Bij de keuze van een grondslag voor de waardering van een actief en van een passief en voor de bepaling van het resultaat laat de rechtspersoon zich leiden door de voorschriften van artikel 362 leden 1-4. Als grondslag komen in aanmerking de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de actuele waarde.

    2. Bij de toepassing van de grondslagen wordt voorzichtigheid betracht. Winsten worden slechts opgenomen, voor zover zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt. Verplichtingen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar, worden in acht genomen, indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening zijn bekend geworden. Voorzienbare verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar kunnen in acht worden genomen indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

    3. Bij de waardering van activa en passiva wordt uitgegaan van de veronderstelling dat het geheel der werkzaamheden van de rechtspersoon waaraan die activa en passiva dienstbaar zijn, wordt voortgezet, tenzij die veronderstelling onjuist is of haar juistheid aan gerede twijfel onderhevig is; alsdan wordt dit onder mededeling van de invloed op vermogen en resultaat in de toelichting uiteengezet.

    4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud, de grenzen en de wijze van toepassing van waardering tegen actuele waarden.

    5. De grondslagen van de waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat worden met betrekking tot elk der posten uiteengezet. De grondslagen voor de omrekening van in vreemde valuta luidende bedragen worden uiteengezet; tevens wordt vermeld op welke wijze koersverschillen zijn verwerkt.

    6. Slechts wegens gegronde redenen mogen de waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande boekjaar zijn toegepast. De reden der verandering wordt in de toelichting uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor vermogen en resultaat, aan de hand van aangepaste cijfers voor het boekjaar of voor het voorafgaande boekjaar.

    7. Waardeveranderingen van:

    a. financiële instrumenten;

    b. andere beleggingen; en

    c. agrarische voorraden waarvoor frequente marktnoteringen bestaan die op grond van lid 1 tegen de actuele waarde worden gewaardeerd, kunnen in afwijking van de tweede zin van lid 2 onmiddellijk in het resultaat worden opgenomen, tenzij in deze afdeling anders is bepaald. Waardeveranderingen van afgeleide financiële instrumenten, voorzover niet bedoeld in lid 8, worden, zo nodig in afwijking van lid 2, onmiddellijk ten gunste of ten laste van het resultaat gebracht.

    8. Waardeveranderingen van financiële instrumenten die dienen en effectief zijn ter dekking van risico’s inzake activa, activa in bestelling en andere nog niet op de balans opgenomen verplichtingen, dan wel inzake voorgenomen transacties worden rechtstreeks ten gunste dan wel ten laste van de herwaarderingsreserve gebracht, voor zover dat noodzakelijk is om te bereiken dat deze waardeveranderingen in dezelfde periode in het resultaat worden verwerkt als de waardeveranderingen die zij beogen af te dekken.

    Art. 2:385 BWAfzonderlijke waardering en eigen aandelen

    Studiekopie, p. 16–17.

    1. De activa en passiva worden, voor zover zij in hun betekenis voor het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht verschillen, afzonderlijk gewaardeerd.

    2. De waardering van gelijksoortige bestanddelen van voorraden en effecten mag geschieden met toepassing van gewogen gemiddelde prijzen, van de regels "eerst-in, eerst-uit" (Fifo), "laatst-in, eerst-uit" (Lifo), of van soortgelijke regels.

    3. Materiële vaste activa en voorraden van grond- en hulpstoffen die geregeld worden vervangen en waarvan de gezamenlijke waarde van ondergeschikte betekenis is, mogen tegen een vaste hoeveelheid en waarde worden opgenomen, indien de hoeveelheid, samenstelling en waarde slechts aan geringe veranderingen onderhevig zijn.

    4. De in artikel 365 lid 1 onder d en e genoemde activa worden opgenomen tot ten hoogste de daarvoor gedane uitgaven, verminderd met de afschrijvingen.

    5. Eigen aandelen of certificaten daarvan die de rechtspersoon houdt of doet houden, mogen niet worden geactiveerd. De aan het belang in een dochtermaatschappij toegekende waarde wordt, al dan niet evenredig aan het belang, verminderd met de verkrijgingsprijs van aandelen in de rechtspersoon en van certificaten daarvan, die de dochtermaatschappij voor eigen rekening houdt of doet houden; heeft zij deze aandelen of certificaten verkregen voor het tijdstip waarop zij dochtermaatschappij werd, dan komt evenwel hun boekwaarde op dat tijdstip in mindering of een evenredig deel daarvan.

    Art. 2:386 BWAfschrijving en goodwill

    Studiekopie, p. 17.

    1. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.

    2. De methoden volgens welke de afschrijvingen zijn berekend, worden in de toelichting uiteengezet.

    3. De geactiveerde kosten in verband met de oprichting en met de uitgifte van aandelen worden afgeschreven in ten hoogste vijf jaren. De kosten van ontwikkeling voor zover geactiveerd en de geactiveerde kosten van goodwill worden afgeschreven naar gelang van de verwachte gebruiksduur. In uitzonderlijke gevallen waarin de gebruiksduur van kosten van ontwikkeling en goodwill niet op betrouwbare wijze kan worden geschat, worden deze kosten afgeschreven in een periode van ten hoogste tien jaren. In dergelijke gevallen worden in de toelichting de redenen voor de afschrijvingsduur van de kosten van goodwill vermeld.

    4. Op vaste activa met beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat op de verwachte toekomstige gebruiksduur is afgestemd.

    5. Op het overeenkomstig artikel 375 lid 5 geactiveerde deel van een schuld wordt tot de aflossing jaarlijks een redelijk deel afgeschreven.

    Art. 2:387 BWWaardeverminderingen

    Studiekopie, p. 17.

    1. Waardeverminderingen van activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

    2. Vlottende activa worden gewaardeerd tegen actuele waarde, indien deze op de balansdatum lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De waardering geschiedt tegen een andere lagere waarde, indien het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht daardoor wordt gediend.

    3. Bij de waardering van de vaste activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Bij de waardering van de financiële vaste activa mag in ieder geval met op de balansdatum opgetreden waardevermindering rekening worden gehouden.

    4. De afboeking overeenkomstig de voorgaande leden wordt, voor zover zij niet krachtens artikel 390 lid 3 aan de herwaarderingsreserve wordt onttrokken, ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. De afboeking wordt ongedaan gemaakt, zodra de waardevermindering heeft opgehouden te bestaan. De afboekingen ingevolge lid 3, alsmede de terugnemingen, worden afzonderlijk in de winst- en verliesrekening of in de toelichting opgenomen.

    5. De tweede zin van lid 4 geldt niet voor afboekingen van goodwill.

    Art. 2:388 BWVerkrijgings- en vervaardigingsprijs

    Studiekopie, p. 18.

    1. De verkrijgingsprijs waartegen een actief wordt gewaardeerd, omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.

    2. De vervaardigingsprijs waartegen een actief wordt gewaardeerd, omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.

    Art. 2:389 BWWaardering deelnemingen en reserves

    Studiekopie, p. 18–19.

    1. De deelnemingen in maatschappijen waarin de rechtspersoon invloed van betekenis uitoefent op het zakelijke en financiële beleid, worden verantwoord overeenkomstig de leden 2 en 3. Indien de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen alleen of samen een vijfde of meer van de stemmen van de leden, vennoten of aandeelhouders naar eigen inzicht kunnen uitbrengen of doen uitbrengen, wordt vermoed dat de rechtspersoon invloed van betekenis uitoefent.

    2. De rechtspersoon bepaalt de netto-vermogenswaarde van de deelneming door de activa, voorzieningen en schulden van de maatschappij waarin hij deelneemt te waarderen en haar resultaat te berekenen op de zelfde grondslagen als zijn eigen activa, voorzieningen, schulden en resultaat. Deze wijze van waardering moet worden vermeld.

    3. Wanneer de rechtspersoon onvoldoende gegevens ter beschikking staan om de netto- vermogenswaarde te bepalen, mag hij uitgaan van een waarde die op andere wijze overeenkomstig deze titel is bepaald en wijzigt hij deze waarde met het bedrag van zijn aandeel in het resultaat en in de uitkeringen van de maatschappij waarin hij deelneemt. Deze wijze van waardering moet worden vermeld.

    4. In de jaarrekening van een rechtspersoon die geen bank is als bedoeld in artikel 415 mag de verantwoording van een deelneming in een bank overeenkomstig afdeling 14 van deze titel geschieden. In de jaarrekening van een bank als bedoeld in artikel 415 wordt een deelneming in een rechtspersoon die geen bank is, verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor banken met uitzondering van artikel 424 en onverminderd de eerste zin van lid 5. Deze uitzondering behoeft niet te worden toegepast ten aanzien van deelnemingen, waarin werkzaamheden worden verricht, die rechtstreeks liggen in het verlengde van het bankbedrijf.

    5. In de jaarrekening van een rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij is als bedoeld in artikel 427 mag de verantwoording van een deelneming in een verzekeringsmaatschappij overeenkomstig afdeling 15 van deze titel geschieden. In de jaarrekening van een verzekeringsmaatschappij als bedoeld in artikel 427 wordt een deelneming in een rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij is, verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor verzekeringsmaatschappijen, onverminderd de eerste zin van lid 4 van dit artikel.

    6. De rechtspersoon houdt een reserve aan ter hoogte van zijn aandeel in het positieve resultaat uit deelnemingen en in rechtstreekse vermogensvermeerderingen sedert de eerste waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3. Deelnemingen waarvan het cumulatief resultaat sedert die eerste waardering niet positief is, worden daarbij niet in aanmerking genomen. De reserve wordt verminderd met de uitkeringen waarop de rechtspersoon sedertdien tot het moment van het vaststellen van de jaarrekening recht heeft verkregen, alsmede met rechtstreekse vermogensverminderingen bij de deelneming; uitkeringen die hij zonder beperkingen kan bewerkstelligen, worden eveneens in mindering gebracht. Deze reserve kan in kapitaal worden omgezet. Onder de in dit lid bedoelde uitkeringen worden niet begrepen uitkeringen in aandelen.

    7. Indien de waarde bij de eerste waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3 lager is dan de verkrijgingsprijs of de voorafgaande boekwaarde van de deelneming, wordt het verschil als goodwill geactiveerd. Voor deze berekening wordt ook de verkrijgingsprijs verminderd overeenkomstig artikel 385 lid 5.

    8. Waardevermeerderingen of waardeverminderingen van deelnemingen wegens omrekening van het daarin geïnvesteerde vermogen en het resultaat vanuit de valuta van de deelneming naar de valuta waarin de rechtspersoon zijn jaarrekening opmaakt, komen ten gunste respectievelijk ten laste van een reserve omrekeningsverschillen. Valutakoersverschillen op leningen aangegaan ter dekking van valutakoersrisico van buitenlandse deelnemingen, komen eveneens ten gunste respectievelijk ten laste van deze reserve. De reserve kan een negatief saldo hebben. Bij gehele of gedeeltelijke vervreemding van het belang in de desbetreffende deelneming wordt het gedeelte van de reserve dat op het vervreemde deel van die deelneming betrekking heeft aan deze reserve onttrokken. Indien de reserve omrekeningsverschillen een negatief saldo heeft, kunnen ter hoogte van dit saldo geen uitkeringen worden gedaan ten laste van de reserves.

    9. Wegens in de toelichting te vermelden gegronde redenen mag worden afgeweken van toepassing van lid 1.

    10. Verschillen in het eigen vermogen en het resultaat volgens de enkelvoudige jaarrekening en volgens de geconsolideerde jaarrekening van de rechtspersoon worden in de toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening vermeld.

    Art. 2:390 BWHerwaarderingsreserve

    Studiekopie, p. 19–20.

    1. Waardevermeerderingen van materiële vaste activa, immateriële vaste activa en voorraden die geen agrarische voorraden zijn, worden opgenomen in een herwaarderingsreserve. Waardevermeerderingen van andere activa die tegen actuele waarde worden gewaardeerd, worden opgenomen in een herwaarderingsreserve, tenzij ze krachtens artikel 384 ten gunste van het resultaat worden gebracht. Voorts vormt de rechtspersoon een herwaarderingsreserve ten laste van de vrije reserves of uit het resultaat van het boekjaar, voor zover in het boekjaar waardevermeerderingen van activa die op de balansdatum nog aanwezig zijn, ten gunste van het resultaat van het boekjaar zijn gebracht. Een herwaarderingsreserve wordt niet gevormd voor activa bedoeld in de vorige zin waarvoor frequente marktnoteringen bestaan. Ter hoogte van het bedrag van ten laste van de herwaarderingsreserve gebrachte uitgestelde verliezen op financiële instrumenten als bedoeld in artikel 384 lid 8, kunnen geen uitkeringen ten laste van de reserves worden gedaan. De herwaarderingsreserve kan worden verminderd met latente belastingverplichtingen met betrekking tot activa die zijn geherwaardeerd op een hoger bedrag.

    2. De herwaarderingsreserve kan in kapitaal worden omgezet.

    3. De herwaarderingsreserve is niet hoger dan het verschil tussen de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de boekwaarde op basis van de bij de waardering gehanteerde actuele waarde van de activa waarop de herwaarderingsreserve betrekking heeft. Deze reserve wordt verminderd met het uit hoofde van een bepaald actief in de reserve opgenomen bedrag als het desbetreffende actief wordt vervreemd. Een waardevermindering van een activum, gewaardeerd tegen actuele waarde, wordt ten laste van de herwaarderingsreserve gebracht voor zover dit activum hieraan voorafgaande ten gunste van de herwaarderingsreserve is opgewaardeerd.

    4. De verminderingen van de herwaarderingsreserve die ten gunste van de winst- en verliesrekening worden gebracht, worden in een afzonderlijke post opgenomen.

    5. In de toelichting wordt uiteengezet, of en op welke wijze in samenhang met de herwaardering rekening wordt gehouden met de invloed van belastingen op vermogen en resultaat.

    Art. 2:391 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 20.

    1. Het bestuursverslag geeft een getrouw beeld van de toestand op de balansdatum, de ontwikkeling gedurende het boekjaar en de resultaten van de rechtspersoon en van de groepsmaatschappijen waarvan de financiële gegevens in zijn jaarrekening zijn opgenomen. Het bestuursverslag bevat, in overeenstemming met de omvang en de complexiteit van de rechtspersoon en groepsmaatschappijen, een evenwichtige en volledige analyse van de toestand op de balansdatum, de ontwikkeling gedurende het boekjaar en de resultaten. Indien noodzakelijk voor een goed begrip van de ontwikkeling, de resultaten of de positie van de rechtspersoon en groepsmaatschappijen, omvat de analyse zowel financiële als niet-financiële prestatie-indicatoren, met inbegrip van milieu- en personeelsaangelegenheden. Het bestuursverslag geeft tevens een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee de rechtspersoon wordt geconfronteerd. Het bestuursverslag wordt in de Nederlandse taal gesteld, tenzij de algemene vergadering tot het gebruik van een andere taal heeft besloten.

    2. In het bestuursverslag worden mededelingen gedaan omtrent de verwachte gang van zaken; daarbij wordt, voor zover gewichtige belangen zich hiertegen niet verzetten, in het bijzonder aandacht besteed aan de investeringen, de financiering en de personeelsbezetting en aan de omstandigheden waarvan de ontwikkeling van de omzet en van de rentabiliteit afhankelijk is. Mededelingen worden gedaan omtrent de werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling. In het bestuursverslag doet de naamloze vennootschap mededeling van het bepaalde in artikel 82 leden 3 tot en met 9. Vermeld wordt hoe bijzondere gebeurtenissen waarmee in de jaarrekening geen rekening behoeft te worden gehouden, de verwachtingen hebben beïnvloed. De naamloze vennootschap waarop artikel 383b van toepassing is, doet voorts mededeling van het beleid van de vennootschap aangaande de bezoldiging van haar bestuurders en commissarissen en de wijze waarop dit beleid in het verslagjaar in de praktijk is gebracht.

    3. Ten aanzien van het gebruik van financiële instrumenten door de rechtspersoon en voor zover zulks van betekenis is voor de beoordeling van zijn activa, passiva, financiële toestand en resultaat, worden de doelstellingen en het beleid van de rechtspersoon inzake risicobeheer vermeld. Daarbij wordt aandacht besteed aan het beleid inzake de afdekking van risico’s verbonden aan alle belangrijke soorten voorgenomen transacties. Voorts wordt aandacht besteed aan de door de rechtspersoon gelopen prijs-, krediet-, liquiditeits- en kasstroomrisico’s.

    4. Het bestuursverslag mag niet in strijd zijn met de jaarrekening. Indien het verschaffen van het in lid 1 bedoelde overzicht dit vereist, bevat het bestuursverslag verwijzingen naar en aanvullende uitleg over posten in de jaarrekening.

    Art. 2:391a BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 21.

    1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gesteld omtrent de inhoud van het bestuursverslag.

    2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen regels worden gesteld omtrent de verplichtingen van bepaalde rechtspersonen en bijkantoren tot het opnemen van informatie in het bestuursverslag, tot het opstellen en openbaar maken van een afzonderlijk jaarlijks verslag en tot het opstellen en openbaar maken van een of meer daarmee samenhangende verklaringen. De regels kunnen met name betrekking hebben op:

    a. de inhoud van de informatie, het afzonderlijke jaarlijkse verslag en de verklaringen;

    b. de verantwoordelijkheid van het bestuur en de raad van commissarissen voor de naleving van de verplichtingen;

    c. het laten onderzoeken van de informatie, het afzonderlijke jaarlijkse verslag en de verklaringen door een accountant of accountantsorganisatie als bedoeld in artikel 393 of door een andere derde persoon of organisatie en op de openbaarmaking van de uitkomsten van dat onderzoek;

    d. de wijze van handhaving van de verplichtingen;

    e. de naleving van een bij de algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gedragscode en op de inhoud, de openbaarmaking en het accountantsonderzoek van een verklaring inzake corporate governance.

    3. De voordracht voor een krachtens lid 1 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

    4. Het ontwerp van een krachtens lid 2 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.

    5. Bij regeling van Onze Minister die het aangaat kunnen ter uitvoering van bindende EU- rechtshandelingen, als bedoeld in het tweede lid, die regelmatig kunnen wijzigen, nadere regels worden gegeven.

    Art. 2:392 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 21–22.

    1. Het bestuur voegt de volgende gegevens toe aan de jaarrekening en het bestuursverslag:

    a. de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 393 lid 5 of een mededeling waarom deze ontbreekt;

    b. een weergave van de statutaire regeling omtrent de bestemming van de winst;

    c. een weergave van de statutaire regeling omtrent de bijdrage in een tekort van een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, voor zover deze van de wettelijke bepalingen afwijkt;

    d. een lijst van namen van degenen aan wie een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in de rechtspersoon toekomt, met een omschrijving van de aard van dat recht, tenzij omtrent deze gegevens mededeling is gedaan in het bestuursverslag op grond van artikel 391 lid 5;

    e. een opgave van het aantal stemrechtloze aandelen en het aantal aandelen dat geen of slechts een beperkt recht geeft tot deling in de winst of reserves van de vennootschap, met vermelding van de bevoegdheden die zij geven;

    f. opgave van het bestaan van nevenvestigingen en van de landen waar nevenvestigingen zijn, alsmede van hun handelsnaam indien deze afwijkt van die van de rechtspersoon.

    2. De gegevens mogen niet in strijd zijn met de jaarrekening en met het bestuursverslag.

    3. Is een recht als bedoeld in lid 1 onder d in een aandeel belichaamd, dan wordt vermeld hoeveel zodanige aandelen elk der rechthebbenden houdt. Komt een zodanig recht aan een vennootschap, vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of stichting toe, dan worden tevens de namen van de bestuurders daarvan medegedeeld.

    4. Het bepaalde in lid 1 onder d en in lid 3 is niet van toepassing, voor zover Onze Minister van Economische Zaken desverzocht aan de rechtspersoon wegens gewichtige redenen ontheffing heeft verleend; deze ontheffing kan telkens voor ten hoogste vijf jaren worden verleend. Geen ontheffing kan worden verleend van het bepaalde in lid 1 onder d wanneer omtrent deze gegevens mededeling moet worden gedaan in het bestuursverslag op grond van artikel 391 lid 5.

    5. Het bestuur van een stichting of een vereniging als bedoeld in artikel 360 lid 3 behoeft de gegevens, bedoeld in lid 1, onder b, en artikel 380c, niet aan de jaarrekening en het bestuursverslag toe te voegen.

    Art. 2:393 BWOnderzoek door de accountant

    Studiekopie, p. 22–23.

    1. De rechtspersoon verleent opdracht tot onderzoek van de jaarrekening aan een registeraccountant, aan een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep of aan een wettelijke auditor als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties. De opdracht kan worden verleend aan een organisatie waarin accountants die mogen worden aangewezen, samenwerken. Indien een rechtspersoon tevens een organisatie van openbaar belang is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, wordt door deze rechtspersoon aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten medegedeeld welke accountant of accountantsorganisatie wordt beoogd voor het uitvoeren van een opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van de rechtspersoon. Deze mededeling geschiedt voordat tot de verlening van die opdracht, bedoeld in het tweede lid, is overgegaan. Onze Minister van Financiën stelt bij ministeriele regeling nadere regels over deze mededeling.

    2. Tot het verlenen van de opdracht is de algemene vergadering bevoegd. Gaat deze daartoe niet over, of ontbreekt deze, dan is de raad van commissarissen bevoegd. Ontbreekt een raad van commissarissen, dan is het bestuur bevoegd. De aanwijzing van een accountant wordt door generlei voordracht beperkt. De opdracht kan worden ingetrokken door de algemene vergadering en door degene die haar heeft verleend. De opdracht kan enkel worden ingetrokken om gegronde redenen; daartoe behoort niet een meningsverschil over methoden van verslaggeving of controlewerkzaamheden. De algemene vergadering hoort de accountant op diens verlangen omtrent de intrekking van een hem verleende opdracht of omtrent het hem kenbaar gemaakte voornemen daartoe. Het bestuur en de accountant stellen de Stichting Autoriteit Financiële Markten onverwijld in kennis van de intrekking van de opdracht door de rechtspersoon of tussentijdse beëindiging ervan door de accountant en geven hiervoor een afdoende motivering.

    3. De accountant onderzoekt of de jaarrekening het in artikel 362 lid 1 vereiste inzicht geeft. Hij gaat voorts na, of de jaarrekening aan de bij en krachtens de wet gestelde voorschriften voldoet, of het bestuursverslag overeenkomstig deze titel is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is, en of het bestuursverslag in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden bevat, en of de in artikel 392 lid 1, onderdelen b tot en met f, vereiste gegevens zijn toegevoegd.

    4. De accountant brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan de raad van commissarissen en aan het bestuur. Hij maakt daarbij ten minste melding van zijn bevindingen met betrekking tot de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking.

    5. De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening. De accountant kan een afzonderlijke verklaring afgeven voor de enkelvoudige jaarrekening en voor de geconsolideerde jaarrekening. De accountantsverklaring omvat ten minste:

    a. een vermelding op welke jaarrekening het onderzoek betrekking heeft en welke wettelijke voorschriften op de jaarrekening toepasselijk zijn;

    b. een beschrijving van de reikwijdte van het onderzoek, waarin ten minste wordt vermeld welke richtlijnen voor de accountantscontrole in acht zijn genomen;

    c. een oordeel of de jaarrekening het vereiste inzicht geeft en aan de bij en krachtens de wet gestelde regels voldoet;

    d. een verwijzing naar bepaalde zaken waarop de accountant in het bijzonder de aandacht vestigt, zonder een verklaring als bedoeld in lid 6, onderdeel b, af te geven;

    e. een vermelding van de gebleken tekortkomingen naar aanleiding van het onderzoek overeenkomstig lid 3 of het bestuursverslag overeenkomstig deze titel is opgesteld en of de in artikel 392 lid 1, onder b tot en met f, vereiste gegevens zijn toegevoegd;

    f. een oordeel over de verenigbaarheid van het bestuursverslag met de jaarrekening;

    g. een oordeel of er, in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden in het bestuursverslag zijn gebleken onder opgave van de aard van die onjuistheden;

    h. een verklaring betreffende materiële onzekerheden die verband houden met gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel kunnen doen rijzen of de rechtspersoon zijn werkzaamheden voort kan zetten;

    i. een vermelding van de vestigingsplaats van de accountantsorganisatie.

    6. De accountantsverklaring, bedoeld in lid 5, heeft de vorm van:

    a. een goedkeurende verklaring;

    b. een verklaring met beperking;

    c. een afkeurende verklaring; of

    d. een verklaring van oordeelonthouding. De accountant ondertekent en dagtekent de accountantsverklaring.

    7. De jaarrekening kan niet worden vastgesteld, indien het daartoe bevoegde orgaan geen kennis heeft kunnen nemen van de verklaring van de accountant, die aan de jaarrekening moest zijn toegevoegd, tenzij onder de overige gegevens een wettige grond wordt medegedeeld waarom de verklaring ontbreekt.

    8. Iedere belanghebbende kan van de rechtspersoon nakoming van de in lid 1 omschreven verplichting vorderen.

    Art. 2:394 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 23–24.

    1. De rechtspersoon is verplicht tot openbaarmaking van de jaarrekening binnen acht dagen na de vaststelling. De openbaarmaking geschiedt door deponering van de volledig in de Nederlandse taal gestelde jaarrekening of, als die niet is vervaardigd, de jaarrekening in het Frans, Duits of Engels, bij het handelsregister, indien van toepassing op de wijze als voorgeschreven bij of krachtens artikel 19a van de Handelsregisterwet 2007. De dag van vaststelling moet zijn vermeld.

    2. Is de jaarrekening niet binnen twee maanden na afloop van de voor het opmaken voorgeschreven termijn overeenkomstig de wettelijke voorschriften vastgesteld, dan maakt het bestuur onverwijld de opgemaakte jaarrekening op de in lid 1 voorgeschreven wijze openbaar; op de jaarrekening wordt vermeld dat zij nog niet is vastgesteld. Binnen twee maanden na gerechtelijke vernietiging van een jaarrekening moet de rechtspersoon een afschrift van de in de uitspraak opgenomen bevelen met betrekking tot de jaarrekening deponeren bij het handelsregister, met vermelding van de uitspraak.

    3. Uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar moet de rechtspersoon de jaarrekening op de in lid 1 voorgeschreven wijze openbaar hebben gemaakt.

    4. Gelijktijdig met en op dezelfde wijze als de jaarrekening worden het bestuursverslag en de overige in artikel 392 bedoelde gegevens in het Nederlands of in een van de andere in het eerste lid genoemde talen openbaar gemaakt. Het voorafgaande geldt, behalve voor de in artikel 392 lid 1 onder a en e genoemde gegevens, niet, indien de stukken ten kantore van de rechtspersoon ter inzage van een ieder worden gehouden en op verzoek een volledig of gedeeltelijk afschrift daarvan ten hoogste tegen de kostprijs wordt verstrekt; hiervan doet de rechtspersoon opgaaf ter inschrijving in het handelsregister.

    5. De vorige leden gelden niet, indien Onze Minister van Economische Zaken de in artikel 58, artikel 101 of artikel 210 genoemde ontheffing heeft verleend; alsdan wordt een afschrift van die ontheffing bij het handelsregister gedeponeerd.

    6. De in de vorige leden bedoelde bescheiden worden gedurende zeven jaren bewaard. De Kamer van Koophandel mag de op deze bescheiden geplaatste gegevens overbrengen op andere gegevensdragers, die zij in hun plaats in het handelsregister bewaart, mits die overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

    7. Iedere belanghebbende kan van de rechtspersoon nakoming van de in de leden 1-5 omschreven verplichtingen vorderen.

    8. Een vennootschap waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht wordt geacht te hebben voldaan aan:

    a. lid 1, indien zij de vastgestelde jaarrekening op grond van artikel 5:25o, eerste lid, van die wet heeft toegezonden aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten;

    b. lid 2, eerste volzin, indien zij mededeling heeft gedaan op grond van artikel 5:25o, tweede lid, van die wet aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten;

    c. vierde lid, eerste volzin, indien zij het bestuursverslag en de overige in artikel 392 bedoelde gegevens op grond van artikel 5:25o, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht heeft toegezonden aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten.

    Art. 2:395 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 24–25.

    1. Wordt de jaarrekening op andere wijze dan ingevolge het vorige artikel openbaar gemaakt, dan wordt daaraan in ieder geval de in artikel 393 lid 5 bedoelde accountantsverklaring toegevoegd. Voor de toepassing van de vorige zin geldt als de jaarrekening van een rechtspersoon waarop artikel 397 van toepassing is, mede de jaarrekening in de vorm waarin zij ingevolge dat artikel openbaar mag worden gemaakt. Is de verklaring niet afgelegd, dan wordt de reden daarvan vermeld.

    2. Wordt slechts de balans of de winst- en verliesrekening, al dan niet met toelichting, of wordt de jaarrekening in beknopte vorm op andere wijze dan ingevolge het vorige artikel openbaar gemaakt, dan wordt dit ondubbelzinnig vermeld onder verwijzing naar de openbaarmaking krachtens wettelijk voorschrift, of, zo deze niet is geschied, onder mededeling van dit feit. De in artikel 393 lid 5 bedoelde accountantsverklaring mag alsdan niet worden toegevoegd. Bij de openbaarmaking wordt medegedeeld of de accountant deze verklaring heeft afgelegd. Is de verklaring afgelegd, dan wordt vermeld welke strekking als bedoeld in artikel 393 lid 6 de accountantsverklaring heeft en wordt tevens vermeld of de accountant in de verklaring in het bijzonder de aandacht heeft gevestigd op bepaalde zaken, zonder een verklaring als bedoeld in artikel 393 lid 6, onderdeel b, af te geven. Is de verklaring niet afgelegd, dan wordt de reden daarvan vermeld.

    3. Is de jaarrekening nog niet vastgesteld, dan wordt dit bij de in lid 1 en lid 2 bedoelde stukken vermeld. Indien een mededeling als bedoeld in de laatste zin van artikel 362 lid 6 is gedaan, wordt dit eveneens vermeld.

    Art. 2:395a BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 25.

    1. De leden 3 tot en met 6 gelden voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:

    a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 350.000 [Red: per 13 maart 2024: € 450.000] ;

    b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 700.000 [Red: per 13 maart 2024: € 900.000] ;

    c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 10.

    2. Voor de toepassing van lid 1 worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt niet, indien de rechtspersoon artikel 408 toepast.

    3. Het bepaalde in leden 3 en 4 van artikel 364 met betrekking tot de overlopende activa en passiva is niet van toepassing voor de overige bedrijfskosten bedoeld in artikel 377 lid 3 onder j. De rechtspersoon vermeldt het feit dat geen overlopende activa en passiva zijn opgenomen onderaan de balans.

    4. Van de ingevolge afdeling 3 voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan voorgeschreven in de artikelen 364 lid 1, 365 lid 1 onder a en 370 lid 1 onder d, 373 lid 1 waarbij de posten worden samengetrokken tot een post, 374 lid 1 en 375 lid 1 waarbij de posten worden samengetrokken tot een post en waarbij voor het totaal van de schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd ten hoogste een jaar is en tot welk bedrag de resterende looptijd langer dan een jaar is. Voorts vermeldt een naamloze vennootschap de gegevens genoemd in de tweede zin van artikel 378 lid 3 onderaan de balans.

    5. Van de ingevolge afdeling 4 voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan voorgeschreven in de artikelen 377 lid 1 onder a met uitzondering van vermelding van de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, 377 lid 3 onder a, d en e, 377 lid 3 onder g met uitzondering van de vermelding van overige externe kosten, 377 lid 3 onder h en i waarbij de posten worden samengetrokken tot een post en 377 lid 3 onder j.

    6. Afdeling 5, de voorschriften in afdeling 6 betreffende de voorgeschreven opgaven in de toelichting, en de afdelingen 7, 8 en 9 zijn niet van toepassing.

    7. In afwijking van afdeling 6 van deze titel komen voor de waardering van de activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat ook in aanmerking de grondslagen voor de bepaling van de belastbare winst, bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, mits de rechtspersoon daarbij alle voor hem van toepassing zijnde fiscale grondslagen toepast. Indien de rechtspersoon deze grondslagen toepast, maakt zij daarvan melding in de toelichting. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het gebruik van deze grondslagen en de toelichting die daarbij gegeven wordt.

    8. Artikel 394 is slechts van toepassing met betrekking tot een overeenkomstig leden 3 en 4 beperkte balans.

    Art. 2:396 BWKleine rechtspersoon

    Studiekopie, p. 26.

    1. Onverminderd artikel 395a gelden de leden 3 tot en met 9 voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:

    a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 7.500.000;

    b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 15.000.000;

    c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 50.

    2. Voor de toepassing van lid 1 worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt niet, indien de rechtspersoon artikel 408 toepast.

    3. Van de ingevolge afdeling 3 voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan voorgeschreven in de artikelen 364, 365 lid 1 onder a, 368 lid 2 onder a, 370 lid 1 onder d, 373 leden 1 tot en met 5, eerste volzin, 375 lid 3 en 376, alsmede, zonder uitsplitsing naar soort schuld of vordering, in de artikelen 370 lid 2 en 375 lid 2, waarbij de aanduiding van de rentevoet achterwege blijft, en de opgave van het ingehouden deel van het resultaat.

    4. In de winst- en verliesrekening worden de posten genoemd in artikel 377 lid 3 onder a-d en g, onderscheidenlijk lid 4 onder a-c en f, samengetrokken tot een post bruto-bedrijfsresultaat.

    5. Het in artikel 378 lid 1 genoemde overzicht wordt slechts gegeven voor de herwaarderingsreserve, behoudens de tweede zin van artikel 378 lid 3. De artikelen 379, 380, 381 leden 2 en 3, 381b, aanhef en onder a, 382a en 383 lid 1 zijn niet van toepassing. De rechtspersoon vermeldt de naam en woonplaats van de maatschappij die de geconsolideerde jaarrekening opstelt van het groepsdeel waartoe de rechtspersoon behoort. De informatie die ingevolge artikel 382 wordt vermeld, wordt beperkt tot mededeling van het gemiddelde aantal gedurende het boekjaar bij de rechtspersoon werkzame werknemers.

    6. In afwijking van afdeling 6 van deze titel komen voor de waardering van de activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat ook in aanmerking de grondslagen voor de bepaling van de belastbare winst, bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, mits de rechtspersoon daarbij alle voor hem van toepassing zijnde fiscale grondslagen toepast. Indien de rechtspersoon deze grondslagen toepast, maakt zij daarvan melding in de toelichting. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het gebruik van deze grondslagen en de toelichting die daarbij gegeven wordt.

    7. De artikelen 380c en 380d, 383b tot en met 383e, 391, 392 en 393 lid 1 zijn niet van toepassing.

    8. Artikel 394 is slechts van toepassing met betrekking tot een overeenkomstig lid 3 beperkte balans en de toelichting. In de openbaar gemaakte toelichting blijven achterwege de gegevens bedoeld in artikel 380a.

    9. Indien de rechtspersoon geen winst beoogt, behoeft hij artikel 394 niet toe te passen, mits hij

    a. de in lid 8 bedoelde stukken aan schuldeisers en houders van aandelen in zijn kapitaal of certificaten daarvan of anderen aan wie het vergaderrecht toekomt op hun verzoek onmiddellijk kosteloos toezendt of ten kantore van de rechtspersoon ter inzage geeft; en

    b. bij het handelsregister een verklaring van een accountant heeft gedeponeerd, inhoudende dat de rechtspersoon in het boekjaar geen werkzaamheden heeft verricht buiten de doelomschrijving en dat dit artikel op hem van toepassing is.

    Art. 2:397 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 27.

    1. Behoudens artikel 396 gelden de leden 3 tot en met 7 voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:

    a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting, bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 25.000.000;

    b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 50.000.000;

    c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 250.

    2. Voor de toepassing van lid 1 worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt niet, indien de rechtspersoon artikel 408 toepast.

    3. In de winst- en verliesrekening worden de posten genoemd in artikel 377 lid 3, onder a-d en g, onderscheidenlijk lid 4, onder a-c en f, samengetrokken tot een post bruto-bedrijfsresultaat; de rechtspersoon vermeldt in een verhoudingscijfer, in welke mate de netto-omzet ten opzichte van die van het vorige jaar is gestegen of gedaald.

    4. De artikelen 380 en 382a zijn niet van toepassing.

    5. Van de in afdeling 3 voorgeschreven opgaven behoeven in de openbaar gemaakte balans met toelichting slechts vermelding die welke voorkomen in de artikelen 364, 365 lid 1 onder a en d, 366, 367 onder a-d, 368 lid 2 onder a, 370 lid 1 onder b–d, 373, 374 leden 3 en 4, 375 lid 1 onder a, b, f en g en lid 3, alsmede 376 en de overlopende posten. De leden 2 van de artikelen 370 en 375 vinden toepassing zowel op het totaal van de vorderingen en schulden als op de posten uit lid 1 van die artikelen welke afzonderlijke vermelding behoeven. De openbaar te maken winst- en verliesrekening en de toelichting mogen worden beperkt overeenkomstig lid 3 en lid 4.

    6. De informatie die ingevolge artikel 381 lid 2 moet worden vermeld, wordt beperkt tot informatie over de aard en het zakelijk doel van de aldaar genoemde regelingen. Artikel 381 lid 3 is niet van toepassing, tenzij de rechtspersoon een naamloze vennootschap is, in welk geval de vermelding als bedoeld in artikel 381 lid 3 beperkt is tot transacties die direct of indirect zijn aangegaan tussen de vennootschap en haar voornaamste aandeelhouders en tussen de vennootschap en haar leden van het bestuur en van de raad van commissarissen.

    7. De gegevens, bedoeld in artikel 392 lid 1, onderdelen d en e, en lid 3, worden niet openbaar gemaakt.

    8. In het bestuursverslag behoeft geen aandacht te worden besteed aan niet-financiële prestatie- indicatoren als bedoeld in artikel 391 lid 1.

    Art. 2:398 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 27–28.

    1. Artikel 395a, artikel 396 of artikel 397 geldt voor het eerste en tweede boekjaar ook voor een rechtspersoon die op de balansdatum van het eerste boekjaar aan de desbetreffende vereisten heeft voldaan.

    2. Artikel 395a leden 3 tot en met 7, artikel 396 leden 3 tot en met 8 en artikel 397 leden 3 tot en met 7 zijn van toepassing voor zover de algemene vergadering uiterlijk zes maanden na het begin van het boekjaar niet anders heeft besloten.

    3. De artikelen 395a tot en met 397 zijn niet van toepassing op een beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten waarvoor artikel 401 lid 1 geldt.

    4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de in artikel 395a lid 1, artikel 396 lid 1 en artikel 397 lid 1 genoemde bedragen verlaagd, indien het recht van de Europese Gemeenschappen daartoe verplicht, en kunnen zij worden verhoogd, voor zover geoorloofd.

    5. Voor de toepassing van de artikelen 396 lid 1 en 397 lid 1 op een stichting of een vereniging als bedoeld in artikel 360 lid 3 wordt uitgegaan van het totaal van de activa van de stichting of vereniging en, met inachtneming van artikel 396 lid 2, van de netto-omzet en het gemiddeld aantal werknemers van de onderneming of ondernemingen die deze stichting of vereniging in stand houdt.

    6. Artikel 395a is niet van toepassing op een participatieonderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 15, van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182).

    7. De artikelen 395a tot en met 397 zijn niet van toepassing op rechtspersonen die als organisatie van openbaar belang:

    a. effecten hebben die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt van een lidstaat in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14, van richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten (PbEU 2004, L 145);

    b. kredietinstellingen zijn in de zin van artikel 3, punt 1, van richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PbEU 2013, L 176), en die geen instellingen als bedoeld in artikel 2, lid 5, van genoemde richtlijn 2013/36/EU zijn;

    c. verzekeringsondernemingen zijn in de zin van artikel 2, lid 1, van richtlijn 91/674/EEG van de Raad van 19 december 1991 betreffende de jaarrekening van verzekeringsondernemingen (PbEG 1991, L 374); of

    d. bij algemene maatregel van bestuur worden aangewezen wegens hun omvang of functie in het maatschappelijk verkeer.

    Art. 2:399 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 28.

    [Vervallen per 15-10-1993]

    Art. 2:400 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 28.

    Onze Minister van Financiën kan financiële instellingen die geen bank als bedoeld in artikel 415 zijn, op haar verzoek al dan niet onder voorwaarden toestaan afdeling 14, met uitzondering van artikel 424, toe te passen.

    Art. 2:401 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 28–29.

    1. Een beheerder van een beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe, een beleggingsmaatschappij en een maatschappij voor collectieve belegging in effecten waarop het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht van toepassing is, moeten in aanvulling op de bepalingen van deze titel tevens voldoen aan de vereisten voor zijn onderscheidenlijk haar jaarrekening, gesteld bij of krachtens die wet. Voor deze beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij en maatschappij voor collectieve belegging in effecten kan bij of krachtens die wet van de artikelen 394, lid 2, 3 of 4, en 403 worden afgeweken.

    2. De beleggingen van een beleggingsmaatschappij of een maatschappij voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht mogen tegen marktwaarde worden gewaardeerd. Nadelige koersverschillen ten opzichte van de voorafgaande balansdatum behoeven niet ten laste van de winst- en verliesrekening te worden gebracht, mits zij op de reserves worden afgeboekt; voordelige koersverschillen mogen op de reserves worden bijgeboekt. De bedragen worden in de balans of in de toelichting vermeld.

    3. Op een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal is artikel 378 lid 3, tweede zin, niet van toepassing.

    Art. 2:402 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 29.

    1. Zijn de financiële gegevens van een rechtspersoon verwerkt in zijn geconsolideerde jaarrekening, dan behoeft in de eigen winst- en verliesrekening slechts het resultaat uit deelnemingen na aftrek van de belastingen daarover als afzonderlijke post te worden vermeld. In de toelichting van de geconsolideerde jaarrekening wordt de toepassing van de vorige zin meegedeeld.

    2. Dit artikel is niet van toepassing op rechtspersonen als bedoeld in artikel 398 lid 7.

    Art. 2:403 BWGroepsvrijstelling enkelvoudige jaarrekening

    Studiekopie, p. 29–30.

    1. Een tot een groep behorende rechtspersoon behoeft de jaarrekening niet overeenkomstig de voorschriften van deze titel in te richten, mits:

    a. de balans in elk geval vermeldt de som van de vaste activa, de som van de vlottende activa, en het bedrag van het eigen vermogen, van de voorzieningen en van de schulden, en de winst- en verliesrekening in elk geval vermeldt het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening en het saldo der overige baten en lasten, een en ander na belastingen;

    b. de leden of aandeelhouders na de aanvang van het boekjaar en voor de vaststelling van de jaarrekening schriftelijk hebben verklaard met afwijking van de voorschriften in te stemmen;

    c. de financiële gegevens van de rechtspersoon door een andere rechtspersoon of vennootschap zijn geconsolideerd in een geconsolideerde jaarrekening waarop krachtens het toepasselijke recht de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen, richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182) of een der beide richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen dan wel van verzekeringsondernemingen van toepassing is;

    d. de geconsolideerde jaarrekening, voor zover niet gesteld of vertaald in het Nederlands, is gesteld of vertaald in het Frans, Duits of Engels;

    e. de accountantsverklaring en het bestuursverslag, zijn gesteld of vertaald in de zelfde taal als de geconsolideerde jaarrekening;

    f. de onder c bedoelde rechtspersoon of vennootschap schriftelijk heeft verklaard zich hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de uit rechtshandelingen van de rechtspersoon voortvloeiende schulden; en

    g. de verklaringen, bedoeld in de onderdelen b en f zijn gedeponeerd bij het handelsregister alsmede, telkens binnen zes maanden na de balansdatum of binnen een maand na een geoorloofde latere openbaarmaking, de stukken of vertalingen, genoemd in de onderdelen d en

    e.

    2. Zijn in de groep of het groepsdeel waarvan de gegevens in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen, de in lid 1 onder f bedoelde rechtspersoon of vennootschap en een andere nevengeschikt, dan is lid 1 slechts van toepassing, indien ook deze andere rechtspersoon of vennootschap een verklaring van aansprakelijkstelling heeft afgelegd; in dat geval zijn lid 1 onder g en artikel 404 van overeenkomstige toepassing.

    3. Voor een rechtspersoon waarop lid 1 van toepassing is, gelden de artikelen 391 tot en met 394 niet.

    4. Dit artikel is niet van toepassing op rechtspersonen als bedoeld in artikel 398 lid 7.

    Art. 2:404 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 30.

    1. Een in artikel 403 bedoelde aansprakelijkstelling kan worden ingetrokken door deponering van een daartoe strekkende verklaring bij het handelsregister.

    2. Niettemin blijft de aansprakelijkheid bestaan voor schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen welke zijn verricht voordat jegens de schuldeiser een beroep op de intrekking kan worden gedaan.

    3. De overblijvende aansprakelijkheid wordt ten opzichte van de schuldeiser beëindigd, indien de volgende voorwaarden zijn vervuld:

    a. de rechtspersoon behoort niet meer tot de groep;

    b. een mededeling van het voornemen tot beëindiging heeft ten minste twee maanden lang ter inzage gelegen bij het handelsregister;

    c. ten minste twee maanden zijn verlopen na de aankondiging in een landelijk verspreid dagblad dat en waar de mededeling ter inzage ligt;

    d. tegen het voornemen heeft de schuldeiser niet tijdig verzet gedaan of zijn verzet is ingetrokken dan wel bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak ongegrond verklaard.

    4. Indien de schuldeiser dit verlangt moet, op straffe van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in lid 5, voor hem zekerheid worden gesteld of hem een andere waarborg worden gegeven voor de voldoening van zijn vorderingen waarvoor nog aansprakelijkheid loopt. Dit geldt niet, indien hij na het beëindigen van de aansprakelijkheid, gezien de vermogenstoestand van de rechtspersoon of uit anderen hoofde, voldoende waarborgen heeft dat deze vorderingen zullen worden voldaan.

    5. Tot twee maanden na de aankondiging kan de schuldeiser voor wiens vordering nog aansprakelijkheid loopt, tegen het voornemen tot beëindiging verzet doen door het indienen van een verzoek bij de rechtbank van de woonplaats van de rechtspersoon die hoofdschuldenaar is.

    6. De rechter verklaart het verzet slechts gegrond nadat een door hem omschreven termijn om een door hem omschreven waarborg te geven is verlopen, zonder dat deze is gegeven.

    Art. 2:404a BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 30.

    [Vervallen per 25-11-1988]

    Art. 2:405 BWGeconsolideerde jaarrekening als één geheel

    Studiekopie, p. 30.

    1. Een geconsolideerde jaarrekening is de jaarrekening waarin de activa, passiva, baten en lasten van de rechtspersonen en vennootschappen die een groep of groepsdeel vormen en andere in de consolidatie meegenomen rechtspersonen en vennootschappen, als één geheel worden opgenomen.

    2. De geconsolideerde jaarrekening moet overeenkomstig artikel 362 lid 1 inzicht geven betreffende het geheel van de in de consolidatie opgenomen rechtspersonen en vennootschappen.

    Art. 2:406 BWConsolidatieplicht en consolidatiekring

    Studiekopie, p. 31.

    1. De rechtspersoon die, alleen of samen met een andere groepsmaatschappij, aan het hoofd staat van zijn groep, stelt een geconsolideerde jaarrekening op, waarin opgenomen de eigen financiële gegevens met die van zijn dochtermaatschappijen in de groep, andere groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft.

    2. Een rechtspersoon waarop lid 1 niet van toepassing is, maar die in zijn groep een of meer dochtermaatschappijen heeft of andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft, stelt een geconsolideerde jaarrekening op. Deze omvat de financiële gegevens van het groepsdeel, bestaande uit de rechtspersoon, zijn dochtermaatschappijen in de groep, andere groepsmaatschappijen die onder de rechtspersoon vallen en andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft.

    3. De rechtspersoon die geen bank als bedoeld in artikel 415 is, en waarvan de geconsolideerde jaarrekening voor een belangrijk deel de financiële gegevens van één of meer banken bevat, geeft in de toelichting ten minste inzicht in de solvabiliteit van de banken als één geheel.

    4. De rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij als bedoeld in artikel 427 lid 1 is, en waarvan de geconsolideerde jaarrekening voor een belangrijk deel de financiële gegevens van één of meer verzekeringsmaatschappijen bevat, geeft in de toelichting ten minste inzicht in de solvabiliteit van de verzekeringsmaatschappijen als één geheel.

    5. In de geconsolideerde jaarrekening van een rechtspersoon, die geen bank als bedoeld in artikel 415 is, mag ten aanzien van in de consolidatie te betrekken maatschappijen die bank zijn, tezamen met de in artikel 426 lid 1, tweede zin, bedoelde maatschappijen, artikel 424 worden toegepast.

    Art. 2:407 BWConsolidatie-uitzonderingen

    Studiekopie, p. 31.

    1. De verplichting tot consolidatie geldt niet voor gegevens:

    a. van in de consolidatie te betrekken maatschappijen wier gezamenlijke betekenis te verwaarlozen is op het geheel,

    b. van in de consolidatie te betrekken maatschappijen waarvan de nodige gegevens slechts tegen onevenredige kosten of met grote vertraging te verkrijgen of te ramen zijn,

    c. van in de consolidatie te betrekken maatschappijen waarin het belang slechts wordt gehouden om het te vervreemden.

    2. Consolidatie mag achterwege blijven, indien

    a. bij consolidatie de grenzen van artikel 396 niet zouden worden overschreden;

    b. geen in de consolidatie te betrekken maatschappijen een rechtspersoon is als bedoeld in artikel 398 lid 7;

    c. niet binnen zes maanden na de aanvang van het boekjaar daartegen schriftelijk bezwaar bij de rechtspersoon is gemaakt door de algemene vergadering.

    3. Indien de rechtspersoon groepsmaatschappijen beheert krachtens een regeling tot samenwerking met een rechtspersoon waarvan de financiële gegevens niet in zijn geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen, mag hij zijn eigen financiële gegevens buiten de geconsolideerde jaarrekening houden. Dit geldt slechts, indien de rechtspersoon geen andere werkzaamheden heeft dan het beheren en financieren van groepsmaatschappijen en deelnemingen, en indien hij in zijn balans artikel 389 toepast.

    Art. 2:408 BWVrijstelling tussenhoudster

    Studiekopie, p. 32.

    1. Consolidatie van een groepsdeel mag achterwege blijven, mits:

    a. niet binnen zes maanden na de aanvang van het boekjaar daartegen schriftelijk bezwaar bij de rechtspersoon is gemaakt door ten minste een tiende der leden of door houders van ten minste een tiende van het geplaatste kapitaal;

    b. de financiële gegevens die de rechtspersoon zou moeten consolideren zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van een groter geheel;

    c. de geconsolideerde jaarrekening en het bestuursverslag zijn opgesteld overeenkomstig de voorschriften van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182) of overeenkomstig de voorschriften van een der richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen dan wel van verzekeringsondernemingen dan wel, indien deze voorschriften niet behoeven te zijn gevolgd, op gelijkwaardige wijze;

    d. de geconsolideerde jaarrekening met accountantsverklaring en bestuursverslag, voor zover niet gesteld of vertaald in het Nederlands, zijn gesteld of vertaald in het Frans, Duits of Engels, en wel in de zelfde taal; en

    e. telkens binnen zes maanden na de balansdatum of binnen een maand na een geoorloofde latere openbaarmaking bij het handelsregister de in onderdeel d genoemde stukken of vertalingen zijn gedeponeerd.

    2. Onze Minister van Justitie kan voorschriften voor de jaarrekening aanwijzen die, zo nodig aangevuld met door hem gegeven voorschriften, als gelijkwaardig zullen gelden aan voorschriften overeenkomstig richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182). Intrekking van een aanwijzing kan slechts boekjaren betreffen die nog niet zijn begonnen.

    3. De rechtspersoon moet de toepassing van lid 1 in de toelichting vermelden.

    4. Dit artikel is niet van toepassing op een rechtspersoon waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.

    Art. 2:409 BWProportionele consolidatie

    Studiekopie, p. 32.

    De financiële gegevens van een rechtspersoon of vennootschap mogen in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen naar evenredigheid tot het daarin gehouden belang, indien:

    a. in die rechtspersoon of vennootschap een of meer in de consolidatie opgenomen maatschappijen krachtens een regeling tot samenwerking met andere aandeelhouders, leden of vennoten samen de rechten of bevoegdheden kunnen uitoefenen als bedoeld in artikel 24a, lid 1; en

    b. hiermee voldaan wordt aan het wettelijke inzichtvereiste.

    Art. 2:410 BWGrondslagen geconsolideerde jaarrekening

    Studiekopie, p. 32–33.

    1. De bepalingen van deze titel over de jaarrekening en onderdelen daarvan, uitgezonderd de artikelen 365 lid 2, 378, 379, 382a, 383, 383b tot en met 383e, 389 leden 6 en 8, en 390, zijn van overeenkomstige toepassing op de geconsolideerde jaarrekening.

    2. Voorraden hoeven niet te worden uitgesplitst, indien dat wegens bijzondere omstandigheden onevenredige kosten zou vergen.

    3. Wegens gegronde, in de toelichting te vermelden redenen mogen andere waarderingsmethoden en grondslagen voor de berekening van het resultaat worden toegepast dan in de eigen jaarrekening van de rechtspersoon.

    4. Staat een buitenlandse rechtspersoon mede aan het hoofd van de groep, dan mag het groepsdeel waarvan hij aan het hoofd staat, in de consolidatie worden opgenomen overeenkomstig zijn recht, met een uiteenzetting van de invloed daarvan op het vermogen en resultaat.

    5. De in artikel 382 bedoelde gegevens worden voor het geheel van de volledig in de consolidatie betrokken maatschappijen vermeld; afzonderlijk worden de in de eerste zin van artikel 382 bedoelde gegevens vermeld voor het geheel van de naar evenredigheid in de consolidatie betrokken maatschappijen.

    Art. 2:411 BWBelang en aandeel derden

    Studiekopie, p. 33.

    1. In de geconsolideerde jaarrekening behoeft het eigen vermogen niet te worden uitgesplitst.

    2. Het aandeel in het groepsvermogen en in het geconsolideerde resultaat dat niet aan de rechtspersoon toekomt, wordt vermeld.

    Art. 2:412 BWWettelijke bepaling

    Studiekopie, p. 33.

    1. De balansdatum voor de geconsolideerde jaarrekening is de zelfde als voor de jaarrekening van de rechtspersoon zelf.

    2. In geen geval mag de geconsolideerde jaarrekening worden opgemaakt aan de hand van gegevens, opgenomen meer dan drie maanden voor of na de balansdatum.

    Art. 2:413 BWEerste consolidatie

    Studiekopie, p. 33.

    Indien de gegevens van een maatschappij voor het eerst in de consolidatie worden opgenomen en daarbij een waardeverschil ontstaat ten opzichte van de daaraan voorafgaande waardering van het belang daarin, moeten dit verschil en de berekeningswijze worden vermeld. Is de waarde lager, dan is artikel 389 lid 7 van toepassing op het verschil; is de waarde hoger, dan wordt het verschil opgenomen in het groepsvermogen, voor zover het geen nadelen weerspiegelt die aan de deelneming zijn verbonden.

    Art. 2:414 BWToelichting consolidatiekring

    Studiekopie, p. 33–34.

    1. De rechtspersoon vermeldt, onderscheiden naar de hierna volgende categorieën, de naam en woonplaats van rechtspersonen en vennootschappen:

    a. die hij volledig in zijn geconsolideerde jaarrekening betrekt;

    b. waarvan de financiële gegevens in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen voor een deel, evenredig aan het belang daarin;

    c. waarin een deelneming wordt gehouden die in de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig artikel 389 wordt verantwoord;

    d. die dochtermaatschappij zijn zonder rechtspersoonlijkheid en niet ingevolge de onderdelen a, b of c zijn vermeld;

    e. waaraan een of meer volledig in de consolidatie betrokken maatschappijen of dochtermaatschappijen daarvan alleen of samen voor eigen rekening ten minste een vijfde van het geplaatste kapitaal verschaffen of doen verschaffen, en die niet ingevolge de onderdelen a, b of c zijn vermeld.

    2. Tevens wordt vermeld:

    a. op grond van welke omstandigheid elke maatschappij volledig in de consolidatie wordt betrokken, tenzij deze bestaat in het kunnen uitoefenen van het merendeel van de stemrechten en het verschaffen van een daaraan evenredig deel van het kapitaal;

    b. waaruit blijkt dat een rechtspersoon of vennootschap waarvan financiële gegevens overeenkomstig artikel 409 in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen, daarvoor in aanmerking komt;

    c. in voorkomend geval de reden voor het niet consolideren van een dochtermaatschappij, vermeld ingevolge lid 1 onder c, d of e;

    d. het deel van het geplaatste kapitaal dat wordt verschaft;

    e. het bedrag van het eigen vermogen en resultaat van elke krachtens onderdeel e van lid 1 vermelde maatschappij volgens haar laatst vastgestelde jaarrekening.

    3. Indien vermelding van naam, woonplaats en het gehouden deel van het geplaatste kapitaal van een dochtermaatschappij waarop onderdeel c van lid 1 van toepassing is, dienstig is voor het wettelijk vereiste inzicht, mag zij niet achterwege blijven, al is de deelneming van te verwaarlozen betekenis. Onderdeel e van lid 2 geldt niet ten aanzien van maatschappijen waarin een belang van minder dan de helft wordt gehouden en die wettig de balans niet openbaar maken.

    4. Artikel 379 lid 4 is van overeenkomstige toepassing op de vermeldingen op grond van de leden 1 en 2.

    5. Vermeld wordt ten aanzien van welke rechtspersonen de rechtspersoon een aansprakelijkstelling overeenkomstig artikel 403 heeft afgegeven.

    Bij vreemde valuta en intercompanyboekingen geeft het BW vaak het algemene kader. De concrete omrekenregels, percentages en journaalpostmethodiek komen uit de CAFA2-syllabus en de uitwerkingen. Een artikelnummer vervangt die uitwerking niet.

    art. 2:393 lid 3 BWp. 22–23 art. 2:362 lid 1 BWp. 3–4