Van kapitaalbelang naar geconsolideerde jaarrekening
Zeven hoofdstukken verbinden de begrippen, berekeningen en journaalposten uit de syllabus. De schema’s ondersteunen de uitleg; uitgewerkte voorbeelden laten zien hoe de stappen op elkaar aansluiten.
Begin bij kapitaalbelangen om de kwalificatie en waardering vast te stellen. Daarna volgen de verwerking bij de moeder en het omrekenen van buitenlandse deelnemingen. Het consolidatieproces brengt deze onderwerpen bij elkaar. De laatste hoofdstukken werken de eliminaties uit bij nettovermogenswaarde, verkrijgingsprijs en de bijzondere consolidatievraagstukken.
Gebaseerd op de aangeleverde CAFA2-syllabi, college-uitwerkingen en tentamenuitwerkingen. Bronverwijzingen blijven bij de betreffende uitleg en voorbeelden staan.
Je weet dat een aandeel een belang in het eigen vermogen van een onderneming vertegenwoordigt en dat een aandeelhouder niet hetzelfde is als een schuldeiser.
Je kunt activa, schulden en eigen vermogen op een balans onderscheiden, en weet dat de winst-en-verliesrekening het resultaat over een periode weergeeft.
Je kunt een percentage en een verhouding berekenen. De juridische verschillen tussen deelneming, dochter en groep leer je in dit hoofdstuk; die hoef je vooraf nog niet te kennen.
Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 1, p. 4–19; art. 2:24a–24d en 2:389 BW.
Een kapitaalbelang kan niet worden gewaardeerd voordat duidelijk is wat voor belang de rechtspersoon houdt. Daarom begint de syllabus met de begrippen dochtermaatschappij, deelneming en belegging. Deze begrippen beantwoorden verschillende vragen. Dochtermaatschappij gaat over de bevoegdheden die een rechtspersoon kan uitoefenen; deelneming gaat over de duurzame verbondenheid ten dienste van de eigen werkzaamheid. Daarna wordt beoordeeld of invloed van betekenis bestaat op het zakelijke en financiële beleid.
Deze volgorde brengt de juridische beoordeling en de verwerking in de jaarrekening bij elkaar. De conclusie over invloed van betekenis leidt in beginsel naar de vermogensmutatiemethode of naar verkrijgingsprijs dan wel actuele waarde. In het volgende hoofdstuk wordt die keuze uitgewerkt in de verwervingsboeking, het resultaat deelneming, dividend en de waardering op de eindbalans.
1.1Dochtermaatschappij, deelneming en belegging
Begin een casus met het vaststellen van de houder van het kapitaalbelang en de rechten die deze kan uitoefenen. Voor de moeder-dochterverhouding zijn niet alleen de rechtstreeks gehouden aandelen relevant. Ook stemrechtovereenkomsten, benoemingsrechten en de rechten van reeds vastgestelde dochtermaatschappijen kunnen meetellen. Daarom moet een organisatieschema van boven naar beneden worden beoordeeld: pas nadat de eerste dochterrelatie is vastgesteld, kunnen haar rechten in een volgende maatschappij in de toets worden betrokken.
Beoordeel daarnaast of sprake is van een deelneming. Een duurzaam belang dat de eigen bedrijfsactiviteiten ondersteunt, kan ook bij minder dan 20% een deelneming zijn. Het wettelijke vermoeden vanaf een vijfde van het geplaatste kapitaal is dus niet hetzelfde als een harde ondergrens. Schrijf in een motivering eerst het toepasselijke criterium, verbind daaraan de concrete casusfeiten en trek vervolgens de conclusie. Zo wordt zichtbaar waarom hetzelfde aandelenpercentage in twee casussen toch tot een andere kwalificatie kan leiden.
Wie houdt het belang: een rechtspersoon (bijvoorbeeld bv/nv), een personenvennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld VOF/CV) of een natuurlijk persoon?
Toets deelneming of belegging.
Toets dochtermaatschappij en groep afzonderlijk.
Bepaal daarna waardering en consolidatie.
Let op het woord vennootschap: een bv en nv zijn ook vennootschappen, maar wél rechtspersonen. Als deze leerroute beide als keuzes naast elkaar zet, bedoelt zij met personenvennootschap een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, zoals een VOF of CV. Kijk bovendien naar de richting: een bv die vennoot is in een VOF is niet hetzelfde als een VOF die aandelen in een bv houdt (Syllabus Deel 1, p. 4–5; art. 2:24a leden 1–2 en 2:24c leden 1–2 BW).
Begrip
Toets
Wat volgt daaruit?
Deelneming
Kapitaalverschaffing voor eigen rekening; duurzame verbondenheid ten dienste van de eigen werkzaamheid. Bij ten minste 20% van het geplaatste kapitaal wordt een deelneming vermoed.
Waarderingsvraag vervolgens toetsen aan art. 2:389 BW; deelneming betekent niet automatisch NVW.
Belegging
Het kapitaalbelang voldoet niet aan de kenmerken van een deelneming; beoordeel vooral het doel en de duurzame functionele band.
Geen vermogensmutatiewaardering enkel omdat aandelen worden gehouden.
Dochtermaatschappij
Meer dan de helft van de stemmen of de in art. 2:24a lid 1 onderdeel b genoemde benoemings- en ontslagmacht.
Relevant voor indirecte belangen en de consolidatiekring, maar niet op zichzelf de waarderingsgrondslag.
Groepsmaatschappij
Economische eenheid en organisatorische verbondenheid; de syllabus betrekt daarbij centrale leiding.
Relevant voor consolidatieplicht en -kring. Een joint venture is niet uitsluitend door het aandelenpercentage een groepsmaatschappij.
Een 15%-belang tegenover een 30%-belang
Een 15%-belang kan een deelneming zijn wanneer het voor eigen rekening duurzaam wordt gehouden om de eigen activiteiten te ondersteunen. Bij 30% bestaat het wettelijke vermoeden, maar blijven doel en feiten relevant. Toets daarna voor beide belangen afzonderlijk of invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid bestaat.
De kwalificatie verklaart welke economische relatie de jaarrekening moet laten zien. Een duurzaam zakelijk samenwerkingsbelang is iets anders dan een aandelenpakket dat alleen voor rendement wordt gehouden; daarom bepaalt het percentage niet zelfstandig de uitkomst. Voor de accountant is deze scheiding relevant omdat een onjuiste kwalificatie kan doorwerken in de balansrubriek, de waarderingsgrondslag en de consolidatiekring.
Tel stemmen van de rechtspersoon en zijn dochtermaatschappijen op, inclusief bevoegdheden uit stemrechtovereenkomsten.
Een belang van 50% voldoet niet aan dit meerderheidscriterium.
Art. 2:24a lid 1 onderdeel b
Toets lidmaatschap of aandeelhouderschap én het kunnen benoemen of ontslaan van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen.
Alleen benoemingsmacht zonder lidmaatschap of aandeel is niet voldoende.
Art. 2:24a lid 2
Een onder eigen naam optredende vennootschap wordt gelijkgesteld wanneer de rechtspersoon of dochter als vennoot volledig aansprakelijk is voor de schulden.
Een v.o.f. is niet hetzelfde als een rechtspersoon; toets de richting van de relatie.
Ingekochte eigen aandelen
Bepaal de noemer van de uitoefenbare stemmen zonder aandelen waarop niet mag worden gestemd.
Een kapitaalpercentage kan afwijken van het effectieve stemrechtenpercentage.
Indirecte stemmen
Stel eerst vast dat de tussenschakel een dochter is; tel haar stemmen in de onderste vennootschap vervolgens volledig mee.
Vermenigvuldigen van percentages berekent een economisch aandeel, niet deze wettelijke zeggenschap.
Stemrechtenberekening met eigen aandelen en een tussenschakel
B heeft 100 aandelen, waarvan 20 door B zelf zijn ingekocht. A bezit 45 aandelen: A oefent 45/80 = 56,25% van de stemmen uit. B is dus op deze grond een dochter van A. Heeft A daarnaast 30% van de stemmen in C en B 25%, dan kan A samen met dochter B 55% in C uitoefenen. Voor de relatie A–C tel je B’s 25% volledig mee.
De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.
Een aandelenpercentage is niet voor iedere berekening bruikbaar. De syllabus bespreekt aandelen met stem- en winstrecht, aandelen met uitsluitend stemrecht en aandelen met uitsluitend winstrecht. Voor de dochtertoets wordt gekeken naar de uitoefenbare stemmen; voor dividend naar de rechten op de uitkering. Bij de waardering van het belang kan bovendien een afzonderlijke verdeling van het nominale kapitaal en de winstreserves nodig zijn.
Maak daarom eerst de juiste teller en noemer. Aandelen waarop niet kan worden gestemd, behoren niet tot de noemer van het stemrechtenpercentage. Dat zegt nog niets over hun mogelijke winstrecht. Het onderstaande voorbeeld houdt dezelfde aandelenverdeling aan voor de dochtertoets, de dividendberekening en de waardering. Daarmee wordt duidelijk hoe de uitkomsten samenhangen zonder dat overal hetzelfde percentage wordt gebruikt.
Stemrechten en winstrechten
Vraag
Teller
Noemer
Dochtermaatschappij?
Door de moeder uit te oefenen stemmen.
Alle uitoefenbare stemmen.
Aandeel in dividend?
Gehouden aandelen die volgens de casus in deze uitkering delen.
Alle aandelen die volgens de casus in deze uitkering delen.
Waarde van het belang?
Nominale kapitaalinbreng plus het aandeel in de daarvoor bestemde reserves volgens de rechten.
Niet één universeel stemrechtenpercentage op al het eigen vermogen toepassen.
Uitwerking met drie aandelensoorten
Aandelensoort
Geplaatst
Gehouden door M
Stem- en winstrecht
400
190
Alleen stemrecht
200
130
Alleen winstrecht
400
150
M heeft 320/600 = 53,33% van de stemmen, maar 340/800 = 42,5% van de winstrechten. Bij een totale uitkering van € 120.000 ontvangt M € 51.000. Bij NVW boekt M bank aan deelneming; bij regulier dividend en verkrijgingsprijs bank aan opbrengst deelneming.
M bij NVW
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
1.. Bank
51.000
0.. Aan Deelneming
51.000
Bij een nominale waarde van € 100 per aandeel en winstreserves van € 200.000 is de in deze variant bedoelde waarde: 470 × € 100 + 42,5% × € 200.000 = € 132.000. De uitsluitend stemgerechtigde aandelen delen in dit voorbeeld niet in de winstreserves.
Stemrecht, kapitaalverschaffing en winstrecht beantwoorden verschillende vragen. Door voor iedere toets een eigen teller en noemer te gebruiken, voorkom je dat een aandeel zonder stemrecht ten onrechte buiten de vermogens- of dividendberekening blijft. Deze uitsplitsing maakt controleerbaar waarom het percentage voor een dochtertoets anders kan zijn dan het percentage waarmee het resultaat wordt toegerekend.
Artikel 2:389 lid 1 vormt de toegang tot de vermogensmutatiemethode. Wanneer invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid bestaat, worden de leden 2 en 3 toegepast. De hoofdregel van lid 2 verlangt dat activa, voorzieningen, schulden en resultaat van de deelneming op dezelfde grondslagen worden bepaald als bij de deelnemende rechtspersoon. Het aandeel in het aldus herrekende vermogen wordt de boekwaarde van de deelneming.
Bij onvoldoende gegevens voor nettovermogenswaarde laat lid 3 een op andere wijze bepaalde waarde toe, waarna het aandeel in resultaat en uitkeringen wordt verwerkt. Dit blijft een vermogensmutatiemethode: onvoldoende gegevens betekenen niet automatisch terugvallen op een onveranderlijke verkrijgingsprijs. Ontbreekt invloed van betekenis, dan verwijst de syllabus naar de waarderingsregels van artikel 2:384. Een beroep op een gegronde reden om af te wijken van artikel 2:389 is weer een afzonderlijke beoordeling.
De term historische kosten vraagt hierbij aandacht. In Deel 1 wordt ook nettovermogenswaarde uitgewerkt met activa en passiva op historische-kostengrondslagen. Dat is iets anders dan de deelneming zelf tegen verkrijgingsprijs waarderen. In deze samenvatting wordt daarom de volledige term verkrijgingsprijs gebruikt wanneer die deelnemingsgrondslag wordt bedoeld.
Waardering kapitaalbelangen
Is het een deelneming?
Bestaat invloed van betekenis op zakelijk en financieel beleid?
Zijn voldoende gegevens voor nettovermogenswaarde beschikbaar?
Bestaat een in de bron bedoelde gegronde reden voor afwijking?
Situatie
Verwerking in het aangeleverde materiaal
Grondslag
Deelneming met invloed van betekenis en voldoende gegevens
Vermogensmutatiemethode op basis van nettovermogenswaarde.
Art. 2:389 leden 1–2 BW.
Invloed van betekenis, maar onvoldoende gegevens voor NVW
Een op andere wijze bepaalde waarde, uitgewerkt als zichtbaar intrinsieke waarde met latere vermogensmutaties.
Art. 2:389 lid 3 BW.
Geen invloed van betekenis
Verkrijgingsprijs of toepasselijke actuele waarde, overeenkomstig de casus.
Art. 2:384 lid 1 BW; Syllabus §8.
Gegronde reden om af te wijken
De syllabus behandelt onder meer de internationale groepssituatie; de reden moet worden toegelicht.
Bij NVW worden activa, voorzieningen, verplichtingen en resultaat van de deelneming beoordeeld op de grondslagen die bij de deelnemende rechtspersoon gelden, met de in de syllabus behandelde reële-waardeaanpassingen bij verwerving. Bij de alternatieve vermogensmutatiemethode begint de berekening bij een op andere wijze bepaalde waarde. In beide gevallen blijven resultaat, dividend en rechtstreekse vermogensmutaties relevant.
Bij invloed van betekenis laat een onveranderlijke aankoopprijs de ontwikkeling van het onderliggende vermogen niet zien. De vermogensmutatiemethode volgt die ontwikkeling op vergelijkbare grondslagen, zodat prijs, resultaat en vermogen niet door elkaar worden gebruikt. Het belang voor de accountant is dat een gekozen grondslag inhoudelijk moet volgen uit de omstandigheden, niet uit de gewenste hoogte van het resultaat.
Je kunt een journaalpost met debet en credit opstellen en het verschil uitleggen tussen een balansrekening en een resultaatrekening.
Je weet waarom ontvangst niet hetzelfde is als opbrengst: een betaling kan ook een bestaande vordering afwikkelen. Ook kun je een balansverloop maken: beginstand plus mutaties is eindstand.
Je begrijpt uit hoofdstuk 1 het verschil tussen verkrijgingsprijs en nettovermogenswaarde. Je beheerst de basis van afschrijven en bruto/netto rekenen.
Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 1, p. 15–30; art. 2:389 leden 2–3 en 6–7 BW.
Na de keuze van de waarderingsgrondslag volgt de verwerking gedurende de levensduur van het belang. De syllabus behandelt achtereenvolgens verwerving, resultaat deelneming, dividend en de balanswaardering aan het einde van het boekjaar. Deze zijn niet los van elkaar te berekenen. Het vermogen op verkrijgingsdatum is het beginpunt; resultaat en uitkeringen verklaren de latere mutaties.
Bij nettovermogenswaarde is de centrale controle dat de post Deelneming aansluit op het evenredige deel van het herrekende eigen vermogen. Goodwill wordt daarnaast afzonderlijk gevolgd. Een reserveboeking, zoals de vorming van de wettelijke reserve deelneming, verandert vervolgens de verdeling binnen het eigen vermogen van de moeder, maar niet opnieuw het resultaat of de deelnemingswaarde.
2.1Verwerving, nettovermogenswaarde en goodwill
Een overnamebalans is in beginsel opgesteld volgens de grondslagen van de verworven deelneming. Voor de bepaling van de nettovermogenswaarde beoordeelt de verwerver de posten op haar eigen grondslagen en bepaalt zij op het verwervingsmoment de reële waarden. Een hogere waarde van een gebouw verhoogt het herrekende eigen vermogen; een extra benodigde garantievoorziening verlaagt dit. Een administratiefout die in de cijfers van de deelneming moet worden hersteld, wordt onderscheiden van zo’n waarderingsverschil.
Pas het deelnamepercentage toe nadat het totale vermogen is herrekend. De prijs voor het gekochte belang wordt vervolgens met dit evenredige deel vergeleken. Een positief verschil vormt goodwill. In het voorbeeld van A bv en B bv op p. 16 van Deel 1 is het zichtbare vermogen € 450.000. Na € 150.000 hogere gebouwwaarde en € 50.000 extra garantievoorziening resteert € 550.000. A verwerft 60% voor € 400.000: de deelneming is € 330.000 en de afzonderlijke goodwill € 70.000.
De wijze van betaling verandert deze gedachtegang niet. Bij een aandelenruil moet eerst de tegenprestatie worden bepaald: de reële waarde van de uitgegeven eigen aandelen, vermeerderd met een eventuele contante betaling. Aan de creditzijde wordt de emissie gesplitst in geplaatst aandelenkapitaal en agio. Daarna worden goodwill en de deelneming ieder volgens hun eigen grondslag gevolgd. De gegeven afschrijvingstermijn bepaalt hoeveel goodwill in het lopende boekjaar wordt afgeschreven.
Volg latere verkoop, afschrijving of afwaardering.
Voorzieningen en verplichtingen
Een extra benodigde voorziening verlaagt NVW.
Volg het verschil tussen moedergrondslag en dochtergrondslag op begin- en einddatum.
Aandeel moeder
Vermenigvuldig de totale aangepaste netto-activa met het verworven winstaandeel.
Houd afzonderlijk rekening met bijzondere aandelenrechten.
Goodwill
Koopsom minus het verworven aandeel in NVW.
Afzonderlijk activeren en afschrijven bij NVW.
Aankoop Riet: fouten en waarderingsverschillen
Aankoopstaat
Bedrag (€)
Zichtbaar eigen vermogen
820.000
Gemiste kostenfactuur
-20.000
Gecorrigeerd zichtbaar eigen vermogen
800.000
Gebouwen: reële waarde hoger
80.000
Voorraad: aanvullende vermindering
-15.000
Extra garantievoorziening
-35.000
Totale nettovermogenswaarde
830.000
Aandeel M: 70%
581.000
Betaalde koopsom
680.000
Afzonderlijke goodwill
99.000
Aankoopboeking bij M
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Deelneming Riet
581.000
0.. Goodwill
99.000
1.. Aan Bank
680.000
Door het vermogen eerst te herrekenen, wordt zichtbaar welk deel van de betaalde prijs wordt vertegenwoordigd door afzonderlijke activa en verplichtingen. Anders zouden stille reserves of extra verplichtingen ten onrechte in goodwill verdwijnen. De accountant kan deze overnamebalans later opnieuw gebruiken om de extra afschrijving, vrijval van voorzieningen en aansluiting van de deelnemingswaarde te controleren.
Bereken het gekochte aantal aandelen van de deelneming.
Pas de ruilverhouding toe op het uit te geven aantal eigen aandelen.
Waardeer die aandelen tegen de gegeven reële waarde en tel contanten erbij.
Splits de emissie in nominaal kapitaal en agio.
Boek deelneming en goodwill volgens de gekozen grondslag.
60% van 2.000 aandelen, ruilverhouding 100 tegen 15
M koopt 1.200 aandelen. Daarvoor geeft M 180 eigen aandelen uit. De reële waarde is € 1.100 per eigen aandeel, de nominale waarde € 500. Daarnaast betaalt M € 250 per gekocht aandeel contant. Tegenprestatie: 180 × € 1.100 + 1.200 × € 250 = € 498.000. Bij een totale NVW van de deelneming van € 620.000 is het verworven aandeel € 372.000 en goodwill € 126.000.
M waardeert tegen NVW
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Deelneming
372.000
0.. Goodwill
126.000
0.. Aan Geplaatst aandelenkapitaal
90.000
0.. Aan Agio
108.000
1.. Aan Bank
300.000
Betalen met eigen aandelen verandert de vergoeding voor de deelneming, maar niet de economische aankoop. Het verschil tussen nominale waarde en uitgiftewaarde verklaart het agio; het is geen extra resultaat uit de verwerving. Deze route voorkomt dat de nominale waarde van de uitgegeven aandelen ten onrechte als totale verkrijgingsprijs wordt behandeld.
Deelneming voor de volledige verkrijgingsprijs inclusief goodwill.
Na aankoop
Afzonderlijke goodwill wordt volgens de casus afgeschreven.
Goodwill komt bij consolidatie afzonderlijk naar voren en wordt daar gevolgd.
In de consolidatie
Voorkom dubbele activering of dubbele afschrijving.
Splits oorspronkelijke goodwill af; verwerk cumulatieve afschrijving in de balans en de jaarlast in de W&V.
Artikel 2:389 lid 7 BW behandelt activering van het verschil. De afschrijving sluit volgens artikel 2:386 lid 3 BW aan op de verwachte gebruiksduur. In de syllabus staat een maximale termijn van tien jaar voor de situatie waarin die gebruiksduur niet op betrouwbare wijze kan worden geschat. Dat is geen opdracht om in iedere casus automatisch tien jaar te nemen: volg een gegeven termijn van bijvoorbeeld vijf jaar.
Aankoop op 1 juli, goodwill € 126.000, tien jaar lineair
Een volledig jaar is € 126.000 / 10 = € 12.600. In het aankoopjaar wordt zes maanden afgeschreven: € 6.300. Eindwaarde goodwill: € 119.700.
Enkelvoudige afschrijving bij NVW
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
4.. Afschrijvingskosten goodwill
6.300
0.. Aan Goodwill
6.300
Goodwill is het betaalde verschil dat na vergelijking met het herrekende nettovermogen resteert. Door dit afzonderlijk te volgen, raakt de deelnemingswaarde niet vermengd met de kosten van toekomstige voordelen waarvoor bij de overname extra is betaald. Een accountant controleert daardoor zowel de oorspronkelijke berekening als de latere toerekening aan boekjaren; een juist aankoopbedrag betekent nog niet dat de eindboekwaarde juist is.
De verschillen die bij verwerving zijn vastgesteld, kunnen later doorwerken in het resultaat. De dochter schrijft bijvoorbeeld af op haar eigen lagere gebouwboekwaarde, terwijl de moeder voor het resultaat deelneming rekening moet houden met de hogere reële waarde bij verwerving. Omgekeerd kan een bij aankoop extra benodigde voorziening later vrijvallen. Begin daarom bij het resultaat volgens de dochter en bereken per verschil welk deel in het lopende boekjaar wordt verbruikt, gerealiseerd of teruggenomen. Pas daarna het winstaandeel toe.
Dit is zichtbaar in het vervolg op A bv en B bv op p. 17 van Deel 1. B behaalt volgens haar eigen grondslagen € 195.000 winst. De aanvullende gebouwafschrijving bedraagt € 15.000 en de garantiecorrectie levert € 50.000 op. Het herrekende resultaat is daardoor € 230.000. A neemt 60%, ofwel € 138.000, op als Resultaat deelneming en verhoogt de deelneming met hetzelfde bedrag. Vanuit de oorspronkelijke € 330.000 ontstaat zo een boekwaarde van € 468.000.
Declareert B daarna € 100.000 dividend, dan daalt haar vermogen en krijgt A recht op € 60.000. A boekt Te vorderen dividend aan Deelneming. De eindwaarde wordt € 408.000: € 330.000 + € 138.000 − € 60.000. Dit is ook 60% van € 550.000 + € 230.000 − € 100.000. De uitkering is bij NVW geen tweede opbrengst, omdat de winst al via Resultaat deelneming is verwerkt. Bij verkrijgingsprijs ligt dat anders; daar moet regulier dividend juist worden onderscheiden van meegekocht dividend.
Goodwill wordt in een aparte verloopstaat gevolgd.
Eindvermogensaansluiting
Eigen vermogen dochter op einddatum +/− nog resterende waarderingsverschillen; daarna het aandeel.
Gebruik eindstanden, niet opnieuw de gehele oorspronkelijke aankoopcorrectie.
Fenn: resultaat herrekenen
Resultaatbrug
Bedrag (€)
Resultaat volgens Fenn
240.000
Extra gebouwafschrijving: 120.000 / 20
-6.000
Voorraadverschil van 30.000 naar 18.000: vrijval
12.000
Garantieverschil van 40.000 naar nihil: vrijval
40.000
Resultaat volgens moedergrondslagen
286.000
Aandeel M: 80%
228.800
Resultaat en gedeclareerd dividend van totaal € 50.000
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Deelneming Fenn
228.800
9.. Aan Resultaat deelneming
228.800
Dividend nog niet betaald
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
1.. Te vorderen dividend
40.000
0.. Aan Deelneming Fenn
40.000
Rechtstreekse vermogensmutaties
Wanneer de deelneming een waardestijging rechtstreeks in een herwaarderingsreserve verwerkt en de gekozen grondslagen dat ook bij M vereisen, neemt M haar aandeel op in deelneming tegenover de passende reserve. Dit is niet hetzelfde als resultaat deelneming. Bij realisatie volgt de in de syllabus beschreven vrijval of reclassificatie van de reserve. Controleer daarnaast of een wettelijke reserve deelneming nodig is.
Het resultaat van de dochter volgens haar eigen administratie is niet steeds het resultaat op de grondslagen van de moeder. Dezelfde waarderingsverschillen die de overnamebalans wijzigen, kunnen later via afschrijving, verkoop of vrijval in de winst doorwerken. De aansluiting tussen resultaatcorrecties en resterende balansverschillen biedt de accountant een controle op volledigheid en voorkomt dat de volledige oorspronkelijke correctie ieder jaar opnieuw wordt verwerkt.
Te vorderen dividend aan deelneming: verlaging van de aankoopbasis.
Bank aan te vorderen dividend.
Winstbestemming bij de dochter
Verplaats het resultaat binnen het eigen vermogen volgens het besluit; een dividendbesluit schept een schuld.
Te betalen dividend aan bank.
Een verlies bestemmen en daarna dividend uit reserves uitkeren
De dochter heeft een verlies van € 50.000 en besluit daarnaast € 30.000 uit overige reserves uit te keren. De moeder houdt 60% en waardeert tegen NVW.
Dochter: verliesbestemming
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Overige reserves
50.000
0.. Aan Resultaat boekjaar
50.000
Dochter: dividendbesluit
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Overige reserves
30.000
1.. Aan Te betalen dividend
30.000
Moeder: dividendbesluit
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
1.. Te vorderen dividend
18.000
0.. Aan Deelneming
18.000
De loutere winst- of verliesbestemming binnen het eigen vermogen van de dochter geeft bij de moeder geen tweede resultaatboeking. Bij een positief resultaat is de richting van de resultaatsbestemming anders dan bij dit verliesvoorbeeld.
Bij nettovermogenswaarde is de winst al als resultaat deelneming verantwoord. Dividend verplaatst vervolgens vermogen van de deelneming naar een vordering of banktegoed bij de moeder; opnieuw een opbrengst boeken zou dezelfde winst dubbel tellen. Voor de accountant is dus niet alleen de ontvangstdatum van belang, maar ook de herkomst van het uitgekeerde resultaat en de verwervingsdatum van het betreffende aandelenpakket.
2.3Rechtstreekse vermogensmutaties en wettelijke reserve
Niet iedere wijziging in het vermogen van de deelneming loopt via haar winst-en-verliesrekening. Bij de vermogensmutatiemethode moet de moeder ook de relevante rechtstreekse vermogensmutaties volgen. De tegenrekening hangt af van de aard van die mutatie. Een herwaardering wordt dus niet zonder meer als Resultaat deelneming geboekt. Bij vreemde valuta komt dezelfde scheiding terug in de reserve omrekeningsverschillen.
De wettelijke reserve deelneming heeft een andere functie. Via de vermogensmutatiemethode kan bij de moeder winst zijn verantwoord die niet vrij uit de deelneming kan worden uitgekeerd. Artikel 2:389 lid 6 verlangt dan onder de beschreven voorwaarden reservevorming. Bereken het vereiste bedrag per deelneming vanuit de cumulatieve relevante vermogensgroei, rekening houdend met uitkeringsrechten en vrij te bewerkstelligen uitkeringen. De boeking verschuift vrije reserves naar de wettelijke reserve; zij is geen aanvullende last en verandert niet opnieuw de post Deelneming.
Wettelijke reserve deelneming
Stap
Wat controleer je?
1. Grondslag
Artikel 2:389 lid 6 volgt de waardering volgens lid 2 of lid 3; niet de gewone verkrijgingsprijswaardering.
2. Per deelneming
Bepaal het aandeel in cumulatief positieve resultaten en relevante rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds de eerste waardering.
3. Verminderingen
Neem verkregen uitkeringsrechten, rechtstreekse vermogensverminderingen en zonder beperkingen te bewerkstelligen uitkeringen in aanmerking.
4. Geen ongeoorloofde saldering
Deelnemingen met een niet-positief cumulatief resultaat worden niet gebruikt om de gebonden winst van andere deelnemingen te verminderen.
5. Mutatie boeken
Vergelijk vereist eindsaldo met de bestaande reserve; boek het verschil binnen het eigen vermogen.
45% winstbelang zonder vrije uitkeringsmacht
Het resultaat sinds de eerste waardering is € 480.000 en de relevante dividenduitkering € 80.000. Verdere uitkeringen kunnen niet zonder beperkingen worden bewerkstelligd. Vereiste reserve: 45% × (€ 480.000 − € 80.000) = € 180.000.
Beginreserve nihil
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Overige reserves
180.000
0.. Aan Wettelijke reserve deelneming
180.000
Een resultaat kan bij de moeder zijn verantwoord zonder dat zij het bijbehorende vermogen vrij kan uitkeren. De wettelijke reserve deelneming houdt daarom het niet vrij beschikbare deel binnen het eigen vermogen gebonden; de reserve vormt geen tweede kostenpost. De accountant onderscheidt hiermee de juistheid van de winst van de beschikbaarheid van die winst voor uitkering.
2.4Eigen aandelen, waardemutaties en wijziging van waardering
De gewone aansluiting tussen koopsom, resultaat en dividend is niet voldoende wanneer bijzondere vermogensmutaties optreden. Bij inkoop van eigen aandelen moet eerst worden bepaald wie de eigen aandelen houdt en of sprake is van intrekking. Een betaling voor eigen aandelen wordt niet als een gewone deelneming in de eigen vennootschap geactiveerd. Bij een dochter die aandelen in de moeder houdt, is de middellijke inkoop relevant voor de moeder.
Bij een wijziging van waardering of een extra aankoop moet bovendien per verwervingsmoment worden gewerkt. Twee aankooplagen kunnen verschillende vermogensbases, goodwillbedragen en verstreken afschrijvingsperioden hebben. Een meegekocht dividend kan de verkrijgingsbasis van een bepaalde laag hebben verminderd. Eén berekening met alleen het totale eindpercentage zou deze verschillen onzichtbaar maken. De onderstaande uitwerkingen sluiten daarom eerst per laag aan en brengen de uitkomsten pas daarna samen.
Voor belangen zonder vermogensmutatiewaardering blijven verkrijgingsprijs, actuele waarde en eventuele waardeverminderingen afzonderlijke onderwerpen. De verwerking van een waardestijging of -daling volgt de in de syllabus beschreven grondslag en reservevorming. Dat is niet hetzelfde als het jaarlijks bijboeken van het winstaandeel volgens NVW.
Verkrijgingsprijs in mindering op eigen vermogen; geen activering. Bij geen intrekking niet automatisch het geplaatste kapitaal verminderen.
Dochter houdt aandelen in de moeder
Beoordeel de middellijke inkoop bij de moeder. De uitwerkingen corrigeren eigen vermogen tegenover deelneming volgens de gekozen omvangvariant.
Aandelen al aanwezig vóór de moeder-dochterrelatie
De syllabus maakt een onderscheid naar het moment waarop die relatie ontstaat en de te gebruiken boekwaarde.
Dochter koopt eigen aandelen van de moeder terug
Beoordeel verkoopresultaat en nieuw deelnemingspercentage; de resterende boekwaarde moet aansluiten op het aandeel in het gewijzigde vermogen.
Directe inkoop zonder intrekking
Inkoop voor € 210.000 ten laste van overige reserves
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Overige reserves
210.000
1.. Aan Bank
210.000
Middellijk eigen aandelen: expliciet de evenredige variant
M koopt 80% van D voor € 600.000, waarvan € 60.000 goodwill. D bezit aandelen M met een relevante boekwaarde van € 90.000. De vraag schrijft de evenredige variant voor: 80% × € 90.000 = € 72.000.
Aankoop bij NVW
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Deelneming D
540.000
0.. Goodwill
60.000
1.. Aan Bank
600.000
Middellijke eigen-aandelencorrectie
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Overige reserves
72.000
0.. Aan Deelneming D
72.000
De deelneming resteert voor € 468.000. De goodwill blijft afzonderlijk € 60.000 vóór eventuele afschrijving.
Eigen aandelen vertegenwoordigen voor de uitgevende rechtspersoon geen vermogen tegenover een buitenstaander. Ook een indirect gehouden eigen belang mag daarom niet ongemerkt als een gewoon actief in de deelnemingswaarde blijven zitten. Het geplaatste kapitaal wordt daarbij niet simpelweg verlaagd met de ingekochte aandelen. De accountant moet presentatie, waardering en de gevolgen voor stemrechten afzonderlijk beoordelen.
Volg de in de syllabus uitgewerkte verwerking van waardestijging via herwaarderingsreserve en waardedaling eerst tegen de aanwezige reserve.
Een daling boven de beschikbare reserve is niet automatisch geheel een reservemutatie.
Waardevermindering bij verkrijgingsprijs
Vergelijk boekwaarde met de volgens de casus relevante lagere waarde.
Verwar een afwaardering niet met de gewone winst van de deelneming.
Overgang van verkrijgingsprijs naar vermogensmutatie
Werk per aankooplaag de vermogensbasis, goodwill en verstreken afschrijving uit; boek de voorgeschreven overgangsmutatie.
Eindwaarde deelneming aansluiten op het aandeel in het eindvermogen.
Verkoop van een deelneming
Actualiseer eerst resultaat, dividend, goodwill en eventueel nog uitgestelde IC-winst volgens de casus; bepaal daarna verkoopresultaat.
Vergelijk opbrengst met de resterende deelneming en afzonderlijke goodwill, niet alleen de oorspronkelijke koopsom.
Actuele waarde: stijging en latere daling
Een belang heeft een verkrijgingsprijs van € 120.000. De actuele waarde stijgt naar € 150.000 en daalt daarna naar € 90.000.
Waardestijging
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Deelneming
30.000
0.. Aan Herwaarderingsreserve deelneming
30.000
Latere waardedaling
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Herwaarderingsreserve deelneming
30.000
9.. Waardedaling deelneming
30.000
0.. Aan Deelneming
60.000
Overgang: oud belang en nieuwe aankoop niet samenvoegen
De uitwerking Mulini behandelt een oud 35%-belang en een in het jaar verkregen 25%-belang. Het oude belang wordt afzonderlijk naar het aandeel in het eindvermogen gebracht. Bij de nieuwe aankoop wordt de resterende goodwill afgesplitst en de vermogensmutatie verwerkt. Het totale 60%-belang sluit uiteindelijk aan op 60% van het relevante eindvermogen; goodwill staat daar apart naast. Neem afschrijvingsdata en rekeningkeuzes uit de concrete opgave over.
Beleggingen: effecten en actuele-waardemutaties
De syllabus plaatst duurzame beleggingen onder financiële vaste activa, post effecten, en niet-duurzame beleggingen onder vlottende activa, post effecten. Zij gebruikt een jaar als praktische tijdsafbakening. Voor de waardering geldt artikel 2:384 lid 1: verkrijgingsprijs of toepasselijke actuele waarde. De presentatie als vast of vlottend actief is dus een andere keuze dan de waarderingsgrondslag.
Artikel 2:384 lid 7 staat in de behandelde situatie toe actuele-waardeveranderingen rechtstreeks in het resultaat op te nemen. De syllabus wijst vervolgens op artikel 2:390 lid 1: dit betekent niet automatisch dat geen herwaarderingsreserve nodig is. Bij frequente marktnoteringen, bijvoorbeeld een beursnotering, noemt zij een uitzondering op die reservevorming.
Belegging van € 100.000 naar € 110.000; toepassing van art. 2:384 lid 7
Actuele waardestijging via het resultaat
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Effecten
10.000
9.. Aan Resultaat effecten
10.000
Aanvullende reserve wanneer de beschreven uitzondering niet geldt
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Overige reserves
10.000
0.. Aan Herwaarderingsreserve
10.000
Bij realisatie valt een gevormde reserve volgens deze syllabus vrij via dezelfde vermogensroute als waarlangs zij is gevormd. De tweede boeking is geen extra last in de winst-en-verliesrekening.
Vergelijkbare jaarcijfers vragen om bestendige grondslagen. Een overstap moet daarom eerst worden gemotiveerd voordat het verschil in boekwaarde wordt geboekt; een hogere uitkomst is op zichzelf geen reden om van methode te wisselen. Dit voorkomt dat een mutatie die volgens de uitwerking binnen het eigen vermogen thuishoort ten onrechte als winst van het lopende jaar wordt gepresenteerd.
Je kunt een balans en winst-en-verliesrekening lezen en het verschil uitleggen tussen bezit, een geldvordering en een geldschuld.
Je kunt met verhoudingen rekenen en een koersnotatie lezen: bij € 0,90 per USD is USD 100 gelijk aan € 90. Staat de koers andersom, dan draai je de berekening om.
Je beheerst de basis van FIFO, kostprijs van de omzet en afschrijving. Voor de boeking bij de moeder kun je het verloop van een deelneming uit hoofdstuk 2 volgen.
Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 2, §2–4, p. 4–9; art. 2:384 lid 5 en 2:389 lid 8 BW.
Een buitenlandse deelneming brengt een tweede bewerking mee: de financiële gegevens moeten in de juiste valuta beschikbaar komen voordat de moeder haar deelnemingswaarde en resultaat kan bepalen of kan consolideren. Deel 2 verbindt daarom de bepaling van de functionele valuta met twee vragen: tegen welke koers wordt iedere post omgerekend, en waar wordt het daaruit voortvloeiende koersverschil verwerkt?
Bij de tijdstipmethode blijft voor historische niet-monetaire posten hun relevante historische basis herkenbaar. Bij de slotkoersmethode wordt de buitenlandse eenheid omgerekend vanuit de gedachte dat de deelnemer koersrisico loopt over de netto-investering. Dit verschil verklaart zowel de koerskeuze als het onderscheid tussen een omrekeningsresultaat en een rechtstreekse mutatie in het eigen vermogen.
3.1Functionele valuta en keuze van de omrekenmethode
Lokale valuta, functionele valuta en presentatievaluta kunnen verschillen. Het vestigingsland is daarom niet voldoende om de omrekenmethode te kiezen. Onderzoek eerst welke valuta de verkoopprijzen en de arbeids-, materiaal- en overige kosten hoofdzakelijk bepalen. Financiering en aangehouden middelen geven aanvullende aanwijzingen. Bij een bedrijfsuitoefening in het buitenland wordt ook beoordeeld in hoeverre die zelfstandig werkt of een verlengstuk is van de rechtspersoon.
De syllabus geeft de primaire factoren van RJ 122.106 het meeste gewicht wanneer de aanwijzingen geen eenduidig beeld opleveren. Pas na deze beoordeling wordt de functionele valuta van de buitenlandse deelneming met die van de moeder vergeleken. In de behandelde situaties leidt gelijkheid naar de tijdstipmethode en afwijking naar de slotkoersmethode. Een motivering moet dus de economische feiten verbinden met de functionele valuta, en deze vervolgens met de methode; alleen de naam van een methode noemen laat die redenering weg.
Valuta van het land waar de onderneming is gevestigd.
Een Zweedse vennootschap heeft lokaal de SEK.
Functionele valuta
Valuta van de economische omgeving waarin de onderneming hoofdzakelijk geldmiddelen ontvangt en uitgeeft.
Een Zweedse vennootschap kan onder de gegeven omstandigheden een andere functionele valuta hebben dan SEK.
Presentatievaluta
Valuta waarin de jaarrekening wordt weergegeven.
De Nederlandse moeder presenteert in euro’s.
Vreemde valuta
Iedere valuta anders dan de functionele valuta van de betrokken rechtspersoon.
Bepaal dit begrip dus per onderneming, niet alleen vanuit de Nederlandse moeder.
Omrekening is in CAFA2 nodig om de nettovermogenswaarde, het resultaat uit deelneming en de geconsolideerde jaarrekening te bepalen. Waar nodig worden de buitenlandse jaarstukken eerst aangepast aan de grondslagen van de moeder en de bij verwerving relevante reële waarden. Artikel 2:384 lid 5 BW verlangt toelichting op de omrekeningsgrondslagen en koersverschillen; de nadere methodiek wordt in de syllabus aan RJ 122 ontleend.
Omrekenen is pas betekenisvol nadat vaststaat welke economische bedragen worden gemeten en in welke munt wordt gerapporteerd. Het verschil tussen transactie-, functionele en presentatievaluta bepaalt daarom de vraag die je met de koers probeert te beantwoorden. Een consequente koersnotatie helpt de accountant een rekenfout te onderscheiden van een onjuiste keuze van grondslag.
Met deze factoren zoek je niet alleen uit in welke munt de factuur staat, maar welke munt de opbrengsten en kosten economisch bepaalt. Het antwoord op iedere vraag is een aanwijzing voor een valuta. Je combineert die aanwijzingen tot één gemotiveerde conclusie; één antwoord bepaalt de functionele valuta niet automatisch.
1. Welke munt bepaalt de onderneming economisch?
Factor
Betekenis en voorbeeld: wat betekent je antwoord?
Gewicht en bron
Verkoopprijzen en prijsbepalende markt
Onderzoek welke munt de prijs stuurt en in welk land concurrentie en regelgeving het prijsniveau bepalen. De factuurmunt is vaak een aanwijzing, maar niet het eindcriterium. Worden verkoopprijzen vastgesteld in USD en verandert het eurobedrag alleen mee met de dollarkoers? Dan wijst dit op USD, ook bij facturering in euro’s. Worden prijzen juist bepaald door concurrenten en marktregels in de eurozone, dan wijst dat op EUR.
Primair: dit weegt het zwaarst mee. RJ 122.106, onder a; syllabus p. 5.
Arbeid, materialen en overige kosten
Zoek de munt die de belangrijkste productiekosten bepaalt, niet de munt van één kleine kostenpost. Zijn lonen, materialen en overige belangrijke kosten hoofdzakelijk in SEK bepaald? Dat wijst op SEK. Zijn die kosten hoofdzakelijk in EUR bepaald, dan wijst dit op EUR.
Primair: dit weegt het zwaarst mee. RJ 122.106, onder b; syllabus p. 5.
Financiering
Bekijk in welke munt leningen en ingebracht eigen vermogen worden aangetrokken. Het gaat om de financieringsvaluta, niet alleen om het land van de bank. Een lening in EUR ondersteunt EUR als functionele valuta; een lening in USD ondersteunt USD. Een eurolening bewijst echter niet dat de onderneming economisch in euro’s werkt.
Aanvullende aanwijzing, geen doorslag op zichzelf. RJ 122.107; syllabus p. 5.
Aangehouden middelen
Kijk in welke munt geld uit de bedrijfsactiviteiten gewoonlijk wordt bewaard nadat het is ontvangen. Blijven verkoopontvangsten normaal op een USD-rekening staan, dan ondersteunt dat USD. Worden ze gewoonlijk naar EUR omgezet en in EUR aangehouden, dan ondersteunt dat EUR. Eén toevallig banksaldo is niet hetzelfde als deze vaste werkwijze.
Aanvullende aanwijzing, geen doorslag op zichzelf. RJ 122.107; syllabus p. 5.
De voorbeelden hierboven zijn vereenvoudigde toepassingen van de factoren, geen letterlijke RJ-tekst of afzonderlijke tentamencasus (Syllabus Deel 2, §3, p. 5–6).
2. Is de buitenlandse activiteit afhankelijk van de moeder?
Hier betekent de rechtspersoon de rapporterende onderneming, in de gebruikelijke CAFA2-casus de moeder. De buitenlandse activiteit is bijvoorbeeld haar deelneming of filiaal. RJ 122.108 geeft extra aanwijzingen voor de vraag of hun functionele valuta gelijk zijn. Hieronder veronderstellen we dat de moeder EUR als functionele valuta heeft.
Wat beoordeel je?
Aanwijzing voor dezelfde valuta: EUR
Aanwijzing voor een andere functionele valuta
Zelfstandigheid: kan de buitenlandse eenheid haar bedrijfsactiviteiten in belangrijke mate zelfstandig uitvoeren?
Zij is vooral een verlengstuk van de moeder. Dat wijst op dezelfde economische omgeving en ondersteunt EUR.
Zij werkt in belangrijke mate zelfstandig. Dat ondersteunt een andere functionele valuta; welke munt dat is, volgt uit de prijs- en kostenfactoren.
Onderlinge transacties: is handel met de moeder een belangrijk onderdeel van haar activiteiten?
Ja. De sterke verwevenheid met de moeder ondersteunt dezelfde functionele valuta.
Nee, zij handelt hoofdzakelijk buiten de moederrelatie. Dat ondersteunt een eigen economische omgeving.
Beschikbaarheid van kasstromen: beïnvloeden ontvangsten rechtstreeks de kasstromen van de moeder en zijn ze onmiddellijk overdraagbaar?
Ja. Het geld staat economisch direct ter beschikking van de moeder; dat ondersteunt EUR.
Nee. De ontvangsten blijven bij de buitenlandse eenheid voor haar eigen bedrijfsvoering. Dat wijst eerder op zelfstandigheid.
Zelf kunnen betalen: zijn de eigen kasstromen voldoende voor bestaande en verwachte verplichtingen, zonder geld van de moeder?
Nee, de eenheid is daarvoor van geld van de moeder afhankelijk. Dat wijst eerder op een verlengstuk.
Ja. Zij kan haar eigen verplichtingen dragen; dat ondersteunt een andere functionele valuta.
RJ 122.108, onder a–d, zoals uitgelegd in Syllabus Deel 2, §3, p. 6. “Wijst op” is een aanwijzing, geen automatische keuze. Zelfstandig betekent dus niet zonder meer: lokale valuta.
Van feiten naar een gemotiveerd antwoord
Vereenvoudigde casus: een onderneming heeft haar belangrijke verkoopprijzen én productiekosten in USD. Zij is met een eurolening gefinancierd en houdt een deel van haar geld in EUR aan.
Conclusie: de prijs- en kostenfactoren wijzen op USD. De eurolening en aangehouden euro’s zijn tegenaanwijzingen, maar wegen minder zwaar. Op deze gegevens is USD daarom de functionele valuta. De motivering verbindt dus telkens feit → betekenis → gewicht → conclusie.
Pas daarna kies je de omrekenmethode. Bij een moeder met EUR als functionele en presentatievaluta leidt deze USD-uitkomst in de syllabus naar de slotkoersmethode. Zou de buitenlandse functionele valuta ook EUR zijn en de administratie in een andere munt luiden, dan volgt de tijdstipmethode. Die keuze bepaalt zowel de koersen per post als de verwerking van het omrekeningsverschil in resultaat of reserve.
RJ 122.106–109; Syllabus Deel 2, §3–4, p. 5–7. Voor de accountant is de onderbouwing belangrijk omdat een onjuiste valutakeuze doorwerkt in de waardering, het resultaat uit deelneming en de consolidatie.
De functionele valuta sluit aan op de economische omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden. Alleen kijken naar de vestigingsplaats kan daarom een verkeerde omrekenmethode opleveren, bijvoorbeeld wanneer financiering, inkoop en geldstromen juist door de moeder worden bepaald. Voor de accountant verklaart deze beoordeling of omrekeningsverschillen de lopende prestaties of vooral de vertaling van een buitenlandse investering weergeven. De indicatoren staan in de cursus, niet letterlijk in artikel 2:384.
Functionele valuta buitenlandse deelneming gelijk aan die van de moeder; de lokale boekhouding wordt daarnaar omgerekend.
Functionele valuta buitenlandse deelneming wijkt af; omrekening naar de presentatie bij de moeder.
Monetaire activa en verplichtingen
Slotkoers.
Slotkoers.
Niet-monetaire activa tegen historische kosten
Relevante historische koers per actief- of voorraadlaag.
Slotkoers op de eindbalans.
Afschrijving en kostprijs historische activa
Koers van de onderliggende historische laag.
Transactiekoers of passende gemiddelde koers zoals in de casus.
Overige resultaatposten
Transactiekoers; gebruik een opgegeven gemiddelde alleen waar passend.
Transactiekoers of passende gemiddelde volgens de casus.
Omrekeningsverschil
In het resultaat; let op een koersdeel binnen een afwaarderingspost.
Rechtstreeks in het eigen vermogen als reserve omrekeningsverschillen.
De tijdstipmethode en slotkoersmethode hebben een ander uitgangspunt. De eerste bewaart bij historische posten de relevante oorspronkelijke eurogrondslag; de tweede vertaalt een buitenlandse jaarrekening naar de presentatiemunt. Dat verklaart ook het verschil in verwerking van de sluitpost. Zo kan de accountant beoordelen of een gevonden koersverschil logisch volgt uit de methode in plaats van alleen een technisch sluitend saldo te zijn.
3.2Tijdstipmethode: activa, voorraad en afwaardering
De tijdstipmethode vraagt om een indeling van de posten. Monetaire activa en passiva worden tegen de koers op balansdatum omgerekend. Bij niet-monetaire activa is daarnaast de waarderingsgrondslag relevant. Een machine of voorraadpartij tegen historische kosten houdt de koers van het relevante aanschafmoment. De bijbehorende afschrijving of kostprijs volgt diezelfde historische basis. Zo blijven de euroboekwaarde van het actief en de daarop betrekking hebbende resultaatlast met elkaar verbonden.
Voorraad moet daarom eerst in inkooplagen worden uitgesplitst. Bij FIFO bepaal je welke aantallen zijn verbruikt en welke partijen nog op de eindbalans staan. Daarna worden de resterende lagen tegen hun eigen historische prijzen en koersen omgerekend. Bij een investering in een bestaand gebouw gebeurt iets vergelijkbaars: het bestaande gebouw en de nieuwe investering kunnen ieder een eigen historische koers en afschrijvingsperiode hebben.
Een afwaardering naar lagere waarde is een afzonderlijke stap. Het afgewaardeerde deel wordt tegen de koers op het afwaarderingsmoment omgerekend. De last is het verschil met de historische euroboekwaarde. Het koersdeel daarin behoort volgens de syllabus tot de afwaarderingspost en wordt niet nogmaals als monetair koersverlies opgevoerd. Bij actuele waarde gelden de op p. 8 van Deel 2 beschreven slotkoers- en herwaarderingsregels; de historische-kostenregel mag daarop niet worden toegepast.
Debiteuren, liquide middelen, voorzieningen en schulden
Slotkoers volgens de indeling in deze syllabus.
Neem alleen het nog openstaande eindbedrag op.
Gebouwen en machines tegen historische kosten
Koers bij aanschaf; bij al vóór verwerving aanwezige activa de in de syllabus aangewezen koers op verwerving van de deelneming door de moeder.
Volg latere investeringen als afzonderlijke lagen.
Voorraad tegen historische kosten
Koers van de resterende inkooplaag.
Bepaal eerst de afgiftevolgorde, bijvoorbeeld FIFO.
Afschrijving en kostprijs
De koers die hoort bij het afgeschreven of verbruikte historische actief.
Niet automatisch de gemiddelde jaarkoers.
Niet-monetaire actuele waarde
De volgens de waarderingssituatie toepasselijke actuele koers.
De syllabus behandelt de samenhang met herwaardering; houd actuele waarde en historische kosten gescheiden.
Afwaardering naar lagere waarde
Lagere waarde omgerekend op het afwaarderingsmoment.
Het verschil met de historische euroboekwaarde hoort bij de afwaardering.
Gebouw met een investering op 1 juli
Laag
Berekening in vreemde valuta
Koers
Euroboekwaarde
Bestaand gebouw
900.000 − 30.000
0,910
791.700
Investering 1 juli
240.000 − 20.000 × 6/12
0,920
211.600
Totaal
1.003.300
De jaarafschrijving in euro’s is € 30.000 × 0,910 + € 10.000 × 0,920 = € 36.500. Een controle is dat eurobeginwaarde plus euro-investering minus euroafschrijving op dezelfde eindboekwaarde aansluit.
Verkoop van een historisch gewaardeerd actief
Een actief heeft op het verkoopmoment een buitenlandse boekwaarde van USD 80.000, met historische koers € 0,910. De verkoopopbrengst is USD 81.000 en de verkoopkoers € 0,912. Euroboekwaarde: € 72.800. Euroopbrengst: € 73.872. De boekwinst in euro’s is € 1.072. Alleen het buitenlandse verschil van USD 1.000 tegen één koers omrekenen geeft niet hetzelfde resultaat.
Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.
Zet beginvoorraad, inkopen en verkopen chronologisch in een tabel.
Werk verkopen volgens de voorgeschreven afgiftevolgorde weg.
Bepaal de resterende aantallen per inkooplaag.
Reken voorraad en verbruik om tegen de historische koers van die laag.
FIFO: complete casus en eindvoorraad
Moment
Beweging
Aantal
Inkoopprijs USD
Historische koers
Begin
Beginvoorraad
4.000
40
0,910
Maart
Inkoop
3.000
42
0,920
Mei
Verkoop
-5.000
September
Inkoop
2.000
44
0,930
November
Verkoop
-1.000
De eerste verkoop verbruikt 4.000 stuks beginvoorraad en 1.000 stuks uit maart. De tweede verkoop verbruikt nog 1.000 stuks uit maart. Eindvoorraad: 1.000 maartstuks en 2.000 septemberstuks.
Resterende laag
Aantal
USD per stuk
Koers
Waarde (€)
Maart
1.000
42
0,920
38.640
September
2.000
44
0,930
81.840
Eindvoorraad
3.000
120.480
Controle aantallen: 4.000 + 3.000 + 2.000 − 5.000 − 1.000 = 3.000. De kostprijs van de verkopen wordt met de verbruikte lagen berekend; de omzet gebruikt juist de verkoopprijzen en koersen op verkoopmomenten.
Eerst de fysieke goederenstroom bepalen voorkomt dat koersverschillen worden verward met prijs- of hoeveelheidsverschillen. De resterende partijen bepalen de eindvoorraad; de afgegeven partijen bepalen de kostprijs van de verkopen. Deze twee controles laten de accountant zien of een verschil wordt veroorzaakt door een verkeerde laag, een verkeerde koers of een afwaardering.
Aantal × historische inkoopprijs × historische koers.
Nieuwe lagere euroboekwaarde
Aantal × lagere waarde per stuk × koers op afwaarderingsmoment.
Afwaarderingslast
Oude euroboekwaarde minus nieuwe lagere euroboekwaarde.
Niet-afgewaardeerd deel
Blijft op de eigen historische prijs en koers staan.
2.000 stuks van USD 40 naar USD 30
Historische koers: € 0,920 per USD. Koers bij afwaardering: € 0,935 per USD. Oude boekwaarde: 2.000 × USD 40 × 0,920 = € 73.600. Nieuwe boekwaarde: 2.000 × USD 30 × 0,935 = € 56.100. Afwaarderingslast: € 17.500.
Afwaardering in euro’s
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
4.. Afwaarderingskosten voorraad
17.500
7.. Aan Voorraad
17.500
Alleen USD 20.000 prijsdaling × 0,920 = € 18.400 berekenen is onvolledig: de resterende waarde heeft ook een andere koers. Het koersdeel zit volgens de syllabus in dezelfde afwaarderingslast.
Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.
Nadat de historische niet-monetaire posten afzonderlijk zijn omgerekend, kan het omrekeningsresultaat worden verklaard vanuit de monetaire positie. Bepaal het saldo van monetaire activa en passiva op de begindatum en volg de mutaties gedurende het jaar. Het gaat daarbij om het netto monetaire saldo, niet om iedere bankbeweging op zichzelf. De ontvangst van een debiteur verandert bijvoorbeeld een vordering in bank; een aflossing vermindert zowel bank als schuld.
Een contante investering verlaagt de monetaire positie wel, omdat geld wordt vervangen door een niet-monetair actief. De latere afschrijving is vervolgens geen nieuwe monetaire uitgave. Door per mutatie het buitenlandse bedrag en de transactiekoers te gebruiken, ontstaat een theoretische eindpositie in de functionele valuta. Vergelijk deze met het werkelijke buitenlandse eindsaldo tegen slotkoers. De buitenlandse kolom moet al sluiten voordat het koersresultaat wordt bepaald; een verschil daarin wijst op een ontbrekende of dubbel opgenomen mutatie.
Monetaire positie
Bereken monetaire activa minus monetaire verplichtingen op begindatum.
Neem uitsluitend netto monetaire mutaties op tegen hun transactiekoersen.
Sluit de buitenlandse eindpositie aan op de balans.
Vergelijk de theoretische euro-eindpositie met de werkelijke positie tegen slotkoers.
Gebeurtenis
Netto effect op de monetaire positie
Contante verkoop
Toename monetaire middelen.
Contante inkoop of betaling bedrijfskosten
Afname monetaire middelen.
Aankoop machine contant
Afname: geld verlaat de monetaire positie en wordt een niet-monetair actief.
Ontvangst op debiteur
Geen netto mutatie: vordering wordt bank.
Aflossing lening
Geen netto mutatie: bank én schuld nemen af.
Afschrijving machine
Geen monetaire mutatie.
Afboeking ongedekte debiteur
Vermindering van de monetaire vordering; verwerk volgens de casus.
Volledige monetaire aansluiting
Regel
USD
Koers
Theoretisch €
Beginpositie
-300.000
0,910
-273.000
Ontvangsten verkopen
600.000
0,920
552.000
Betaalde inkopen
-400.000
0,915
-366.000
Betaalde kosten
-50.000
0,918
-45.900
Theoretische eindpositie
-150.000
-132.900
Werkelijke eindpositie
-150.000
0,930
-139.500
Hier betekent koersresultaat: werkelijke europositie minus theoretische europositie. Dat is −€ 139.500 − (−€ 132.900) = −€ 6.600, dus een verlies. De buitenlandse kolom sluit al vóór deze koerscorrectie.
Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.
Bij de slotkoersmethode worden activa en passiva, met uitzondering van het eigen vermogen, tegen de slotkoers omgerekend. De resultaatposten volgen de toepasselijke koersen; de syllabus gebruikt in de praktijk de gemiddelde koers van het boekjaar. Omdat beginvermogen, jaarresultaat, dividend en eindvermogen daardoor niet alle tegen dezelfde koers worden gevolgd, ontstaat een omrekeningsverschil. Dit wordt rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt.
Maak de aansluiting zichtbaar in één vermogensoverzicht. Beginvermogen in euro’s plus het omgerekende resultaat, verminderd met het dividend tegen de uitkeringskoers, moet na toevoeging van het omrekeningsverschil aansluiten op het eindvermogen tegen slotkoers. De moeder verwerkt vervolgens haar aandeel: winst op Resultaat deelneming en het rechtstreekse koersverschil op Reserve omrekeningsverschillen. Dividend verlaagt de deelneming afzonderlijk.
Hier sluit Deel 2 aan op de vermogensmutatiemethode uit Deel 1. Eerst worden de jaarstukken op de juiste grondslagen en in de juiste valuta bepaald, daarna pas het moederdeel. Bij de tijdstipmethode zit het omrekeningsresultaat in de winst; bij de slotkoersmethode wordt de reserve-mutatie naast de winst gevolgd. Beide routes eindigen met dezelfde soort controle: het verloop van de deelneming moet aansluiten op het aandeel in het relevante eindvermogen.
Omrekenen tegen de koers op einddatum, ook gebouwen en voorraad.
Geplaatst kapitaal en bestaande reserves
Volg de historische en overgenomen eurobedragen in de vermogensaansluiting.
Resultaat boekjaar
Reken de resultaatposten om met hun toepasselijke koersen; gebruik de opgegeven gemiddelde waar die volgens de casus past.
Dividend
Omrekenen tegen de koers bij het uitkeringsrecht of de in de casus gegeven uitkering.
Sluitverschil
Verwerken in de reserve omrekeningsverschillen, niet in de winst-en-verliesrekening.
Eenzelfde machine geeft een andere balanswaarde
De machine heeft na afschrijving een boekwaarde van USD 420.000. Bij slotkoers € 0,914 is de eindbalanswaarde € 383.880. Dat is niet de € 382.200 die zou volgen uit de historische koers € 0,910 bij de tijdstipmethode. Welke uitkomst juist is, hangt dus eerst af van de methode.
Bij de slotkoersmethode worden eindbalans en jaarmutaties niet tegen dezelfde koersen vertaald. Het verschil is daarom geen onverklaarde bedrijfswinst, maar het gevolg van het in euro’s uitdrukken van dezelfde buitenlandse activiteit op verschillende momenten. Deze aansluiting maakt de omvang van de buitenlandse activiteit los zichtbaar van het effect van de veranderde omrekenkoers.
Beginvermogen 1.000.000, winst 120.000 en dividend 40.000
De relevante koersen zijn begin € 0,910, resultaat € 0,920, dividend € 0,925 en slot € 0,930. Het eindvermogen in vreemde valuta is 1.080.000.
Vermogensbrug
Bedrag (€)
Eindvermogen: 1.080.000 × 0,930
1.004.400
Af: beginvermogen 1.000.000 × 0,910
-910.000
Af: resultaat 120.000 × 0,920
-110.400
Bij: dividend 40.000 × 0,925
37.000
Positief omrekeningsverschil
21.000
Ontleding
Berekening
Bedrag (€)
Beginvermogen
1.000.000 × (0,930 − 0,910)
20.000
Winst
120.000 × (0,930 − 0,920)
1.200
Dividend
−40.000 × (0,930 − 0,925)
-200
Totaal
21.000
De reserve ontstaat door dezelfde vermogensbestanddelen tegen verschillende passende koersen te volgen. Bij een negatief verschil draait de richting van de reserveboeking om; dat hoeft niet te betekenen dat de buitenlandse eenheid een verlies heeft geleden.
De reserve omrekeningsverschillen scheidt de vertaling van de buitenlandse investering van het resultaat uit de activiteiten. Daardoor wordt de prestatie niet verhuld door een verandering van de presentatiemunt. De wettelijke bepaling laat een negatief reservesaldo toe en koppelt daaraan een uitkeringsbeperking. Een negatieve reserve is dus niet automatisch een boekingsfout.
Deelneming aan resultaat deelneming, voor het moederdeel.
Tijdstipmethode: koersverlies
Eerst in het euroresultaat verwerken; niet ook als afzonderlijke omrekenreserve boeken.
Slotkoersmethode: positieve omrekenreserve
Deelneming aan reserve omrekeningsverschillen, voor het moederdeel.
Slotkoersmethode: negatieve omrekenreserve
Reserve omrekeningsverschillen aan deelneming.
Dividend
Bank of dividendvordering aan deelneming, tegen de toepasselijke uitkeringskoers.
Boekingen bij 80% in het voorbeeld van de omrekenreserve
Resultaat en positief omrekeningsverschil
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Deelneming
105.120
9.. Aan Resultaat deelneming
88.320
0.. Aan Reserve omrekeningsverschillen
16.800
Dividend apart
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
1.. Bank
29.600
0.. Aan Deelneming
29.600
De beginwaarde is 80% × € 910.000 = € 728.000. Eindwaarde: € 728.000 + € 105.120 − € 29.600 = € 803.520. Dit is ook 80% × € 1.004.400, het omgerekende eindvermogen. Is het dividend al geboekt, dan wordt alleen de eerste boeking nog gemaakt.
De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.
Je kunt twee afzonderlijke balansen en winst-en-verliesrekeningen lezen en gelijksoortige posten bij elkaar optellen.
Je begrijpt dat een vordering bij de ene onderneming een schuld bij de andere kan zijn, en dat dezelfde interne transactie in beide administraties voorkomt.
Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 1, p. 31–37; Deel 3, p. 5–7; art. 2:405–409 BW.
De vennootschappelijke jaarrekening laat iedere rechtspersoon afzonderlijk zien. De geconsolideerde jaarrekening brengt de betrokken maatschappijen samen. De onderlinge verhoudingen mogen daarin niet nogmaals als externe activa, verplichtingen, baten of lasten blijven staan. Daarom worden de samen te voegen gegevens niet alleen opgeteld, maar worden onderlinge verbanden door eliminatieposten verwijderd.
Welke gegevens worden opgenomen, volgt uit consolidatieplicht, consolidatiekring en consolidatiemethode. Welke eliminatieposten nog nodig zijn, hangt mede af van de waardering van de deelnemingen in de vennootschappelijke jaarrekening van de moeder. Deze twee beslissingen moeten uit elkaar worden gehouden. Integrale consolidatie bij een 80%-belang is bijvoorbeeld geen 80%-optelling: de opname is volledig, waarna belang van derden en aandeel derden afzonderlijk worden gepresenteerd.
4.1Consolidatieplicht, consolidatiekring en vrijstellingen
Beoordeel eerst welke rechtspersoon aan het hoofd van de groep staat en of een tussenhoudster daarnaast voor haar eigen groepsdeel consolidatieplichtig is. Onderzoek daarna welke maatschappijen en andere rechtspersonen binnen de wettelijke consolidatiekring vallen. De dochtertoets uit het eerste hoofdstuk helpt daarbij, maar is niet de volledige consolidatiekringtoets. De groepsverhouding, overheersende zeggenschap en centrale leiding blijven relevant.
Een vrijstelling is pas de volgende beoordeling. De enkele mededeling dat een hogere moeder consolideert, bewijst nog niet dat de tussenhoudstervrijstelling mag worden gebruikt. De voorwaarden over opname in het grotere geheel, tijdig bezwaar, de vereiste stukken en openbaarmaking moeten samen worden onderzocht. De onderstaande uitwerking houdt deze toetsen gescheiden, zodat een motivering niet blijft steken in alleen een artikelnummer of het algemene woord vrijstelling.
Consolidatieplicht en consolidatiekring
Onderdeel
Inhoud van de toets
Plicht: art. 2:406 lid 1
Rechtspersoon die alleen of samen met een andere groepsmaatschappij aan het hoofd van de groep staat.
Plicht: art. 2:406 lid 2
Tussenhoudster met een dochter of andere onder de bepaling vallende rechtspersoon binnen haar groepsdeel.
Kring
Eigen gegevens, dochtermaatschappijen in de groep, andere groepsmaatschappijen en de in art. 2:406 bedoelde andere rechtspersonen onder overheersende zeggenschap of centrale leiding.
Art. 2:407 lid 1
Afzonderlijke uitzonderingen voor gezamenlijk te verwaarlozen betekenis, uitsluitend tegen onevenredige kosten of vertraging te verkrijgen gegevens, of een belang dat uitsluitend wordt gehouden om het te vervreemden. Toets de casusvoorwaarde.
Art. 2:407 lid 2
Vrijstelling voor kleine groepen volgens de wettelijke voorwaarden, waaronder omvang, effectenstatus en tijdig bezwaar door de voorgeschreven minderheid.
Art. 2:407 lid 3
Bijzondere in de syllabus behandelde situatie van beheer en financiering van belangen die krachtens een samenwerkingsregeling gezamenlijk worden bestuurd.
Art. 2:408
Tussenhoudstervrijstelling wanneer aan alle voorwaarden voor opname in een grotere consolidatie en de overige formaliteiten is voldaan.
Art. 2:409
Evenredige opname bij gezamenlijke zeggenschap krachtens samenwerking, mits het wettelijke inzicht daarmee is gediend.
De voorwaarden van artikel 2:408 niet inkorten tot “de moeder consolideert”
Controleer het tijdige bezwaar van de voorgeschreven minderheid, opname van het gehele relevante groepsdeel in de grotere consolidatie, de kwaliteit van de verslaggevingsregels en accountantscontrole, de vereiste stukken en taal, tijdige openbaarmaking en vermelding van het gebruik van de vrijstelling. De syllabus noemt voor het bezwaar 10% binnen zes maanden na aanvang van het boekjaar. Zij behandelt ook de uiterste publicatietermijnen en de uitsluiting voor de betrokken beursgenoteerde situatie. Toets deze voorwaarden aan de meegeleverde wettekst, niet aan een algemene aanname over concerns.
Groepshoofd P, tussenholding S en werkmaatschappij D
P is groepshoofd en houdt S; S houdt D. Bij een economische en organisatorische eenheid moet P in beginsel de hele groep consolideren. S kan daarnaast voor het eigen groepsdeel consolidatieplichtig zijn. Alleen wanneer de voorwaarden van een toepasselijke vrijstelling zijn vervuld, kan S die eigen consolidatie achterwege laten. Dat P al consolideert is op zichzelf geen volledige motivering.
Vrijstellingen concreet nalopen
Bepaling
Vereiste volgens de aangeleverde syllabus
Art. 2:407 lid 2 onderdelen a–c
Bij consolidatie worden de grenzen van art. 2:396 niet overschreden; geen betrokken maatschappij heeft de bedoelde effecten op een gereglementeerde markt, MTF of vergelijkbaar systeem; binnen zes maanden na begin boekjaar heeft niet ten minste 10% van de leden of het geplaatste kapitaal schriftelijk bezwaar gemaakt.
Art. 2:407 lid 3
Uitsluitend beheer en financiering van groepsmaatschappijen en deelnemingen, beheer krachtens samenwerking met een niet in de eigen consolidatie opgenomen rechtspersoon, en toepassing van art. 2:389 in de eigen balans. Het betreft het buiten de consolidatie houden van de eigen gegevens, niet zomaar de gehele groep.
Art. 2:408 lid 1 onderdeel a
Geen tijdig schriftelijk bezwaar binnen zes maanden na begin boekjaar door ten minste 10% van de leden of het geplaatste kapitaal.
Art. 2:408 lid 1 onderdeel b
Alle financiële gegevens die de tussenhoudster zou moeten consolideren, zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van het grotere geheel.
Art. 2:408 lid 1 onderdeel c
De geconsolideerde jaarrekening en het bijbehorende verslag voldoen aan de in de aangeleverde tekst genoemde Europese voorschriften of zijn op gelijkwaardige wijze opgesteld.
Art. 2:408 lid 1 onderdeel d
De geconsolideerde jaarrekening, accountantsverklaring en het verslag zijn in het Nederlands of vertaald naar Frans, Duits of Engels, in dezelfde taal.
Art. 2:408 lid 1 onderdeel e
De vereiste stukken of de toegestane verwijzing zijn binnen zes maanden na balansdatum of binnen een maand na een geoorloofde latere openbaarmaking bij het handelsregister neergelegd.
Art. 2:408 leden 3–4
Vermeld het gebruik in de toelichting; de vrijstelling geldt niet voor de in lid 4 beschreven rechtspersoon met effecten op de bedoelde gereglementeerde markt.
Voor het uitsluitend aanhouden ter vervreemding noemt de syllabus onder RJ 217.305: verkoop binnen een jaar is waarschijnlijk, de maatschappij is onmiddellijk verkoopbaar, er ligt een verkoopbesluit en -plan, de uitvoering is gestart, de prijs past bij de reële waarde en een fundamentele wijziging of intrekking van het plan wordt niet verwacht. Gebruik de meegeleverde studiewettekst en deze bronvoorwaarden; deze samenvatting is geen externe actualisering daarvan.
De consolidatie laat de economische eenheid zien, niet alleen een lijst aandelenpakketten. Eerst vaststellen wie de groep of het groepsdeel leidt, voorkomt dat een tussenhoudster of een onder centrale leiding staande maatschappij wordt gemist. Voor de accountant raakt dit direct de volledigheid van de geconsolideerde jaarrekening en het inzicht in verplichtingen en resultaten van de groep.
4.2Extracomptabel consolideren en onderlinge verbanden
Deel 3 stelt de geconsolideerde balans en de geconsolideerde winst-en-verliesrekening afzonderlijk op. De balans heeft betrekking op de einddatum; de winst-en-verliesrekening op het boekjaar. Daarom bevat een eliminatiepost in deze uitwerkingen uitsluitend balansposten of uitsluitend winst-en-verliesrekeningposten. Een gewone intracomptabele journaalpost mag deze posten wel combineren. Lees dus eerst of de vraag een boeking in de administratie van de moeder of een eliminatie in een consolidatiewerkstaat vraagt.
Onderlinge vorderingen en schulden worden tegen elkaar verwijderd. Bij rente, huur en managementfees worden de interne baten en lasten geëlimineerd. Goederenleveringen vragen méér: naast de interne omzet kan nog winst zijn begrepen in een voorraad of vast actief dat de consolidatiekring niet heeft verlaten. Daarom volgt na de eenvoudige onderlinge relaties een afzonderlijke behandeling van ongerealiseerde winst. Daarin is de herkomst van de winst bepalend voor de correctie en de verdeling tussen moeder en derden.
Breng gegevens op de juiste grondslagen en valuta.
Maak zo nodig interne correcties in de enkelvoudige administratie.
Stel balans- en W&V-consolidatie afzonderlijk op.
Elimineer relaties en verdeel het resultaat over meerderheid en derden.
Werklaag
Wat gebeurt hier?
Rekeningen
Enkelvoudige administratie
Aankoop, resultaat, dividend en bij NVW de toepasselijke interne correcties.
Een journaalpost mag balans- en resultaatrekeningen combineren.
Geconsolideerde balans
Activa en verplichtingen op einddatum, eliminatie deelneming en eigen vermogen, belang derden, voorraadwinst en latenties.
In de syllabus bevat een balanseliminatie uitsluitend balansposten.
Geconsolideerde W&V
Baten en lasten van het jaar, onderlinge omzet en kosten, resultaat deelnemingen, goodwilllast en winsttoerekening.
In de syllabus bevat een W&V-eliminatie uitsluitend resultaatposten.
Een concern kan geen vermogen of winst creëren door alleen tussen zijn eigen onderdelen te boeken. Het extracomptabele consolidatieproces brengt de afzonderlijke jaarrekeningen daarom terug tot een weergave alsof de opgenomen activiteiten één geheel vormen. De accountant moet de eliminaties terug kunnen voeren op de afzonderlijke cijfers; een sluitende gecombineerde balans alleen bewijst nog geen juiste consolidatie.
Interne huuropbrengst en huurlast, of rentebaten en rentelasten tegen elkaar.
Goederenleveringen
Eindvoorraad alleen corrigeren voor ongerealiseerde winst.
Onderlinge omzet en kostprijs verwijderen; aanvullend de winstmutatie.
Fee € 50.000 en rekening-courant € 75.000 bij integrale consolidatie
Balans
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Rekening-courantschuld
75.000
Aan Rekening-courantvordering
75.000
W&V
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Opbrengst managementfee
50.000
Aan Managementkosten
50.000
Een interne vordering heeft binnen dezelfde opgenomen groep een bijbehorende schuld. Hetzelfde geldt voor interne baten en lasten. Beide blijven zichtbaar in de enkelvoudige administraties, maar voegen voor het geconsolideerde geheel geen externe positie toe. Afstemming van beide administraties voorkomt dat een verschil door timing, verwerking of een ontbrekende boeking ongemerkt als consolidatiecorrectie wordt weggewerkt.
4.3Nettovermogenswaarde, verkrijgingsprijs en leveringsrichting
Bij nettovermogenswaarde heeft de moeder het resultaat en vermogen van de deelneming al naar rato gevolgd. In de behandelde intercompanysituaties kunnen bovendien interne correcties in haar grootboek zijn gemaakt. Bij verkrijgingsprijs ontbreken deze vermogensmutaties en de bijbehorende interne IC-correctie. De consolidatie begint daardoor niet vanuit dezelfde vennootschappelijke cijfers. Een eliminatiepost uit de ene grondslag kan dus niet zonder aanpassing in de andere worden gebruikt.
Teken daarnaast de goederenstroom. Downstream is een levering van moeder aan deelneming; upstream loopt terug naar de moeder; sidestream loopt tussen deelnemingen. De goederenpijl bepaalt waar de winst is geboekt en waar de voorraad ligt. Het eigendomspercentage is vervolgens nodig voor de verdeling van de correctie. Begin- en eindvoorraad bepalen ten slotte of winst wordt uitgesteld of vrijvalt. Grondslag, richting en mutatie zijn drie afzonderlijke keuzes, die in de volgende hoofdstukken steeds in dezelfde volgorde terugkomen.
Waarderingsgrondslag en intercompanyleveringen
De pijlen hieronder geven de goederenstroom weer. De eigendomspercentages staan apart: zij bepalen wie de winstcorrectie draagt, niet in welke richting de goederen zijn geleverd.
Downstream · NVW
M houdt 75% in de koper.
Moeder MHier is de winst geboekt
Goederen→
Kopende deelnemingHier ligt de voorraad
Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting
75%25%
Al intern gecorrigeerd75%
Voor derden0%
Nog aanvullend voor meerderheid25%
Downstream · HK
M houdt 75% in de koper.
Moeder MHier is de winst geboekt
Goederen→
Kopende deelnemingHier ligt de voorraad
Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting
100%
Al intern gecorrigeerd0%
Voor derden0%
Nog aanvullend voor meerderheid100%
Route en grondslag
Intern
Derden
Aanvullend meerderheid
Downstream NVW
Belang in koper
Geen
100% minus belang in koper
Upstream NVW
Belang in verkoper
100% minus belang in verkoper
Geen
Sidestream NVW, niet-afnemend
Belang in verkoper
100% minus belang in verkoper
Geen
Sidestream NVW, afnemend
Belang in koper
100% minus belang in verkoper
Belang in verkoper minus belang in koper
Downstream HK
Geen
Geen
100%
Upstream HK
Geen
100% minus belang in verkoper
Belang in verkoper
Sidestream HK, niet-afnemend (college-Excel)
Geen
100% minus belang in verkoper
Belang in verkoper
De percentages hierboven verdelen de volledige IC-winst vóór belasting. De kolom “aanvullend meerderheid” is het gedeelte dat na de interne correctie nog ten laste van het geconsolideerde meerderheidsresultaat komt. Het is dus niet altijd hetzelfde als het totale economische moederdeel.
De verkoper bepaalt waar de interne winst is ontstaan; de koper bepaalt waar die winst nog in de voorraad zit. De waarderingsgrondslag vertelt daarnaast welk deel al in de enkelvoudige cijfers van de moeder is gecorrigeerd. Deze drie vragen verklaren de verschillende boekingen. Voor de accountant is het vooral van belang dat de uiteindelijke voorraad geen interne marge bevat en dezelfde winst niet twee keer wordt geëlimineerd.
Je kunt de enkelvoudige NVW-boekingen voor resultaat en dividend uitleggen en weet wat daarvan al in de cijfers van de moeder is verwerkt.
Je begrijpt het consolidatieproces en het verschil tussen een correctie in de administratie van de moeder en een eliminatie op het consolidatiewerkblad.
Je kunt winst in een voorraad berekenen en een eindstand van een jaarmutatie onderscheiden. Je weet dat een marge op verkoopprijs iets anders is dan een opslag op kostprijs.
Dit ga je leren
De voorraadtabel gebruiken om de totale IC-winst en de verschillende correcties te scheiden.
Eindstanden voor de balans onderscheiden van mutaties voor het resultaat en dubbeltelling voorkomen.
Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 3, §3–4, p. 8–103; art. 2:384 lid 2, 2:389 en 2:405 BW.
Bij integrale consolidatie van een tegen nettovermogenswaarde gewaardeerde deelneming worden haar activa, passiva, baten en lasten volledig opgenomen. Tegelijk worden de post Deelneming bij de moeder en het overeenkomstige vermogen van de deelneming geëlimineerd. In de winst-en-verliesrekening wordt de dubbeltelling tussen Resultaat deelnemingen en het opgenomen dochterresultaat verwijderd.
Bij onderlinge goederenleveringen komt daar het uitstellen van ongerealiseerde winst bij. De syllabus laat eerst de intracomptabele correctie bij de moeder maken en daarna de geconsolideerde balans en winst-en-verliesrekening opstellen. Houd die volgorde aan: het intern verwerkte bedrag mag niet opnieuw als aanvullende correctie op het moederresultaat drukken. Een hulptabel maakt zichtbaar welk deel al is verwerkt en welk deel nog via de consolidatie moet worden gecorrigeerd.
5.1Integrale consolidatie zonder intercompanyleveringen
Zonder ongerealiseerde winst en andere aanvullende verschillen sluit de deelnemingswaarde aan op het aandeel in het herrekende dochtervermogen. De balanseliminatie verwijdert deze dubbele vertegenwoordiging van dezelfde netto-activa. Bij een niet-100%-deelneming wordt het niet aan de moeder toekomende deel als Belang derden gepresenteerd. De volledige activa en passiva blijven daarbij in de consolidatie staan.
Hetzelfde onderscheid geldt voor het resultaat. De volledige baten en lasten van de dochter worden opgenomen, terwijl het reeds bij de moeder verantwoorde Resultaat deelneming wordt geëlimineerd. Het minderheidsdeel wordt vervolgens als Aandeel derden zichtbaar gemaakt. Bij 100% ontbreken beide derdenposten. De methode blijft integraal; alleen de verdeling van vermogen en resultaat verschilt.
Integrale consolidatie tegen nettovermogenswaarde
80%-deelneming zonder goodwill of IC-verschillen
D heeft aandelenkapitaal € 100.000, overige reserves € 300.000 en resultaat boekjaar € 100.000. De deelneming bij M is € 400.000. Het gewone resultaat deelneming is € 80.000.
Balans
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Aandelenkapitaal D
100.000
Overige reserves D
300.000
Resultaat boekjaar D
100.000
Aan Deelneming D
400.000
Aan Belang derden
100.000
W&V
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Resultaat deelneming D
80.000
Aandeel derden
20.000
Aan Resultaat na belastingen D
100.000
Bij een 100%-belang vervalt de derdenregel: de deelneming is € 500.000 en het resultaat deelneming € 100.000. Dat is geen andere consolidatiemethode, maar dezelfde integrale consolidatie zonder minderheid.
Wanneer is moederresultaat gelijk aan meerderheidsresultaat?
In de eenvoudige NVW-situatie zonder aanvullende groepscorrecties zijn het enkelvoudige moederresultaat en het geconsolideerde resultaat toekomend aan de meerderheid gelijk. Dit is geen universele regel. Bij downstream met een niet-100%-belang en sidestream afnemend belang kunnen aanvullende correcties nodig zijn. Goodwill, grondslagverschillen en de vraag welke correcties al geboekt zijn moeten eveneens worden gecontroleerd.
Bij NVW zit het aandeel in het resultaat van de dochter al in de cijfers van de moeder. Na optelling van de volledige dochtercijfers moet die dubbeltelling verdwijnen, zonder de noodzakelijke interne winstcorrecties opnieuw als kosten te nemen. De accountant controleert dus niet alleen het eindsaldo, maar ook welke correcties al vóór consolidatie verwerkt zijn.
5.2Voorraadtabel, correctieboekingen en eliminatieposten
De voorraad bij de koper is tegen de onderlinge verkoopprijs opgenomen. Voor het concern is echter de prijs relevant die aan de leverancier buiten de consolidatiekring is betaald. Het verschil vormt de ongerealiseerde winst die nog in de voorraad zit. Bereken deze winst eerst voor 100%, vóór belasting. Pas daarna wordt zij verdeeld over Interne correctie, Eliminatie t.l.v. aandeel derden en Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat.
De tabel verbindt drie momenten. De beginregel verklaart de eerder uitgestelde winst, de eindregel bepaalt de correctie op de geconsolideerde eindvoorraad en de mutatieregel bepaalt de winstcorrectie van het boekjaar. Wie voor een jaarboeking alleen de eindregel gebruikt, behandelt een eerdere ongerealiseerde winst ten onrechte opnieuw als last. Bij afname van ongerealiseerde winst komt juist eerder uitgesteld resultaat vrij.
Ook de omzeteliminatie moet aansluiten. De syllabus splitst bij voorraadtoename de doorgeleverde goederen en de voorraadgroei, terwijl een collegepresentatie eerst de volledige interne omzet kan elimineren en daarna uitsluitend de winstmutatie corrigeert. Beide tussenstappen moeten als samenhangende set worden gebruikt. De toelichting hieronder laat zien waarom de volledige omzet én de omzet in de voorraadgroei samen elimineren een dubbeltelling oplevert.
Voorraad bij de koper, gewaardeerd tegen de onderlinge verkoopprijs; let op hoeveelheden versus geldbedragen.
100%-winst
Voorraad × winstfractie in de onderlinge verkoopprijs; bij een opslag op kostprijs eerst de fractie herleiden.
Beginregel
Basis voor de beginvoorraad-invoeging en de aansluiting met eerdere correcties.
Eindregel
Uitvoegen van ongerealiseerde winst uit de geconsolideerde eindbalans.
Mutatieregel
Interne resultaatcorrectie en winstmutatie in de geconsolideerde W&V.
Correctiekolommen
Verdeling in reeds intern verwerkt, aandeel derden en nog aanvullende correctie op het geconsolideerde resultaat.
Het door jou aangeleverde voorbeeld: Moderna naar ChargeIT
Downstream NVW, belang 60%, marge 20% van de onderlinge verkoopprijs. De bedragen hieronder reproduceren de voorraadtabel uit jouw screenshot. Belasting is niet in deze tabel verwerkt.
Datum
Voorraad
IC-winst in voorraad
Interne correctie
Eliminatie derden
Aanvullend geconsolideerd resultaat
Percentage
100%
60%
n.v.t.
40%
31-12-2024
320.000
64.000
38.400
n.v.t.
25.600
31-12-2025
480.000
96.000
57.600
n.v.t.
38.400
Toename
160.000
32.000
19.200
n.v.t.
12.800
De interne boeking gebruikt € 19.200 uit de mutatieregel. De balans gebruikt de eindwinst € 96.000 en de interne eindcorrectie € 57.600. De aanvullende resultaatcorrectie vóór belasting is € 12.800, niet de gehele eindstand € 38.400.
De begin- en eindstand beantwoorden een balansvraag; het verschil ertussen verklaart het effect op de jaarwinst. Door die gegevens naast elkaar te zetten, wordt voorkomen dat de volledige eindwinst wordt verward met de correctie voor dit jaar. De accountant gebruikt de tabel als aansluiting tussen het actief op de balans, de resultaatmutatie en de verdeling over moeder en derden.
Omzet aan kostprijs voor interne leveringen minus voorraadtoename tegen onderlinge prijs.
Omzet van de voorraadtoename verdelen over oorspronkelijke kostprijs, winstcorrecties en belasting.
Collegepresentatie met volledige omzet
Volledige interne omzet aan kostprijs.
Alleen de winstmutatie via kostprijs en de passende correctierekeningen.
Bij vrijval van winst
Onderlinge omzet afzonderlijk verwijderen.
Vrijval via credit kostprijs; de winst- en belastingdelen draaien om.
Waarom € 900.000 en € 60.000 niet dubbel mogen worden geëlimineerd
Onderlinge leveringen zijn € 900.000, voorraadtoename tegen onderlinge prijs € 60.000 en winst daarin € 12.000. De syllabus verdeelt dit in € 840.000 doorlevering en € 60.000 voorraadtoename. Een equivalente volledige-omzetpresentatie begint met € 900.000 en corrigeert daarna uitsluitend de winstmutatie van € 12.000. Eerst € 900.000 en daarna nog € 60.000 omzet verwijderen is dubbel.
Upstream en sidestream NVW: deelneming en resultaat aansluiten
In de balansvoorbeelden van de syllabus wordt het dochtervermogen eerst geëlimineerd met een deelnemingsbedrag gebaseerd op het aandeel in het vermogen vóór IC-correctie. De IC-post debiteert daarna de intern gecorrigeerde deelneming voor het relevante netto deel. Samen verwijderen deze posten de werkelijk geboekte, lagere deelnemingswaarde.
In de W&V wordt eerst het werkelijk bij M geboekte resultaat deelnemingen geëlimineerd. Daardoor kan in de goedereneliminatie een tegenboeking op “Resultaat na belastingen verkoper” nodig zijn om het dochterresultaat te laten aansluiten. Een collegewerkblad kan bij een andere presentatie een rekening “Resultaat deelneming” tonen. Vervang die labels niet zonder de voorafgaande eliminatie mee te veranderen.
Balanscontrole bij upstream: € 900.000 vóór IC
Een 75%-aandeel in het dochtervermogen is € 900.000. De interne eindcorrectie is € 33.750 netto, zodat de deelneming werkelijk voor € 866.250 is geboekt. De syllabuscombinatie crediteert in de basiseliminatie € 900.000 en debiteert in de IC-post € 33.750. Per saldo wordt € 866.250 verwijderd. Wie eerst al slechts € 866.250 crediteert en vervolgens nog € 33.750 debiteert, laat ten onrechte een restsaldo staan.
Een interne boeking corrigeert de enkelvoudige cijfers van de moeder; een eliminatie verwijdert wat na samenvoeging nog niet past bij de groep als geheel. De vorm van de journaalpost verschilt daarom, terwijl dezelfde niet-gerealiseerde winst het uitgangspunt blijft. Zo wordt zichtbaar waarom een vrijval als Gerealiseerde winst of als credit op Niet-gerealiseerde winst kan worden weergegeven zonder dat dit op zichzelf een ander economisch effect betekent.
5.3Downstreamleveringen: toename en afname van voorraadwinst
Bij downstream heeft de moeder de winst gemaakt en houdt de deelneming de goederen nog op voorraad. De moeder stelt volgens de syllabus haar evenredige deel van deze winst intracomptabel uit. Zij gebruikt daarvoor Overlopende passiva en de resultaatrekening voor niet-gerealiseerde of gerealiseerde winst, met een afzonderlijke belastingcorrectie. De post Deelneming is bij deze interne downstreamboeking niet de tegenrekening.
Bij de daaropvolgende integrale consolidatie moet de volledige ongerealiseerde winst uit de eindvoorraad verdwijnen. Daarom wordt de reeds geboekte overlopende passiefpost teruggenomen en wordt het overige deel aanvullend ten laste van het geconsolideerde resultaat verwerkt. De minderheid in de koper draagt niet in de door de moeder gemaakte winst. Bij afnemende voorraadwinst draait de interne winstcorrectie om. De eindbalans blijft gebaseerd op de resterende winst, terwijl het resultaat alleen de vrijval gedurende het jaar bevat.
De twee uitwerkingen hieronder gebruiken dezelfde relatie en dezelfde marge. Alleen de begin- en eindvoorraad zijn omgekeerd. Zo is te zien welke percentages gelijk blijven en welke boekingsrichtingen veranderen.
Downstreamleveringen tegen nettovermogenswaarde
Downstream · NVW
M houdt 60% in de koper.
Moeder MHier is de winst geboekt
Goederen→
Kopende deelnemingHier ligt de voorraad
Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting
Bij 100% deelname is de volledige winst al intern gecorrigeerd; de kolom Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat is dan nihil. Bij een niet-100%-belang blijft een aanvullende consolidatiecorrectie nodig. Die wordt niet op derden afgewenteld, omdat de moeder de winst heeft gemaakt.
Toename: 60%-belang, voorraad € 320.000 naar € 480.000
Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 25% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 1.200.000.
Ingevulde voorraadtabel: Downstream NVW
Datum
Voorraad
Niet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraad
Interne correctie
Eliminatie t.l.v. aandeel derden
Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
Percentage
100%
60%
0%
40%
31-12-2024
320.000
64.000
38.400
n.v.t.
25.600
31-12-2025
480.000
96.000
57.600
n.v.t.
38.400
Toename
160.000
32.000
19.200
n.v.t.
12.800
Stap 1. Interne correctie in de administratie van M
M: interne winstmutatie
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
9.. Niet-gerealiseerde winst op transacties met deelnemingen
Niet-gerealiseerde winst op transacties met deelnemingen
19.200
Resultaat na belastingen
9.600
Belastinglast (aanvullend)
3.200
Stap 4. Controle
Controle
Bedrag (€)
Volledige winst uit de eindvoorraad
96.000
Reeds intern verwerkte resultaatmutatie
-14.400
Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat
-9.600
Mutatie aandeel derden
0
Syllabus Deel 3, §4.2.1 en §4.3.1, p. 64–73 en 85–94.
Afname: dezelfde route, voorraad € 480.000 naar € 320.000
Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 25% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 1.200.000.
Ingevulde voorraadtabel: Downstream NVW
Datum
Voorraad
Niet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraad
Interne correctie
Eliminatie t.l.v. aandeel derden
Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
Percentage
100%
60%
0%
40%
31-12-2024
480.000
96.000
57.600
n.v.t.
38.400
31-12-2025
320.000
64.000
38.400
n.v.t.
25.600
Afname
-160.000
-32.000
-19.200
n.v.t.
-12.800
Stap 1. Interne correctie in de administratie van M
M: interne winstmutatie
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
9.. Gerealiseerde winst op transacties met deelnemingen
Gerealiseerde winst op transacties met deelnemingen
19.200
Resultaat na belastingen
9.600
Belastinglast (aanvullend)
3.200
Stap 4. Controle
Controle
Bedrag (€)
Volledige winst uit de eindvoorraad
64.000
Reeds intern verwerkte resultaatmutatie
14.400
Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat
9.600
Mutatie aandeel derden
0
Syllabus Deel 3, §4.2.1 en §4.3.1, p. 64–73 en 85–94.
Bij downstream heeft de moeder zelf de marge gemaakt. Het volgens de cursus intracomptabel uitgestelde deel en de aanvullende consolidatiecorrectie moeten samen de volledige nog interne winst verwijderen; de minderheid in de koper heeft die verkoopwinst niet verdiend. De accountant kan hiermee verklaren waarom een belang onder 100% niet automatisch tot een correctie ten laste van derden leidt.
5.4Upstreamleveringen: toename en afname van voorraadwinst
Bij upstream heeft de deelneming de interne winst gemaakt en liggen de goederen bij de moeder. De gewone NVW-resultaatboeking zou daardoor ook het moederdeel in deze nog ongerealiseerde dochterwinst meenemen. Daarom corrigeert de moeder Resultaat deelneming tegenover Deelneming in de verkoper. In de behandelde methode betreft deze correctie het moederdeel van de winstmutatie na belasting.
Het overige deel behoort bij de minderheid in de verkopende deelneming. Bij consolidatie wordt daarom Belang derden op de balans en Aandeel derden in het resultaat gecorrigeerd. De volledige eindwinst gaat uit de voorraad. De basiseliminatie van de deelneming en de afzonderlijke IC-post moeten samen het werkelijk geboekte deelnemingsbedrag verwijderen. Dat verklaart waarom een tussenboeking niet afzonderlijk kan worden beoordeeld zonder te weten welke basiseliminatie eraan voorafging.
Bij een vrijval neemt het intern gecorrigeerde resultaat deelneming toe. Het moederdeel en derdenpercentage blijven gelijk; de voorraadmutatie bepaalt de richting. Anders dan bij downstream met een minder dan 100%-belang resteert in deze NVW-verdeling geen aanvullend meerderheidsdeel naast de interne correctie.
Upstreamleveringen tegen nettovermogenswaarde
Upstream · NVW
M houdt 75% in de verkoper.
Verkopende deelnemingHier is de winst geboekt
Goederen→
Moeder MHier ligt de voorraad
Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting
75%25%
Al intern gecorrigeerd75%
Voor derden25%
Nog aanvullend voor meerderheid0%
Voor de interne boeking wordt de winstmutatie gebruikt. Voor de eindwaarde van de deelneming en de geconsolideerde voorraad is de resterende eindwinst bepalend. Bij een 100%-deelneming vervalt het derdenaandeel; bij een niet-100%-deelneming blijft dat zichtbaar in balans en W&V. De combinatie van basiseliminatie en goederenpost moet aansluiten op de werkelijk geboekte deelneming.
Toename: 75%-belang en marge 25% in verkoopprijs
Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 25% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 25% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 1.200.000.
Ingevulde voorraadtabel: Upstream NVW
Datum
Voorraad
Niet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraad
Interne correctie
Eliminatie t.l.v. aandeel derden
Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
Percentage
100%
75%
25%
0%
31-12-2024
160.000
40.000
30.000
10.000
n.v.t.
31-12-2025
240.000
60.000
45.000
15.000
n.v.t.
Toename
80.000
20.000
15.000
5.000
n.v.t.
Stap 1. Interne correctie in de administratie van M
M: correctie op de verkopende deelneming
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
9.. Resultaat deelneming verkoper
11.250
0.. Deelneming verkoper
11.250
Stap 2. Geconsolideerde balans
Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Deelneming verkoper
33.750
Voorziening belastingen (debetcorrectie)
11.250
Belang derden
11.250
Voorziening belastingen (derden)
3.750
Voorraad bij koper
60.000
Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening
W&V: doorgeleverd deel
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Omzet
1.120.000
Kostprijs van de omzet
1.120.000
W&V: voorraadtoename
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Omzet (voorraadtoename tegen onderlinge prijs)
80.000
Kostprijs van de omzet
60.000
Resultaat na belastingen verkoper (aansluiting basiseliminatie)
11.250
Belastinglast (intern aansluitingsdeel)
3.750
Aandeel derden
3.750
Belastinglast (derden)
1.250
Stap 4. Controle
Controle
Bedrag (€)
Volledige winst uit de eindvoorraad
60.000
Reeds intern verwerkte resultaatmutatie
-11.250
Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat
0
Mutatie aandeel derden
-3.750
Syllabus Deel 3, §4.2.2 en §4.3.2, p. 74–84 en 95–103.
Afname: upstreamwinst komt vrij
Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 25% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 25% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 1.200.000.
Ingevulde voorraadtabel: Upstream NVW
Datum
Voorraad
Niet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraad
Interne correctie
Eliminatie t.l.v. aandeel derden
Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
Percentage
100%
75%
25%
0%
31-12-2024
240.000
60.000
45.000
15.000
n.v.t.
31-12-2025
160.000
40.000
30.000
10.000
n.v.t.
Afname
-80.000
-20.000
-15.000
-5.000
n.v.t.
Stap 1. Interne correctie in de administratie van M
M: correctie op de verkopende deelneming
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
9.. Resultaat deelneming verkoper
11.250
0.. Deelneming verkoper
11.250
Stap 2. Geconsolideerde balans
Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Deelneming verkoper
22.500
Voorziening belastingen (debetcorrectie)
7.500
Belang derden
7.500
Voorziening belastingen (derden)
2.500
Voorraad bij koper
40.000
Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening
W&V: onderlinge omzet
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Omzet
1.200.000
Kostprijs van de omzet
1.200.000
W&V: vrijval van ongerealiseerde winst
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Kostprijs van de omzet
20.000
Resultaat na belastingen verkoper (aansluiting basiseliminatie)
11.250
Belastinglast (intern aansluitingsdeel)
3.750
Aandeel derden
3.750
Belastinglast (derden)
1.250
Stap 4. Controle
Controle
Bedrag (€)
Volledige winst uit de eindvoorraad
40.000
Reeds intern verwerkte resultaatmutatie
11.250
Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat
0
Mutatie aandeel derden
3.750
Syllabus Deel 3, §4.2.2 en §4.3.2, p. 74–84 en 95–103.
Bij upstream ontstaat de marge bij de verkopende dochter. Een correctie op haar resultaat werkt via NVW door in Resultaat deelneming en Deelneming bij de moeder; het resterende deel behoort tot de minderheid in diezelfde verkoper. Hiermee controleert de accountant zowel de waardering van de voorraad als de juiste toerekening van de winst aan aandeelhouders.
Je weet bij verkrijgingsprijs wat er wel en niet met de boekwaarde gebeurt en hoe regulier dividend in de enkelvoudige jaarrekening wordt verwerkt.
Je begrijpt het consolidatieproces, de begrippen eigen vermogen en resultaat en het onderscheid tussen het aandeel van de moeder en dat van derden.
Je kunt een afschrijving, een voorraadwinst en een mutatie tussen twee balansdata berekenen. NVW-boekingen mag je niet automatisch overnemen; het verschil wordt hier uitgelegd.
Dit ga je leren
Verklaren waarom de correcties bij verkrijgingsprijs anders over de werkbladen zijn verdeeld dan bij NVW.
Deelneming, derdenbelang, goodwill, dividend en IC-resultaten in de consolidatie verwerken.
Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 3, §5–6, p. 104–185; art. 2:405, 2:411 lid 2 en 2:413 BW.
Een deelneming tegen verkrijgingsprijs staat in de vennootschappelijke balans van de moeder niet automatisch voor haar aandeel in het actuele dochtervermogen. De winst van de dochter is ook niet als Resultaat deelneming bijgeboekt. De consolidatie moet daarom teruggrijpen op het verwervingsmoment en de sindsdien ontstane vermogens- en resultaatontwikkeling afzonderlijk verwerken.
Het doel van de consolidatie verandert niet: dezelfde onderliggende groep wordt weergegeven. Wel zijn andere eliminatieposten nodig omdat de uitgangscijfers anders zijn. De oorspronkelijke goodwill zit in de deelnemingsprijs, regulier dividend kan al als opbrengst zijn geboekt en een interne NVW-correctie op voorraadwinst ontbreekt. Dit hoofdstuk werkt die verschillen achtereenvolgens uit.
6.1Verwerving, goodwill en belang van derden
De kapitaaleliminatie van het moederdeel begint bij de vermogenssamenstelling op het verkrijgingsmoment. De koopsom wordt daartegenover verwijderd en de oorspronkelijke goodwill wordt afzonderlijk zichtbaar. Is daarna meegekocht dividend op de deelneming afgeboekt, dan moet de betreffende verkrijgingsbasis daarmee aansluiten. De goodwill wordt niet als willekeurige sluitpost verlaagd om een aansluitingsverschil weg te werken.
Het belang van derden volgt daarentegen het vermogen op de consolidatiedatum. Dat vermogen bevat ook de sinds verwerving behaalde resultaten. Voor goodwill moet vervolgens onderscheid worden gemaakt tussen de cumulatieve afschrijving op de balans en de jaarafschrijving in de winst-en-verliesrekening. Afschrijving uit eerdere jaren raakt in de balanseliminatie de reserves; alleen de lopende jaarlast hoort bij het resultaat van dit boekjaar.
Een bij de moeder opgenomen reguliere dividendopbrengst wordt uit de geconsolideerde winst-en-verliesrekening geëlimineerd, omdat de dochterresultaten daar al volledig worden opgenomen. Bij meerdere verwervingsmomenten blijven de aankooplagen gescheiden totdat iedere laag aansluit. De opeenvolgende eliminaties hieronder vormen daarom samen de basisuitwerking en zijn geen los van elkaar te kiezen alternatieven.
Integrale consolidatie tegen verkrijgingsprijs
Elimineer het moederdeel op de verkrijgingsbasis.
Presenteer belang derden op de einddatum.
Activeer en volg de afzonderlijke consolidatiegoodwill.
Elimineer regulier dividend in de W&V en verdeel het dochterresultaat.
Onderdeel
Moment/basis
Moederdeel kapitaaleliminatie
Eigen vermogen bij verkrijging, gecorrigeerd voor de in de casus meegekochte uitkeringen en latere relevante veranderingen.
Belang derden
Aandeel in het eigen vermogen op consolidatiedatum.
Goodwillbalans
Oorspronkelijke goodwill minus cumulatieve afschrijving.
Goodwilllast
Alleen de afschrijving van het lopende boekjaar.
Dividendopbrengst
Het bedrag dat de moeder als regulier dividend heeft geboekt.
Aandeel derden
Minderheidsaandeel in het resultaat, daarna aangepast voor toepasselijke IC-mutaties.
Haven houdt 75% van Duin: volledige basisset
Verkrijging op 1 januari 2023: prijs € 735.000, goodwill € 90.000, eigen vermogen € 860.000 bestaande uit kapitaal € 200.000, agio € 60.000 en overige reserves € 600.000. In 2023 is € 40.000 meegekocht dividend uitgekeerd, waarvan Haven € 30.000 op de deelneming heeft afgeboekt. Eind 2024 heeft Duin kapitaal € 200.000, agio € 60.000, reserves € 720.000 en resultaat € 160.000. Goodwill wordt in vijf jaar afgeschreven. Haven heeft in 2024 € 36.000 regulier dividend verantwoord.
Balans: moederdeel verkrijging
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Aandelenkapitaal Duin
150.000
Agio Duin
45.000
Overige reserves Duin
420.000
Goodwill
90.000
Aan Deelneming Duin
705.000
Balans: belang derden einddatum
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Aandelenkapitaal Duin
50.000
Agio Duin
15.000
Overige reserves Duin
180.000
Resultaat boekjaar Duin
40.000
Aan Belang derden
285.000
Balans: twee jaren goodwillafschrijving
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Overige reserves
18.000
Resultaat boekjaar
18.000
Aan Goodwill
36.000
W&V: regulier dividend
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Opbrengst deelneming Duin
36.000
Aan Resultaat na belastingen
36.000
W&V: aandeel derden
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Aandeel derden
40.000
Aan Resultaat na belastingen
40.000
W&V: afschrijving lopend jaar
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Afschrijvingskosten goodwill
18.000
Aan Resultaat na belastingen
18.000
Controle goodwill: € 90.000 − € 36.000 = € 54.000. Het ontvangen meegekochte dividend verlaagt de aankoopreserves en de deelneming, niet de oorspronkelijke goodwill.
Het 100%-geval als afzonderlijke controle
Bij 100% vervallen de regels voor belang derden en aandeel derden. Stel dat de moeder € 12.000.000 betaalt voor alle aandelen in een dochter met een eigen vermogen van € 10.000.000 bij verwerving. De goodwill bedraagt dan € 2.000.000. De gebruiksduur is tien jaar, zodat de jaarlijkse afschrijving € 200.000 bedraagt. In het eerste volledige jaar maakt de dochter € 5.000.000 winst; de moeder heeft geen overige resultaatposten en ontvangt geen dividend.
Stap 1 — bepaal de goodwill
Verkrijgingsprijs € 12.000.000 − aandeel in het eigen vermogen bij verwerving € 10.000.000 = goodwill € 2.000.000.
Balans: verwerving
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Eigen vermogen dochter bij verwerving
10.000.000
Goodwill
2.000.000
Aan Deelneming
12.000.000
Stap 2 — schrijf de goodwill af
€ 2.000.000 ÷ 10 jaar = € 200.000 per jaar. De resterende goodwill na het eerste volledige jaar is dus € 1.800.000.
Balans: goodwillafschrijving eerste jaar
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Resultaat boekjaar
200.000
Aan Goodwill
200.000
W&V: goodwillafschrijving eerste jaar
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Afschrijvingskosten goodwill
200.000
Aan Resultaat na belastingen
200.000
Stap 3 — sluit het groepsresultaat aan
Winst dochter € 5.000.000 − goodwillafschrijving € 200.000 = geconsolideerde jaarwinst € 4.800.000. Omdat het belang 100% is, is er geen aandeel derden. Als de volledige winst wordt ingehouden, groeit het eigen vermogen van de dochter van € 10.000.000 naar € 15.000.000; die latere winstgroei blijft in de geconsolideerde vermogensontwikkeling zichtbaar.
Controle: elimineer bij consolidatie de verkrijgingsbasis, niet blind het volledige latere eigen vermogen van € 15.000.000 tegenover de onveranderde deelnemingspost van € 12.000.000. Anders zou de na verwerving verdiende winst ten onrechte verdwijnen.
Bij verkrijgingsprijs wordt het resultaat van de dochter niet jaarlijks via de deelnemingsrekening gevolgd. De consolidatie moet de nog ontbrekende vermogens- en resultaateffecten daarom zelf zichtbaar maken, inclusief goodwill en na verwerving behaalde resultaten. De accountant voorkomt hiermee dat een verschil tussen aankoopprijs en eindvermogen zonder analyse als goodwill of als jaarresultaat wordt geboekt.
6.2Downstream- en upstreamleveringen bij verkrijgingsprijs
Bij verkrijgingsprijs wordt volgens de behandelde IC-methodiek geen intracomptabele correctie gemaakt zoals bij NVW. Dat betekent niet dat de ongerealiseerde winst in de groep mag blijven staan. De correctie wordt volledig bij de consolidatie aangebracht. Het ontbrekende interne deel is precies het verschil waarmee rekening moet worden gehouden wanneer een NVW-uitwerking met een verkrijgingsprijsuitwerking wordt vergeleken.
Bij downstream is de moeder de winstmaker. De volledige winstcorrectie komt daarom ten laste van het geconsolideerde meerderheidsresultaat, ook als zij minder dan 100% van de koper houdt. Bij upstream is de dochter de winstmaker. Haar ongerealiseerde winst wordt dan verdeeld over het moederdeel en de minderheid in de verkoper. In beide gevallen gaat de volledige winst vóór belasting uit de voorraad; de belastingcorrectie en toerekening worden daarnaast verwerkt.
Ook hier blijft het onderscheid tussen stand en mutatie beslissend. De balanseliminatie verwijdert de eindwinst. Waar de methode dat vereist, wordt het netto moederdeel uit de beginvoorraad vanuit de reserves in het resultaat boekjaar ingevoegd. Daardoor sluit het jaareffect aan op de toename of afname in de tabel, en niet ten onrechte op de gehele winst die op de eindbalans nog aanwezig is.
Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting
100%
Al intern gecorrigeerd0%
Voor derden0%
Nog aanvullend voor meerderheid100%
Toename: HK, voorraad € 180.000 naar € 240.000
Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 20% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.
Ingevulde voorraadtabel: Downstream HK
Datum
Voorraad
Niet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraad
Interne correctie
Eliminatie t.l.v. aandeel derden
Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
Percentage
100%
0%
0%
100%
31-12-2024
180.000
36.000
n.v.t.
n.v.t.
36.000
31-12-2025
240.000
48.000
n.v.t.
n.v.t.
48.000
Toename
60.000
12.000
n.v.t.
n.v.t.
12.000
Stap 1. Interne correctie in de administratie van M
Geen interne IC-winstboeking bij deze grondslag of geen winstmutatie.
Syllabus Deel 3, §6.2.1 en §6.3.1, p. 153–158 en 166–175.
Afname: HK, voorraad € 240.000 naar € 180.000
Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 20% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.
Ingevulde voorraadtabel: Downstream HK
Datum
Voorraad
Niet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraad
Interne correctie
Eliminatie t.l.v. aandeel derden
Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
Percentage
100%
0%
0%
100%
31-12-2024
240.000
48.000
n.v.t.
n.v.t.
48.000
31-12-2025
180.000
36.000
n.v.t.
n.v.t.
36.000
Afname
-60.000
-12.000
n.v.t.
n.v.t.
-12.000
Stap 1. Interne correctie in de administratie van M
Geen interne IC-winstboeking bij deze grondslag of geen winstmutatie.
Syllabus Deel 3, §6.2.1 en §6.3.1, p. 153–158 en 166–175.
Ook zonder een interne NVW-correctie is de winst op een levering binnen de groep nog niet tegenover een buitenstaander gerealiseerd. Bij verkrijgingsprijs verschuift de volledige correctie naar de consolidatie; zij verdwijnt niet. Het onderscheid met NVW betreft dus vooral de plaats waar de correctie wordt verwerkt, niet de groepswaarde van dezelfde voorraad.
Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting
25%75%
Al intern gecorrigeerd0%
Voor derden25%
Nog aanvullend voor meerderheid75%
Afname: 75%-verkoper, opslag 25% op kostprijs = marge 20% in verkoopprijs
Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 20% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.
Ingevulde voorraadtabel: Upstream HK
Datum
Voorraad
Niet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraad
Interne correctie
Eliminatie t.l.v. aandeel derden
Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
Percentage
100%
0%
25%
75%
31-12-2024
300.000
60.000
n.v.t.
15.000
45.000
31-12-2025
240.000
48.000
n.v.t.
12.000
36.000
Afname
-60.000
-12.000
n.v.t.
-3.000
-9.000
Stap 1. Interne correctie in de administratie van M
Geen interne IC-winstboeking bij deze grondslag of geen winstmutatie.
Syllabus Deel 3, §6.2.2 en §6.3.2, p. 159–165 en 176–185.
Toename: dezelfde upstream-HK-verdeling
Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 20% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.
Ingevulde voorraadtabel: Upstream HK
Datum
Voorraad
Niet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraad
Interne correctie
Eliminatie t.l.v. aandeel derden
Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
Percentage
100%
0%
25%
75%
31-12-2024
240.000
48.000
n.v.t.
12.000
36.000
31-12-2025
300.000
60.000
n.v.t.
15.000
45.000
Toename
60.000
12.000
n.v.t.
3.000
9.000
Stap 1. Interne correctie in de administratie van M
Geen interne IC-winstboeking bij deze grondslag of geen winstmutatie.
Syllabus Deel 3, §6.2.2 en §6.3.2, p. 159–165 en 176–185.
Bij verkrijgingsprijs is geen moederdeel via de deelnemingsrekening uitgesteld. De volledige upstreamwinst wordt daarom extracomptabel verwijderd, maar de toerekening blijft volgen wie aandeelhouder is van de verkoper. Voor de accountant verklaart deze verdeling waarom dezelfde voorraadcorrectie verschillende effecten heeft op meerderheidsresultaat en belang derden.
6.3Aansluiting van voorraad en geconsolideerd resultaat
De uitwerking is pas afgerond wanneer de losse eliminaties op de uiteindelijke jaarrekening aansluiten. De geconsolideerde voorraad wordt gecontroleerd door de volledige eindvoorraden op te tellen en de nog ongerealiseerde eindwinsten vóór belasting te verwijderen. Het deelnemingspercentage beperkt deze voorraadcorrectie bij integrale consolidatie niet.
Voor het aan de moeder toekomende resultaat wordt bij verkrijgingsprijs het moederresultaat aangevuld met de relevante winstaandelen van de dochters. Reeds geboekte reguliere dividenden worden verwijderd en de goodwilljaarafschrijving wordt verwerkt. Daarna worden de nog ontbrekende netto IC-winstmutaties toegevoegd of afgetrokken. Bereken het aandeel derden afzonderlijk vanuit de resultaten van de verkopende dochters en hun betreffende IC-mutaties.
Bij NVW moet steeds worden nagegaan welke van deze effecten al in het moederresultaat zitten. Een nogmaals afgetrokken interne correctie zou de winst dubbel verminderen. De eindcontrole verbindt daarom de hele samenvatting: gekozen grondslag, interne boekingen, consolidatieposten en resultaattoerekening moeten op één uitkomst aansluiten.
Geconsolideerde voorraad en resultaat
Controle
NVW
HK
Voorraad integraal
Som eindvoorraden minus volledige interne eindwinsten vóór belasting.
Dezelfde groepsvoorraadcontrole; geen interne correctie veronderstellen.
Meerderheidsresultaat
Begin bij het moederresultaat en bepaal welke correcties daarin al zitten; voeg alleen nog ontbrekende groepscorrecties toe.
De eindcontrole verbindt de afzonderlijke boekingen met het beoogde beeld van de hele groep. Een correct totaal is onvoldoende wanneer een winstdeel bij de verkeerde aandeelhouders terechtkomt of een intern effect dubbel is meegenomen. De accountant toetst daarmee niet alleen rekenkundige sluiting, maar ook de samenhang van grondslag, resultaattoerekening en balanswaardering.
Je begrijpt dat interne winst pas gerealiseerd is wanneer de groep tegenover derden presteert en dat voorraadwinst op een balansdatum iets anders is dan de resultaatmutatie in een jaar.
Je kunt afzonderlijke aandelen van moeder en derden berekenen en de boekwaarde en jaarlijkse afschrijving van een materieel vast actief bepalen.
Voorkennis afgeleid uit het ingangsniveau (Onderwijsprogramma 2026, §2, p. 3) en de opbouw van de leerstof. Leerdoelen: Syllabus Deel 3, §7–8, p. 186–248; art. 2:409 BW.
De laatste onderdelen bouwen voort op het consolidatieproces. Bij proportionele consolidatie verandert de omvang waarin de gegevens worden opgenomen. Bij sidestream verandert de relatie tussen de winstmaker en de voorraadkoper. Bij de interne levering van een materieel vast actief verandert vooral het moment waarop de uitgestelde winst wordt gerealiseerd.
Deze onderwerpen vragen dus niet om drie geheel losstaande methoden. Begin telkens bij opnameomvang, waardering en goederenrichting. Bepaal vervolgens waar de ongerealiseerde winst zich bevindt, welk gedeelte intern is gecorrigeerd en hoe de winst later vrijvalt. De uitwerkingen sluiten aan op de begrippen, voorraadtabel en gescheiden balans- en resultaateliminaties uit de voorafgaande hoofdstukken.
7.1Proportionele consolidatiemethode
Bij integrale consolidatie worden de volledige gegevens van de groepsmaatschappij opgenomen. Bij proportionele consolidatie gebeurt dat naar rato van het gehouden belang. Daardoor wordt het buiten die opname gebleven gedeelte niet alsnog als Belang derden of Aandeel derden gepresenteerd. Het onderscheid werkt ook door in de eliminatie van onderlinge vorderingen, schulden, baten en lasten: alleen het in de combinatie opgenomen deel kan worden geëlimineerd.
De casus Meppelt maakt dit zichtbaar. Bij een 50%-opname is van een onderlinge schuld van € 200.000 slechts € 100.000 in de gecombineerde cijfers aanwezig. Tegenover de vordering van de moeder wordt dus € 100.000 verwijderd; het restant verdwijnt niet met een integrale eliminatie van € 200.000. Dezelfde gedachte geldt voor de opgenomen managementfee en voor de in de syllabus uitgewerkte goederenstromen.
Voor toepassing wordt niet uitsluitend naar een 50/50-aandelenverhouding gekeken. De gezamenlijke zeggenschap krachtens de samenwerkingsregeling en het in artikel 2:409 bedoelde inzicht moeten worden beoordeeld. De keuze van de consolidatiemethode gaat dus vooraf aan het toepassen van de percentages in een eliminatieboeking.
Proportionele consolidatie
Onderdeel
Werkwijze
Voorwaarden
Gezamenlijke uitoefening van de relevante rechten krachtens een regeling tot samenwerking en voldoen aan het wettelijke inzicht, art. 2:409 BW.
Opname
Activa, verplichtingen, baten en lasten naar het gehouden belang opnemen.
Deelneming en vermogen
Het opgenomen evenredige vermogen tegenover de deelneming elimineren.
Derden
Geen aparte derdenpost voor het niet in de cijfers opgenomen deel.
Interne relaties
Elimineren voor zover die in de combinatie zijn opgenomen; het niet-geconsolideerde deel kan blijven staan.
Keuze volgens het bronmateriaal
Waar art. 2:409 toepassing toestaat, behandelen de uitwerkingen zowel proportionele opname als verwerking als deelneming in de geconsolideerde jaarrekening.
Meppelt en Oogveen: 50% proportioneel
Meppelt heeft een vordering van € 200.000 op Oogveen; Oogveen een schuld van € 200.000 aan Meppelt. Slechts 50% van Oogveens schuld is in de consolidatiestaat opgenomen. De eliminatie bedraagt daarom € 100.000; de resterende vordering € 100.000 verdwijnt niet. Een managementfee van totaal € 60.000 wordt voor € 30.000 tegen de opgenomen kosten geëlimineerd.
Rekening-courant
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Rekening-courantschuld Oogveen
100.000
Aan Rekening-courantvordering Meppelt
100.000
Managementfee
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Opbrengst managementfee
30.000
Aan Managementkosten
30.000
Voorraadwinst bij proportionele opname
De integrale regel “100% winst uit de voorraad” mag niet zonder aanpassing naar proportionele consolidatie worden gekopieerd. De syllabus elimineert binnen de evenredig opgenomen relatie het betrokken aandeel. Bij 50% en een relevante winst van € 40.000 is dat € 20.000. Er is geen aanvullende derdenpost voor de buiten de consolidatie gebleven helft. Volg de exacte richting en opgenomen bedragen uit de opgave.
Bij proportionele consolidatie wordt slechts het overeengekomen deel van de cijfers opgenomen. Een volledige interne eliminatie zou dan ook bedragen verwijderen waarvan de corresponderende tegenpost helemaal niet in de gecombineerde cijfers zit. De accountant kan zo uitleggen waarom proportionele consolidatie en verwerking als deelneming een andere presentatie geven zonder dat een niet-opgenomen helft alsnog als belang derden wordt toegevoegd.
Bij sidestream boekt een deelneming de winst en houdt een andere deelneming de goederen op voorraad. Teken de goederenpijl en zet het moederbelang bij de verkoper en de koper. Niet-afnemend of afnemend belang beschrijft deze vergelijking langs de pijl; het zegt niet dat gedurende het boekjaar aandelen worden gekocht of verkocht. De toename of afname van de voorraadwinst wordt daarna afzonderlijk bepaald.
Bij niet-afnemend belang volgt de interne NVW-correctie het belang in de verkoper. De overige winst behoort bij de minderheid in diezelfde verkoper. Bij afnemend belang volgt het interne percentage het lagere belang in de koper, maar de deelnemingsrekening waarop de moeder corrigeert blijft die van de verkoper: daar is immers het resultaat ontstaan. Het minderheidspercentage volgt eveneens de verkoper. Het verschil tussen verkopers- en kopersbelang vormt het aanvullende deel voor het geconsolideerde meerderheidsresultaat.
Bij 90% in de verkoper en 70% in de koper wordt de winst vóór belasting zo verdeeld in 70% intern, 10% derden en 20% aanvullende resultaateliminatie. Deze percentages worden op beginstand, eindstand en mutatie toegepast. Het gebruik van de tabel voorkomt dat het 30%-minderheidsbelang in de koper ten onrechte als derdenpercentage van de door de verkoper gemaakte winst wordt gebruikt.
70%: het lagere belang in de koper, op de deelnemingsrekening van de verkoper.
M houdt 80% → M houdt 80%
Niet-afnemend / gelijk belang.
80%; geen aanvullende correctie op het geconsolideerde resultaat.
“Afnemend belang” betekent hier niet dat M gedurende het jaar aandelen verkoopt. Het vergelijkt de moederbelangen in de verkoper en de koper. Binnen beide typen kan de voorraad vervolgens toenemen of afnemen. De interne correctie wordt in de moederadministratie op de verkopende deelneming verwerkt, omdat daar de winst is ontstaan.
Bij sidestream zijn zowel verkoper als koper deelnemingen. De winst komt echter maar bij één van hen tot stand. Daarom blijft de correctie van Resultaat deelneming gekoppeld aan de verkoper, ook wanneer het koperbelang het percentage van de interne correctie begrenst. Voor de accountant voorkomt dit dat de juiste rekensom op de verkeerde deelnemingsrekening wordt geboekt.
Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting
70%30%
Al intern gecorrigeerd70%
Voor derden30%
Nog aanvullend voor meerderheid0%
70%-verkoper naar 90%-koper: voorraadtoename
Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 25% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.
Stap 1. Interne correctie in de administratie van M
M: correctie op de verkopende deelneming
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
9.. Resultaat deelneming verkoper
6.300
0.. Deelneming verkoper
6.300
Stap 2. Geconsolideerde balans
Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Deelneming verkoper
27.300
Voorziening belastingen (debetcorrectie)
9.100
Belang derden
11.700
Voorziening belastingen (derden)
3.900
Voorraad bij koper
52.000
Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening
W&V: doorgeleverd deel
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Omzet
840.000
Kostprijs van de omzet
840.000
W&V: voorraadtoename
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Omzet (voorraadtoename tegen onderlinge prijs)
60.000
Kostprijs van de omzet
48.000
Resultaat na belastingen verkoper (aansluiting basiseliminatie)
6.300
Belastinglast (intern aansluitingsdeel)
2.100
Aandeel derden
2.700
Belastinglast (derden)
900
Stap 4. Controle
Controle
Bedrag (€)
Volledige winst uit de eindvoorraad
52.000
Reeds intern verwerkte resultaatmutatie
-6.300
Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat
0
Mutatie aandeel derden
-2.700
Syllabus Deel 3, §8.1, p. 214–238.
70%-verkoper naar 90%-koper: voorraadafname
Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 25% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 20% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.
Stap 1. Interne correctie in de administratie van M
M: correctie op de verkopende deelneming
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
9.. Resultaat deelneming verkoper
6.300
0.. Deelneming verkoper
6.300
Stap 2. Geconsolideerde balans
Geconsolideerde balans: eindwinst uitvoegen
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Deelneming verkoper
21.000
Voorziening belastingen (debetcorrectie)
7.000
Belang derden
9.000
Voorziening belastingen (derden)
3.000
Voorraad bij koper
40.000
Stap 3. Geconsolideerde winst-en-verliesrekening
W&V: onderlinge omzet
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Omzet
900.000
Kostprijs van de omzet
900.000
W&V: vrijval van ongerealiseerde winst
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Kostprijs van de omzet
12.000
Resultaat na belastingen verkoper (aansluiting basiseliminatie)
6.300
Belastinglast (intern aansluitingsdeel)
2.100
Aandeel derden
2.700
Belastinglast (derden)
900
Stap 4. Controle
Controle
Bedrag (€)
Volledige winst uit de eindvoorraad
40.000
Reeds intern verwerkte resultaatmutatie
6.300
Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat
0
Mutatie aandeel derden
2.700
Syllabus Deel 3, §8.1, p. 214–238.
Bij een niet-afnemend belang langs de goederenstroom kan het moederdeel van de verkoperswinst volledig in de interne correctie worden gevolgd. De resterende winst is het aandeel van derden in de verkoper, niet in de voorraadkoper. Een eigen pijlenschema maakt controleerbaar waarom niet het soms hogere belang in de koper wordt gebruikt om het verkopersresultaat te verdelen.
Verdeling van 100% van de ongerealiseerde winst vóór belasting
70%10%20%
Al intern gecorrigeerd70%
Voor derden10%
Nog aanvullend voor meerderheid20%
90%-verkoper naar 70%-koper: voorraadtoename
Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 20% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 30% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.
Resultaat na belastingen verkoper (aansluiting basiseliminatie)
16.800
Belastinglast (intern aansluitingsdeel)
4.200
Aandeel derden
2.400
Belastinglast (derden)
600
Resultaat na belastingen
4.800
Belastinglast (aanvullend)
1.200
Stap 4. Controle
Controle
Bedrag (€)
Volledige winst uit de eindvoorraad
120.000
Reeds intern verwerkte resultaatmutatie
-16.800
Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat
-4.800
Mutatie aandeel derden
-2.400
Syllabus Deel 3, §8.1, p. 214–238.
90%-verkoper naar 70%-koper: voorraadafname
Eigen oefenvariant op de vermelde bronsystematiek. Alle voorraadtabelbedragen zijn vóór belasting. De getoonde boekingen gebruiken 20% winstbelasting. Voorraadbedragen luiden tegen onderlinge verkoopprijs; de marge is 30% van die verkoopprijs. Onderlinge leveringen in het boekjaar: € 900.000.
Resultaat na belastingen verkoper (aansluiting basiseliminatie)
16.800
Belastinglast (intern aansluitingsdeel)
4.200
Aandeel derden
2.400
Belastinglast (derden)
600
Resultaat na belastingen
4.800
Belastinglast (aanvullend)
1.200
Stap 4. Controle
Controle
Bedrag (€)
Volledige winst uit de eindvoorraad
90.000
Reeds intern verwerkte resultaatmutatie
16.800
Aanvullende mutatie meerderheidsresultaat
4.800
Mutatie aandeel derden
2.400
Syllabus Deel 3, §8.1, p. 214–238.
Bij afnemend belang is het volgens de cursus intern te corrigeren percentage lager dan het moederbelang in de verkoper. Het verschil verklaart de aanvullende correctie op het geconsolideerde meerderheidsresultaat; het is geen extra minderheidsbelang. Bij 90% in de verkoper en 70% in de koper zijn de kolommen dus 70%, 10% en 20%. Deze controle voorkomt een foutieve 30%-toerekening aan derden in de koper.
7.3Intercompanylevering van een materieel vast actief
Bij een interne machineverkoop kan de koper een hogere boekwaarde opnemen dan de boekwaarde die het concern zonder die verkoop zou hebben gehad. Het verschil is de interne boekwinst. De eerste berekening is daarom de boekwaarde onmiddellijk vóór verkoop: oorspronkelijke aanschafprijs, verminderd met de tot dat moment verstreken afschrijving. Pas daarna wordt de interne verkoopprijs ermee vergeleken.
De groep realiseert deze winst niet door de interne factuur. Zolang het actief binnen de consolidatiekring wordt gebruikt, moet de resterende winst uit de geconsolideerde boekwaarde worden verwijderd. Tegelijk schrijft de koper af op de hogere interne prijs. De correctie van deze extra afschrijving geeft in de volgende jaren een deel van de eerder uitgestelde winst vrij. De oorspronkelijke winst, de vrijval in het boekjaar en het resterende bedrag op de eindbalans moeten daarom in één verloop worden gevolgd.
De goederenrichting blijft relevant voor de toerekening. Bij downstream ligt de oorspronkelijke winst bij de moeder; bij upstream bij de verkopende dochter. De interne correctie en het derdenaandeel sluiten daarop aan zoals bij voorraadleveringen. Alleen verloopt de realisatie hier via de afschrijving in plaats van via de verkoop van voorraad aan buitenstaanders.
Intercompanylevering van een materieel vast actief
Bereken de boekwaarde direct vóór interne verkoop.
Bepaal interne verkoopwinst: verkoopprijs minus groepsboekwaarde.
Corrigeer de initiële winst volgens richting, aandeel en grondslag.
Bereken jaarlijks extra afschrijving bij de koper.
Volg resterende winst in de balans en vrijval in de W&V.
Downstream NVW: machine verkocht voor € 90.000
M bezit 80% van D. Oorspronkelijke aanschafprijs € 120.000, levensduur acht jaar, restwaarde nihil. Na vier jaar verkoopt M de machine voor € 90.000 aan D. Groepsboekwaarde € 60.000; interne winst € 30.000. D schrijft nog vier jaar af. Winstbelasting 25%.
M: interne correctie in het verkoopjaar
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
9.. Niet-gerealiseerde boekwinst
24.000
1.. Aan Overlopende passiva
24.000
M: belastingcorrectie
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
0.. Voorziening belastingen (debetcorrectie)
6.000
9.. Aan Belastinglast
6.000
Balans op verkoopdatum
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Overlopende passiva
24.000
Resultaat boekjaar
4.500
Voorziening belastingen
1.500
Aan Machine
30.000
In het volgende jaar schrijft D € 22.500 af, terwijl de groep € 15.000 zou afschrijven. De extra afschrijving is € 7.500. Daarmee daalt de resterende interne winst van € 30.000 naar € 22.500.
M houdt 70% van D. D verkoopt een machine met groepsboekwaarde € 500.000 voor € 600.000. De resterende levensduur is vijf jaar en belasting 25%. De winst van € 100.000 wordt verdeeld naar de verkoper: 70% intern en 30% derden. De interne correctie is € 52.500 na belasting.
M: interne correctie
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
9.. Resultaat deelneming D
52.500
0.. Aan Deelneming D
52.500
Balans: winst op verkoopdatum verwijderen
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Deelneming D
52.500
Voorziening belastingen (intern)
17.500
Belang derden
22.500
Voorziening belastingen (derden)
7.500
Aan Machine
100.000
De extra jaarlijkse afschrijving is € 20.000. De netto vrijval bedraagt € 15.000, waarvan € 10.500 voor M en € 4.500 voor derden. Na één jaar resteert € 80.000 interne winst in de machine; gebruik voor de balans die eindstand en voor het resultaat de vrijval van € 20.000.
W&V: correctie extra afschrijving volgens de syllabusvolgorde
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Resultaat na belastingen verkoper
10.500
Belastinglast (intern)
3.500
Aandeel derden
4.500
Belastinglast (derden)
1.500
Aan Afschrijvingskosten machine
20.000
Een interne verkoop van een machine verandert de oorspronkelijke kostprijs voor de groep niet. De hogere afschrijving bij de koper verbruikt vervolgens jaarlijks een deel van de interne winst; die vrijval verklaart waarom de correctie in latere jaren kleiner wordt. De accountant controleert zo samenhangend de boekwaarde van het actief, de afschrijvingskosten en het nog niet gerealiseerde resultaat.
Kies de grondslag en route. Vul de casus in en bekijk de zeskolomstabel, de interne correctie, de afzonderlijke consolidatieboekingen en de resultaatcontrole.
Uitgewerkt startvoorbeeld: de screenshotwaarden, met expliciet 25% belasting en € 1.200.000 leveringen.
Downstream · NVW
Leeg uitwerksjabloon
Datum
Voorraad
Niet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraad
Interne correctie
Eliminatie t.l.v. aandeel derden
Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
Percentage
100%
…%
…%
…%
31-12-2024
320.000
31-12-2025
480.000
Toe-/afname
Ingevulde voorraadtabel; bedragen vóór belasting
Datum
Voorraad
Niet-gerealiseerde intercompanywinst in voorraad
Interne correctie
Eliminatie t.l.v. aandeel derden
Eliminatie t.l.v. geconsolideerd resultaat
Percentage
100%
60%
0%
40%
31-12-2024
320.000
64.000
38.400
n.v.t.
25.600
31-12-2025
480.000
96.000
57.600
n.v.t.
38.400
Toename
160.000
32.000
19.200
n.v.t.
12.800
1. Interne correctie bij M
M: interne winstmutatie
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
9.. Niet-gerealiseerde winst op transacties met deelnemingen
Kapitaalverschaffing voor eigen rekening met duurzame verbondenheid ten dienste van de eigen werkzaamheid. Bij 20% van het geplaatste kapitaal wordt het bestaan vermoed.
Toepassen: De kwalificatie bepaalt nog niet automatisch de waardering tegen NVW.
Een kapitaalbelang dat niet als deelneming kwalificeert, bijvoorbeeld bij uitsluitend tijdelijk aanhouden voor koerswinst zonder duurzame functionele band.
Toepassen: Toets het doel, niet alleen het percentage; een klein strategisch belang kan wel een deelneming zijn.
Een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch verbonden zijn. De syllabus betrekt centrale leiding bij de beoordeling.
Toepassen: Teken de groepsverhoudingen voordat je de consolidatiekring bepaalt.
Invloed op het zakelijke en financiële beleid van de deelneming. Bij een vijfde van de naar eigen inzicht uit te brengen stemmen wordt die invloed vermoed.
Toepassen: Onderzoek feitelijke invloed; verwar het stemrechtenvermoeden niet met het kapitaalvermoeden voor een deelneming.
Waardering waarbij de deelneming vanaf de gekozen eerste waarde wordt gevolgd voor het aandeel in resultaat, uitkeringen en relevante rechtstreekse vermogensmutaties.
Toepassen: NVW en de in de syllabus behandelde andere eerste waardebasis vallen binnen deze methodiek.
Het aandeel in de netto-activa van de deelneming, bepaald met de volgens de syllabus toepasselijke moedergrondslagen en reële-waardeaanpassingen bij verkrijging.
Toepassen: Stel een aankoopstaat en daarna een resultaat- en eindvermogensaansluiting op.
In deze deelnemingscasussen de bij aankoop betaalde waarde, inclusief daarin begrepen goodwill, zonder jaarlijkse bijboeking van het winstaandeel zoals bij NVW.
Toepassen: Maak onderscheid tussen regulier dividend, meegekocht dividend en een eventuele waardevermindering.
Een bv waarbij de statuten en aandelenrechten de in het materiaal behandelde verdeling in gewone, uitsluitend stemgerechtigde en uitsluitend winstgerechtigde aandelen mogelijk maken.
Toepassen: Bereken stemmen, dividend en vermogenswaarde met afzonderlijke rechten.
De in de syllabus genoemde wijze waarbij het belang als deelneming in de geconsolideerde jaarrekening wordt verwerkt in plaats van posten integraal of proportioneel samen te voegen.
Toepassen: De syllabus werkt vooral integraal en proportioneel uit; voeg geen onbehandelde detailregels toe.
Winst op een transactie tussen de betrokken groepsmaatschappijen. Het in de eindvoorraad resterende deel is nog niet tegenover buitenstaanders gerealiseerd.
Toepassen: Bereken de volledige winst eerst vóór belasting en vóór de verdeling in correctiekolommen.
Omrekenmethode waarin monetaire posten tegen slotkoers en historisch gewaardeerde niet-monetaire posten tegen hun relevante historische koers worden verwerkt.
Toepassen: Het omrekeningsverschil komt in het resultaat, met de bijzondere samenhang bij afwaarderingen.
De hoofdstukken volgen het onderwijsprogramma en de aangeleverde bronmethoden. Hieronder staan de gebruikte bestanden, de inhoudelijke dekking en de beperkingen van deze revisie.
Volledigheidsmatrix
Onderwerp uit de leerstof
Gedekte onderdelen
Primaire basis
Uitwerking/controle
Kapitaalbelangen: deelneming, belegging, dochter en groep
Deelneming, belegging en groepsmaatschappij; Dochtermaatschappij en indirecte zeggenschap; Consolidatieplicht, kring en vrijstellingen
S1 §2–4 en §11
Juridische toets plus schema; oefenmodule kap.
Stem- en winstrechten; flex-bv
Flex-bv: stemrechten en winstrechten
S1 §3 en §5; Finken/Patti/Bosa
Afzonderlijke stem-, dividend- en vermogensberekening.
NVW, zichtbaar intrinsieke waarde, verkrijgingsprijs en actuele waarde
Welke waarderingsgrondslag hoort bij het belang?; Waardemutaties, aankooplagen en verkoop
S1 §5 en §8–9
Beslisroute, vergelijking, waarderingsboekingen.
Fair value, goodwill en aandelenruil
Aankoopstaat: van zichtbaar vermogen naar NVW; Goodwill: afzonderlijk volgen, niet opnieuw procenteren; Verwerving via aandelenruil en contanten
S1 §5–6
Aankoopstaat, emissie, goodwill- en afschrijvingsboekingen.
Resultaat deelneming, dividend en vermogensaansluiting
Resultaat, verloop en aansluiting van de deelneming; Dividend: NVW, regulier HK en meegekocht HK
S1 §5 en §8
Resultaatbrug, mutatieboekingen en eindvermogenscontrole.
Wettelijke reserve deelneming
Wettelijke reserve deelneming
S1 §7; art. 2:389 lid 6
Voorwaarden, cumulatief/per deelneming, boeking binnen eigen vermogen.
Direct en middellijk eigen aandelen
Directe en middellijke inkoop van eigen aandelen
S1 §10
Boekingen, omvangvarianten en bronnummeringsverschil.
Consolidatieplicht, kring en vrijstellingen
Consolidatieplicht, kring en vrijstellingen
S1 §11
Afzonderlijke toets art. 2:406–409.
Valutasoorten en functionele valuta
Lokale, functionele en presentatievaluta; De functionele valuta onderbouwen; Tijdstipmethode tegenover slotkoersmethode
S2 §2–4
Factoren RJ 122.106–109 en methodekeuze.
Tijdstipmethode: vaste activa, afschrijving en voorraad
Tijdstipmethode per balans- en resultaatpost; Voorraad en kostprijs: eerst de inkooplagen
S2 §4.1
Actieflagen, FIFO-casustabel en kostprijscontrole.
Lagere voorraadwaarde en boekresultaat
Afwaardering van voorraad inclusief het koerseffect; Tijdstipmethode per balans- en resultaatpost
S2 §4.1
Oude/nieuwe euroboekwaarde en afwaarderingsjournaal.
Monetaire positie en omrekenresultaat
Omrekeningsverschil via de monetaire positie
S2 §4.1 en voorbeelden
Complete verloopstaat, tekenafspraak en dubbeltellingscontrole.
Slotkoersmethode en reserve
Slotkoersmethode: balans en resultaat apart omrekenen; Reserve omrekeningsverschillen berekenen; Boekingen bij de moeder en afsluitende controle
S2 §4.2
Vermogensbrug, ontleding en moederboekingen.
Consolidatieproces en onderlinge relaties
Consolidatieproces: eerst de werkstaat bepalen; De zes terugkerende eliminaties
S3 §2
Werklaagonderscheid, zes relaties en eliminatievoorbeelden.
Integrale consolidatie NVW, 100% en niet-100%
Basisconsolidatie bij NVW: 100% en niet-100%
S3 §3.1 en §4.1
Basisbalans- en W&V-eliminatie, met en zonder derden.
Integrale consolidatie HK, 100% en niet-100%
Basisconsolidatie bij verkrijgingsprijs
S3 §5.1 en §6.1
Verkrijgingsbasis, eindderden, goodwill, dividend en resultaat.
Richtingen en NVW tegenover HK
NVW/HK en alle goederenrichtingen vergelijken; Boekingsmethoden en volgorde van eliminaties
S3 §4–6 en §8.1; college-Excel
Vergelijkingsmatrix en expliciete verschillende tussenboekingen.
Downstream NVW toename/afname
De zeskoloms voorraadtabel; Downstream bij NVW
S3 §4.2.1 en §4.3.1
Zeskolomstabel, interne journaalposten, balans, W&V en controle.
Upstream NVW toename/afname
Upstream bij NVW
S3 §4.2.2 en §4.3.2
Volledige boekingsset en aansluiting met basiseliminatie.
Downstream HK toename/afname
Downstream bij verkrijgingsprijs
S3 §6.2.1 en §6.3.1
Geen interne correctie, volledige meerderheidscorrectie.
Upstream HK toename/afname
Upstream bij verkrijgingsprijs
S3 §6.2.2 en §6.3.2
Meerderheid/derden, beginwinst, eindwinst en resultaat.
Sidestream niet-afnemend en afnemend belang
Sidestream: welke belangen zijn relevant?; Sidestream niet-afnemend belang bij NVW; Sidestream afnemend belang bij NVW
S3 §8.1
Vier NVW-varianten; HK-NAB benoemd; ontbrekende HK-AB-bron niet ingevuld.
Interne materiële vaste activa
Intercompanyverkoop van een materieel vast actief
S3 §8.2
Boekwinst, uitstel, extra afschrijving, restant en derden.
Proportionele consolidatie en joint venture
Proportionele consolidatie en joint ventures
S3 §7; art. 2:409
Opnameomvang, geen derden, interne relaties en vergelijking integraal.
Afsluitende resultaat- en voorraadcontrole
Eindcontrole: voorraad, meerderheid en derden; tentamen
S3 en aangeleverde tentamenuitwerkingen
Meerdere goederenstromen, moederresultaat en definitief aandeel derden.
Bronverschillen die je moet herkennen
Onderwerp
Hoe deze revisie ermee omgaat
Syllabus en collegekolommen bij IC
Beide presentaties benoemen; de voorbeeldboekingen gebruiken een expliciete, sluitende volgorde. Geen rekeningnamen uit verschillende sets samenvoegen.
Eigen aandelen: art. 2:373
De syllabus noemt op p. 29 lid 3; de aangeleverde wettekst en de hier bedoelde regel wijzen naar lid 2. De afwijking is gemeld, niet als andere inhoudelijke regel overgenomen.
Volledige of evenredige eigen-aandelencorrectie
De Palau-uitwerking accepteert beide omvangvarianten. De eigen oefenvraag schrijft uitdrukkelijk de evenredige variant voor.
Rekening bij downstreamvrijval
Gerealiseerde winst en credit Niet-gerealiseerde winst komen in verschillende bronpresentaties voor. De oefenvraag benoemt de gevraagde rekening.
Sidestream-Excel
Gebruik de werkelijke verkopers- en koperspercentages. Een koptekst met hoger of lager belang is niet voldoende; enkele labels en controleteksten sluiten niet aan op de ingevoerde percentages.
Invloed van betekenis
Een meerderheidsaandeelhouder elders is geen universeel bewijs dat invloed ontbreekt. De specifieke tentamenmotivering blijft casusgebonden.
Niet vastgestelde bronuitwerking
Geen zelfstandig nieuw antwoordmodel afleiden uit extra opgaven waarvan de uitwerkingen hier niet zijn geverifieerd. HK-sidestream afnemend wordt niet als bewezen automatisch model aangeboden.
Documentenregister
OP
Onderwijsprogramma CAFA2_VJ 2026.pdf
Doelstellingen p. 3; toetsmatrijs p. 4–5; collegeprogramma p. 5–7. De vier leerdoelen wegen 30%, 20%, 30% en 20% in het programma.
S1
2026 Syllabus CAFA2 Deel 1 Kapitaalbelangen.pdf
Theoretisch kader kapitaalbelangen en consolideren; oorspronkelijke hoofdstukken 1–11, p. 4–37.
S2
2026 Syllabus CAFA2 Deel 2 Vreemde valuta.pdf
Valutabegrippen, functionele valuta en beide omrekenmethoden. De verwijzingen gebruiken de PDF-paginanummers; de tekstextractie van enkele voetregels bevat extra nullen.
S3
2026 Syllabus CAFA2 Deel 3 Consolideren.pdf
Consolidatieproces, NVW, verkrijgingsprijs, proportioneel, sidestream en materiële vaste activa; p. 5–248.
BW
Burgerlijk wetboek Boek 2.pdf
Aangeleverde studieversie met art. 24a–24d en 360–414. De titel vermeldt gelding vanaf 1 januari 2025. Deze revisie actualiseert de wettekst niet op basis van externe bronnen.
A1O
2026 Syllabus CAFA2 deel 1a - opgaven kapitaalbelangen owp.pdf
Opgaven van het onderwijsprogramma, waaronder Westerheuvel, Eiberg en Unischelp.
A1
2026 Syllabus CAFA2 deel 1a - uitwerking opgaven kapitaalbelangen owp.pdf
Uitwerkingen bij de opgaven van het onderwijsprogramma.
A1BO
2026 Syllabus CAFA2 deel 1b - opgaven kapitaalbelangen extra.pdf
Extra casussen, waaronder Fort, Manting en Purmer.
A1B
2026 Syllabus CAFA2 deel 1b - uitwerking opgaven kapitaalbelangen extra.pdf
Uitwerkingen extra kapitaalbelangen; Fort p. 5, Manting p. 6, Purmer p. 7–9.
A2O
2026 Syllabus CAFA2 deel 2a - opgaven vreemde valuta owp.pdf
Onder meer Wijo, Corona, Alberobello, Ultima Prova, Oostermoer en Boil.
Uitwerkingen bij de valutacasuïstiek van het onderwijsprogramma.
A2BO
2026 Syllabus CAFA2 deel 2b - opgaven vreemde valuta extra.pdf
Extra valutacasussen. Controleer de inhoud, niet uitsluitend de titelpagina: het aangeleverde opgavenbestand vermeldt op die pagina Uitwerkingenbundel.
Uitwerkingen van Boccalupo tot en met Brand, waaronder M&D p. 40–41.
A3O
2026 Syllabus CAFA2 deel 3a - opgaven consolidatie owp.pdf
Alle 32 opgaven van het onderwijsprogramma; bevat de gevraagde voorraadtabelvorm, onder meer Prato p. 17–19.
A3
2026 Syllabus CAFA2 deel 3a - uitwerking opgaven consolidatie owp.pdf
Uitwerkingen van Lok tot en met Eiken; aparte balans- en W&V-eliminaties.
A3BO
2026 Syllabus CAFA2 deel 3b - opgaven consolidatie extra.pdf
Extra consolidatieopgaven. De bijbehorende uitwerkingenbundel was niet als lokaal beschikbaar bronbestand vastgesteld in deze revisie; deze opgaven vormen daarom geen zelfstandige geverifieerde antwoordbron.
C3
Slides College 3 2025 CAFA2 [copyright Nyenrode Business Universiteit].pptx
Onder meer Unischelp dia 25–33 en valutabegrippen vanaf dia 35; tabellen en toelichtingen gebruikt naast de syllabus.
C8HK
Slides College 8 2025 CAFA2 [copyright Nyenrode Business Universiteit] 4. Consolidatie HK.pptx
Aparte verkrijgingseliminatie, derden op einddatum en goodwillafschrijving; dia 3–10.
C8UP
Slides College 8 2025 CAFA2 [copyright Nyenrode Business Universiteit] 6. Upstream NVW HK.pptx
De titelpagina en bestandsnaam verschillen; de getoonde uitwerking behandelt HK-upstream, toename en afname, dia 3–13.
XIC
CAFA2 8. Intercompany Journaaplosten.xlsx
Werkbladen Downstream toename/afname, Upstream toename/Afname, Sidestream AB toename/afname en Sidestream NAB toename/Afname. De collegekolommen en syllabuskolommen mogen niet zonder controle worden gemengd.
E21O
2021-10 CAFA2 - Uitwerking tentamen.pdf
6 oktober 2021; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Ahorn/Finken en Modena.
E22A
2022-04 CAFA2 - Uitwerking tentamen.pdf
11 april 2022; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Rosen.
E22O
2022-10 CAFA2 - Uitwerking tentamen.pdf
6 oktober 2022; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Rast Holding en Molina.
E23A
20230411 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf
11 april 2023; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Moneglia, Rapallo en Bruggeman.
E23O
20231009 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf
9 oktober 2023; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Voorn, Patti en Gluton.
E24A
20240422 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf
22 april 2024; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Monopoli en Galster.
E24S
20240930 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf
30 september 2024; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Mulini, Bornholm en Hoza.
E25A
20250417 Uitwerking tentamen CAFA2.pdf
17 april 2025; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Montone, Hoek, Kisjes en Orvelde.
E25S
20250924 Uitwerking tentamen CAFA2 (na normering).pdf
24 september 2025, versie na normering; getoetst naast het aangeleverde tentamen. Onder meer Monserrato, Dole, Oldemarcke en SchierGlas.
U
Door de gebruiker aangeleverde screenshots van de voorraadtabel
Leeg zeskoloms sjabloon en Moderna naar ChargeIT met 60%-interne correctie. De cijfers uit het screenshot zijn gebruikt; aanvullende belastingaannamen bij oefenvarianten worden afzonderlijk vermeld.
CAFA2 · Van vraagstelling naar uitwerking
Tentamenaanpak: welke stap vraagt deze vraag?
Leer de beslissingen achter een uitwerking, niet alleen de bedragen uit een oud model. Kies een onderwerp voor een overdraagbaar stappenplan, belangrijke uitzonderingen en controleberekeningen.
Leg vóór het rekenen drie dingen vast
Bij wie? Een boeking in het grootboek van M is iets anders dan een consolidatie-eliminatie. Wat wordt gevraagd? Norm en motivering, bedrag, journaalpost of volledige aansluiting. Welke periode en basis? Begin/einde/jaar, NVW/verkrijgingsprijs, tijdstip/slotkoers, vóór/na interne correctie en wel/geen belasting.
Daarmee begrens je je antwoord. “Gespecificeerde berekening” vraagt tussenstappen met bedragen, percentages en koersen; “geef alle eliminaties” vraagt meer dan uitsluitend de voorraadcorrectie. De voorbeelden hieronder laten ook zien waarom een juiste boeking uit de verkeerde werklaag toch niet de gevraagde uitwerking is.
Gebaseerd op geselecteerde vraagpatronen en gecontroleerde uitwerkingen uit zeven aangeleverde tentamens van 2022–2025, naast de syllabus. Dit is afgeleid leeradvies, geen officieel antwoordmodel, kansberekening of voorspelling. Het onderwijsprogramma 2026 geeft de toetsmatrijs, niet de frequentie van ieder vraagtype (p. 4).
Kapitaalbelangen: van juridische relatie naar juiste boeking
Dit blok bestaat uit twee verschillende opdrachten: een kwalificatie onderbouwen en een waarde of journaalpost berekenen. Een antwoord op de eerste opdracht is nog geen antwoord op de tweede.
1. Leg vast wie je beoordeelt en welk recht wordt gevraagd.
Schrijf bijvoorbeeld “houder M bv → belang in D bv”. Controleer of de houder een rechtspersoon is. Bereken het geplaatste-kapitaalpercentage, de uitoefenbare stemmen en de winstrechten afzonderlijk wanneer de aandelenrechten verschillen. Voor dochterzeggenschap tel je de stemmen van dochters volledig mee; je vermenigvuldigt niet de economische percentages.
Gebruik norm → casusfeit → conclusie. Deelneming: art. 2:24c BW. Dochter: art. 2:24a BW. Groep: art. 2:24b BW. Een deelneming van minder dan 20% is mogelijk. Een dochterconclusie bepaalt niet zelfstandig de waarderingsgrondslag. Bij een VOF/CV als houder controleer je eerst de reikwijdte van de norm, niet pas achteraf.
3. Bepaal de waarderingsgrondslag vóór het rekenen.
Bij een deelneming toets je invloed van betekenis (art. 2:389 lid 1 BW). Met voldoende gegevens volgt NVW (lid 2); onvoldoende gegevens leidt naar de afzonderlijke vermogensmutatiewaarde van lid 3. Zonder invloed beoordeel je art. 2:384 lid 1 BW. Een gegronde afwijking van de hoofdregel is lid 9 en moet worden gemotiveerd. De twee 20%-vermoedens zien dus niet op dezelfde noemer.
4. Maak bij NVW een aankoopstaat én een resultaatbrug.
Aankoopstaat: zichtbaar eigen vermogen op verwervingsdatum, gecorrigeerd voor fouten en grondslag-/reële-waardeverschillen. Neem het verworven aandeel; koopsom minus dat aandeel geeft goodwill. Daarna volg je de mutatie in de correcties: extra afschrijving, vrijval of realisatie. Zo voorkom je dat een aankoopcorrectie elk jaar nogmaals in het resultaat belandt. Goodwill blijft bij NVW afzonderlijk van de deelnemingspost.
5. Controleer de eindwaarde langs twee routes.
Verloop: beginwaarde + aandeel aangepast resultaat − dividend ± overige vermogensmutaties. Eindstandcontrole: aandeel in het aangepaste eindvermogen, met bijzondere rechten en reeds verwerkte IC-correcties waar van toepassing. Werk goodwill in een eigen verloopstaat uit. Verschillen tussen de twee berekeningen zoek je in grondslagen, dividend, percentages en boekingsmomenten; niet in een sluitpost.
Rekenvoorbeeld: aankoopcorrectie is niet hetzelfde als resultaatcorrectie
Rast Holding betaalt € 800.000 voor 80% van Filzen. Het zichtbare vermogen is € 803.000. De aankoopcorrecties zijn +€ 75.000 voor het gebouw, −€ 30.000 voor een debiteur en +€ 20.000 door een voorziening aan te passen.
Aankoopstaat
Bedrag (€)
NVW op 100%: 803.000 + 75.000 − 30.000 + 20.000
868.000
Aandeel moeder: 80% × 868.000
694.400
Goodwill: 800.000 − 694.400
105.600
Het resultaat van het volgende jaar is € 125.000. Nu zijn de correcties −€ 7.500 extra afschrijving, +€ 25.000 vrijval debiteurenvoorziening en −€ 20.000 voor de voorziening groot onderhoud. Het aangepaste resultaat is € 122.500 en het aandeel van de moeder € 98.000. Je gebruikt dus niet opnieuw het aankoopverschil van € 65.000.
Uitwerking 06-10-2022, vragen 1–3, p. 3–4.
Afslag: stelselwijziging, dividend of wettelijke reserve
Stelselwijziging: maak eerst per aankooplaag een oude en nieuwe boekwaarde, met afzonderlijke goodwill. Bepaal daarna het effect op beginvermogen en jaarresultaat. Alleen het laatste jaarresultaat aanpassen is geen volledige retrospectieve verwerking.
Dividend: bij NVW vermindert regulier dividend de deelneming. Bij verkrijgingsprijs is regulier dividend opbrengst, maar een uitkering die als terugbetaling van de investering moet worden behandeld, vermindert de deelneming. Lees daarom aankoopdatum, meegekochte winst en oorsprong van de uitkering.
Wettelijke reserve deelneming: bereken welk in het eigen vermogen verwerkte resultaat of welke rechtstreekse vermogensvermeerdering niet vrij kan worden uitgekeerd; het is een overboeking binnen het eigen vermogen, geen nieuwe kostenpost (art. 2:389 lid 6 BW).
Syllabus Deel 1, §6–8; uitwerking 30-09-2024, vragen 3–4, p. 4; 09-10-2023, vragen 17–18, p. 9.
Juridisch kader: art. 2:24a–24c, 2:384 en 2:389 BW; Syllabus Deel 1, p. 4–30. Toepassing: uitwerkingen 06-10-2022, p. 3–6; 09-10-2023, p. 3; 24-09-2025 na normering, vragen 7–8, p. 4.
Vreemde valuta: kies per deelvraag de methode, koers en bestemming
Een tentamencasus kan achtereenvolgens om tijdstipmethode én slotkoersmethode vragen. Een methode kiezen voor de eerste vraag en die automatisch voortzetten is daarom onveilig.
1. Schrijf boven iedere deelvraag de vereiste methode.
Staat de methode in de vraag, dan gebruik je die veronderstelling. Moet je zelf motiveren, bepaal dan eerst lokale, functionele en presentatievaluta. Verbind een casusfeit aan RJ 122.106–108 en motiveer de richting; bij strijdige aanwijzingen weegt RJ 122.106 het zwaarst (RJ 122.109). Kijk pas daarna naar de omrekening die nodig is.
2. Splits de gegevens in activa, voorraadlagen en geldposten.
Bij tijdstipmethode volgen monetaire posten de slotkoers; niet-monetaire posten tegen historische kosten volgen de relevante historische koers. Een latere investering krijgt een eigen koerslaag. Bij slotkoersmethode volgen de activa en schulden op de eindbalans de slotkoers. Gebruik bij resultaat en mutaties de transactiekoers of de in de casus toegestane gemiddelde koers.
3. Werk voorraad en afwaardering eerst in twee valuta uit.
Bepaal via FIFO welke aantallen zijn verkocht en welke lagen overblijven. De kostprijs hoort bij de verbruikte lagen, niet bij de verkoopkoers. Bij tijdstipmethode is afwaardering: oude euroboekwaarde tegen historische koers minus lagere waarde in euro’s tegen de koers op het afwaarderingsmoment. Alleen het buitenlandse prijsverlies omrekenen mist het koerseffect.
4. Bereken het omrekenverschil met de passende controlebrug.
Tijdstip: monetaire activa minus monetaire verplichtingen aan het begin, plus netto monetaire mutaties tegen hun koersen, geeft de theoretische euro-eindpositie. Werkelijke buitenlandse eindpositie × slotkoers minus die theoretische eindpositie geeft koerswinst of koersverlies. Eerst moet de buitenlandse kolom zelf aansluiten. Afschrijving is geen nieuwe betaling; aflossing met bankgeld verandert het saldo van monetaire activa minus schulden niet.
5. Bij slotkoers: verklaar de reserve en boek bij de juiste entiteit.
Maak een euroverloop van het eigen vermogen: beginvermogen tegen begin-slotkoers, resultaat tegen passende koers, dividend en overige mutaties tegen hun transactiemoment. Het verschil met eindvermogen × eind-slotkoers is het omrekenverschil. Pas het belangpercentage toe voor de moeder en scheid resultaat uit deelneming van reserve omrekeningsverschillen. Boek alleen de mutaties die nog niet verwerkt zijn.
Rekensjabloon dat je op een nieuwe casus kunt toepassen
Gevraagd
Werkstaat
Eindcontrole
Voorraad bij tijdstipmethode
Resterend aantal per laag × prijs per stuk × historische koers; lager gewaardeerd deel afzonderlijk.
Begin + inkopen − verkochte aantallen = eindvoorraad.
Koersresultaat tijdstipmethode
Werkelijke monetaire eindpositie in euro’s − theoretische monetaire eindpositie in euro’s.
De vreemde-valutakolom sluit al vóór het koersresultaat. Positief verschil = winst; negatief = verlies.
Begin deelneming + resultaat − dividend ± reserveverandering sluit op de einddeelneming.
Deze vorm veronderstelt een constante deelnemingsomvang en de in de casus gegeven mutaties. Bij een tussentijdse verwerving of wijziging van het belang splits je de perioden en lagen; je past niet blind één percentage op alle mutaties toe.
Syllabus Deel 2, §4, p. 7–16; uitwerkingen 09-10-2023, vragen 24–25, p. 11–13; 17-04-2025, vragen 11 en 13–14, p. 8–9.
Motiveringsvoorbeeld: niet alleen “Bora is een verlengstuk”
In de uitwerking van 11 april 2023 wordt de euro voor Bora onderbouwd doordat de inkoop bij Alten in euro’s gebeurt, benodigde financiering in euro’s wordt verstrekt en de activiteiten en kasstromen nauw met de moeder zijn verbonden. De inkoop koppelt het model aan RJ 122.106, de financiering aan RJ 122.107 en de afhankelijkheidskenmerken aan RJ 122.108.
Het bruikbare antwoordpatroon is dus: “Dit feit bepaalt de kosten in EUR; dit is een primaire factor en ondersteunt EUR.” Een los feit of alleen een RJ-nummer laat de conclusie nog onverklaard.
Uitwerking 11-04-2023, vraag 20, p. 10; Syllabus Deel 2, §3, p. 5–6.
Let op: “slotkoersmethode” betekent niet dat elk koersresultaat in de oorspronkelijke administratie moet verdwijnen. Het omrekenverschil door vertaling naar de presentatievaluta gaat naar de reserve; een reeds bestaand transactieresultaat heeft een andere oorzaak.
Uitwerking 06-10-2022, vraag 21, p. 13. Methodewisseling per deelvraag: uitwerking 30-09-2024, vragen 10–13, p. 7–8; 24-09-2025, vragen 9–14, p. 6–8. Wettelijk kader toelichting: art. 2:384 lid 5 BW; reserve: art. 2:389 lid 8 BW.
NVW-consolidatie: houd interne correctie en eliminaties uit elkaar
Het gaat niet om één grote journaalpost. De vraag kan om de voorraadtabel, de interne boeking bij M, een balanseliminatie of een winst-en-verlieseliminatie vragen. Eerst bepaal je welk deel wordt gevraagd.
1. Teken per levering de richting en noteer beide belangen.
Downstream is M → D; upstream D → M; sidestream D1 → D2. Noteer wie de winst heeft geboekt en bij wie de voorraad ligt. Bij sidestream vergelijk je het belang in de verkoper met het belang in de koper. Dezelfde marge met een andere route kan een andere verdeling over moeder en derden geven.
2. Maak beginstand, eindstand en mutatie vóór belasting.
Voorraad tegen onderlinge verkoopprijs × winstmarge in die verkoopprijs = ongerealiseerde IC-winst. Is een opslag op kostprijs gegeven, zet die dan om: bij opslag s is het winstaandeel s/(1+s). Verdeel de winst volgens de betreffende stream over interne correctie, derden en eventueel aanvullend geconsolideerd resultaat. De drie componenten moeten samen de volledige IC-winst verklaren.
3. Verwerk alleen de gevraagde interne correctie in M.
Die correctie hoort in de enkelvoudige administratie van de moeder. Bij downstream betreft de winst een eigen verkoop van M; bij upstream/sidestream speelt het resultaat uit deelneming van de verkoper. Neem de mutatie van de juiste correctiekolom, niet de volledige eindvoorraadwinst. Onderzoek eerst of de gegeven cijfers al na deze boeking zijn: anders corrigeer je dubbel.
4. Gebruik de eindstand voor de geconsolideerde balans.
Elimineer onderlinge activa en verplichtingen voor hun saldo op balansdatum. Verwijder de volledige ongerealiseerde eindvoorraadwinst bij integrale consolidatie. Verwerk de aansluiting met de interne correctie die al in M aanwezig is en met derden/aanvullend resultaat. Voorraad wordt bruto gecorrigeerd; belasting wordt apart zichtbaar gemaakt.
5. Gebruik jaarbedragen en winstmutaties voor de geconsolideerde W&V.
Elimineer de interne omzet en de bijbehorende interne kosten. Verwerk vervolgens de toename of afname van ongerealiseerde winst, inclusief juiste belasting- en derdenverdeling. De modellen kunnen omzet uitsplitsen in doorlevering en voorraadmutatie: tel die boekingen samen voordat je concludeert dat iets ontbreekt. Elimineer ook onderlinge rente, doorbelaste kosten en resultaat uit deelneming voor zover gevraagd.
6. Controleer vanuit de groep, niet alleen vanuit de boeking.
Sluit de bruto voorraadcorrectie op de voorraadtabel aan. Controleer omzet en kostprijs vanuit de verkoop aan derden. Verklaar waarom het geconsolideerde resultaat aansluit op of afwijkt van het enkelvoudige resultaat van M, en houd resultaat derden afzonderlijk. Dat maakt zichtbaar of de interne correctie tweemaal is meegenomen.
Eén tentamen toont waarom je niet overal hetzelfde percentage gebruikt
Bruggeman houdt 70% in de verkoper Gieterij en 90% in koper Assemblage. Bij hun sidestreamlevering neemt de totale IC-winst toe van € 50.000 naar € 70.000. De interne correctie is 70% daarvan: van € 35.000 naar € 49.000, dus een toename van € 14.000.
Interne correctie bij M, na 20% belasting
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
920 Resultaat deelnemingen
11.200
050 Aan Deelneming Gieterij
11.200
In dezelfde opgave daalt bij downstream M → Assemblage de IC-winst van € 140.000 naar € 120.000. Daar gebruikt het model 90%: de interne correctie daalt met € 18.000. M boekt daarom een vrijval van uitgestelde eigen verkoopwinst, niet dezelfde deelnemingsboeking als bij Gieterij.
Uitwerking 11-04-2023, vragen 8–11, p. 6; aansluitende eliminaties vragen 12–14, p. 7.
Toename tegenover afname: hoe bepaal je de richting?
Een toename van ongerealiseerde winst betekent dat méér intern resultaat nog niet aan derden is verdiend: resultaat moet worden uitgesteld. Een afname betekent dat eerder uitgestelde winst wordt gerealiseerd: de eerdere correctie valt vrij. Welke grootboekrekening daarbij debet of credit staat, hangt af van de stream, de grondslag en de werklaag. De naam “gerealiseerd” of “niet-gerealiseerd” is daarom geen zelfstandige rekenregel.
Gebruik het IC-kernschema voor de afzonderlijke kolommen en journaalposten, en noteer boven je uitwerking steeds “begin”, “einde” of “mutatie”.
Uitwerkingen 11-04-2023, vragen 8–14, p. 6–7; 22-04-2024, vragen 15–19, p. 9–11.
Syllabus Deel 3, hoofdstukken 2–4 en §8.1. Realisatiebeginsel: art. 2:384 lid 2 BW; enkelvoudige waardering: art. 2:389 BW; groep als geheel: art. 2:405 BW. De bron van elke stream staat ook bij het IC-kernschema.
Consolidatie bij verkrijgingsprijs: bouw op vanaf de verwerving
Bij verkrijgingsprijs heeft M het aandeel in de jaarwinst van D niet zoals bij NVW telkens in de deelnemingswaarde verwerkt. De consolidatie moet die aansluiting daarom zelf tot stand brengen.
1. Leg koopsom, aankoopvermogen en goodwill apart vast.
Bereken goodwill op verwervingsdatum: koopsom − aandeel in het voor de aankoop relevante nettovermogen. De enkelvoudige deelneming blijft in beginsel tegen verkrijgingsprijs staan; goodwill ontstaat afzonderlijk bij consolidatie. Bereken de cumulatieve én de lopende afschrijving op goodwill, met de termijn en het verwervingsmoment uit de casus.
2. Werk eerst de enkelvoudige dividendverwerking bij.
Controleer of M het dividend al heeft geboekt en of de uitkering opbrengst of terugbetaling van de investering is. Een uitkering kan bestaan uit vóór de verwerving opgebouwde en in de aankoop meegekochte winst. Gebruik daarom niet blind “Bank aan Dividendopbrengst” uitsluitend omdat de grondslag verkrijgingsprijs is.
3. Maak de IC-voorraadtabel zonder een NVW-interne correctie.
Bereken de bruto IC-winst op begin- en einddatum en de mutatie. Bij de in de syllabus behandelde HK-route blijft de NVW-kolom voor interne IC-correctie leeg. Verdeel de consolidatiecorrectie volgens de stream. Bij upstream heeft de dochter de interne winst geboekt: dan delen het moederbelang en derden in die winstcorrectie.
4. Maak de gevraagde balanseliminaties in herkenbare onderdelen.
Scheid deelneming tegenover eigen vermogen, belang derden, goodwill en afschrijving, onderlinge vorderingen/schulden en IC-voorraadwinst. Bij een meerjarige casus horen eerdere jaarmutaties niet opnieuw in de huidige winst. Reconcileer de boekwaarde van de deelneming met eventuele eerdere terugbetalingen en de overgenomen reserves.
5. Maak de W&V-eliminaties vanuit de beide resultaten.
Elimineer regulier intern dividend dat M als opbrengst heeft geboekt, interne omzet/kosten en onderlinge rente. Verwerk lopende goodwillafschrijving en de IC-winstmutatie, met de juiste belasting en het resultaat derden. Bij HK moet je het nog niet enkelvoudig verantwoorde aandeel in D’s resultaat betrekken; bij NVW zat dat al in M.
6. Laat vermogen én resultaat aansluiten.
Bij eenvoudig constant belang zonder andere mutaties sluit je het groepsresultaat op moederresultaat plus dochterresultaat aan, gecorrigeerd voor intern dividend, goodwill en IC-resultaten. Splits daarna het aandeel derden af wanneer om het aan de moeder toekomende resultaat wordt gevraagd. Bij de balans controleer je de omvang van goodwill, het eindbelang derden en de volledige bruto voorraadcorrectie.
Vergelijking uit de tentamens: dezelfde grondslag, andere dividendboeking
Het model van 6 oktober 2022 boekt het ontvangen dividend van € 20.000 als resultaat uit deelneming. Bij Norch in 9 oktober 2023 is daarentegen op 2 januari 2022 gekocht en wordt later in 2022 dividend uit de winst over 2021 uitgekeerd. Het model vermindert de deelneming met € 360.000.
Norch: uitkering uit de vóór verwerving opgebouwde winst
Rekening
Debet (€)
Credit (€)
Bank
360.000
Aan Deelneming Roon
360.000
Het verschil wordt dus niet veroorzaakt door “dividend is vóór of ná de betaaldatum van de aandelen”, maar door de herkomst van de uitkering en wat in de investering is begrepen. Controleer die aankoopgegevens vóór de eliminatie; anders sluit de latere deelnemingseliminatie niet aan.
Uitwerking 06-10-2022, vraag 16b, p. 10. Tentamen 09-10-2023, casus Norch, p. 11–12; uitwerking vragen 17–20, p. 9–10.
IC-voorbeeld met expliciete bruto/nettosplitsing
Bij Norch is de upstreamwinst in de eindvoorraad € 54.000, het moederbelang 60%, het derdenbelang 40% en de belasting 20%. Moederdeel bruto: € 32.400, waarvan € 25.920 resultaat en € 6.480 belasting. Derden bruto: € 21.600, waarvan € 17.280 derdenbelang en € 4.320 belasting. Samen wordt € 54.000 van de voorraad geëlimineerd, niet slechts de nettowinst van € 43.200.
Uitwerking 09-10-2023, vraag 19, p. 9 en vraag 20d, p. 10.
Syllabus Deel 3, hoofdstukken 5–6. Art. 2:405 BW en art. 2:411 lid 2 BW. Vergelijk ook uitwerking 22-04-2024, vragen 20–22, p. 13. Historische modelcijfers zijn casusgebonden; dit is geen universele rekeningenset.
Naast het stappenplan: volg een concrete uitwerking
2 concrete voorbeelden
Kapitaalbelangen · 24 september 2025
Niet één percentage, maar het juiste recht
De vraag: Vraag 7 vraagt met de wet te motiveren of Bosa een dochtermaatschappij is. Vraag 8a vraagt vervolgens om de dividendboeking bij NVW.
Lees het gevraagde recht. De dochtertoets draait hier om stemmen. Het model noemt 55% geplaatst kapitaal, maar berekent het stemrecht afzonderlijk: 380 ÷ 700 = 54,3%.
Pas de norm toe. Het model werkt expliciet met Norm, Motivering en Conclusie. Meer dan de helft van de stemmen leidt in deze casus tot een dochtermaatschappij (art. 2:24a lid 1 onder a BW).
Bereken het dividend met het winstrecht. Vraag 8a gebruikt 480 ÷ 1.000 = 48%. Het dividend is dus 48% × € 100.000 = € 48.000; bij NVW boekt het model Bank/Te vorderen dividend aan Deelneming Bosa.
Controle en betekenis: Controleer welke noemer bij het gevraagde recht hoort. 55% kapitaal, 54,3% stemmen en 48% winstrecht zijn in dezelfde casus verschillende gegevens.
De vraag: Het antwoordmodel verwerkt de overgang naar waardering tegen zichtbaar eigen vermogen en berekent daarna de totale boekwaarde van de deelneming.
Scheid het eerder gekochte en het later gekochte belang. Voor het 35%-belang stijgt de boekwaarde van € 400.000 naar 35% × € 1.600.000 = € 560.000. Het verschil van € 160.000 wordt in het model aan Overige reserves toegevoegd.
Zonder de goodwill uit de latere aankoop af. Bij de 25%-aankoop is de goodwill € 275.000. Na € 27.500 afschrijving resteert € 247.500. De waarde zonder goodwill stijgt van € 350.000 naar € 400.000. Het model boekt daarom € 22.500 naar Overige reserves: € 50.000 vermogenssprong minus € 27.500 afschrijving. Deelneming neemt per saldo € 225.000 af.
Sluit de eindwaarde onafhankelijk aan. Vraag 4 controleert de totale deelneming op 60% × € 1.600.000 = € 960.000. De boekwaardebrug geeft hetzelfde: € 400.000 + € 160.000 + € 625.000 − € 225.000.
Controle en betekenis: Een gemiddeld aankoopbedrag verhult hier welke goodwill en vermogensaanpassing bij welke aankooplaag hoort.
De vraag: Vraag 11 verlangt een gespecificeerde berekening van het koersverschil en vraagt expliciet of het resultaat positief of negatief is.
Bepaal de monetaire beginpositie. Het model telt debiteuren en liquide middelen op en trekt lening en crediteuren af: USD −1.192.000. Tegen 0,87 is dat € −1.037.040.
Verwerk de mutaties tegen de bijbehorende koersen. De tabel verwerkt onder meer inkopen, verkopen, kosten, rente, desinvestering en afwaardering. De monetaire positie komt theoretisch uit op USD −115.000 en € −30.550.
Vergelijk met de werkelijke eindpositie tegen slotkoers. USD −115.000 × 0,97 = € −111.550. Het verschil met € −30.550 bedraagt € −81.000: het model neemt dit op als koersverlies in de winst-en-verliesrekening.
Controle en betekenis: Het koersverschil volgt uit twee waarderingen van dezelfde monetaire eindpositie. Alleen de gehele balans tegen slotkoers omrekenen levert deze specificatie niet op.
De vraag: Vraag 13 vraagt het deelnemingsverloop en een gespecificeerd omrekeningsverschil. Vraag 14 vraagt de bijbehorende journaalposten.
Zet de vermogensbrug neer. Beginvermogen: USD 2.000.000 × 0,87 = € 1.740.000. Resultaat: USD 400.000 × 0,93 = € 372.000. De voorlopige eindwaarde is € 2.112.000.
Specificeer het omrekeningsverschil. Op het beginvermogen: USD 2.000.000 × (0,97 − 0,87) = € 200.000. Op het resultaat: USD 400.000 × (0,97 − 0,93) = € 16.000. Samen: € 216.000.
Laat de journaalpost aansluiten. De eindwaarde wordt € 2.328.000. Het model boekt Deelneming Glacier debet € 588.000, aan Resultaat deelneming € 372.000 en aan Reserve omrekeningsverschillen € 216.000.
Controle en betekenis: Het verschil van € 216.000 hoort in deze uitwerking bij de omrekeningsreserve, niet bij het resultaat uit de monetaire-positiebrug van vraag 11.
De vraag: Vraag 16 vraagt de sidestreamvoorraadtabel, vraag 17 de intracomptabele correctie en vraag 19 de balanseliminaties.
Vul begin én einde in en bepaal de mutatie. Het model geeft € 25.000 IC-winst in de beginvoorraad en € 75.000 in de eindvoorraad. De interne correctiekolom is 70%: € 17.500 en € 52.500. De toename is € 35.000.
Gebruik de mutatie voor de interne jaarboeking. Vraag 17 gebruikt € 35.000 × 80% = € 28.000 na 20% belasting. Het model boekt Resultaat uit deelnemingen aan Deelneming Adoorn. Dit is een enkelvoudige boeking bij de moeder.
Gebruik de eindstand voor de geconsolideerde balans. Vraag 19 elimineert de volledige € 75.000 eindvoorraadwinst. Daarbinnen is € 52.500 de interne correctie, gesplitst in € 42.000 Deelneming en € 10.500 belastingvoorziening; derden en aanvullend resultaat worden apart verwerkt.
Controle en betekenis: Bij vraag 17 gaat het om € 35.000 mutatie vóór belasting; bij de deelnemingscomponent in vraag 19 om € 52.500 eindstand vóór belasting. Dat verschil wordt door de gevraagde werklaag en datum veroorzaakt.
De vraag: Vraag 22 vraagt de voorraadtabel voor de upstreamleveringen van Armweide aan Nolde bij waardering tegen verkrijgingsprijs.
Bereken eerst de volledige ongerealiseerde winst. Het model geeft € 27.000 in de beginvoorraad en € 42.000 in de eindvoorraad. De toename is € 15.000.
Neem geen NVW-correctie over in de enkelvoudige cijfers. De kolom Interne correctie bij N blijft in dit HK-antwoordmodel leeg. De IC-correctie wordt in de consolidatie verdeeld.
Verdeel over derden en geconsolideerd resultaat. Derden krijgen 20%: € 5.400 begin, € 8.400 einde en € 3.000 toename. De overige 80% is respectievelijk € 21.600, € 33.600 en € 12.000.
Controle en betekenis: De lege kolom is niet een ontbrekend antwoord. De gekozen enkelvoudige grondslag bepaalt welke correctie al in de eigen administratie thuishoort.
De vraag: Vraag 20 verwerkt de verwerving van het 25%-belang. Vraag 21 vraagt vervolgens de boeking van de winstverdeling over 2022.
Koppel de uitkering aan de aanschafgegevens. Vraag 20 boekt de deelneming voor € 2.650.000. Vraag 21 verwerkt niet de volledige ontvangst van € 160.000 als opbrengst.
Volg de splitsing in het model. Het model vermindert Deelneming Armweide met 25% × € 200.000 = € 50.000 en verantwoordt het restant van € 110.000 als Dividendopbrengst.
Controleer de ontvangst tegen beide tegenrekeningen. Bank € 160.000 = Deelneming € 50.000 + Dividendopbrengst € 110.000. De kwalificatie van een uitkering vraagt dus meer dan alleen de naam van de waarderingsmethode.
Controle en betekenis: Het leeradvies is de aankoopvoorwaarden naast de dividendvraag te leggen. De exacte modelbedragen zijn geen algemene formule voor ieder HK-dividend.
Bronnen en afbakening van deze aanpak: zeven tentamens
Uitwerking
Geraadpleegde vragen en pagina’s
Waarvoor gebruikt?
06-10-2022
Vragen 1–3; 16b; 21–26; p. 3–4; 10; 13–14.
Aankoopstaat, resultaatbrug, regulier HK-dividend en verschillende valutamethoden.
11-04-2023
Vragen 8–14; 20–23; p. 6–7; 10–12.
Twee IC-routes in één casus; afname én toename; functionele valuta en koerskeuze.
09-10-2023
Vragen 1b; 16–21; 24–25; p. 3; 9–10; 11–13.
VOF als houder; HK-dividend uit voorverwervingswinst; eliminaties en monetaire positie.
22-04-2024
Vragen 9–14; 15–19; 20–22; p. 6–8; 9–11; 13.
Wisselen van methode per deelvraag, sidestream afnemend belang en het verschil tussen stand en mutatie.
30-09-2024
Vragen 3–4; 9–13; p. 4; 7–8.
Stelselwijziging per aankooplaag; tijdstip- en slotkoersvragen door elkaar.
17-04-2025
Vragen 9–14; 15; p. 7–9; 10.
Voorraadafwaardering, monetaire positie, deelnemingsverloop en downstreamtabel.
24-09-2025
Vragen 7–8; 9–14; p. 4; 6–8.
Stem- en winstrecht afzonderlijk; gespecificeerde berekeningen en functionele-valutamotivering.
De hier gebruikte bestandsnamen en vindplaatsen zijn vastgelegd in de bronverantwoording. Oudere opgaven staan niet allemaal in de interactieve tentamensimulator. De leeradviezen hierboven wijzigen geen oorspronkelijke vraag, normering of opgeslagen poging.
Kies de feiten. Volg de verwerking.
Kapitaalbelangen in drie stappen
Drie samenhangende stappen. Alles blijft onder elkaar zichtbaar en iedere keuze werkt direct door in de volgende onderdelen. Een deelneming, dochtermaatschappij en groepsmaatschappij zijn afzonderlijke kwalificaties.
→→
Rapporterende houderRechtspersoon (bv / nv)Deze CAFA2-route volgt Titel 9 Boek 2 BW en gaat daarom uit van een rechtspersoon als houder.
In welke onderneming wordt het belang gehouden?
VOF / CV is hier dus de onderneming waarin het belang wordt gehouden. Een vennootschap onder firma (VOF) en een commanditaire vennootschap (CV) hebben geen rechtspersoonlijkheid. Een bv of nv heet óók een vennootschap, maar is wél een rechtspersoon. Door de houder in deze route vast te zetten op een rechtspersoon blijft de wettelijke deelnemingstoets van art. 2:24c BW altijd beschikbaar.
Bronnen: Syllabus CAFA2 Deel 1, p. 4–19 en 31–36. Artikel, lid en pagina van de aangeleverde wetboekkopie staan bij iedere wettelijke toets. De vragen en uitkomsten zijn uitleg; het wetsvenster toont de letterlijke bron.
Je studie-wetboek
Wetsartikelen bij CAFA2
Zoek het criterium in het wetboek, verbind het aan de feiten en trek dan de conclusie. De gekleurde artikelverwijzingen openen de tekst zonder je plaats in de vraag of samenvatting te verlaten.
Tekst uit de aangeleverde kopie Burgerlijk wetboek Boek 2.pdf, met versievermelding 01-01-2025, art. 24a t/m 24d en 360 t/m 414. Dit is de studieversie, geen vervanging door een later geraadpleegde wettekst. De korte artikeltitels hieronder zijn leeslabels; de tekst eronder is de bronweergave.
a. een rechtspersoon waarin de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen, al dan niet krachtens overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering kunnen uitoefenen;
b. een rechtspersoon waarvan de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen lid of aandeelhouder zijn en, al dan niet krachtens overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen kunnen benoemen of ontslaan, ook indien alle stemgerechtigden stemmen.
2. Met een dochtermaatschappij wordt gelijk gesteld een onder eigen naam optredende vennootschap waarin de rechtspersoon of een of meer dochtermaatschappijen als vennoot volledig jegens schuldeisers aansprakelijk is voor de schulden.
3. Voor de toepassing van lid 1 worden aan aandelen verbonden rechten niet toegerekend aan degene die de aandelen voor rekening van anderen houdt. Aan aandelen verbonden rechten worden toegerekend aan degene voor wiens rekening de aandelen worden gehouden, indien deze bevoegd is te bepalen hoe de rechten worden uitgeoefend dan wel zich de aandelen te verschaffen.
4. Voor de toepassing van lid 1 worden stemrechten, verbonden aan verpande aandelen, toegerekend aan de pandhouder, indien hij mag bepalen hoe de rechten worden uitgeoefend. Zijn de aandelen evenwel verpand voor een lening die de pandhouder heeft verstrekt in de gewone uitoefening van zijn bedrijf, dan worden de stemrechten hem slechts toegerekend, indien hij deze in eigen belang heeft uitgeoefend.
Art. 2:24b BWGroep en groepsmaatschappij
Studiekopie, p. 1.
Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden.
Art. 2:24c BWDeelneming
Studiekopie, p. 1–2.
1. Een rechtspersoon of vennootschap heeft een deelneming in een rechtspersoon, indien hij of een of meer van zijn dochtermaatschappijen alleen of samen voor eigen rekening aan die rechtspersoon kapitaal verschaffen of doen verschaffen teneinde met die rechtspersoon duurzaam verbonden te zijn ten dienste van de eigen werkzaamheid. Indien een vijfde of meer van het geplaatste kapitaal wordt verschaft, wordt het bestaan van een deelneming vermoed.
2. Een rechtspersoon heeft een deelneming in een vennootschap, indien hij of een dochtermaatschappij:
a. daarin als vennoot jegens schuldeisers volledig aansprakelijk is voor de schulden; of
b. daarin anderszins vennoot is teneinde met die vennootschap duurzaam verbonden te zijn ten dienste van de eigen werkzaamheid.
Art. 2:24d BWStemrechtloze aandelen
Studiekopie, p. 2.
1. Bij de vaststelling in hoeverre de leden of aandeelhouders stemmen, aanwezig of vertegenwoordigd zijn, of in hoeverre het aandelenkapitaal verschaft wordt of vertegenwoordigd is, wordt geen rekening gehouden met lidmaatschappen of aandelen waarvan de wet of een statutaire regeling als bedoeld in artikel 228 lid 5 bepaalt dat daarvoor geen stem kan worden uitgebracht.
2. In afwijking van lid 1 wordt voor de toepassing van de artikelen 24c, 63a, 152, 201a, 220, 224a, 262, 265a, 333a lid 2, 334ii lid 2, 336a lid 1, 346, 379 lid 1 en lid 2, 407 lid 2, 408 lid 1 en 414 ten aanzien van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid tevens rekening gehouden met aandelen waarvan een statutaire regeling als bedoeld in artikel 228 lid 5 bepaalt dat daarvoor geen stem kan worden uitgebracht.
Art. 2:360 BWToepassingsgebied Titel 9
Studiekopie, p. 2–3.
1. Deze titel is van toepassing op de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Ongeacht hun rechtsvorm is deze titel op banken als bedoeld in artikel 415, betaalinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht van toepassing.
2. Deze titel is eveneens van toepassing op een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma waarvan alle vennoten die volledig jegens schuldeisers aansprakelijk zijn voor de schulden, kapitaalvennootschappen naar buitenlands recht zijn.
3. Deze titel is eveneens van toepassing op de stichting en de vereniging die een of meer ondernemingen in stand houden welke ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, indien de netto-omzet van deze ondernemingen gedurende twee opeenvolgende boekjaren zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende boekjaren, de helft of meer bedraagt van het in artikel 396 lid 1, onder b, bedoelde bedrag, zoals gewijzigd op grond van artikel 398 lid 4. Indien de stichting of vereniging bij of krachtens de wet verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in deze titel en indien deze openbaar wordt gemaakt, blijft de eerste volzin buiten toepassing.
Art. 2:361 BWEnkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening
Studiekopie, p. 3.
1. Onder jaarrekening wordt verstaan: de enkelvoudige jaarrekening die bestaat uit de balans en de winst- en verliesrekening met de toelichting, en de geconsolideerde jaarrekening indien de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening opstelt.
2. Coöperaties en de in artikel 360 lid 3 bedoelde stichtingen en verenigingen vervangen de winst- en verliesrekening door een exploitatierekening, indien het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht daardoor wordt gediend; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst- en verliesrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo.
3. De bepalingen van deze titel gelden voor jaarrekeningen en hun onderdelen, zowel in de vorm waarin zij door het bestuur zijn opgemaakt als in de vorm waarin zij door het bevoegde orgaan van de rechtspersoon zijn vastgesteld.
4. Bij de toepassing van de artikelen 367, 370 lid 1, 375, 376, 377 lid 5 en 381 moeten overeenkomstige vermeldingen als met betrekking tot groepsmaatschappijen worden opgenomen met betrekking tot andere maatschappijen:
a. die op voet van de leden 1, 3 en 4 van artikel 24a rechten in de rechtspersoon kunnen uitoefenen, ongeacht of zij rechtspersoonlijkheid hebben, of
b. die dochtermaatschappij zijn van de rechtspersoon, van een groepsmaatschappij of van een maatschappij als bedoeld in onderdeel a.
Art. 2:362 BWInzicht, toerekening en verslaggevingsstelsel
Studiekopie, p. 3–4.
1. De jaarrekening geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat, alsmede voor zover de aard van een jaarrekening dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de rechtspersoon. Indien de internationale vertakking van zijn groep dit rechtvaardigt kan de rechtspersoon de jaarrekening opstellen naar de normen die in het maatschappelijk verkeer in een van de andere lidstaten van de Europese Gemeenschappen als aanvaardbaar worden beschouwd en het in de eerste volzin bedoelde inzicht geven.
2. De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen en zijn samenstelling in actief- en passiefposten op het einde van het boekjaar weer. De balans mag het vermogen weergeven, zoals het wordt samengesteld met inachtneming van de bestemming van de winst of de verwerking van het verlies, of, zolang deze niet vaststaat, met inachtneming van het voorstel daartoe. Bovenaan de balans wordt aangegeven of daarin de bestemming van het resultaat is verwerkt.
3. De winst- en verliesrekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het resultaat van het boekjaar en zijn afleiding uit de posten van baten en lasten weer.
4. Indien het verschaffen van het in lid 1 bedoelde inzicht dit vereist, verstrekt de rechtspersoon in de jaarrekening gegevens ter aanvulling van hetgeen in de bijzondere voorschriften van en krachtens deze titel wordt verlangd. Indien dit noodzakelijk is voor het verschaffen van dat inzicht, wijkt de rechtspersoon van die voorschriften af; de reden van deze afwijking wordt in de toelichting uiteengezet, voor zover nodig onder opgaaf van de invloed ervan op vermogen en resultaat.
5. De baten en lasten van het boekjaar worden in de jaarrekening opgenomen, onverschillig of zij tot ontvangsten of uitgaven in dat boekjaar hebben geleid.
6. De jaarrekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële toestand op de balansdatum is gebleken tussen het opmaken van de jaarrekening en de algemene vergadering waarin zij wordt behandeld, voor zover dat onontbeerlijk is voor het in lid 1 bedoelde inzicht. Blijkt nadien dat de jaarrekening in ernstige mate tekortschiet in het geven van dit inzicht, dan bericht het bestuur daaromtrent onverwijld aan de leden of aandeelhouders en deponeert een mededeling daaromtrent bij het handelsregister; bij de mededeling wordt een accountantsverklaring gevoegd, indien de jaarrekening overeenkomstig artikel 393 is onderzocht. Een rechtspersoon waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht wordt geacht te hebben voldaan aan de verplichting om de mededeling, bedoeld in tweede volzin, te deponeren bij het handelsregister, indien zij de mededeling op grond van artikel 5:25m, vijfde lid, van die wet heeft toegezonden aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten.
7. Indien de werkzaamheid van de rechtspersoon of de internationale vertakking van zijn groep dat rechtvaardigt, mag de jaarrekening of alleen de geconsolideerde jaarrekening worden opgesteld in een vreemde geldeenheid. De posten worden in de Nederlandse taal omschreven, tenzij de algemene vergadering tot het gebruik van een andere taal heeft besloten.
8. Een rechtspersoon kan de jaarrekening opstellen volgens de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden, mits de rechtspersoon daarbij alle voor hem van toepassing zijnde vastgestelde en goedgekeurde standaarden toepast. Een rechtspersoon die de geconsolideerde jaarrekening opstelt volgens deze titel, kan niet de enkelvoudige jaarrekening opstellen volgens de vastgestelde en goedgekeurde standaarden. Een rechtspersoon die de geconsolideerde jaarrekening opstelt volgens de in de eerste zin van dit lid genoemde standaarden, kan in de enkelvoudige jaarrekening de waarderingsgrondslagen toepassen die hij ook in de geconsolideerde jaarrekening heeft toegepast.
9. De rechtspersoon die de jaarrekening opstelt volgens de in lid 8 bedoelde standaarden, past van deze titel slechts de afdelingen 7 tot en met 10 en de artikelen 362, lid 6, een na laatste volzin, lid 7, laatste volzin en lid 10, 365 lid 2, 373, 379 leden 1 en 2, 380b, onderdeel d, 382, 382a, 383, 383b tot en met 383e, 389 leden 8 en 10, en 390 toe. Banken passen tevens artikel 421 lid 5 toe. Verzekeraars passen tevens artikel 441 lid 10 toe.
10. De rechtspersoon vermeldt in de toelichting volgens welke standaarden de jaarrekening is opgesteld.
Art. 2:363 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 4–5.
1. De samenvoeging, de ontleding en de rangschikking van de gegevens in de jaarrekening en de toelichting op die gegevens zijn gericht op het inzicht dat de jaarrekening krachtens artikel 362 lid 1 beoogt te geven. Daarbij worden de voorschriften krachtens lid 6 en de andere afdelingen van deze titel in acht genomen. De toelichting houdt de volgorde van de vermelding van de posten aan.
2. Het is niet geoorloofd in de jaarrekening activa en passiva of baten en lasten tegen elkaar te laten wegvallen, indien zij ingevolge deze titel in afzonderlijke posten moeten worden opgenomen.
3. Een post behoeft niet afzonderlijk te worden vermeld, indien deze in het geheel van de jaarrekening van te verwaarlozen betekenis is voor het wettelijk vereiste inzicht. Krachtens deze titel vereiste vermeldingen mogen achterwege blijven voor zover zij op zichzelf genomen en tezamen met soortgelijke vermeldingen voor dit inzicht van te verwaarlozen betekenis zouden zijn. Vermeldingen krachtens de artikelen 378, 382 en 383 mogen evenwel niet achterwege blijven.
4. De indeling van de balans en van de winst- en verliesrekening mag slechts wegens gegronde redenen afwijken van die van het voorafgaande jaar; in de toelichting worden de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot afwijking hebben geleid, uiteengezet.
5. Zoveel mogelijk wordt bij iedere post van de jaarrekening het bedrag van het voorafgaande boekjaar vermeld; voor zover nodig, wordt dit bedrag ter wille van de vergelijkbaarheid herzien en wordt de afwijking ten gevolge van de herziening toegelicht.
6. Wij kunnen voor de indeling van de jaarrekening bij algemene maatregel van bestuur modellen en nadere voorschriften vaststellen, die gelden voor de daarbij omschreven rechtspersonen. Bij de toepassing daarvan worden de indeling, benaming en omschrijving van de daarin voorkomende posten aangepast aan de aard van het bedrijf van de rechtspersoon, voor zover dat krachtens de algemene maatregel is toegelaten.
Art. 2:364 BWVaste en vlottende activa
Studiekopie, p. 5.
1. Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de rechtspersoon al of niet duurzaam te dienen.
2. Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, materiële en financiële vaste activa.
3. Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, vorderingen, effecten, liquide middelen, en, voor zover zij niet onder de vorderingen zijn vermeld, de overlopende activa.
4. Onder de passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen, de schulden en, voor zover zij niet onder de schulden zijn vermeld, de overlopende passiva.
Art. 2:365 BWGoodwill en andere immateriële activa
Studiekopie, p. 5.
1. Onder de immateriële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:
a. kosten die verband houden met de oprichting en met de uitgifte van aandelen;
b. kosten van ontwikkeling;
c. kosten van verwerving ter zake van concessies, vergunningen en rechten van intellectuele eigendom;
d. kosten van goodwill die van derden is verkregen;
e. vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.
2. Voor zover de rechtspersoon de kosten, vermeld in de onderdelen a en b van lid 1, activeert, moet hij deze toelichten en moet hij ter hoogte daarvan een reserve aanhouden.
Art. 2:366 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 5.
1. Onder de materiële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:
a. bedrijfsgebouwen en -terreinen;
b. machines en installaties;
c. andere vaste bedrijfsmiddelen, zoals technische en administratieve uitrusting;
d. materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa;
e. niet aan het produktieproces dienstbare materiële vaste activa.
2. Indien de rechtspersoon op of met betrekking tot materiële vaste activa slechts een beperkt zakelijk of persoonlijk duurzaam genotsrecht heeft, wordt dit vermeld.
Art. 2:367 BWFinanciële vaste activa
Studiekopie, p. 6.
Onder de financiële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:
a. aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen;
b. andere deelnemingen;
c. vorderingen op groepsmaatschappijen;
d. vorderingen op andere rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming heeft;
e. overige effecten;
f. overige vorderingen, met afzonderlijke vermelding van de vorderingen uit leningen en voorschotten aan leden of houders van aandelen op naam.
Art. 2:368 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 6.
1. Het verloop van elk der posten, behorende tot de vaste activa, gedurende het boekjaar wordt in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
a. de boekwaarde aan het begin van het boekjaar;
b. de som van de waarden waartegen de in het boekjaar verkregen activa zijn te boek gesteld, en de som van de boekwaarden der activa waarover de rechtspersoon aan het einde van het boekjaar niet meer beschikt;
c. de herwaarderingen over het boekjaar overeenkomstig artikel 390 lid 1;
d. de afschrijvingen, de waardeverminderingen en de terugneming daarvan over het boekjaar;
e. de boekwaarde aan het einde van het boekjaar.
2. Voorts worden voor elk der posten behorende tot de vaste activa opgegeven:
a. de som der herwaarderingen die betrekking hebben op de activa welke op de balansdatum aanwezig zijn;
b. de som der afschrijvingen en waardeverminderingen op de balansdatum.
Art. 2:369 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 6.
Onder de tot de vlottende activa behorende voorraden worden afzonderlijk opgenomen:
a. grond- en hulpstoffen;
b. onderhanden werk;
c. gereed produkt en handelsgoederen;
d. vooruitbetalingen op voorraden.
Art. 2:370 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 6.
1. Onder de tot de vlottende activa behorende vorderingen worden afzonderlijk opgenomen:
a. vorderingen op handelsdebiteuren;
b. vorderingen op groepsmaatschappijen;
c. vorderingen op andere rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming heeft;
d. opgevraagde stortingen van geplaatst kapitaal;
e. overige vorderingen, met uitzondering van die waarop de artikelen 371 en 372 van toepassing zijn, en met afzonderlijke vermelding van de vorderingen uit leningen en voorschotten aan leden of houders van aandelen op naam.
2. Bij elk van de in lid 1 vermelde groepen van vorderingen wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan een jaar.
Art. 2:371 BWEffecten
Studiekopie, p. 7.
1. Behoren tot de vlottende activa aandelen en andere vormen van belangen in niet in de consolidatie betrokken maatschappijen als bedoeld in artikel 361 lid 4, dan worden deze afzonderlijk onder de effecten opgenomen. Vermeld wordt de gezamenlijke waarde van de overige tot de vlottende activa behorende effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.
2. Omtrent de effecten wordt vermeld, in hoeverre deze niet ter vrije beschikking van de rechtspersoon staan.
Art. 2:372 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 7.
1. Onder de liquide middelen worden opgenomen de kasmiddelen, de tegoeden op bank- en girorekeningen, alsmede de wissels en cheques.
2. Omtrent de tegoeden wordt vermeld, in hoeverre deze niet ter vrije beschikking van de rechtspersoon staan.
Art. 2:373 BWEigen vermogen en wettelijke reserves
Studiekopie, p. 7.
1. Onder het eigen vermogen worden afzonderlijk opgenomen:
a. het geplaatste kapitaal;
b. agio;
c. herwaarderingsreserves;
d. andere wettelijke reserves, onderscheiden naar hun aard;
e. statutaire reserves;
f. overige reserves;
g. niet verdeelde winsten, met afzonderlijke vermelding van het resultaat na belastingen van het boekjaar, voor zover de bestemming daarvan niet in de balans is verwerkt.
2. Is het geplaatste kapitaal niet volgestort, dan wordt in plaats daarvan het gestorte kapitaal vermeld of, indien stortingen zijn uitgeschreven, het gestorte en opgevraagde kapitaal. Het geplaatste kapitaal wordt in deze gevallen vermeld.
3. Het kapitaal wordt niet verminderd met het bedrag van eigen aandelen of certificaten daarvan die de rechtspersoon of een dochtermaatschappij houdt.
4. Wettelijke reserves zijn de reserves die moeten worden aangehouden ingevolge de artikelen 67a leden 2 en 3, 94a lid 6 onder f, 98c lid 4, 365 lid 2, 389 leden 6 en 8, 390, 401 lid 2 en 423 lid 4.
5. In een jaarrekening die in een vreemde geldeenheid wordt opgesteld, wordt de in lid 1 onderdeel a bedoelde post opgenomen in die geldeenheid, naar de koers op de balansdatum. Vermelden de statuten het geplaatste kapitaal in een andere geldeenheid dan de geldeenheid waarin de jaarrekening is opgesteld, dan wordt in de in lid 1 onderdeel a bedoelde post tevens deze koers en het bedrag in die andere geldeenheid vermeld.
Art. 2:374 BWVoorzieningen en latente belastingen
Studiekopie, p. 7–8.
1. Op de balans worden voorzieningen opgenomen tegen naar hun aard duidelijk omschreven verplichtingen die op de balansdatum als waarschijnlijk of als vaststaand worden beschouwd, maar waarvan niet bekend is in welke omvang of wanneer zij zullen ontstaan. Tevens kunnen voorzieningen worden opgenomen tegen uitgaven die in een volgend boekjaar zullen worden gedaan, voor zover het doen van die uitgaven zijn oorsprong mede vindt voor het einde van het boekjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal boekjaren.
2. Waardevermindering van een actief wordt niet door vorming van een voorziening tot uitdrukking gebracht.
3. De voorzieningen worden gesplitst naar de aard der verplichtingen, verliezen en kosten waartegen zij worden getroffen; zij worden overeenkomstig de aard nauwkeurig omschreven. In de toelichting wordt zoveel mogelijk aangegeven in welke mate de voorzieningen als langlopend moeten worden beschouwd.
4. In ieder geval worden afzonderlijk opgenomen:
a. de voorziening voor belastingverplichtingen, die na het boekjaar kunnen ontstaan, doch aan het boekjaar of een voorafgaand boekjaar moeten worden toegerekend, met inbegrip van de voorziening voor belastingen die uit waardering boven de verkrijgings- of vervaardigingsprijs kan voortvloeien;
b. de voorziening voor pensioenverplichtingen.
Art. 2:375 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 8.
1. Onder de schulden worden afzonderlijk opgenomen:
a. obligatieleningen, pandbrieven en andere leningen met afzonderlijke vermelding van de converteerbare leningen;
b. schulden aan banken;
c. ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen voor zover niet reeds op actiefposten in mindering gebracht;
d. schulden aan leveranciers en handelskredieten;
e. te betalen wissels en cheques;
f. schulden aan groepsmaatschappijen;
g. schulden aan rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming heeft, voor zover niet reeds onder f vermeld;
h. schulden ter zake van belastingen en premiën van sociale verzekering;
i. schulden ter zake van pensioenen;
j. overige schulden.
2. Bij elke in lid 1 vermelde groep van schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan een jaar, met aanduiding van de rentevoet daarover. Voor het totaal van de in lid 1 vermelde schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan vijf jaar.
3. Voor het totaal van de in lid 1 genoemde groepen, wordt aangegeven voor welke schulden zakelijke zekerheid is gesteld en in welke vorm dat is geschied. Voorts wordt medegedeeld ten aanzien van welke schulden de rechtspersoon zich, al dan niet voorwaardelijk, heeft verbonden tot het bezwaren of niet bezwaren van goederen, voor zover dat noodzakelijk is voor het verschaffen van het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht.
4. Aangegeven wordt tot welk bedrag schulden in rang zijn achtergesteld bij de andere schulden; de aard van deze achterstelling wordt toegelicht.
5. Is het bedrag waarmee de schuld moet worden afgelost hoger dan het ontvangen bedrag, dan mag het verschil, mits afzonderlijk vermeld, uiterlijk tot de aflossing worden geactiveerd.
6. Het bedrag wordt vermeld dat de rechtspersoon op leningen die zijn opgenomen onder de schulden met een resterende looptijd van meer dan een jaar, moet aflossen tijdens het boekjaar, volgend op dat waarop de jaarrekening betrekking heeft.
7. Bij converteerbare leningen worden de voorwaarden van conversie medegedeeld.
Art. 2:376 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 9.
Heeft de rechtspersoon zich aansprakelijk gesteld voor schulden van anderen of loopt hij nog risico voor verdisconteerde wissels of chèques, dan worden de daaruit voortvloeiende verplichtingen, voor zover daarvoor op de balans geen voorzieningen zijn opgenomen, vermeld en ingedeeld naar de vorm der geboden zekerheid. Afzonderlijk worden vermeld de verplichtingen die ten behoeve van groepsmaatschappijen zijn aangegaan.
Art. 2:377 BWResultaat en presentatie
Studiekopie, p. 9–10.
1. Op de winst- en verliesrekening worden afzonderlijk opgenomen:
a. de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, de belastingen daarover en het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening na belastingen;
b. de overige belastingen;
c. het resultaat na belastingen.
2. De baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening worden hetzij overeenkomstig lid 3, hetzij overeenkomstig lid 4 gesplitst.
3. Afzonderlijk worden opgenomen:
a. de netto-omzet;
b. de toe- of afneming van de voorraad gereed produkt en onderhanden werk ten opzichte van de voorafgaande balansdatum;
c. de geactiveerde produktie ten behoeve van het eigen bedrijf;
d. de overige bedrijfsopbrengsten;
e. de lonen;
f. de sociale lasten met afzonderlijke vermelding van de pensioenlasten;
g. de kosten van grond- en hulpstoffen en de overige externe kosten;
h. de afschrijvingen en de waardeverminderingen ten laste van de immateriële en de materiële vaste activa, gesplitst naar die groepen activa;
i. waardeverminderingen van vlottende activa, voor zover zij de bij de rechtspersoon gebruikelijke waardeverminderingen overtreffen;
j. de overige bedrijfskosten;
k. het resultaat uit deelnemingen;
l. opbrengsten van andere effecten en vorderingen, die tot de vaste activa behoren;
m. de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten;
n. de wijzigingen in de waarde van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren;
o. de rentelasten en soortgelijke kosten.
4. Afzonderlijk worden opgenomen:
a. de netto-omzet;
b. de kostprijs van de omzet, met uitzondering van de daarin opgenomen rentelasten, doch met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen;
c. het bruto-omzetresultaat als saldo van de posten a en b;
d. de verkoopkosten, met inbegrip van de afschrijvingen en buitengewone waardeverminderingen;
e. de algemene beheerskosten, met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen;
f. de overige bedrijfsopbrengsten;
g. het resultaat uit deelnemingen;
h. opbrengsten uit andere effecten en vorderingen die tot de vaste activa behoren;
i. de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten;
j. de wijzigingen in de waarde van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren;
k. de rentelasten en soortgelijke kosten.
5. Bij de posten k-o van lid 3 en de posten g-k van lid 4 worden afzonderlijk vermeld de baten en lasten uit de verhouding met groepsmaatschappijen.
6. Onder de netto-omzet wordt verstaan de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen.
7. Baten en lasten welke aan een ander boekjaar moeten worden toegerekend, worden naar aard en omvang toegelicht.
8. Vermeld wordt het bedrag en de aard van de posten van baten en lasten die van uitzonderlijke omvang zijn of in uitzonderlijke mate voorkomen.
Art. 2:378 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 10.
1. Het verloop van het eigen vermogen gedurende het boekjaar wordt weergegeven in een overzicht. Daaruit blijken:
a. het bedrag van elke post aan het begin van het boekjaar;
b. de toevoegingen en de verminderingen van elke post over het boekjaar, gesplitst naar hun aard;
c. het bedrag van elke post aan het einde van het boekjaar.
2. In het overzicht wordt de post gestort en opgevraagd kapitaal uitgesplitst naar de soorten aandelen. Afzonderlijk worden vermeld de eindstand en de gegevens over het verloop van de aandelen in het kapitaal van de rechtspersoon en van de certificaten daarvan, die deze zelf of een dochtermaatschappij voor eigen rekening houdt of doet houden. Vermeld wordt op welke post van het eigen vermogen de verkrijgingsprijs of boekwaarde daarvan in mindering is gebracht.
3. Opgegeven wordt op welke wijze stortingen op aandelen zijn verricht die in het boekjaar opeisbaar werden of vrijwillig zijn verricht, met de zakelijke inhoud van de in het boekjaar verrichte rechtshandelingen, waarop een der artikelen 94, 94c of 204 van toepassing is. Een naamloze vennootschap vermeldt iedere verwerving en vervreemding voor haar rekening van eigen aandelen en certificaten daarvan; daarbij worden medegedeeld de redenen van verwerving, het aantal, het nominale bedrag en de overeengekomen prijs van de bij elke handeling betrokken aandelen en certificaten en het gedeelte van het kapitaal dat zij vertegenwoordigen.
4. Een naamloze vennootschap vermeldt de gegevens omtrent het aantal, de soort en het nominale bedrag van de eigen aandelen of de certificaten daarvan:
a. die zij of een ander voor haar rekening op de balansdatum in pand heeft;
b. die zij of een dochtermaatschappij op de balansdatum houdt op grond van verkrijging met toepassing van artikel 98 lid 5.
Art. 2:379 BWInformatie over kapitaalbelangen
Studiekopie, p. 10–11.
1. De rechtspersoon vermeldt naam, woonplaats en het verschafte aandeel in het geplaatste kapitaal van elke maatschappij:
a. waaraan hij alleen of samen met een of meer dochtermaatschappijen voor eigen rekening ten minste een vijfde van het geplaatste kapitaal verschaft of doet verschaffen, of
b. waarin hij als vennoot jegens de schuldeisers volledig aansprakelijk is voor de schulden.
2. Van elke in onderdeel a van lid 1 bedoelde maatschappij vermeldt de rechtspersoon ook het bedrag van het eigen vermogen en resultaat volgens haar laatst vastgestelde jaarrekening, tenzij:
a. de rechtspersoon de financiële gegevens van de maatschappij consolideert;
b. de rechtspersoon de maatschappij op zijn balans of geconsolideerde balans overeenkomstig artikel 389 leden 1 tot en met 7 verantwoordt;
c. de rechtspersoon de financiële gegevens van de maatschappij wegens te verwaarlozen belang dan wel op grond van artikel 408 niet consolideert; of
d. minder dan de helft van het kapitaal van de maatschappij voor rekening van de rechtspersoon wordt verschaft en de maatschappij wettig haar balans niet openbaar maakt.
3. Tenzij zulk een maatschappij haar belang in de rechtspersoon wettig niet pleegt te vermelden, vermeldt de rechtspersoon:
a. naam en woonplaats van de maatschappij die aan het hoofd van zijn groep staat, en
b. naam en woonplaats van elke maatschappij die zijn financiële gegevens consolideert in haar openbaar gemaakte geconsolideerde jaarrekening, alsmede de plaats waar afschriften daarvan tegen niet meer dan de kostprijs zijn te verkrijgen.
4. Onze Minister van Economische Zaken kan van de verplichtingen, bedoeld in de leden 1, 2 en 3, desverzocht ontheffing verlenen, indien gegronde vrees bestaat dat door de vermelding ernstig nadeel kan ontstaan. Deze ontheffing kan telkens voor ten hoogste vijf jaren worden gegeven. In de toelichting wordt vermeld dat ontheffing is verleend of aangevraagd. Hangende de aanvraag is openbaarmaking niet vereist.
5. De vermeldingen, vereist in dit artikel en in artikel 414 mogen gezamenlijk worden opgenomen. De rechtspersoon mag het deel van de toelichting dat deze vermeldingen bevat afzonderlijk ter inzage van ieder deponeren bij het handelsregister, mits beide delen van de toelichting naar elkaar verwijzen.
Art. 2:380 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 11.
1. Indien de inrichting van het bedrijf van de rechtspersoon is afgestemd op werkzaamheden in verschillende bedrijfstakken, wordt met behulp van cijfers inzicht gegeven in de mate waarin elk van de soorten van die werkzaamheden tot de netto-omzet heeft bijgedragen.
2. De netto-omzet wordt op overeenkomstige wijze gesplitst naar de onderscheiden gebieden waarin de rechtspersoon goederen en diensten levert.
3. Artikel 379 lid 4 is van overeenkomstige toepassing.
Art. 2:380a BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 11.
Vermeld worden de niet in de balans of winst- en verliesrekening opgenomen gebeurtenissen na de balansdatum met belangrijke financiële gevolgen voor de rechtspersoon en de in zijn geconsolideerde jaarrekening betrokken maatschappijen tezamen, onder mededeling van de omvang van die gevolgen.
Art. 2:380b BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 11.
Meegedeeld worden:
a. de naam van de rechtspersoon;
b. de rechtsvorm van de rechtspersoon;
c. de zetel van de rechtspersoon; en
d. het door de Kamer van Koophandel toegekende nummer bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, waaronder de rechtspersoon in het handelsregister is ingeschreven.
Art. 2:380c BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 12.
De rechtspersoon doet opgave van de bestemming van de winst of de verwerking van het verlies, of, zolang deze niet vaststaat, het voorstel daartoe.
Art. 2:380d BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 12.
De rechtspersoon doet opgave van het aantal winstbewijzen en soortgelijke rechten, met vermelding van de bevoegdheden die zij geven.
Art. 2:381 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 12.
1. Vermeld wordt tot welke belangrijke, niet in de balans opgenomen, financiële verplichtingen de rechtspersoon voor een aantal toekomstige jaren is verbonden, zoals die welke uit langlopende overeenkomsten voortvloeien. Tevens wordt vermeld tot welke voorwaardelijke activa, voorwaardelijke verplichtingen en niet verwerkte verplichtingen de rechtspersoon is verbonden. Daarbij worden afzonderlijk vermeld de verplichtingen jegens groepsmaatschappijen. Artikel 375 lid 3 is van overeenkomstige toepassing.
2. Tevens wordt vermeld wat de aard, het zakelijk doel en de financiële gevolgen van niet in de balans opgenomen regelingen van de rechtspersoon zijn, indien de risico’s of voordelen die uit deze regelingen voortvloeien van betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke risico’s of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de financiële positie van de rechtspersoon.
3. Vermeld wordt welke van betekenis zijnde transacties door de rechtspersoon niet onder normale marktvoorwaarden met verbonden partijen als bedoeld in de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden zijn aangegaan, de omvang van die transacties, de aard van de betrekking met de verbonden partij, alsmede andere informatie over die transacties die nodig is voor het verschaffen van inzicht in de financiële positie van de rechtspersoon. Informatie over individuele transacties kan overeenkomstig de aard ervan worden samengevoegd, tenzij gescheiden informatie nodig is om inzicht te verschaffen in de gevolgen van transacties met verbonden partijen voor de financiële positie van de rechtspersoon. Vermelding van transacties tussen twee of meer leden van een groep kan achterwege blijven, mits dochtermaatschappijen die partij zijn bij de transactie geheel in eigendom zijn van een of meer leden van de groep.
Art. 2:381a BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 12.
Indien financiële instrumenten tegen de actuele waarde worden gewaardeerd, vermeldt de rechtspersoon:
a. indien de actuele waarde met behulp van waarderingsmodellen en -technieken is bepaald, de aannames die daaraan ten grondslag liggen;
b. per categorie van financiële instrumenten, de actuele waarde, de waardeveranderingen die in de winst- en verliesrekening zijn opgenomen, de waardeveranderingen die op grond van artikel 390 lid 1 in de herwaarderingsreserve zijn opgenomen, en de waardeveranderingen die op de vrije reserves in mindering zijn gebracht; en
c. per categorie van afgeleide financiële instrumenten, informatie over de omvang en de aard van de instrumenten, alsmede de voorwaarden die op het bedrag, het tijdstip en de zekerheid van toekomstige kasstromen van invloed kunnen zijn.
Art. 2:381b BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 13.
Indien financiële instrumenten niet tegen de actuele waarde worden gewaardeerd, vermeldt de rechtspersoon:
a. voor iedere categorie afgeleide financiële instrumenten:
1°. de actuele waarde van de instrumenten, indien deze kan worden bepaald door middel van een van de krachtens artikel 384 lid 4 voorgeschreven methoden;
2°. informatie over de omvang en de aard van de instrumenten; en
b. voor financiële vaste activa die zijn gewaardeerd tegen een hoger bedrag dan de actuele waarde en zonder dat uitvoering is gegeven aan de tweede zin van artikel 387 lid 4:
1°. de boekwaarde en de actuele waarde van de afzonderlijke activa of van passende groepen van de afzonderlijke activa;
2°. de reden waarom de boekwaarde niet is verminderd, alsmede de aard van de aanwijzingen die ten grondslag liggen aan de overtuiging dat de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd.
Art. 2:382 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 13.
Medegedeeld wordt het gemiddelde aantal gedurende het boekjaar bij de rechtspersoon werkzame werknemers, ingedeeld op een wijze die is afgestemd op de inrichting van het bedrijf. De vennootschap doet daarbij opgave van het aantal werknemers dat buiten Nederland werkzaam is. Heeft artikel 377 lid 3 geen toepassing in de winst- en verliesrekening gevonden, dan worden de aldaar onder e en f verlangde gegevens vermeld.
Art. 2:382a BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 13.
1. Opgegeven worden de in het boekjaar ten laste van de rechtspersoon gebrachte totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening, totale honoraria voor andere controleopdrachten, totale honoraria voor adviesdiensten op fiscaal terrein en totale honoraria voor andere niet- controlediensten, uitgevoerd door de externe accountant en de accountantsorganisatie, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en e, van de Wet toezicht accountantsorganisaties.
2. Indien de rechtspersoon dochtermaatschappijen heeft of de financiële gegevens van andere maatschappijen consolideert, worden de honoraria die in het boekjaar te hunnen laste zijn gebracht, in de opgave begrepen.
3. De honoraria hoeven niet opgegeven te worden door een rechtspersoon waarvan de financiële gegevens zijn geconsolideerd in een geconsolideerde jaarrekening waarop krachtens het toepasselijke recht de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen of richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182) van toepassing is, mits de in lid 1 bedoelde honoraria in de toelichting van die geconsolideerde jaarrekening worden vermeld.
Art. 2:383 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 13–14.
1. Opgegeven worden het bedrag van de bezoldigingen, met inbegrip van de pensioenlasten, en van de andere uitkeringen voor de gezamenlijke bestuurders en gewezen bestuurders en, afzonderlijk, voor de gezamenlijke commissarissen en gewezen commissarissen. De vorige zin heeft betrekking op de bedragen die in het boekjaar ten laste van de rechtspersoon zijn gekomen. Indien de rechtspersoon dochtermaatschappijen heeft of de financiële gegevens van andere maatschappijen consolideert, worden de bedragen die in het boekjaar te hunnen laste zijn gekomen, in de opgave begrepen. Een opgave die herleid kan worden tot een enkele natuurlijke persoon mag achterwege blijven.
2. Met uitzondering van de laatste zin is lid 1 tevens van toepassing op het bedrag van de leningen, voorschotten en garanties, ten behoeve van bestuurders en commissarissen van de rechtspersoon verstrekt door de rechtspersoon, zijn dochtermaatschappijen en de maatschappijen waarvan hij de gegevens consolideert. Opgegeven worden de nog openstaande bedragen, de afgewaardeerde bedragen en de bedragen waarvan werd afgezien, de rentevoet, de belangrijkste overige bepalingen en de aflossingen gedurende het boekjaar.
Art. 2:383a BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 14.
De in artikel 360 lid 3 bedoelde stichtingen en verenigingen vermelden zowel de statutaire regeling omtrent de bestemming van het resultaat als de wijze waarop het resultaat na belastingen wordt bestemd.
Art. 2:383b BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 14.
In afwijking van artikel 383 gelden de artikelen 383c tot en met 383e voor de naamloze vennootschap, met uitzondering van de naamloze vennootschap waarvan de statuten uitsluitend aandelen op naam kennen, een blokkeringsregeling bevatten en niet toelaten dat met medewerking van de vennootschap certificaten aan toonder worden uitgegeven en met uitzondering van de naamloze vennootschap waarvan aandelen of met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
Art. 2:383c BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 14.
1. De vennootschap doet opgave van het bedrag van de bezoldiging voor iedere bestuurder. Dit bedrag wordt uitgesplitst naar
a. periodiek betaalde beloningen,
b. beloningen betaalbaar op termijn,
c. uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband,
d. winstdelingen en bonusbetalingen, voor zover deze bedragen in het boekjaar ten laste van de vennootschap zijn gekomen. Indien de vennootschap een bezoldiging in de vorm van bonus heeft betaald die geheel of gedeeltelijk is gebaseerd op het bereiken van de door of vanwege de vennootschap gestelde doelen, doet zij hiervan mededeling. Daarbij vermeldt de vennootschap of deze doelen in het verslagjaar zijn bereikt.
2. De vennootschap doet opgave van het bedrag van de bezoldiging voor iedere gewezen bestuurder, uitgesplitst naar beloningen betaalbaar op termijn en uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband, voor zover deze bedragen in het boekjaar ten laste van de vennootschap zijn gekomen.
3. De vennootschap doet opgave van het bedrag van de bezoldiging voor iedere commissaris, voor zover deze bedragen in het boekjaar ten laste van de vennootschap zijn gekomen. Indien de vennootschap een bezoldiging in de vorm van winstdeling of bonus heeft toegekend, vermeldt zij deze afzonderlijk onder opgave van de redenen die ten grondslag liggen aan het besluit tot het toekennen van bezoldiging in deze vorm aan een commissaris. De laatste twee volzinnen van lid 1 zijn van overeenkomstige toepassing.
4. De vennootschap doet opgave van het bedrag van de bezoldiging van iedere gewezen commissaris, voor zover dit bedrag in het boekjaar ten laste van de vennootschap is gekomen.
5. Indien de vennootschap dochtermaatschappijen heeft of de financiële gegevens van andere maatschappijen consolideert, worden de bedragen die in het boekjaar te hunnen laste zijn gekomen, in de opgaven begrepen, toegerekend naar de betreffende categorie van bezoldiging bedoeld in de leden 1 tot en met 4.
6. De vennootschap doet opgave van het bedrag van de aanpassing dan wel terugvordering van de bezoldiging als bedoeld in artikel 135 lid 6 tot en met 8.
Art. 2:383d BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 15.
1. De vennootschap die bestuurders of werknemers rechten toekent om aandelen in het kapitaal van de vennootschap of een dochtermaatschappij te nemen of te verkrijgen, doet voor iedere bestuurder en voor de werknemers gezamenlijk opgave van:
a. de uitoefenprijs van de rechten en de prijs van de onderliggende aandelen in het kapitaal van de vennootschap indien die uitoefenprijs lager ligt dan de prijs van die aandelen op het moment van toekenning van de rechten;
b. het aantal aan het begin van het boekjaar nog niet uitgeoefende rechten;
c. het aantal door de vennootschap in het boekjaar verleende rechten met de daarbij behorende voorwaarden; indien dergelijke voorwaarden gedurende het boekjaar worden gewijzigd, dienen deze wijzigingen afzonderlijk te worden vermeld;
d. het aantal gedurende het boekjaar uitgeoefende rechten, waarbij in ieder geval worden vermeld het bij die uitoefening behorende aantal aandelen en de uitoefenprijzen;
e. het aantal aan het einde van het boekjaar nog niet uitgeoefende rechten, waarbij worden vermeld: – de uitoefenprijs van de verleende rechten; – de resterende looptijd van de nog niet uitgeoefende rechten; – de belangrijkste voorwaarden die voor uitoefening van de rechten gelden; – een financieringsregeling die in verband met de toekenning van de rechten is getroffen; en andere gegevens die voor de beoordeling van de waarde van de rechten van belang zijn;
f. indien van toepassing: de door de vennootschap gehanteerde criteria die gelden voor de toekenning of uitoefening van de rechten.
2. De vennootschap die commissarissen rechten toekent om aandelen in het kapitaal van de vennootschap of een dochtermaatschappij te verkrijgen, doet voorts voor iedere commissaris opgave van deze rechten, alsmede van de redenen die ten grondslag liggen aan het besluit tot het toekennen van deze rechten aan de commissaris. Lid 1 is van overeenkomstige toepassing.
3. De vennootschap vermeldt hoeveel aandelen in het kapitaal van de vennootschap per balansdatum zijn ingekocht of na balansdatum zullen worden ingekocht dan wel hoeveel nieuwe aandelen per balansdatum zijn geplaatst of na balansdatum zullen worden geplaatst ten behoeve van de uitoefening van de rechten bedoeld in lid 1 en lid 2.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder aandelen tevens verstaan de certificaten van aandelen welke met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven.
Art. 2:383e BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 15.
De vennootschap doet opgave van het bedrag van de leningen, voorschotten en garanties, ten behoeve van iedere bestuurder en iedere commissaris van de vennootschap verstrekt door de vennootschap, haar dochtermaatschappijen en de maatschappijen waarvan zij de gegevens consolideert. Opgegeven worden de nog openstaande bedragen, de rentevoet, de belangrijkste overige bepalingen, en de aflossingen gedurende het boekjaar.
Art. 2:384 BWWaarderingsgrondslagen en realisatie
Studiekopie, p. 15–16.
1. Bij de keuze van een grondslag voor de waardering van een actief en van een passief en voor de bepaling van het resultaat laat de rechtspersoon zich leiden door de voorschriften van artikel 362 leden 1-4. Als grondslag komen in aanmerking de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de actuele waarde.
2. Bij de toepassing van de grondslagen wordt voorzichtigheid betracht. Winsten worden slechts opgenomen, voor zover zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt. Verplichtingen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar, worden in acht genomen, indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening zijn bekend geworden. Voorzienbare verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar kunnen in acht worden genomen indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
3. Bij de waardering van activa en passiva wordt uitgegaan van de veronderstelling dat het geheel der werkzaamheden van de rechtspersoon waaraan die activa en passiva dienstbaar zijn, wordt voortgezet, tenzij die veronderstelling onjuist is of haar juistheid aan gerede twijfel onderhevig is; alsdan wordt dit onder mededeling van de invloed op vermogen en resultaat in de toelichting uiteengezet.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud, de grenzen en de wijze van toepassing van waardering tegen actuele waarden.
5. De grondslagen van de waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat worden met betrekking tot elk der posten uiteengezet. De grondslagen voor de omrekening van in vreemde valuta luidende bedragen worden uiteengezet; tevens wordt vermeld op welke wijze koersverschillen zijn verwerkt.
6. Slechts wegens gegronde redenen mogen de waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande boekjaar zijn toegepast. De reden der verandering wordt in de toelichting uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor vermogen en resultaat, aan de hand van aangepaste cijfers voor het boekjaar of voor het voorafgaande boekjaar.
7. Waardeveranderingen van:
a. financiële instrumenten;
b. andere beleggingen; en
c. agrarische voorraden waarvoor frequente marktnoteringen bestaan die op grond van lid 1 tegen de actuele waarde worden gewaardeerd, kunnen in afwijking van de tweede zin van lid 2 onmiddellijk in het resultaat worden opgenomen, tenzij in deze afdeling anders is bepaald. Waardeveranderingen van afgeleide financiële instrumenten, voorzover niet bedoeld in lid 8, worden, zo nodig in afwijking van lid 2, onmiddellijk ten gunste of ten laste van het resultaat gebracht.
8. Waardeveranderingen van financiële instrumenten die dienen en effectief zijn ter dekking van risico’s inzake activa, activa in bestelling en andere nog niet op de balans opgenomen verplichtingen, dan wel inzake voorgenomen transacties worden rechtstreeks ten gunste dan wel ten laste van de herwaarderingsreserve gebracht, voor zover dat noodzakelijk is om te bereiken dat deze waardeveranderingen in dezelfde periode in het resultaat worden verwerkt als de waardeveranderingen die zij beogen af te dekken.
Art. 2:385 BWAfzonderlijke waardering en eigen aandelen
Studiekopie, p. 16–17.
1. De activa en passiva worden, voor zover zij in hun betekenis voor het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht verschillen, afzonderlijk gewaardeerd.
2. De waardering van gelijksoortige bestanddelen van voorraden en effecten mag geschieden met toepassing van gewogen gemiddelde prijzen, van de regels "eerst-in, eerst-uit" (Fifo), "laatst-in, eerst-uit" (Lifo), of van soortgelijke regels.
3. Materiële vaste activa en voorraden van grond- en hulpstoffen die geregeld worden vervangen en waarvan de gezamenlijke waarde van ondergeschikte betekenis is, mogen tegen een vaste hoeveelheid en waarde worden opgenomen, indien de hoeveelheid, samenstelling en waarde slechts aan geringe veranderingen onderhevig zijn.
4. De in artikel 365 lid 1 onder d en e genoemde activa worden opgenomen tot ten hoogste de daarvoor gedane uitgaven, verminderd met de afschrijvingen.
5. Eigen aandelen of certificaten daarvan die de rechtspersoon houdt of doet houden, mogen niet worden geactiveerd. De aan het belang in een dochtermaatschappij toegekende waarde wordt, al dan niet evenredig aan het belang, verminderd met de verkrijgingsprijs van aandelen in de rechtspersoon en van certificaten daarvan, die de dochtermaatschappij voor eigen rekening houdt of doet houden; heeft zij deze aandelen of certificaten verkregen voor het tijdstip waarop zij dochtermaatschappij werd, dan komt evenwel hun boekwaarde op dat tijdstip in mindering of een evenredig deel daarvan.
Art. 2:386 BWAfschrijving en goodwill
Studiekopie, p. 17.
1. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
2. De methoden volgens welke de afschrijvingen zijn berekend, worden in de toelichting uiteengezet.
3. De geactiveerde kosten in verband met de oprichting en met de uitgifte van aandelen worden afgeschreven in ten hoogste vijf jaren. De kosten van ontwikkeling voor zover geactiveerd en de geactiveerde kosten van goodwill worden afgeschreven naar gelang van de verwachte gebruiksduur. In uitzonderlijke gevallen waarin de gebruiksduur van kosten van ontwikkeling en goodwill niet op betrouwbare wijze kan worden geschat, worden deze kosten afgeschreven in een periode van ten hoogste tien jaren. In dergelijke gevallen worden in de toelichting de redenen voor de afschrijvingsduur van de kosten van goodwill vermeld.
4. Op vaste activa met beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat op de verwachte toekomstige gebruiksduur is afgestemd.
5. Op het overeenkomstig artikel 375 lid 5 geactiveerde deel van een schuld wordt tot de aflossing jaarlijks een redelijk deel afgeschreven.
Art. 2:387 BWWaardeverminderingen
Studiekopie, p. 17.
1. Waardeverminderingen van activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
2. Vlottende activa worden gewaardeerd tegen actuele waarde, indien deze op de balansdatum lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De waardering geschiedt tegen een andere lagere waarde, indien het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht daardoor wordt gediend.
3. Bij de waardering van de vaste activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Bij de waardering van de financiële vaste activa mag in ieder geval met op de balansdatum opgetreden waardevermindering rekening worden gehouden.
4. De afboeking overeenkomstig de voorgaande leden wordt, voor zover zij niet krachtens artikel 390 lid 3 aan de herwaarderingsreserve wordt onttrokken, ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. De afboeking wordt ongedaan gemaakt, zodra de waardevermindering heeft opgehouden te bestaan. De afboekingen ingevolge lid 3, alsmede de terugnemingen, worden afzonderlijk in de winst- en verliesrekening of in de toelichting opgenomen.
5. De tweede zin van lid 4 geldt niet voor afboekingen van goodwill.
Art. 2:388 BWVerkrijgings- en vervaardigingsprijs
Studiekopie, p. 18.
1. De verkrijgingsprijs waartegen een actief wordt gewaardeerd, omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
2. De vervaardigingsprijs waartegen een actief wordt gewaardeerd, omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
Art. 2:389 BWWaardering deelnemingen en reserves
Studiekopie, p. 18–19.
1. De deelnemingen in maatschappijen waarin de rechtspersoon invloed van betekenis uitoefent op het zakelijke en financiële beleid, worden verantwoord overeenkomstig de leden 2 en 3. Indien de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen alleen of samen een vijfde of meer van de stemmen van de leden, vennoten of aandeelhouders naar eigen inzicht kunnen uitbrengen of doen uitbrengen, wordt vermoed dat de rechtspersoon invloed van betekenis uitoefent.
2. De rechtspersoon bepaalt de netto-vermogenswaarde van de deelneming door de activa, voorzieningen en schulden van de maatschappij waarin hij deelneemt te waarderen en haar resultaat te berekenen op de zelfde grondslagen als zijn eigen activa, voorzieningen, schulden en resultaat. Deze wijze van waardering moet worden vermeld.
3. Wanneer de rechtspersoon onvoldoende gegevens ter beschikking staan om de netto- vermogenswaarde te bepalen, mag hij uitgaan van een waarde die op andere wijze overeenkomstig deze titel is bepaald en wijzigt hij deze waarde met het bedrag van zijn aandeel in het resultaat en in de uitkeringen van de maatschappij waarin hij deelneemt. Deze wijze van waardering moet worden vermeld.
4. In de jaarrekening van een rechtspersoon die geen bank is als bedoeld in artikel 415 mag de verantwoording van een deelneming in een bank overeenkomstig afdeling 14 van deze titel geschieden. In de jaarrekening van een bank als bedoeld in artikel 415 wordt een deelneming in een rechtspersoon die geen bank is, verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor banken met uitzondering van artikel 424 en onverminderd de eerste zin van lid 5. Deze uitzondering behoeft niet te worden toegepast ten aanzien van deelnemingen, waarin werkzaamheden worden verricht, die rechtstreeks liggen in het verlengde van het bankbedrijf.
5. In de jaarrekening van een rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij is als bedoeld in artikel 427 mag de verantwoording van een deelneming in een verzekeringsmaatschappij overeenkomstig afdeling 15 van deze titel geschieden. In de jaarrekening van een verzekeringsmaatschappij als bedoeld in artikel 427 wordt een deelneming in een rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij is, verantwoord overeenkomstig de voorschriften voor verzekeringsmaatschappijen, onverminderd de eerste zin van lid 4 van dit artikel.
6. De rechtspersoon houdt een reserve aan ter hoogte van zijn aandeel in het positieve resultaat uit deelnemingen en in rechtstreekse vermogensvermeerderingen sedert de eerste waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3. Deelnemingen waarvan het cumulatief resultaat sedert die eerste waardering niet positief is, worden daarbij niet in aanmerking genomen. De reserve wordt verminderd met de uitkeringen waarop de rechtspersoon sedertdien tot het moment van het vaststellen van de jaarrekening recht heeft verkregen, alsmede met rechtstreekse vermogensverminderingen bij de deelneming; uitkeringen die hij zonder beperkingen kan bewerkstelligen, worden eveneens in mindering gebracht. Deze reserve kan in kapitaal worden omgezet. Onder de in dit lid bedoelde uitkeringen worden niet begrepen uitkeringen in aandelen.
7. Indien de waarde bij de eerste waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3 lager is dan de verkrijgingsprijs of de voorafgaande boekwaarde van de deelneming, wordt het verschil als goodwill geactiveerd. Voor deze berekening wordt ook de verkrijgingsprijs verminderd overeenkomstig artikel 385 lid 5.
8. Waardevermeerderingen of waardeverminderingen van deelnemingen wegens omrekening van het daarin geïnvesteerde vermogen en het resultaat vanuit de valuta van de deelneming naar de valuta waarin de rechtspersoon zijn jaarrekening opmaakt, komen ten gunste respectievelijk ten laste van een reserve omrekeningsverschillen. Valutakoersverschillen op leningen aangegaan ter dekking van valutakoersrisico van buitenlandse deelnemingen, komen eveneens ten gunste respectievelijk ten laste van deze reserve. De reserve kan een negatief saldo hebben. Bij gehele of gedeeltelijke vervreemding van het belang in de desbetreffende deelneming wordt het gedeelte van de reserve dat op het vervreemde deel van die deelneming betrekking heeft aan deze reserve onttrokken. Indien de reserve omrekeningsverschillen een negatief saldo heeft, kunnen ter hoogte van dit saldo geen uitkeringen worden gedaan ten laste van de reserves.
9. Wegens in de toelichting te vermelden gegronde redenen mag worden afgeweken van toepassing van lid 1.
10. Verschillen in het eigen vermogen en het resultaat volgens de enkelvoudige jaarrekening en volgens de geconsolideerde jaarrekening van de rechtspersoon worden in de toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening vermeld.
Art. 2:390 BWHerwaarderingsreserve
Studiekopie, p. 19–20.
1. Waardevermeerderingen van materiële vaste activa, immateriële vaste activa en voorraden die geen agrarische voorraden zijn, worden opgenomen in een herwaarderingsreserve. Waardevermeerderingen van andere activa die tegen actuele waarde worden gewaardeerd, worden opgenomen in een herwaarderingsreserve, tenzij ze krachtens artikel 384 ten gunste van het resultaat worden gebracht. Voorts vormt de rechtspersoon een herwaarderingsreserve ten laste van de vrije reserves of uit het resultaat van het boekjaar, voor zover in het boekjaar waardevermeerderingen van activa die op de balansdatum nog aanwezig zijn, ten gunste van het resultaat van het boekjaar zijn gebracht. Een herwaarderingsreserve wordt niet gevormd voor activa bedoeld in de vorige zin waarvoor frequente marktnoteringen bestaan. Ter hoogte van het bedrag van ten laste van de herwaarderingsreserve gebrachte uitgestelde verliezen op financiële instrumenten als bedoeld in artikel 384 lid 8, kunnen geen uitkeringen ten laste van de reserves worden gedaan. De herwaarderingsreserve kan worden verminderd met latente belastingverplichtingen met betrekking tot activa die zijn geherwaardeerd op een hoger bedrag.
2. De herwaarderingsreserve kan in kapitaal worden omgezet.
3. De herwaarderingsreserve is niet hoger dan het verschil tussen de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de boekwaarde op basis van de bij de waardering gehanteerde actuele waarde van de activa waarop de herwaarderingsreserve betrekking heeft. Deze reserve wordt verminderd met het uit hoofde van een bepaald actief in de reserve opgenomen bedrag als het desbetreffende actief wordt vervreemd. Een waardevermindering van een activum, gewaardeerd tegen actuele waarde, wordt ten laste van de herwaarderingsreserve gebracht voor zover dit activum hieraan voorafgaande ten gunste van de herwaarderingsreserve is opgewaardeerd.
4. De verminderingen van de herwaarderingsreserve die ten gunste van de winst- en verliesrekening worden gebracht, worden in een afzonderlijke post opgenomen.
5. In de toelichting wordt uiteengezet, of en op welke wijze in samenhang met de herwaardering rekening wordt gehouden met de invloed van belastingen op vermogen en resultaat.
Art. 2:391 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 20.
1. Het bestuursverslag geeft een getrouw beeld van de toestand op de balansdatum, de ontwikkeling gedurende het boekjaar en de resultaten van de rechtspersoon en van de groepsmaatschappijen waarvan de financiële gegevens in zijn jaarrekening zijn opgenomen. Het bestuursverslag bevat, in overeenstemming met de omvang en de complexiteit van de rechtspersoon en groepsmaatschappijen, een evenwichtige en volledige analyse van de toestand op de balansdatum, de ontwikkeling gedurende het boekjaar en de resultaten. Indien noodzakelijk voor een goed begrip van de ontwikkeling, de resultaten of de positie van de rechtspersoon en groepsmaatschappijen, omvat de analyse zowel financiële als niet-financiële prestatie-indicatoren, met inbegrip van milieu- en personeelsaangelegenheden. Het bestuursverslag geeft tevens een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee de rechtspersoon wordt geconfronteerd. Het bestuursverslag wordt in de Nederlandse taal gesteld, tenzij de algemene vergadering tot het gebruik van een andere taal heeft besloten.
2. In het bestuursverslag worden mededelingen gedaan omtrent de verwachte gang van zaken; daarbij wordt, voor zover gewichtige belangen zich hiertegen niet verzetten, in het bijzonder aandacht besteed aan de investeringen, de financiering en de personeelsbezetting en aan de omstandigheden waarvan de ontwikkeling van de omzet en van de rentabiliteit afhankelijk is. Mededelingen worden gedaan omtrent de werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling. In het bestuursverslag doet de naamloze vennootschap mededeling van het bepaalde in artikel 82 leden 3 tot en met 9. Vermeld wordt hoe bijzondere gebeurtenissen waarmee in de jaarrekening geen rekening behoeft te worden gehouden, de verwachtingen hebben beïnvloed. De naamloze vennootschap waarop artikel 383b van toepassing is, doet voorts mededeling van het beleid van de vennootschap aangaande de bezoldiging van haar bestuurders en commissarissen en de wijze waarop dit beleid in het verslagjaar in de praktijk is gebracht.
3. Ten aanzien van het gebruik van financiële instrumenten door de rechtspersoon en voor zover zulks van betekenis is voor de beoordeling van zijn activa, passiva, financiële toestand en resultaat, worden de doelstellingen en het beleid van de rechtspersoon inzake risicobeheer vermeld. Daarbij wordt aandacht besteed aan het beleid inzake de afdekking van risico’s verbonden aan alle belangrijke soorten voorgenomen transacties. Voorts wordt aandacht besteed aan de door de rechtspersoon gelopen prijs-, krediet-, liquiditeits- en kasstroomrisico’s.
4. Het bestuursverslag mag niet in strijd zijn met de jaarrekening. Indien het verschaffen van het in lid 1 bedoelde overzicht dit vereist, bevat het bestuursverslag verwijzingen naar en aanvullende uitleg over posten in de jaarrekening.
Art. 2:391a BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 21.
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gesteld omtrent de inhoud van het bestuursverslag.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen regels worden gesteld omtrent de verplichtingen van bepaalde rechtspersonen en bijkantoren tot het opnemen van informatie in het bestuursverslag, tot het opstellen en openbaar maken van een afzonderlijk jaarlijks verslag en tot het opstellen en openbaar maken van een of meer daarmee samenhangende verklaringen. De regels kunnen met name betrekking hebben op:
a. de inhoud van de informatie, het afzonderlijke jaarlijkse verslag en de verklaringen;
b. de verantwoordelijkheid van het bestuur en de raad van commissarissen voor de naleving van de verplichtingen;
c. het laten onderzoeken van de informatie, het afzonderlijke jaarlijkse verslag en de verklaringen door een accountant of accountantsorganisatie als bedoeld in artikel 393 of door een andere derde persoon of organisatie en op de openbaarmaking van de uitkomsten van dat onderzoek;
d. de wijze van handhaving van de verplichtingen;
e. de naleving van een bij de algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gedragscode en op de inhoud, de openbaarmaking en het accountantsonderzoek van een verklaring inzake corporate governance.
3. De voordracht voor een krachtens lid 1 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
4. Het ontwerp van een krachtens lid 2 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
5. Bij regeling van Onze Minister die het aangaat kunnen ter uitvoering van bindende EU- rechtshandelingen, als bedoeld in het tweede lid, die regelmatig kunnen wijzigen, nadere regels worden gegeven.
Art. 2:392 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 21–22.
1. Het bestuur voegt de volgende gegevens toe aan de jaarrekening en het bestuursverslag:
a. de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 393 lid 5 of een mededeling waarom deze ontbreekt;
b. een weergave van de statutaire regeling omtrent de bestemming van de winst;
c. een weergave van de statutaire regeling omtrent de bijdrage in een tekort van een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, voor zover deze van de wettelijke bepalingen afwijkt;
d. een lijst van namen van degenen aan wie een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in de rechtspersoon toekomt, met een omschrijving van de aard van dat recht, tenzij omtrent deze gegevens mededeling is gedaan in het bestuursverslag op grond van artikel 391 lid 5;
e. een opgave van het aantal stemrechtloze aandelen en het aantal aandelen dat geen of slechts een beperkt recht geeft tot deling in de winst of reserves van de vennootschap, met vermelding van de bevoegdheden die zij geven;
f. opgave van het bestaan van nevenvestigingen en van de landen waar nevenvestigingen zijn, alsmede van hun handelsnaam indien deze afwijkt van die van de rechtspersoon.
2. De gegevens mogen niet in strijd zijn met de jaarrekening en met het bestuursverslag.
3. Is een recht als bedoeld in lid 1 onder d in een aandeel belichaamd, dan wordt vermeld hoeveel zodanige aandelen elk der rechthebbenden houdt. Komt een zodanig recht aan een vennootschap, vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of stichting toe, dan worden tevens de namen van de bestuurders daarvan medegedeeld.
4. Het bepaalde in lid 1 onder d en in lid 3 is niet van toepassing, voor zover Onze Minister van Economische Zaken desverzocht aan de rechtspersoon wegens gewichtige redenen ontheffing heeft verleend; deze ontheffing kan telkens voor ten hoogste vijf jaren worden verleend. Geen ontheffing kan worden verleend van het bepaalde in lid 1 onder d wanneer omtrent deze gegevens mededeling moet worden gedaan in het bestuursverslag op grond van artikel 391 lid 5.
5. Het bestuur van een stichting of een vereniging als bedoeld in artikel 360 lid 3 behoeft de gegevens, bedoeld in lid 1, onder b, en artikel 380c, niet aan de jaarrekening en het bestuursverslag toe te voegen.
Art. 2:393 BWOnderzoek door de accountant
Studiekopie, p. 22–23.
1. De rechtspersoon verleent opdracht tot onderzoek van de jaarrekening aan een registeraccountant, aan een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep of aan een wettelijke auditor als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties. De opdracht kan worden verleend aan een organisatie waarin accountants die mogen worden aangewezen, samenwerken. Indien een rechtspersoon tevens een organisatie van openbaar belang is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, wordt door deze rechtspersoon aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten medegedeeld welke accountant of accountantsorganisatie wordt beoogd voor het uitvoeren van een opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van de rechtspersoon. Deze mededeling geschiedt voordat tot de verlening van die opdracht, bedoeld in het tweede lid, is overgegaan. Onze Minister van Financiën stelt bij ministeriele regeling nadere regels over deze mededeling.
2. Tot het verlenen van de opdracht is de algemene vergadering bevoegd. Gaat deze daartoe niet over, of ontbreekt deze, dan is de raad van commissarissen bevoegd. Ontbreekt een raad van commissarissen, dan is het bestuur bevoegd. De aanwijzing van een accountant wordt door generlei voordracht beperkt. De opdracht kan worden ingetrokken door de algemene vergadering en door degene die haar heeft verleend. De opdracht kan enkel worden ingetrokken om gegronde redenen; daartoe behoort niet een meningsverschil over methoden van verslaggeving of controlewerkzaamheden. De algemene vergadering hoort de accountant op diens verlangen omtrent de intrekking van een hem verleende opdracht of omtrent het hem kenbaar gemaakte voornemen daartoe. Het bestuur en de accountant stellen de Stichting Autoriteit Financiële Markten onverwijld in kennis van de intrekking van de opdracht door de rechtspersoon of tussentijdse beëindiging ervan door de accountant en geven hiervoor een afdoende motivering.
3. De accountant onderzoekt of de jaarrekening het in artikel 362 lid 1 vereiste inzicht geeft. Hij gaat voorts na, of de jaarrekening aan de bij en krachtens de wet gestelde voorschriften voldoet, of het bestuursverslag overeenkomstig deze titel is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is, en of het bestuursverslag in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden bevat, en of de in artikel 392 lid 1, onderdelen b tot en met f, vereiste gegevens zijn toegevoegd.
4. De accountant brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan de raad van commissarissen en aan het bestuur. Hij maakt daarbij ten minste melding van zijn bevindingen met betrekking tot de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking.
5. De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening. De accountant kan een afzonderlijke verklaring afgeven voor de enkelvoudige jaarrekening en voor de geconsolideerde jaarrekening. De accountantsverklaring omvat ten minste:
a. een vermelding op welke jaarrekening het onderzoek betrekking heeft en welke wettelijke voorschriften op de jaarrekening toepasselijk zijn;
b. een beschrijving van de reikwijdte van het onderzoek, waarin ten minste wordt vermeld welke richtlijnen voor de accountantscontrole in acht zijn genomen;
c. een oordeel of de jaarrekening het vereiste inzicht geeft en aan de bij en krachtens de wet gestelde regels voldoet;
d. een verwijzing naar bepaalde zaken waarop de accountant in het bijzonder de aandacht vestigt, zonder een verklaring als bedoeld in lid 6, onderdeel b, af te geven;
e. een vermelding van de gebleken tekortkomingen naar aanleiding van het onderzoek overeenkomstig lid 3 of het bestuursverslag overeenkomstig deze titel is opgesteld en of de in artikel 392 lid 1, onder b tot en met f, vereiste gegevens zijn toegevoegd;
f. een oordeel over de verenigbaarheid van het bestuursverslag met de jaarrekening;
g. een oordeel of er, in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden in het bestuursverslag zijn gebleken onder opgave van de aard van die onjuistheden;
h. een verklaring betreffende materiële onzekerheden die verband houden met gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel kunnen doen rijzen of de rechtspersoon zijn werkzaamheden voort kan zetten;
i. een vermelding van de vestigingsplaats van de accountantsorganisatie.
6. De accountantsverklaring, bedoeld in lid 5, heeft de vorm van:
a. een goedkeurende verklaring;
b. een verklaring met beperking;
c. een afkeurende verklaring; of
d. een verklaring van oordeelonthouding. De accountant ondertekent en dagtekent de accountantsverklaring.
7. De jaarrekening kan niet worden vastgesteld, indien het daartoe bevoegde orgaan geen kennis heeft kunnen nemen van de verklaring van de accountant, die aan de jaarrekening moest zijn toegevoegd, tenzij onder de overige gegevens een wettige grond wordt medegedeeld waarom de verklaring ontbreekt.
8. Iedere belanghebbende kan van de rechtspersoon nakoming van de in lid 1 omschreven verplichting vorderen.
Art. 2:394 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 23–24.
1. De rechtspersoon is verplicht tot openbaarmaking van de jaarrekening binnen acht dagen na de vaststelling. De openbaarmaking geschiedt door deponering van de volledig in de Nederlandse taal gestelde jaarrekening of, als die niet is vervaardigd, de jaarrekening in het Frans, Duits of Engels, bij het handelsregister, indien van toepassing op de wijze als voorgeschreven bij of krachtens artikel 19a van de Handelsregisterwet 2007. De dag van vaststelling moet zijn vermeld.
2. Is de jaarrekening niet binnen twee maanden na afloop van de voor het opmaken voorgeschreven termijn overeenkomstig de wettelijke voorschriften vastgesteld, dan maakt het bestuur onverwijld de opgemaakte jaarrekening op de in lid 1 voorgeschreven wijze openbaar; op de jaarrekening wordt vermeld dat zij nog niet is vastgesteld. Binnen twee maanden na gerechtelijke vernietiging van een jaarrekening moet de rechtspersoon een afschrift van de in de uitspraak opgenomen bevelen met betrekking tot de jaarrekening deponeren bij het handelsregister, met vermelding van de uitspraak.
3. Uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar moet de rechtspersoon de jaarrekening op de in lid 1 voorgeschreven wijze openbaar hebben gemaakt.
4. Gelijktijdig met en op dezelfde wijze als de jaarrekening worden het bestuursverslag en de overige in artikel 392 bedoelde gegevens in het Nederlands of in een van de andere in het eerste lid genoemde talen openbaar gemaakt. Het voorafgaande geldt, behalve voor de in artikel 392 lid 1 onder a en e genoemde gegevens, niet, indien de stukken ten kantore van de rechtspersoon ter inzage van een ieder worden gehouden en op verzoek een volledig of gedeeltelijk afschrift daarvan ten hoogste tegen de kostprijs wordt verstrekt; hiervan doet de rechtspersoon opgaaf ter inschrijving in het handelsregister.
5. De vorige leden gelden niet, indien Onze Minister van Economische Zaken de in artikel 58, artikel 101 of artikel 210 genoemde ontheffing heeft verleend; alsdan wordt een afschrift van die ontheffing bij het handelsregister gedeponeerd.
6. De in de vorige leden bedoelde bescheiden worden gedurende zeven jaren bewaard. De Kamer van Koophandel mag de op deze bescheiden geplaatste gegevens overbrengen op andere gegevensdragers, die zij in hun plaats in het handelsregister bewaart, mits die overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
7. Iedere belanghebbende kan van de rechtspersoon nakoming van de in de leden 1-5 omschreven verplichtingen vorderen.
8. Een vennootschap waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht wordt geacht te hebben voldaan aan:
a. lid 1, indien zij de vastgestelde jaarrekening op grond van artikel 5:25o, eerste lid, van die wet heeft toegezonden aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten;
b. lid 2, eerste volzin, indien zij mededeling heeft gedaan op grond van artikel 5:25o, tweede lid, van die wet aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten;
c. vierde lid, eerste volzin, indien zij het bestuursverslag en de overige in artikel 392 bedoelde gegevens op grond van artikel 5:25o, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht heeft toegezonden aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten.
Art. 2:395 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 24–25.
1. Wordt de jaarrekening op andere wijze dan ingevolge het vorige artikel openbaar gemaakt, dan wordt daaraan in ieder geval de in artikel 393 lid 5 bedoelde accountantsverklaring toegevoegd. Voor de toepassing van de vorige zin geldt als de jaarrekening van een rechtspersoon waarop artikel 397 van toepassing is, mede de jaarrekening in de vorm waarin zij ingevolge dat artikel openbaar mag worden gemaakt. Is de verklaring niet afgelegd, dan wordt de reden daarvan vermeld.
2. Wordt slechts de balans of de winst- en verliesrekening, al dan niet met toelichting, of wordt de jaarrekening in beknopte vorm op andere wijze dan ingevolge het vorige artikel openbaar gemaakt, dan wordt dit ondubbelzinnig vermeld onder verwijzing naar de openbaarmaking krachtens wettelijk voorschrift, of, zo deze niet is geschied, onder mededeling van dit feit. De in artikel 393 lid 5 bedoelde accountantsverklaring mag alsdan niet worden toegevoegd. Bij de openbaarmaking wordt medegedeeld of de accountant deze verklaring heeft afgelegd. Is de verklaring afgelegd, dan wordt vermeld welke strekking als bedoeld in artikel 393 lid 6 de accountantsverklaring heeft en wordt tevens vermeld of de accountant in de verklaring in het bijzonder de aandacht heeft gevestigd op bepaalde zaken, zonder een verklaring als bedoeld in artikel 393 lid 6, onderdeel b, af te geven. Is de verklaring niet afgelegd, dan wordt de reden daarvan vermeld.
3. Is de jaarrekening nog niet vastgesteld, dan wordt dit bij de in lid 1 en lid 2 bedoelde stukken vermeld. Indien een mededeling als bedoeld in de laatste zin van artikel 362 lid 6 is gedaan, wordt dit eveneens vermeld.
Art. 2:395a BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 25.
1. De leden 3 tot en met 6 gelden voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:
a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 350.000 [Red: per 13 maart 2024: € 450.000] ;
b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 700.000 [Red: per 13 maart 2024: € 900.000] ;
c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 10.
2. Voor de toepassing van lid 1 worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt niet, indien de rechtspersoon artikel 408 toepast.
3. Het bepaalde in leden 3 en 4 van artikel 364 met betrekking tot de overlopende activa en passiva is niet van toepassing voor de overige bedrijfskosten bedoeld in artikel 377 lid 3 onder j. De rechtspersoon vermeldt het feit dat geen overlopende activa en passiva zijn opgenomen onderaan de balans.
4. Van de ingevolge afdeling 3 voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan voorgeschreven in de artikelen 364 lid 1, 365 lid 1 onder a en 370 lid 1 onder d, 373 lid 1 waarbij de posten worden samengetrokken tot een post, 374 lid 1 en 375 lid 1 waarbij de posten worden samengetrokken tot een post en waarbij voor het totaal van de schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd ten hoogste een jaar is en tot welk bedrag de resterende looptijd langer dan een jaar is. Voorts vermeldt een naamloze vennootschap de gegevens genoemd in de tweede zin van artikel 378 lid 3 onderaan de balans.
5. Van de ingevolge afdeling 4 voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan voorgeschreven in de artikelen 377 lid 1 onder a met uitzondering van vermelding van de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, 377 lid 3 onder a, d en e, 377 lid 3 onder g met uitzondering van de vermelding van overige externe kosten, 377 lid 3 onder h en i waarbij de posten worden samengetrokken tot een post en 377 lid 3 onder j.
6. Afdeling 5, de voorschriften in afdeling 6 betreffende de voorgeschreven opgaven in de toelichting, en de afdelingen 7, 8 en 9 zijn niet van toepassing.
7. In afwijking van afdeling 6 van deze titel komen voor de waardering van de activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat ook in aanmerking de grondslagen voor de bepaling van de belastbare winst, bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, mits de rechtspersoon daarbij alle voor hem van toepassing zijnde fiscale grondslagen toepast. Indien de rechtspersoon deze grondslagen toepast, maakt zij daarvan melding in de toelichting. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het gebruik van deze grondslagen en de toelichting die daarbij gegeven wordt.
8. Artikel 394 is slechts van toepassing met betrekking tot een overeenkomstig leden 3 en 4 beperkte balans.
Art. 2:396 BWKleine rechtspersoon
Studiekopie, p. 26.
1. Onverminderd artikel 395a gelden de leden 3 tot en met 9 voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:
a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 7.500.000;
b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 15.000.000;
c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 50.
2. Voor de toepassing van lid 1 worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt niet, indien de rechtspersoon artikel 408 toepast.
3. Van de ingevolge afdeling 3 voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan voorgeschreven in de artikelen 364, 365 lid 1 onder a, 368 lid 2 onder a, 370 lid 1 onder d, 373 leden 1 tot en met 5, eerste volzin, 375 lid 3 en 376, alsmede, zonder uitsplitsing naar soort schuld of vordering, in de artikelen 370 lid 2 en 375 lid 2, waarbij de aanduiding van de rentevoet achterwege blijft, en de opgave van het ingehouden deel van het resultaat.
4. In de winst- en verliesrekening worden de posten genoemd in artikel 377 lid 3 onder a-d en g, onderscheidenlijk lid 4 onder a-c en f, samengetrokken tot een post bruto-bedrijfsresultaat.
5. Het in artikel 378 lid 1 genoemde overzicht wordt slechts gegeven voor de herwaarderingsreserve, behoudens de tweede zin van artikel 378 lid 3. De artikelen 379, 380, 381 leden 2 en 3, 381b, aanhef en onder a, 382a en 383 lid 1 zijn niet van toepassing. De rechtspersoon vermeldt de naam en woonplaats van de maatschappij die de geconsolideerde jaarrekening opstelt van het groepsdeel waartoe de rechtspersoon behoort. De informatie die ingevolge artikel 382 wordt vermeld, wordt beperkt tot mededeling van het gemiddelde aantal gedurende het boekjaar bij de rechtspersoon werkzame werknemers.
6. In afwijking van afdeling 6 van deze titel komen voor de waardering van de activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat ook in aanmerking de grondslagen voor de bepaling van de belastbare winst, bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, mits de rechtspersoon daarbij alle voor hem van toepassing zijnde fiscale grondslagen toepast. Indien de rechtspersoon deze grondslagen toepast, maakt zij daarvan melding in de toelichting. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het gebruik van deze grondslagen en de toelichting die daarbij gegeven wordt.
7. De artikelen 380c en 380d, 383b tot en met 383e, 391, 392 en 393 lid 1 zijn niet van toepassing.
8. Artikel 394 is slechts van toepassing met betrekking tot een overeenkomstig lid 3 beperkte balans en de toelichting. In de openbaar gemaakte toelichting blijven achterwege de gegevens bedoeld in artikel 380a.
9. Indien de rechtspersoon geen winst beoogt, behoeft hij artikel 394 niet toe te passen, mits hij
a. de in lid 8 bedoelde stukken aan schuldeisers en houders van aandelen in zijn kapitaal of certificaten daarvan of anderen aan wie het vergaderrecht toekomt op hun verzoek onmiddellijk kosteloos toezendt of ten kantore van de rechtspersoon ter inzage geeft; en
b. bij het handelsregister een verklaring van een accountant heeft gedeponeerd, inhoudende dat de rechtspersoon in het boekjaar geen werkzaamheden heeft verricht buiten de doelomschrijving en dat dit artikel op hem van toepassing is.
Art. 2:397 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 27.
1. Behoudens artikel 396 gelden de leden 3 tot en met 7 voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:
a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting, bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 25.000.000;
b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 50.000.000;
c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 250.
2. Voor de toepassing van lid 1 worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt niet, indien de rechtspersoon artikel 408 toepast.
3. In de winst- en verliesrekening worden de posten genoemd in artikel 377 lid 3, onder a-d en g, onderscheidenlijk lid 4, onder a-c en f, samengetrokken tot een post bruto-bedrijfsresultaat; de rechtspersoon vermeldt in een verhoudingscijfer, in welke mate de netto-omzet ten opzichte van die van het vorige jaar is gestegen of gedaald.
4. De artikelen 380 en 382a zijn niet van toepassing.
5. Van de in afdeling 3 voorgeschreven opgaven behoeven in de openbaar gemaakte balans met toelichting slechts vermelding die welke voorkomen in de artikelen 364, 365 lid 1 onder a en d, 366, 367 onder a-d, 368 lid 2 onder a, 370 lid 1 onder b–d, 373, 374 leden 3 en 4, 375 lid 1 onder a, b, f en g en lid 3, alsmede 376 en de overlopende posten. De leden 2 van de artikelen 370 en 375 vinden toepassing zowel op het totaal van de vorderingen en schulden als op de posten uit lid 1 van die artikelen welke afzonderlijke vermelding behoeven. De openbaar te maken winst- en verliesrekening en de toelichting mogen worden beperkt overeenkomstig lid 3 en lid 4.
6. De informatie die ingevolge artikel 381 lid 2 moet worden vermeld, wordt beperkt tot informatie over de aard en het zakelijk doel van de aldaar genoemde regelingen. Artikel 381 lid 3 is niet van toepassing, tenzij de rechtspersoon een naamloze vennootschap is, in welk geval de vermelding als bedoeld in artikel 381 lid 3 beperkt is tot transacties die direct of indirect zijn aangegaan tussen de vennootschap en haar voornaamste aandeelhouders en tussen de vennootschap en haar leden van het bestuur en van de raad van commissarissen.
7. De gegevens, bedoeld in artikel 392 lid 1, onderdelen d en e, en lid 3, worden niet openbaar gemaakt.
8. In het bestuursverslag behoeft geen aandacht te worden besteed aan niet-financiële prestatie- indicatoren als bedoeld in artikel 391 lid 1.
Art. 2:398 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 27–28.
1. Artikel 395a, artikel 396 of artikel 397 geldt voor het eerste en tweede boekjaar ook voor een rechtspersoon die op de balansdatum van het eerste boekjaar aan de desbetreffende vereisten heeft voldaan.
2. Artikel 395a leden 3 tot en met 7, artikel 396 leden 3 tot en met 8 en artikel 397 leden 3 tot en met 7 zijn van toepassing voor zover de algemene vergadering uiterlijk zes maanden na het begin van het boekjaar niet anders heeft besloten.
3. De artikelen 395a tot en met 397 zijn niet van toepassing op een beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten waarvoor artikel 401 lid 1 geldt.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de in artikel 395a lid 1, artikel 396 lid 1 en artikel 397 lid 1 genoemde bedragen verlaagd, indien het recht van de Europese Gemeenschappen daartoe verplicht, en kunnen zij worden verhoogd, voor zover geoorloofd.
5. Voor de toepassing van de artikelen 396 lid 1 en 397 lid 1 op een stichting of een vereniging als bedoeld in artikel 360 lid 3 wordt uitgegaan van het totaal van de activa van de stichting of vereniging en, met inachtneming van artikel 396 lid 2, van de netto-omzet en het gemiddeld aantal werknemers van de onderneming of ondernemingen die deze stichting of vereniging in stand houdt.
6. Artikel 395a is niet van toepassing op een participatieonderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 15, van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182).
7. De artikelen 395a tot en met 397 zijn niet van toepassing op rechtspersonen die als organisatie van openbaar belang:
a. effecten hebben die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt van een lidstaat in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14, van richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten (PbEU 2004, L 145);
b. kredietinstellingen zijn in de zin van artikel 3, punt 1, van richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PbEU 2013, L 176), en die geen instellingen als bedoeld in artikel 2, lid 5, van genoemde richtlijn 2013/36/EU zijn;
c. verzekeringsondernemingen zijn in de zin van artikel 2, lid 1, van richtlijn 91/674/EEG van de Raad van 19 december 1991 betreffende de jaarrekening van verzekeringsondernemingen (PbEG 1991, L 374); of
d. bij algemene maatregel van bestuur worden aangewezen wegens hun omvang of functie in het maatschappelijk verkeer.
Art. 2:399 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 28.
[Vervallen per 15-10-1993]
Art. 2:400 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 28.
Onze Minister van Financiën kan financiële instellingen die geen bank als bedoeld in artikel 415 zijn, op haar verzoek al dan niet onder voorwaarden toestaan afdeling 14, met uitzondering van artikel 424, toe te passen.
Art. 2:401 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 28–29.
1. Een beheerder van een beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe, een beleggingsmaatschappij en een maatschappij voor collectieve belegging in effecten waarop het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht van toepassing is, moeten in aanvulling op de bepalingen van deze titel tevens voldoen aan de vereisten voor zijn onderscheidenlijk haar jaarrekening, gesteld bij of krachtens die wet. Voor deze beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij en maatschappij voor collectieve belegging in effecten kan bij of krachtens die wet van de artikelen 394, lid 2, 3 of 4, en 403 worden afgeweken.
2. De beleggingen van een beleggingsmaatschappij of een maatschappij voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht mogen tegen marktwaarde worden gewaardeerd. Nadelige koersverschillen ten opzichte van de voorafgaande balansdatum behoeven niet ten laste van de winst- en verliesrekening te worden gebracht, mits zij op de reserves worden afgeboekt; voordelige koersverschillen mogen op de reserves worden bijgeboekt. De bedragen worden in de balans of in de toelichting vermeld.
3. Op een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal is artikel 378 lid 3, tweede zin, niet van toepassing.
Art. 2:402 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 29.
1. Zijn de financiële gegevens van een rechtspersoon verwerkt in zijn geconsolideerde jaarrekening, dan behoeft in de eigen winst- en verliesrekening slechts het resultaat uit deelnemingen na aftrek van de belastingen daarover als afzonderlijke post te worden vermeld. In de toelichting van de geconsolideerde jaarrekening wordt de toepassing van de vorige zin meegedeeld.
2. Dit artikel is niet van toepassing op rechtspersonen als bedoeld in artikel 398 lid 7.
1. Een tot een groep behorende rechtspersoon behoeft de jaarrekening niet overeenkomstig de voorschriften van deze titel in te richten, mits:
a. de balans in elk geval vermeldt de som van de vaste activa, de som van de vlottende activa, en het bedrag van het eigen vermogen, van de voorzieningen en van de schulden, en de winst- en verliesrekening in elk geval vermeldt het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening en het saldo der overige baten en lasten, een en ander na belastingen;
b. de leden of aandeelhouders na de aanvang van het boekjaar en voor de vaststelling van de jaarrekening schriftelijk hebben verklaard met afwijking van de voorschriften in te stemmen;
c. de financiële gegevens van de rechtspersoon door een andere rechtspersoon of vennootschap zijn geconsolideerd in een geconsolideerde jaarrekening waarop krachtens het toepasselijke recht de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen, richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182) of een der beide richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen dan wel van verzekeringsondernemingen van toepassing is;
d. de geconsolideerde jaarrekening, voor zover niet gesteld of vertaald in het Nederlands, is gesteld of vertaald in het Frans, Duits of Engels;
e. de accountantsverklaring en het bestuursverslag, zijn gesteld of vertaald in de zelfde taal als de geconsolideerde jaarrekening;
f. de onder c bedoelde rechtspersoon of vennootschap schriftelijk heeft verklaard zich hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de uit rechtshandelingen van de rechtspersoon voortvloeiende schulden; en
g. de verklaringen, bedoeld in de onderdelen b en f zijn gedeponeerd bij het handelsregister alsmede, telkens binnen zes maanden na de balansdatum of binnen een maand na een geoorloofde latere openbaarmaking, de stukken of vertalingen, genoemd in de onderdelen d en
e.
2. Zijn in de groep of het groepsdeel waarvan de gegevens in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen, de in lid 1 onder f bedoelde rechtspersoon of vennootschap en een andere nevengeschikt, dan is lid 1 slechts van toepassing, indien ook deze andere rechtspersoon of vennootschap een verklaring van aansprakelijkstelling heeft afgelegd; in dat geval zijn lid 1 onder g en artikel 404 van overeenkomstige toepassing.
3. Voor een rechtspersoon waarop lid 1 van toepassing is, gelden de artikelen 391 tot en met 394 niet.
4. Dit artikel is niet van toepassing op rechtspersonen als bedoeld in artikel 398 lid 7.
Art. 2:404 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 30.
1. Een in artikel 403 bedoelde aansprakelijkstelling kan worden ingetrokken door deponering van een daartoe strekkende verklaring bij het handelsregister.
2. Niettemin blijft de aansprakelijkheid bestaan voor schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen welke zijn verricht voordat jegens de schuldeiser een beroep op de intrekking kan worden gedaan.
3. De overblijvende aansprakelijkheid wordt ten opzichte van de schuldeiser beëindigd, indien de volgende voorwaarden zijn vervuld:
a. de rechtspersoon behoort niet meer tot de groep;
b. een mededeling van het voornemen tot beëindiging heeft ten minste twee maanden lang ter inzage gelegen bij het handelsregister;
c. ten minste twee maanden zijn verlopen na de aankondiging in een landelijk verspreid dagblad dat en waar de mededeling ter inzage ligt;
d. tegen het voornemen heeft de schuldeiser niet tijdig verzet gedaan of zijn verzet is ingetrokken dan wel bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak ongegrond verklaard.
4. Indien de schuldeiser dit verlangt moet, op straffe van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in lid 5, voor hem zekerheid worden gesteld of hem een andere waarborg worden gegeven voor de voldoening van zijn vorderingen waarvoor nog aansprakelijkheid loopt. Dit geldt niet, indien hij na het beëindigen van de aansprakelijkheid, gezien de vermogenstoestand van de rechtspersoon of uit anderen hoofde, voldoende waarborgen heeft dat deze vorderingen zullen worden voldaan.
5. Tot twee maanden na de aankondiging kan de schuldeiser voor wiens vordering nog aansprakelijkheid loopt, tegen het voornemen tot beëindiging verzet doen door het indienen van een verzoek bij de rechtbank van de woonplaats van de rechtspersoon die hoofdschuldenaar is.
6. De rechter verklaart het verzet slechts gegrond nadat een door hem omschreven termijn om een door hem omschreven waarborg te geven is verlopen, zonder dat deze is gegeven.
Art. 2:404a BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 30.
[Vervallen per 25-11-1988]
Art. 2:405 BWGeconsolideerde jaarrekening als één geheel
Studiekopie, p. 30.
1. Een geconsolideerde jaarrekening is de jaarrekening waarin de activa, passiva, baten en lasten van de rechtspersonen en vennootschappen die een groep of groepsdeel vormen en andere in de consolidatie meegenomen rechtspersonen en vennootschappen, als één geheel worden opgenomen.
2. De geconsolideerde jaarrekening moet overeenkomstig artikel 362 lid 1 inzicht geven betreffende het geheel van de in de consolidatie opgenomen rechtspersonen en vennootschappen.
Art. 2:406 BWConsolidatieplicht en consolidatiekring
Studiekopie, p. 31.
1. De rechtspersoon die, alleen of samen met een andere groepsmaatschappij, aan het hoofd staat van zijn groep, stelt een geconsolideerde jaarrekening op, waarin opgenomen de eigen financiële gegevens met die van zijn dochtermaatschappijen in de groep, andere groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft.
2. Een rechtspersoon waarop lid 1 niet van toepassing is, maar die in zijn groep een of meer dochtermaatschappijen heeft of andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft, stelt een geconsolideerde jaarrekening op. Deze omvat de financiële gegevens van het groepsdeel, bestaande uit de rechtspersoon, zijn dochtermaatschappijen in de groep, andere groepsmaatschappijen die onder de rechtspersoon vallen en andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft.
3. De rechtspersoon die geen bank als bedoeld in artikel 415 is, en waarvan de geconsolideerde jaarrekening voor een belangrijk deel de financiële gegevens van één of meer banken bevat, geeft in de toelichting ten minste inzicht in de solvabiliteit van de banken als één geheel.
4. De rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij als bedoeld in artikel 427 lid 1 is, en waarvan de geconsolideerde jaarrekening voor een belangrijk deel de financiële gegevens van één of meer verzekeringsmaatschappijen bevat, geeft in de toelichting ten minste inzicht in de solvabiliteit van de verzekeringsmaatschappijen als één geheel.
5. In de geconsolideerde jaarrekening van een rechtspersoon, die geen bank als bedoeld in artikel 415 is, mag ten aanzien van in de consolidatie te betrekken maatschappijen die bank zijn, tezamen met de in artikel 426 lid 1, tweede zin, bedoelde maatschappijen, artikel 424 worden toegepast.
Art. 2:407 BWConsolidatie-uitzonderingen
Studiekopie, p. 31.
1. De verplichting tot consolidatie geldt niet voor gegevens:
a. van in de consolidatie te betrekken maatschappijen wier gezamenlijke betekenis te verwaarlozen is op het geheel,
b. van in de consolidatie te betrekken maatschappijen waarvan de nodige gegevens slechts tegen onevenredige kosten of met grote vertraging te verkrijgen of te ramen zijn,
c. van in de consolidatie te betrekken maatschappijen waarin het belang slechts wordt gehouden om het te vervreemden.
2. Consolidatie mag achterwege blijven, indien
a. bij consolidatie de grenzen van artikel 396 niet zouden worden overschreden;
b. geen in de consolidatie te betrekken maatschappijen een rechtspersoon is als bedoeld in artikel 398 lid 7;
c. niet binnen zes maanden na de aanvang van het boekjaar daartegen schriftelijk bezwaar bij de rechtspersoon is gemaakt door de algemene vergadering.
3. Indien de rechtspersoon groepsmaatschappijen beheert krachtens een regeling tot samenwerking met een rechtspersoon waarvan de financiële gegevens niet in zijn geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen, mag hij zijn eigen financiële gegevens buiten de geconsolideerde jaarrekening houden. Dit geldt slechts, indien de rechtspersoon geen andere werkzaamheden heeft dan het beheren en financieren van groepsmaatschappijen en deelnemingen, en indien hij in zijn balans artikel 389 toepast.
Art. 2:408 BWVrijstelling tussenhoudster
Studiekopie, p. 32.
1. Consolidatie van een groepsdeel mag achterwege blijven, mits:
a. niet binnen zes maanden na de aanvang van het boekjaar daartegen schriftelijk bezwaar bij de rechtspersoon is gemaakt door ten minste een tiende der leden of door houders van ten minste een tiende van het geplaatste kapitaal;
b. de financiële gegevens die de rechtspersoon zou moeten consolideren zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van een groter geheel;
c. de geconsolideerde jaarrekening en het bestuursverslag zijn opgesteld overeenkomstig de voorschriften van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182) of overeenkomstig de voorschriften van een der richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen dan wel van verzekeringsondernemingen dan wel, indien deze voorschriften niet behoeven te zijn gevolgd, op gelijkwaardige wijze;
d. de geconsolideerde jaarrekening met accountantsverklaring en bestuursverslag, voor zover niet gesteld of vertaald in het Nederlands, zijn gesteld of vertaald in het Frans, Duits of Engels, en wel in de zelfde taal; en
e. telkens binnen zes maanden na de balansdatum of binnen een maand na een geoorloofde latere openbaarmaking bij het handelsregister de in onderdeel d genoemde stukken of vertalingen zijn gedeponeerd.
2. Onze Minister van Justitie kan voorschriften voor de jaarrekening aanwijzen die, zo nodig aangevuld met door hem gegeven voorschriften, als gelijkwaardig zullen gelden aan voorschriften overeenkomstig richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182). Intrekking van een aanwijzing kan slechts boekjaren betreffen die nog niet zijn begonnen.
3. De rechtspersoon moet de toepassing van lid 1 in de toelichting vermelden.
4. Dit artikel is niet van toepassing op een rechtspersoon waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.
Art. 2:409 BWProportionele consolidatie
Studiekopie, p. 32.
De financiële gegevens van een rechtspersoon of vennootschap mogen in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen naar evenredigheid tot het daarin gehouden belang, indien:
a. in die rechtspersoon of vennootschap een of meer in de consolidatie opgenomen maatschappijen krachtens een regeling tot samenwerking met andere aandeelhouders, leden of vennoten samen de rechten of bevoegdheden kunnen uitoefenen als bedoeld in artikel 24a, lid 1; en
b. hiermee voldaan wordt aan het wettelijke inzichtvereiste.
1. De bepalingen van deze titel over de jaarrekening en onderdelen daarvan, uitgezonderd de artikelen 365 lid 2, 378, 379, 382a, 383, 383b tot en met 383e, 389 leden 6 en 8, en 390, zijn van overeenkomstige toepassing op de geconsolideerde jaarrekening.
2. Voorraden hoeven niet te worden uitgesplitst, indien dat wegens bijzondere omstandigheden onevenredige kosten zou vergen.
3. Wegens gegronde, in de toelichting te vermelden redenen mogen andere waarderingsmethoden en grondslagen voor de berekening van het resultaat worden toegepast dan in de eigen jaarrekening van de rechtspersoon.
4. Staat een buitenlandse rechtspersoon mede aan het hoofd van de groep, dan mag het groepsdeel waarvan hij aan het hoofd staat, in de consolidatie worden opgenomen overeenkomstig zijn recht, met een uiteenzetting van de invloed daarvan op het vermogen en resultaat.
5. De in artikel 382 bedoelde gegevens worden voor het geheel van de volledig in de consolidatie betrokken maatschappijen vermeld; afzonderlijk worden de in de eerste zin van artikel 382 bedoelde gegevens vermeld voor het geheel van de naar evenredigheid in de consolidatie betrokken maatschappijen.
Art. 2:411 BWBelang en aandeel derden
Studiekopie, p. 33.
1. In de geconsolideerde jaarrekening behoeft het eigen vermogen niet te worden uitgesplitst.
2. Het aandeel in het groepsvermogen en in het geconsolideerde resultaat dat niet aan de rechtspersoon toekomt, wordt vermeld.
Art. 2:412 BWWettelijke bepaling
Studiekopie, p. 33.
1. De balansdatum voor de geconsolideerde jaarrekening is de zelfde als voor de jaarrekening van de rechtspersoon zelf.
2. In geen geval mag de geconsolideerde jaarrekening worden opgemaakt aan de hand van gegevens, opgenomen meer dan drie maanden voor of na de balansdatum.
Art. 2:413 BWEerste consolidatie
Studiekopie, p. 33.
Indien de gegevens van een maatschappij voor het eerst in de consolidatie worden opgenomen en daarbij een waardeverschil ontstaat ten opzichte van de daaraan voorafgaande waardering van het belang daarin, moeten dit verschil en de berekeningswijze worden vermeld. Is de waarde lager, dan is artikel 389 lid 7 van toepassing op het verschil; is de waarde hoger, dan wordt het verschil opgenomen in het groepsvermogen, voor zover het geen nadelen weerspiegelt die aan de deelneming zijn verbonden.
Art. 2:414 BWToelichting consolidatiekring
Studiekopie, p. 33–34.
1. De rechtspersoon vermeldt, onderscheiden naar de hierna volgende categorieën, de naam en woonplaats van rechtspersonen en vennootschappen:
a. die hij volledig in zijn geconsolideerde jaarrekening betrekt;
b. waarvan de financiële gegevens in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen voor een deel, evenredig aan het belang daarin;
c. waarin een deelneming wordt gehouden die in de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig artikel 389 wordt verantwoord;
d. die dochtermaatschappij zijn zonder rechtspersoonlijkheid en niet ingevolge de onderdelen a, b of c zijn vermeld;
e. waaraan een of meer volledig in de consolidatie betrokken maatschappijen of dochtermaatschappijen daarvan alleen of samen voor eigen rekening ten minste een vijfde van het geplaatste kapitaal verschaffen of doen verschaffen, en die niet ingevolge de onderdelen a, b of c zijn vermeld.
2. Tevens wordt vermeld:
a. op grond van welke omstandigheid elke maatschappij volledig in de consolidatie wordt betrokken, tenzij deze bestaat in het kunnen uitoefenen van het merendeel van de stemrechten en het verschaffen van een daaraan evenredig deel van het kapitaal;
b. waaruit blijkt dat een rechtspersoon of vennootschap waarvan financiële gegevens overeenkomstig artikel 409 in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen, daarvoor in aanmerking komt;
c. in voorkomend geval de reden voor het niet consolideren van een dochtermaatschappij, vermeld ingevolge lid 1 onder c, d of e;
d. het deel van het geplaatste kapitaal dat wordt verschaft;
e. het bedrag van het eigen vermogen en resultaat van elke krachtens onderdeel e van lid 1 vermelde maatschappij volgens haar laatst vastgestelde jaarrekening.
3. Indien vermelding van naam, woonplaats en het gehouden deel van het geplaatste kapitaal van een dochtermaatschappij waarop onderdeel c van lid 1 van toepassing is, dienstig is voor het wettelijk vereiste inzicht, mag zij niet achterwege blijven, al is de deelneming van te verwaarlozen betekenis. Onderdeel e van lid 2 geldt niet ten aanzien van maatschappijen waarin een belang van minder dan de helft wordt gehouden en die wettig de balans niet openbaar maken.
4. Artikel 379 lid 4 is van overeenkomstige toepassing op de vermeldingen op grond van de leden 1 en 2.
5. Vermeld wordt ten aanzien van welke rechtspersonen de rechtspersoon een aansprakelijkstelling overeenkomstig artikel 403 heeft afgegeven.
Bij vreemde valuta en intercompanyboekingen geeft het BW vaak het algemene kader. De concrete omrekenregels, percentages en journaalpostmethodiek komen uit de CAFA2-syllabus en de uitwerkingen. Een artikelnummer vervangt die uitwerking niet.