Kapitaalbelangen
30 vragen · basisweergave zonder JavaScript
Alle vragen en uitwerkingen staan hieronder. Automatische scores en lokale opslag zijn beschikbaar via de volledige oefenomgeving.
Vraagoverzicht
Kapitaalbelangen
OnderwerpenNog te doen: 30
Wanneer is sprake van een deelneming?
Een bv neemt een kapitaalbelang in een andere bv.
Welke omschrijving bevat de vier kwalitatieve criteria voor een deelneming volgens artikel 2:24c lid 1 BW?
Basisregels bij deze vraag
Deelneming: eerst de wettelijke criteria
Beoordeel of voor eigen rekening kapitaal wordt verschaft om duurzaam verbonden te zijn ten dienste van de eigen werkzaamheid. Het wettelijke vermoeden vanaf een vijfde van het geplaatste kapitaal ondersteunt deze beoordeling, maar vervangt de kwalitatieve criteria niet. De kwalificatie deelneming is een andere beslissing dan de waardering tegen nettovermogenswaarde.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Kapitaalverschaffing, voor eigen rekening, duurzame verbondenheid en dienstbaarheid aan de eigen werkzaamheid.
De vier criteria staan in art. 2:24c lid 1 BW. Bij een vijfde of meer van het geplaatste kapitaal wordt het bestaan van een deelneming vermoed.
Herken: de vraag gaat over de aard van het kapitaalbelang, niet over de zeggenschap of de boekwaarde.
Aanpak: toets kapitaalverschaffing, eigen rekening, duurzame verbondenheid en dienstbaarheid afzonderlijk.
Controle: gebruik artikel 2:24c voor deelneming; artikel 2:24a voor dochtermaatschappij en artikel 2:389 voor waardering.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Benoem eerst de houder, daarna de wettelijke kenmerken en de concrete casusfeiten. Toets een deelneming, dochtermaatschappij en groepsmaatschappij afzonderlijk. Het vermoeden vanaf 20% geplaatst kapitaal gaat over deelneming; het vermoeden vanaf 20% stemmen gaat over invloed van betekenis.
De kwalificatie verklaart welke economische relatie de jaarrekening moet laten zien. Een duurzaam zakelijk samenwerkingsbelang is iets anders dan een aandelenpakket dat alleen voor rendement wordt gehouden; daarom bepaalt het percentage niet zelfstandig de uitkomst. Voor de accountant is deze scheiding relevant omdat een onjuiste kwalificatie kan doorwerken in de balansrubriek, de waarderingsgrondslag en de consolidatiekring.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Een kleiner belang met een duidelijk doel
Merwede bezit 15% van Lever bv.
- Doel
- De levering van essentiële onderdelen voor de eigen productie duurzaam veiligstellen.
- Economisch belang
- Merwede houdt de aandelen voor eigen rekening.
- Voornemen
- Het belang blijft voor langere tijd in bezit.
Hoe kwalificeert Merwede het 15%-kapitaalbelang in Lever op basis van de beschreven samenwerking en het doel van het belang?
Basisregels bij deze vraag
Een belang onder 20% kan een deelneming zijn
Bij minder dan 20% bestaat niet het wettelijke vermoeden van een deelneming. Een deelneming kan echter wel aanwezig zijn wanneer de vier kwalitatieve criteria van artikel 2:24c lid 1 BW zijn vervuld. Kijk daarom naar de duurzame samenwerking en de betekenis voor de eigen bedrijfsactiviteiten; het percentage alleen geeft geen afdoende antwoord.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Als deelneming: de kwalitatieve criteria zijn vervuld, ook al bedraagt het belang minder dan 20%.
De kapitaalverschaffing dient duurzaam de eigen werkzaamheid en geschiedt voor eigen rekening. Een belang onder 20% kan dus een deelneming zijn.
Herken: het lage percentage staat naast concrete informatie over strategische samenwerking.
Aanpak: verbind de feiten over Lever aan de vier wettelijke criteria in plaats van uitsluitend een grenspercentage te noemen.
Controle: leid uit de kwalificatie deelneming nog niet automatisch waardering tegen NVW af; daarvoor is invloed van betekenis nodig.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Benoem eerst de houder, daarna de wettelijke kenmerken en de concrete casusfeiten. Toets een deelneming, dochtermaatschappij en groepsmaatschappij afzonderlijk. Het vermoeden vanaf 20% geplaatst kapitaal gaat over deelneming; het vermoeden vanaf 20% stemmen gaat over invloed van betekenis.
De kwalificatie verklaart welke economische relatie de jaarrekening moet laten zien. Een duurzaam zakelijk samenwerkingsbelang is iets anders dan een aandelenpakket dat alleen voor rendement wordt gehouden; daarom bepaalt het percentage niet zelfstandig de uitkomst. Voor de accountant is deze scheiding relevant omdat een onjuiste kwalificatie kan doorwerken in de balansrubriek, de waarderingsgrondslag en de consolidatiekring.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Hetzelfde percentage, een ander voornemen
Merwede koopt 18% van Tour bv.
- Voornemen
- De aandelen binnen drie maanden met koerswinst doorverkopen.
- Samenwerking
- Geen; de activiteiten houden geen verband met de eigen werkzaamheden.
Hoe kwalificeert Merwede het 18%-belang in Tour, gezien het voornemen tot snelle verkoop en het ontbreken van een verbinding met de eigen bedrijfsactiviteiten?
Basisregels bij deze vraag
Tijdelijk aanhouden voor koerswinst
De bedoeling bij het aanhouden van een belang is relevant voor de kwalificatie. Een belang dat uitsluitend tijdelijk voor verkoopwinst wordt gehouden, voldoet niet zonder meer aan duurzame verbondenheid ten dienste van de eigen werkzaamheid. Onderscheid de kwalificatie belegging van de daaropvolgende keuze van waarderingsgrondslag.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Een kortlopende belegging.
Zowel duurzame verbondenheid als dienstbaarheid aan de eigen werkzaamheid ontbreekt. De officiële Rosen-uitwerking kwalificeert de vergelijkbare situatie als kortlopende belegging.
Herken: de casus benadrukt snelle verkoop en geen bedrijfsmatige samenwerking.
Aanpak: toets vooral de ontbrekende duurzame en functionele verbondenheid aan artikel 2:24c lid 1 BW.
Controle: een percentage onder 20% is niet zelfstandig de reden; een strategisch belang met hetzelfde percentage kan anders kwalificeren.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Benoem eerst de houder, daarna de wettelijke kenmerken en de concrete casusfeiten. Toets een deelneming, dochtermaatschappij en groepsmaatschappij afzonderlijk. Het vermoeden vanaf 20% geplaatst kapitaal gaat over deelneming; het vermoeden vanaf 20% stemmen gaat over invloed van betekenis.
De kwalificatie verklaart welke economische relatie de jaarrekening moet laten zien. Een duurzaam zakelijk samenwerkingsbelang is iets anders dan een aandelenpakket dat alleen voor rendement wordt gehouden; daarom bepaalt het percentage niet zelfstandig de uitkomst. Voor de accountant is deze scheiding relevant omdat een onjuiste kwalificatie kan doorwerken in de balansrubriek, de waarderingsgrondslag en de consolidatiekring.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Kapitaalpercentage of stemrechten?
Een deelneming geeft zowel stemrechtloze als stemrechtgevende aandelen uit.
Welk wettelijk vermoeden van invloed van betekenis gebruikt artikel 2:389 lid 1 BW voor toepassing van de vermogensmutatiemethode?
Basisregels bij deze vraag
Invloed van betekenis gaat over het beleid
Voor de vermogensmutatiemethode moet invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid bestaan. Vanaf een vijfde van de naar eigen inzicht uit te brengen stemmen wordt die invloed vermoed. Het gaat hier dus om stemrechten, terwijl het vermoeden van een deelneming in artikel 2:24c betrekking heeft op kapitaalverschaffing. Feitelijke invloed blijft beslissend.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Een vijfde of meer van de stemmen naar eigen inzicht kunnen uitbrengen of doen uitbrengen.
Het vermoeden in art. 2:389 lid 1 is gebaseerd op stemmen. Art. 2:24c lid 1 gebruikt voor het vermoeden van een deelneming juist het geplaatste kapitaal.
Herken: de vraag noemt waardering en invloed op het beleid.
Aanpak: bepaal de uit te oefenen stemrechten en beoordeel daarna aanwijzingen voor feitelijke invloed.
Controle: verwissel 20% van de stemmen niet met 20% van het kapitaal en maak van een vermoeden geen onweerlegbare regel.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Begin bij artikel 2:389 lid 1. Bij invloed van betekenis is nettovermogenswaarde volgens lid 2 de hoofdregel. Lid 3 is een alternatief binnen de vermogensmutatiemethode bij onvoldoende gegevens; lid 9 verlangt gegronde, toegelichte redenen voor afwijking. Zonder invloed verwijst de syllabus naar artikel 2:384.
Bij invloed van betekenis laat een onveranderlijke aankoopprijs de ontwikkeling van het onderliggende vermogen niet zien. De vermogensmutatiemethode volgt die ontwikkeling op vergelijkbare grondslagen, zodat prijs, resultaat en vermogen niet door elkaar worden gebruikt. Het belang voor de accountant is dat een gekozen grondslag inhoudelijk moet volgen uit de omstandigheden, niet uit de gewenste hoogte van het resultaat.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Wel invloed, onvoldoende gegevens
Merwede oefent invloed van betekenis uit op het zakelijke en financiële beleid van een deelneming.
- Beschikbare gegevens
- Onvoldoende om de nettovermogenswaarde te bepalen.
- Wel beschikbaar
- Het eigen vermogen volgens de jaarrekening van de deelneming, haar resultaat en uitkeringen.
- Overig
- Geen beroep op een andere gegronde reden.
Welke waarderingsmogelijkheid biedt artikel 2:389 lid 3 BW wanneer invloed van betekenis bestaat, maar onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om de nettovermogenswaarde te bepalen?
Basisregels bij deze vraag
Onvoldoende gegevens voor nettovermogenswaarde
Invloed van betekenis bepaalt eerst dat de vermogensmutatiemethode aan de orde is. Als gegevens voor de nettovermogenswaarde ontbreken, laat artikel 2:389 lid 3 BW een op andere wijze bepaalde waarde toe. In de syllabus wordt dit uitgewerkt met zichtbaar intrinsieke waarde als uitgangspunt, gevolgd door verwerking van het aandeel in resultaat en uitkeringen. Gebrek aan NVW-gegevens is niet hetzelfde als geen invloed van betekenis.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Uitgaan van een op andere wijze volgens Titel 9 bepaalde waarde, veelal zichtbaar eigen vermogen, en deze muteren met het aandeel in resultaat en uitkeringen.
Art. 2:389 lid 3 geeft de uitzondering bij onvoldoende gegevens. Het is nog steeds een vermogensmutatiemethode.
Herken: invloed staat vast; alleen de informatie voor herrekening naar moedergrondslagen ontbreekt.
Aanpak: onderscheid de hoofdregel van lid 2 en het alternatief van lid 3.
Controle: stap niet zonder nadere grond over op verkrijgingsprijs; ook de alternatieve vermogensmutatiemethode verwerkt resultaten en dividend.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Begin bij artikel 2:389 lid 1. Bij invloed van betekenis is nettovermogenswaarde volgens lid 2 de hoofdregel. Lid 3 is een alternatief binnen de vermogensmutatiemethode bij onvoldoende gegevens; lid 9 verlangt gegronde, toegelichte redenen voor afwijking. Zonder invloed verwijst de syllabus naar artikel 2:384.
Bij invloed van betekenis laat een onveranderlijke aankoopprijs de ontwikkeling van het onderliggende vermogen niet zien. De vermogensmutatiemethode volgt die ontwikkeling op vergelijkbare grondslagen, zodat prijs, resultaat en vermogen niet door elkaar worden gebruikt. Het belang voor de accountant is dat een gekozen grondslag inhoudelijk moet volgen uit de omstandigheden, niet uit de gewenste hoogte van het resultaat.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Precies de helft
Merwede houdt aandelen in Haven bv.
- Stemrechten Merwede
- 45% uit eigen aandelen en 5% via een stemrechtovereenkomst.
- Benoemings- en ontslagrechten
- Geen bijzondere rechten.
Is Merwede op grond van artikel 2:24a lid 1 onderdeel a BW moedermaatschappij wanneer zij zelf 45% van de stemmen heeft en via een stemrechtovereenkomst nog 5% kan uitoefenen?
Basisregels bij deze vraag
Meer dan de helft, niet precies de helft
Tel de stemrechten op die de rechtspersoon zelf en via toepasselijke overeenkomsten kan uitoefenen. Voor artikel 2:24a lid 1 onderdeel a BW moet dit meer dan de helft zijn. Precies de helft voldoet niet. Een afzonderlijk recht om de meerderheid van bestuurders of commissarissen te benoemen of ontslaan kan tot een andere beoordeling leiden, maar mag niet zonder casusinformatie worden aangenomen.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Nee, 45% + 5% = 50%; dit is niet meer dan de helft.
De uitkomst is precies 50%. De hoofdregel van art. 2:24a lid 1 onder a vereist meer dan 50%. Een andere grond voor een dochterrelatie is niet gegeven.
Herken: eigen stemmen worden aangevuld met overgedragen stemmen.
Aanpak: tel beide bevoegdheden op en vergelijk de uitkomst strikt met 50%.
Controle: controleer apart of de casus benoemingsrechten geeft; vermeng dat criterium niet met het stemrechtencriterium.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Onderzoek meer dan de helft van de stemmen of, bij lidmaatschap/aandeelhouderschap, benoeming of ontslag van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen. Beoordeel daarnaast de gelijkstelling voor de volledig aansprakelijke vennoot. Reken rechten via een maatschappij pas toe nadat haar dochterstatus is vastgesteld.
De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Ingekochte eigen aandelen en stemrecht
Merwede heeft gewone aandelen in Haven bv.
- Geplaatste aandelen Haven
- 1.000
- Daarvan ingekocht door Haven
- 200
- In bezit van Merwede
- 480
- Rechten
- Elke gewone aandeel geeft één stem; er zijn geen andere stemrechten.
Welk percentage van de uit te brengen stemmen kan Merwede in Haven uitoefenen, rekening houdend met de 200 door Haven ingekochte eigen aandelen?
Basisregels bij deze vraag
Eigen aandelen veranderen de stemrechtennoemer
Voor de stemrechtenverhouding tellen aandelen waarop geen stem kan worden uitgebracht niet mee in de noemer. Bepaal eerst het aantal aandelen met uitoefenbare stemmen en deel daarna de door Merwede uit te oefenen stemmen door dit aantal. Het nominale kapitaalpercentage en het effectieve stemrechtenpercentage kunnen daardoor verschillen.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Op 800 aandelen kan worden gestemd. Merwede kan 480/800 = 60% uitoefenen, zodat aan het stemrechtcriterium is voldaan.
Herken: de vennootschap heeft een deel van haar eigen aandelen ingekocht.
Aanpak: trek de stemloze eigen aandelen af van het totaal voordat je het percentage van Merwede berekent.
Controle: wijzig niet automatisch de teller; Merwede houdt nog steeds haar eigen aantal aandelen.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Onderzoek meer dan de helft van de stemmen of, bij lidmaatschap/aandeelhouderschap, benoeming of ontslag van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen. Beoordeel daarnaast de gelijkstelling voor de volledig aansprakelijke vennoot. Reken rechten via een maatschappij pas toe nadat haar dochterstatus is vastgesteld.
De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Bestuurders benoemen zonder aandeel
Merwede heeft afspraken met Kade bv.
- Aandelen of lidmaatschap
- Merwede bezit geen aandelen en is geen lid.
- Bevoegdheid
- Merwede mag drie van de vijf bestuurders benoemen.
- Overige grond
- Er bestaat geen stemrecht- of andere dochterrelatie.
Voldoet Merwede voor haar verhouding tot Kade aan artikel 2:24a lid 1 onderdeel b BW wanneer zij drie van de vijf bestuurders kan benoemen, maar geen aandeelhouder of lid is?
Basisregels bij deze vraag
Benoemingsmacht vereist ook lidmaatschap of een aandeel
Bij het criterium van benoemen en ontslaan moeten twee voorwaarden samen worden onderzocht: lid of aandeelhouder zijn én de meerderheid van bestuurders of commissarissen kunnen benoemen of ontslaan. Alleen een contractueel benoemingsrecht is dus niet de volledige toets. Het ontbreken van een dochterrelatie beantwoordt nog niet automatisch een afzonderlijke vraag over centrale leiding of consolidatie.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Geen dochtermaatschappij op deze grond: Merwede is geen lid of aandeelhouder.
Art. 2:24a lid 1 onder b vereist zowel lidmaatschap/aandeelhouderschap als de daarin genoemde benoemings- of ontslagmacht. Dit volgt ook uit Westerheuvel/Koekang.
Herken: de casus geeft benoemingsmacht, maar ontkent het aandeelhouderschap.
Aanpak: toets beide voorwaarden van onderdeel b afzonderlijk.
Controle: vervang de voorwaarde lid of aandeelhouder niet door een economisch belang dat niet in de casus staat.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Onderzoek meer dan de helft van de stemmen of, bij lidmaatschap/aandeelhouderschap, benoeming of ontslag van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen. Beoordeel daarnaast de gelijkstelling voor de volledig aansprakelijke vennoot. Reken rechten via een maatschappij pas toe nadat haar dochterstatus is vastgesteld.
De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Stemrechten via een dochter
Merwede bezit belangen in Sluis en Veer.
- Merwede in Sluis
- 60% van de stemrechten.
- Merwede rechtstreeks in Veer
- 28% van de stemrechten.
- Sluis in Veer
- 27% van de stemrechten.
- Overig
- Geen ingekochte aandelen en geen stemrechtovereenkomsten.
Kan Merwede alleen of samen met dochtermaatschappij Sluis meer dan de helft van de stemmen in Veer uitoefenen, en kwalificeert Veer daarmee als dochtermaatschappij van Merwede?
Basisregels bij deze vraag
Stemmen via een dochter volledig meetellen
Stel eerst vast dat Sluis een dochtermaatschappij is. Voor de moeder-dochtertoets worden vervolgens de door Sluis gehouden stemrechten in Veer volledig opgeteld bij de rechtstreeks door Merwede gehouden stemmen. Je vermenigvuldigt deze stemmen niet met het kapitaalbelang van Merwede in Sluis. Een economisch winstaandeel volgt een andere berekening.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Sluis is een dochter van Merwede. Daardoor worden haar 27% stemrechten in Veer volledig bij Merwedes 28% opgeteld.
Herken: Merwede heeft een rechtstreeks én een via een dochter gehouden stemrecht in Veer.
Aanpak: bewijs eerst de eerste dochterrelatie en tel vervolgens de directe en indirect beschikbare stemmen op.
Controle: een vermenigvuldiging van deelnemingspercentages berekent niet de wettelijke zeggenschap in dit schema.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Onderzoek meer dan de helft van de stemmen of, bij lidmaatschap/aandeelhouderschap, benoeming of ontslag van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen. Beoordeel daarnaast de gelijkstelling voor de volledig aansprakelijke vennoot. Reken rechten via een maatschappij pas toe nadat haar dochterstatus is vastgesteld.
De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Groepshoofd en groepsdeel
Polder bv staat aan het hoofd van een groep.
- Structuur
- Polder bezit 100% van Sluis bv; Sluis bezit 70% van Delta bv.
- Verband
- Polder, Sluis en Delta vormen één economische eenheid en zijn organisatorisch verbonden.
- Leiding
- Polder leidt de groep; Sluis leidt het groepsdeel Sluis/Delta.
- Vrijstellingen
- Geen vrijstelling wordt toegepast. Delta heeft zelf geen dochters of andere te consolideren maatschappijen.
Welke van Polder, Sluis en Delta moeten volgens artikel 2:406 BW een geconsolideerde jaarrekening opstellen, gegeven de groepsverhoudingen en het ontbreken van vrijstellingen?
Basisregels bij deze vraag
Groepshoofd en tussenholding afzonderlijk toetsen
Het groepshoofd wordt getoetst aan artikel 2:406 lid 1 BW. Een rechtspersoon die niet het groepshoofd is, kan op grond van lid 2 toch consolidatieplichtig zijn voor zijn groepsdeel. Beoordeel daarom iedere rechtspersoon afzonderlijk. Consolidatievrijstellingen zijn een volgende toets en worden hier uitdrukkelijk niet toegepast.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §11.1–11.2, p. 31–34 (art. 2:24b en art. 2:406 leden 1–2 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 7–8, p. 4–6 (art. 2:24a en art. 2:406 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §11.1–11.2, p. 31–34 (art. 2:24b en art. 2:406 leden 1–2 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 7–8, p. 4–6 (art. 2:24a en art. 2:406 BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Polder op grond van art. 2:406 lid 1 en Sluis op grond van lid 2.
Polder is het groepshoofd. Sluis is geen groepshoofd, maar heeft in haar groepsdeel een dochtermaatschappij. Dit zijn afzonderlijke gronden voor consolidatieplicht.
Herken: onder een groepshoofd staat nog een rechtspersoon met een eigen dochter in de groep.
Aanpak: bepaal eerst het groepshoofd en daarna welke tussenhoudster een te consolideren groepsdeel heeft.
Controle: een hogere consolidatie neemt de eigen verplichting van een tussenholding niet zonder vrijstellingsvoorwaarden weg.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Scheid drie vragen: wie moet consolideren, welke gegevens horen in de kring en welke vrijstelling kan daarna worden toegepast? Verwijs bij een groepshoofd naar lid 1 en bij een groepsdeel naar lid 2 van artikel 2:406. Werk de voorwaarden van 407 of 408 uit; artikel 2:403 is geen algemene consolidatievrijstelling.
De consolidatie laat de economische eenheid zien, niet alleen een lijst aandelenpakketten. Eerst vaststellen wie de groep of het groepsdeel leidt, voorkomt dat een tussenhoudster of een onder centrale leiding staande maatschappij wordt gemist. Voor de accountant raakt dit direct de volledigheid van de geconsolideerde jaarrekening en het inzicht in verplichtingen en resultaten van de groep.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §11.1–11.2, p. 31–34 (art. 2:24b en art. 2:406 leden 1–2 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 7–8, p. 4–6 (art. 2:24a en art. 2:406 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Goodwill zonder waarderingsverschillen
Merwede koopt op 1 januari 2025 een deelneming in Veer.
- Belang
- 75%
- Betaalde prijs
- € 500.000 per bank.
- Nettovermogenswaarde Veer, 100%
- € 600.000
- Verwerking
- Waardering tegen NVW; goodwill wordt afzonderlijk geactiveerd.
Hoeveel goodwill betaalt Merwede bij de aankoop van het 75%-belang in Veer op 1 januari, uitgaande van de gegeven totale nettovermogenswaarde?
Basisregels bij deze vraag
Koopsom vergelijken met het verworven aandeel
Vergelijk de prijs voor het gekochte belang met het overeenkomstige aandeel in de nettovermogenswaarde op verkrijgingsdatum. De koopsom heeft al betrekking op het gekochte percentage en wordt niet nogmaals daarmee vermenigvuldigd. Bij NVW-waardering wordt positieve goodwill afzonderlijk geactiveerd volgens artikel 2:389 lid 7 BW.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Het aandeel in NVW is € 450.000. Het meerdere van de koopprijs, € 50.000, is goodwill.
Herken: een prijs voor 75% wordt naast een waarde van 100% van de vennootschap gezet.
Aanpak: vermenigvuldig alleen de totale NVW met het verworven aandeel en trek dit bedrag van de koopsom af.
Controle: de deelneming en afzonderlijke goodwill moeten samen aansluiten op de betaalde prijs.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken verkrijgingsprijs minus het aandeel in het herrekende nettovermogen. Onderscheid de betaalde goodwill, de afschrijving van dit jaar en de resterende boekwaarde. Gebruik de casustermijn; de wettelijke grens van tien jaar geldt alleen in de uitzonderingssituatie waarin de gebruiksduur niet betrouwbaar kan worden geschat.
Goodwill is het betaalde verschil dat na vergelijking met het herrekende nettovermogen resteert. Door dit afzonderlijk te volgen, raakt de deelnemingswaarde niet vermengd met de kosten van toekomstige voordelen waarvoor bij de overname extra is betaald. Een accountant controleert daardoor zowel de oorspronkelijke berekening als de latere toerekening aan boekjaren; een juist aankoopbedrag betekent nog niet dat de eindboekwaarde juist is.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Eerst de fout, daarna fair value
Merwede koopt op 1 januari 2025 70% van Riet bv voor € 680.000.
- Voorlopig eigen vermogen Riet
- € 820.000
- Fout in de administratie
- € 20.000 kosten ontbreken en worden alsnog ten laste van het eigen vermogen van vóór de overname verwerkt.
- Gebouwen
- Reële waarde € 80.000 hoger.
- Voorraad
- Een extra voorziening van € 15.000 is nodig.
- Garantievoorziening
- Volgens Merwedes grondslagen € 35.000 te laag.
- Belastingen
- Buiten beschouwing.
Voor welk bedrag neemt Merwede het 70%-belang in Riet bij verwerving op als deelneming tegen nettovermogenswaarde, exclusief afzonderlijke goodwill?
Basisregels bij deze vraag
Administratiefout vóór de waarderingscorrecties
Corrigeer eerst het zichtbare eigen vermogen voor de nog te verwerken administratiefout. Breng daarna de verschillen naar reële waarde en moedergrondslagen aan. Hogere activa verhogen de nettovermogenswaarde, extra voorzieningen verlagen die waarde. Pas pas op het aldus aangepaste totale eigen vermogen het deelnemingspercentage toe.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Gecorrigeerd zichtbaar eigen vermogen: € 800.000. Fair value-correcties: + € 80.000 − € 15.000 − € 35.000 = + € 30.000.
100% NVW bedraagt € 830.000; het 70%-belang wordt geactiveerd voor € 581.000.
Herken: de gegevens combineren een gemiste kostenpost met verschillen in gebouwen, voorraad en een voorziening.
Aanpak: maak een brug van zichtbaar eigen vermogen naar gecorrigeerd vermogen en vervolgens naar totale NVW.
Controle: goodwill hoort niet in de afzonderlijke post deelneming tegen NVW.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Begin bij het eigen vermogen op verkrijgingsdatum. Tel positieve waarderingscorrecties op, trek negatieve correcties en extra verplichtingen af en verwerk belastingeffecten wanneer de casus dat voorschrijft. Vermenigvuldig pas daarna met het verworven belang en vergelijk met de tegenprestatie.
Door het vermogen eerst te herrekenen, wordt zichtbaar welk deel van de betaalde prijs wordt vertegenwoordigd door afzonderlijke activa en verplichtingen. Anders zouden stille reserves of extra verplichtingen ten onrechte in goodwill verdwijnen. De accountant kan deze overnamebalans later opnieuw gebruiken om de extra afschrijving, vrijval van voorzieningen en aansluiting van de deelnemingswaarde te controleren.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
De aankoop vastleggen
Merwede verwerft 70% van Riet bv op 1 januari 2025.
- Betaald per bank
- € 680.000
- NVW Riet, na alle correcties (100%)
- € 830.000
- Waardering
- NVW; goodwill afzonderlijk activeren.
Welke journaalpost verwerkt Merwede bij aankoop van Riet: de deelneming tegen 70% van de gegeven totale NVW, de afzonderlijke goodwill en de betaling per bank?
Basisregels bij deze vraag
De aankoopjournaalpost bij NVW
In de enkelvoudige aankoopboeking bij NVW worden deelneming en goodwill afzonderlijk gedebiteerd. De deelneming is het verworven aandeel in de aangepaste netto-activa; goodwill is het verschil met de koopsom. De creditboeking volgt de feitelijke tegenprestatie, hier betaling via de bank. Gebruik niet de aankoopboeking die bij verkrijgingsprijs wordt toegepast.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Deelneming Riet | 581.000 | |
| 0.. Goodwill Riet | 99.000 | |
| 1.. Aan Bank | 680.000 |
Deelneming: 70% × € 830.000 = € 581.000. Goodwill: € 680.000 − € 581.000 = € 99.000.
De deelneming en goodwill staan debet; de betaling per bank staat credit.
Herken: NVW is expliciet de enkelvoudige waarderingsgrondslag.
Aanpak: bereken eerst de deelneming, bepaal daarna goodwill als sluitpost en boek het betaalde totaal credit op bank.
Controle: tel de twee debetbedragen op; dit moet exact de koopsom opleveren.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken verkrijgingsprijs minus het aandeel in het herrekende nettovermogen. Onderscheid de betaalde goodwill, de afschrijving van dit jaar en de resterende boekwaarde. Gebruik de casustermijn; de wettelijke grens van tien jaar geldt alleen in de uitzonderingssituatie waarin de gebruiksduur niet betrouwbaar kan worden geschat.
Goodwill is het betaalde verschil dat na vergelijking met het herrekende nettovermogen resteert. Door dit afzonderlijk te volgen, raakt de deelnemingswaarde niet vermengd met de kosten van toekomstige voordelen waarvoor bij de overname extra is betaald. Een accountant controleert daardoor zowel de oorspronkelijke berekening als de latere toerekening aan boekjaren; een juist aankoopbedrag betekent nog niet dat de eindboekwaarde juist is.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Betalen met aandelen en contanten
Merwede koopt 60% van Brug bv.
- Geplaatste aandelen Brug
- 2.000 gewone aandelen.
- Ruilverhouding
- Per 100 gekochte aandelen Brug geeft Merwede 15 nieuwe eigen aandelen uit.
- Aanvullende betaling
- € 250 per gekocht aandeel Brug.
- Aandeel Merwede
- Reële waarde € 1.100; nominaal € 500.
- NVW Brug (100%)
- € 620.000. Goodwill wordt geactiveerd.
Welke aankoopjournaalpost maakt Merwede voor het 60%-belang in Brug, betaald met nieuw uitgegeven eigen aandelen en de gegeven contante bijbetaling?
Basisregels bij deze vraag
Aandelenruil: waarde van de tegenprestatie
Bepaal eerst hoeveel aandelen Brug worden gekocht en hoeveel eigen aandelen daartegenover worden uitgegeven. De reële waarde van de uitgegeven aandelen plus de contante bijbetaling vormt de tegenprestatie. Splits bij Merwede de emissie in nominale waarde van het aandelenkapitaal en agio. De debetzijde volgt de NVW van het belang en eventuele goodwill.
Bronnen bij deze basisregels
Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Eben, vragen 1–2, p. 2 (aandelenruil en contante bijbetaling).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Eben, vragen 1–2, p. 2 (aandelenruil en contante bijbetaling).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Deelneming Brug | 372.000 | |
| 0.. Goodwill Brug | 126.000 | |
| 0.. Aan Aandelenkapitaal | 90.000 | |
| 0.. Aan Agio | 108.000 | |
| 1.. Aan Bank | 300.000 |
Gekocht: 60% × 2.000 = 1.200 aandelen. Uitgifte: 1.200/100 × 15 = 180 eigen aandelen.
Koopprijs: 180 × € 1.100 + 1.200 × € 250 = € 498.000. Aandeel NVW: 60% × € 620.000 = € 372.000. Goodwill: € 126.000.
Aandelenkapitaal: 180 × € 500 = € 90.000. Agio: 180 × € 600 = € 108.000.
Herken: de ruilverhouding, nominale waarde en beurs- of reële waarde hebben ieder een andere functie.
Aanpak: reken aantallen vóór bedragen uit; bepaal daarna tegenprestatie, deelneming en goodwill.
Controle: kapitaal plus agio moet gelijk zijn aan de reële waarde van de uitgegeven aandelen, niet aan de hele koopsom inclusief contanten.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken hoeveel eigen aandelen worden uitgegeven, waardeer de tegenprestatie zoals de casus voorschrijft en tel de contante betaling erbij. Splits de creditboeking in geplaatst kapitaal, agio en bank. Bepaal daarna de deelneming en eventuele goodwill volgens de gekozen grondslag.
Betalen met eigen aandelen verandert de vergoeding voor de deelneming, maar niet de economische aankoop. Het verschil tussen nominale waarde en uitgiftewaarde verklaart het agio; het is geen extra resultaat uit de verwerving. Deze route voorkomt dat de nominale waarde van de uitgegeven aandelen ten onrechte als totale verkrijgingsprijs wordt behandeld.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Eben, vragen 1–2, p. 2 (aandelenruil en contante bijbetaling).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Goodwill gedurende een halfjaar
Een deelneming is op 1 juli 2025 verworven.
- Betaalde goodwill voor het verworven pakket
- € 126.000
- Afschrijvingsduur
- 10 jaar lineair tot nihil.
- Tijdsevenredigheid
- Over delen van het jaar naar rato van het aantal maanden.
Hoeveel goodwillafschrijving verwerkt Merwede in het aankoopjaar wanneer de goodwill op 1 juli ontstaat en volgens de casus in tien jaar lineair wordt afgeschreven?
Basisregels bij deze vraag
Afschrijving vanaf de verwervingsdatum
Volg de in de casus gegeven gebruiksduur en afschrijvingswijze. Bereken de jaarafschrijving op de geactiveerde goodwill en pas deze voor een deel van het jaar tijdsevenredig toe. De goodwill heeft al betrekking op het verworven belang. Vermenigvuldig de afschrijving daarom niet nogmaals met het deelnemingspercentage.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
De volledige jaarlast bedraagt € 12.600. Voor zes maanden is de last € 6.300. Dit is al de goodwill van het verworven pakket.
Herken: de aankoop vindt halverwege het boekjaar plaats.
Aanpak: bereken eerst een volledig jaar en daarna het aantal maanden sinds 1 juli.
Controle: verwar de afschrijving van het boekjaar niet met de totale afschrijving over meerdere jaren.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken verkrijgingsprijs minus het aandeel in het herrekende nettovermogen. Onderscheid de betaalde goodwill, de afschrijving van dit jaar en de resterende boekwaarde. Gebruik de casustermijn; de wettelijke grens van tien jaar geldt alleen in de uitzonderingssituatie waarin de gebruiksduur niet betrouwbaar kan worden geschat.
Goodwill is het betaalde verschil dat na vergelijking met het herrekende nettovermogen resteert. Door dit afzonderlijk te volgen, raakt de deelnemingswaarde niet vermengd met de kosten van toekomstige voordelen waarvoor bij de overname extra is betaald. Een accountant controleert daardoor zowel de oorspronkelijke berekening als de latere toerekening aan boekjaren; een juist aankoopbedrag betekent nog niet dat de eindboekwaarde juist is.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Het resultaat naar eigen grondslagen
Merwede bezit 80% van Fenn bv en waardeert tegen NVW.
- Winst Fenn volgens eigen grondslagen
- € 240.000
- Gebouwen
- Meerwaarde bij aankoop € 120.000; resterende duur 20 jaar; een volledig jaar afschrijving.
- Voorraad
- Extra voorziening volgens Merwede: begin € 30.000, eind € 18.000.
- Garantievoorziening
- Extra voorziening volgens Merwede: begin € 40.000; eind geen verschil meer.
- Overige correcties
- Geen. Goodwillafschrijving blijft buiten deze resultaat-deelnemingberekening.
Welk resultaat uit de 80%-deelneming Fenn verantwoordt Merwede over het boekjaar na verwerking van alle gegeven fair-valueverschillen?
Basisregels bij deze vraag
Van dochterresultaat naar moedergrondslagen
Begin met het resultaat van Fenn volgens haar eigen grondslagen. Verwerk het afschrijvingsverschil op gebouwen en de veranderingen in resterende waarderingsverschillen bij voorraad en voorzieningen. Een eerder bij de verwerving verwerkte last mag niet nogmaals in het resultaat uit deelneming blijven zitten. Pas het winstaandeel pas na deze resultaatcorrecties toe.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Extra afschrijving: € 6.000 negatief. Het voorraadwaarderingsverschil wordt € 12.000 kleiner en de extra garantievoorziening valt € 40.000 vrij.
Herrekende winst: € 286.000. Resultaat deelneming: 80% × € 286.000 = € 228.800.
Herken: naast het dochterresultaat staan verschillen op begin- en einddatum.
Aanpak: bereken per verschil de invloed op het lopende jaar; een afgenomen extra voorziening leidt hier tot vrijval.
Controle: sluit het aangepaste resultaat aan op het verloop van de deelneming en de resterende verschillen op de eindbalans.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Start met het gerapporteerde resultaat, bereken het jaareffect van iedere nog aanwezige waarderingscorrectie en pas vervolgens het winstaandeel toe. Bij nettovermogenswaarde verhoogt dit resultaat ook de boekwaarde van de deelneming; een verlies werkt omgekeerd.
Het resultaat van de dochter volgens haar eigen administratie is niet steeds het resultaat op de grondslagen van de moeder. Dezelfde waarderingsverschillen die de overnamebalans wijzigen, kunnen later via afschrijving, verkoop of vrijval in de winst doorwerken. De aansluiting tussen resultaatcorrecties en resterende balansverschillen biedt de accountant een controle op volledigheid en voorkomt dat de volledige oorspronkelijke correctie ieder jaar opnieuw wordt verwerkt.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Resultaat en gedeclareerd dividend
Merwede bezit 80% van Fenn bv, gewaardeerd tegen NVW.
- Herrekend resultaat Fenn (100%)
- € 286.000
- Door Fenn gedeclareerd dividend (100%)
- € 50.000
- Betaling
- Het dividend is nog niet betaald.
- Reserve
- Merwede kan de overige winsten zonder beperkingen laten uitkeren.
Welke twee journaalposten maakt Merwede voor haar aandeel in het aangepaste resultaat van Fenn en het gedeclareerde, nog niet betaalde dividend?
Basisregels bij deze vraag
Resultaat en dividend zijn twee verschillende mutaties
Bij NVW verhoogt het aandeel in het aangepaste resultaat de post deelneming, tegenover resultaat deelneming. Het gedeclareerde dividend verlaagt de deelneming en schept een vordering zolang nog niet is betaald. Boek hetzelfde dividend niet daarnaast als dividendopbrengst. De casus vermeldt dat geen aanvullende beperking tot vorming van een wettelijke reserve leidt.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Deelneming Fenn | 228.800 | |
| 9.. Aan Resultaat deelneming Fenn | 228.800 |
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 1.. Te vorderen dividend | 40.000 | |
| 0.. Aan Deelneming Fenn | 40.000 |
Resultaat: 80% × € 286.000 = € 228.800. Dividendvordering: 80% × € 50.000 = € 40.000.
Het dividend verlaagt de deelneming. De bank muteert pas bij de betaling.
Herken: resultaat is behaald en dividend is wel vastgesteld maar nog niet ontvangen.
Aanpak: boek eerst de resultaatmutatie en vervolgens dividendvordering aan deelneming.
Controle: gebruik bank pas bij betaling; door dividend daalt de deelneming, niet het reeds verantwoorde resultaat.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Stel vast welk bedrag aan dividend aan de moeder toekomt en welke waarderingsgrondslag geldt. Bij NVW daalt de deelneming. Bij verkrijgingsprijs onderscheidt de syllabus regulier dividend van meegekocht dividend: dit laatste vermindert de verkrijgingsprijs in de behandelde casussen.
Bij nettovermogenswaarde is de winst al als resultaat deelneming verantwoord. Dividend verplaatst vervolgens vermogen van de deelneming naar een vordering of banktegoed bij de moeder; opnieuw een opbrengst boeken zou dezelfde winst dubbel tellen. Voor de accountant is dus niet alleen de ontvangstdatum van belang, maar ook de herkomst van het uitgekeerde resultaat en de verwervingsdatum van het betreffende aandelenpakket.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Dividend bij verkrijgingsprijs
Merwede heeft sinds 2018 een 10%-deelneming in Sloot bv, gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs.
- Dividend over 2025, totaal Sloot
- € 75.000, gedeclareerd in december.
- Betaling
- In januari 2026.
- Overige feiten
- Geen meegekocht dividend en geen bijzondere waardevermindering.
Welke journaalpost maakt Merwede in december voor het gedeclareerde dividend op haar 10%-deelneming Sloot tegen verkrijgingsprijs, wanneer betaling pas in januari volgt?
Basisregels bij deze vraag
Regulier dividend bij verkrijgingsprijs
Bij verkrijgingsprijs worden gewone resultaten van de deelneming niet via vermogensmutaties verwerkt. Regulier dividend wordt als opbrengst verantwoord wanneer het recht daarop ontstaat. Is nog niet betaald, dan staat tegenover de opbrengst een dividendvordering. Deze vraag betreft uitdrukkelijk geen meegekocht dividend.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 1.. Te vorderen dividend | 7.500 | |
| 9.. Aan Dividendopbrengst Sloot | 7.500 |
10% × € 75.000 = € 7.500. Bij verkrijgingsprijs is dit dividend opbrengst, te verwerken zodra het is gedeclareerd.
Herken: verkrijgingsprijs, een dividendbesluit in december en een latere betaaldatum.
Aanpak: bereken het dividend waarop Merwede recht heeft en boek dit als vordering en opbrengst.
Controle: laat het tijdstip van de bankontvangst niet bepalen in welk boekjaar de gedeclareerde opbrengst thuishoort.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Stel vast welk bedrag aan dividend aan de moeder toekomt en welke waarderingsgrondslag geldt. Bij NVW daalt de deelneming. Bij verkrijgingsprijs onderscheidt de syllabus regulier dividend van meegekocht dividend: dit laatste vermindert de verkrijgingsprijs in de behandelde casussen.
Bij nettovermogenswaarde is de winst al als resultaat deelneming verantwoord. Dividend verplaatst vervolgens vermogen van de deelneming naar een vordering of banktegoed bij de moeder; opnieuw een opbrengst boeken zou dezelfde winst dubbel tellen. Voor de accountant is dus niet alleen de ontvangstdatum van belang, maar ook de herkomst van het uitgekeerde resultaat en de verwervingsdatum van het betreffende aandelenpakket.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Het meegekochte dividend
Merwede verwerft op 1 januari 2025 30% van Sloot bv voor € 210.000 en waardeert tegen verkrijgingsprijs.
- Koopprijs
- Uitdrukkelijk inclusief het meegekochte, kort na de aankoop te declareren dividend over 2024.
- Declaratie op 2 januari
- Sloot declareert in totaal € 50.000.
- Betaling
- Nog niet ontvangen.
Welke journaalpost maakt Merwede voor het kort na aankoop gedeclareerde dividend op Sloot, dat volgens de casus volledig in de aankoopprijs is meegekocht?
Basisregels bij deze vraag
Meegekocht dividend verlaagt de verkrijgingsprijs
De casus kwalificeert het dividend expliciet als meegekocht: het bij aankoop betaalde bedrag omvatte het recht op deze uitkering. In de gebruikte syllabusmethodiek wordt dit bedrag daarom op de deelneming afgeboekt en niet als nieuwe dividendopbrengst behandeld. Bereken alleen Merwedes aandeel in het totale dividend. Bij nog niet betalen ontstaat een vordering.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 1.. Te vorderen dividend | 15.000 | |
| 0.. Aan Deelneming Sloot | 15.000 |
Het meegekochte dividend is een terugontvangst van een deel van de aankoopprijs. Daarom wordt € 15.000 op de deelneming gecrediteerd.
De aankoopprijs na declaratie wordt € 210.000 − € 15.000 = € 195.000.
Herken: niet alleen de korte tijd na aankoop, maar vooral de expliciete vermelding meegekocht dividend is beslissend.
Aanpak: boek dividendvordering aan deelneming voor het verworven aandeel.
Controle: behandel een regulier dividend uit na aankoop behaalde winst niet met dezelfde tegenrekening.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Stel vast welk bedrag aan dividend aan de moeder toekomt en welke waarderingsgrondslag geldt. Bij NVW daalt de deelneming. Bij verkrijgingsprijs onderscheidt de syllabus regulier dividend van meegekocht dividend: dit laatste vermindert de verkrijgingsprijs in de behandelde casussen.
Bij nettovermogenswaarde is de winst al als resultaat deelneming verantwoord. Dividend verplaatst vervolgens vermogen van de deelneming naar een vordering of banktegoed bij de moeder; opnieuw een opbrengst boeken zou dezelfde winst dubbel tellen. Voor de accountant is dus niet alleen de ontvangstdatum van belang, maar ook de herkomst van het uitgekeerde resultaat en de verwervingsdatum van het betreffende aandelenpakket.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Winst die je nog niet kunt uitkeren
Merwede koopt op 1 januari 2025 een 45%-deelneming en waardeert deze tegen NVW.
- Winst deelneming in 2025, 100%
- € 480.000
- Gedeclareerd dividend, 100%
- € 80.000
- Uitkeringsmacht
- Merwede kan geen verdere uitkeringen zonder beperkingen bewerkstelligen.
- Overig
- Geen rechtstreekse vermogensmutaties, goodwill of andere deelnemingen.
Hoe hoog is de wettelijke reserve deelneming van Merwede voor haar 45%-belang na verwerking van het gegeven resultaat en dividend, wanneer zij verdere uitkeringen niet vrij kan bewerkstelligen?
Basisregels bij deze vraag
Wettelijke reserve: niet vrij uitkeerbare vermogensgroei
Artikel 2:389 lid 6 BW ziet op het aandeel in cumulatief positieve resultaten en rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds de eerste vermogensmutatiewaardering. Breng verkregen uitkeringsrechten en vrij te bewerkstelligen uitkeringen in mindering. Werk per deelneming en let erop of bedragen voor de gehele deelneming of al voor het moederdeel zijn gegeven.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Aandeel in resultaat: € 216.000. Aandeel in dividend: € 36.000. Het gebonden deel bedraagt € 180.000.
Herken: NVW én een beperking op de mogelijkheid tot uitkeren.
Aanpak: bereken het aandeel in de winst en verminder dat met het aandeel in de relevante uitkeringen.
Controle: de reserve is geen extra kostenpost en verandert niet de totale omvang van het eigen vermogen.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Onderzoek per deelneming de cumulatief positieve resultaten en rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds eerste waardering. Verwerk de verminderingen en uitkeringen waarop recht is verkregen én uitkeringen die zonder beperkingen kunnen worden bewerkstelligd zoals lid 6 voorschrijft. Alleen ontvangen dividend aftrekken is te beperkt.
Een resultaat kan bij de moeder zijn verantwoord zonder dat zij het bijbehorende vermogen vrij kan uitkeren. De wettelijke reserve deelneming houdt daarom het niet vrij beschikbare deel binnen het eigen vermogen gebonden; de reserve vormt geen tweede kostenpost. De accountant onderscheidt hiermee de juistheid van de winst van de beschikbaarheid van die winst voor uitkering.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
De wettelijke reserve boeken
De wettelijke reserve deelneming moet bij Merwede van nihil naar € 180.000 stijgen.
- Verwerking resultaat deelneming
- Al in de administratie verwerkt.
- Wijze van reserveren
- Ten laste van de overige reserves.
Welke aanvullende journaalpost vormt de vereiste wettelijke reserve deelneming van € 180.000 wanneer resultaat en dividend al zijn verwerkt en de reserve voordien nihil was?
Basisregels bij deze vraag
Reservevorming is een verschuiving binnen het eigen vermogen
De wettelijke reserve deelneming wordt binnen het eigen vermogen afgezonderd. Als de resultaat- en dividendboekingen al zijn gemaakt, moeten die niet opnieuw worden uitgevoerd. Deze vraag vraagt uitsluitend de overheveling van vrije reserves naar de wettelijke reserve. De boekwaarde van de deelneming verandert door deze reserveringsboeking niet.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Overige reserves | 180.000 | |
| 0.. Aan Wettelijke reserve deelneming | 180.000 |
De vorming is een overboeking binnen het eigen vermogen. De overige reserves dalen en de wettelijke reserve stijgt met hetzelfde bedrag.
Herken: het vereiste reservebedrag is gegeven en de gewone deelnemingsmutaties zijn al geboekt.
Aanpak: debiteer de vrije reserve en crediteer de wettelijke reserve voor de benodigde toename.
Controle: totaal eigen vermogen en totaal resultaat blijven door de reservering gelijk.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Onderzoek per deelneming de cumulatief positieve resultaten en rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds eerste waardering. Verwerk de verminderingen en uitkeringen waarop recht is verkregen én uitkeringen die zonder beperkingen kunnen worden bewerkstelligd zoals lid 6 voorschrijft. Alleen ontvangen dividend aftrekken is te beperkt.
Een resultaat kan bij de moeder zijn verantwoord zonder dat zij het bijbehorende vermogen vrij kan uitkeren. De wettelijke reserve deelneming houdt daarom het niet vrij beschikbare deel binnen het eigen vermogen gebonden; de reserve vormt geen tweede kostenpost. De accountant onderscheidt hiermee de juistheid van de winst van de beschikbaarheid van die winst voor uitkering.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
De aansluiting met het eigen vermogen
Merwede bezit het gehele jaar 70% van Riet bv.
- Gecorrigeerd eigen vermogen Riet op 1 januari
- € 800.000, vóór fair value-correcties.
- Winst Riet volgens eigen grondslagen
- € 120.000
- Gedeclareerd en betaald dividend Riet, 100%
- € 20.000
- Resterende fair value-meerwaarde gebouwen op 31 december
- € 76.000
- Overige waarderingsverschillen op 31 december
- Nihil; de verschillen in voorraad en garantievoorziening zijn volledig verdwenen.
Voor welk bedrag neemt Merwede haar 70%-deelneming Riet op de eindbalans op, rekening houdend met het gecorrigeerde beginvermogen, het jaarresultaat, dividend en het resterende gebouwverschil?
Basisregels bij deze vraag
Boekwaarde controleren vanuit het eindvermogen
Voor een eindbalanswaarde bepaal je eerst het eigen vermogen van Riet op einddatum. Voeg de op die datum nog resterende waarderingsverschillen naar moedergrondslagen toe. Pas daarna het deelnemingspercentage toe. Gebruik niet de oorspronkelijke fair-valuecorrectie als daarop inmiddels is afgeschreven. Goodwill wordt afzonderlijk gevolgd.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Het eigen vermogen volgens de eigen grondslagen wordt € 900.000. Na toevoeging van € 76.000 resterende meerwaarde is de NVW € 976.000.
70% × € 976.000 = € 683.200. Hetzelfde volgt uit € 581.000 beginwaarde + € 116.200 herrekend resultaataandeel − € 14.000 dividend.
Herken: gevraagd is een stand op de eindbalans, niet alleen het resultaat van het jaar.
Aanpak: beginvermogen plus resultaat minus totale uitkering, daarna resterende waarderingsverschillen en het aandeel van Merwede.
Controle: dezelfde uitkomst moet volgen uit beginboekwaarde deelneming plus aangepast winstaandeel minus ontvangen dividend.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Start met het gerapporteerde resultaat, bereken het jaareffect van iedere nog aanwezige waarderingscorrectie en pas vervolgens het winstaandeel toe. Bij nettovermogenswaarde verhoogt dit resultaat ook de boekwaarde van de deelneming; een verlies werkt omgekeerd.
Het resultaat van de dochter volgens haar eigen administratie is niet steeds het resultaat op de grondslagen van de moeder. Dezelfde waarderingsverschillen die de overnamebalans wijzigen, kunnen later via afschrijving, verkoop of vrijval in de winst doorwerken. De aansluiting tussen resultaatcorrecties en resterende balansverschillen biedt de accountant een controle op volledigheid en voorkomt dat de volledige oorspronkelijke correctie ieder jaar opnieuw wordt verwerkt.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Flex-bv: eerst de stemmen
Merwede houdt de hieronder weergegeven aandelen in Vaart bv. Elk stemrechtgevend aandeel geeft één stem.
- Overig
- Geen ingekochte eigen aandelen of afwijkende stemrechtovereenkomsten.
Casustabel bij deze vraag
| Soort aandeel | Geplaatst | In bezit |
|---|---|---|
| Stem- en winstrecht | 400 | 190 |
| Alleen stemrecht | 200 | 130 |
| Alleen winstrecht | 400 | 150 |
Is Vaart een dochtermaatschappij van Merwede op basis van de aantallen stemgerechtigde aandelen in de tabel? Motiveer de keuze met het effectieve stemrechtenpercentage.
Basisregels bij deze vraag
Aandelen met uitsluitend winstrecht geven geen stemmen
Bij een flex-bv kunnen winst- en stemrechten verschillen. Voor de dochtertoets tel je de aandelen met stemrecht, inclusief aandelen met zowel stem- als winstrecht. Aandelen met uitsluitend winstrecht blijven buiten deze stemmenberekening. De toets is meer dan de helft van de uitoefenbare stemmen.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Totaal 600 stemmen; Merwede beschikt over 320 stemmen. Het percentage is 53,33%, dus meer dan 50%.
Herken: de tabel onderscheidt drie aandelensoorten.
Aanpak: maak een stemrechtenteller voor Merwede en een stemrechtennoemer voor Vaart.
Controle: gebruik voor deze vraag niet de aandelen met uitsluitend winstrecht en niet het totale nominale kapitaal.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Splits de aandelen naar de eraan verbonden rechten. Gebruik de uitoefenbare stemmen bij zeggenschap, het geplaatste kapitaal bij het deelnemingsvermoeden en de winstrechten bij resultaat of dividend. Artikel 2:24d lid 2 noemt uitzonderingen waarbij statutaire stemrechtloze BV-aandelen juist meetellen.
Stemrecht, kapitaalverschaffing en winstrecht beantwoorden verschillende vragen. Door voor iedere toets een eigen teller en noemer te gebruiken, voorkom je dat een aandeel zonder stemrecht ten onrechte buiten de vermogens- of dividendberekening blijft. Deze uitsplitsing maakt controleerbaar waarom het percentage voor een dochtertoets anders kan zijn dan het percentage waarmee het resultaat wordt toegerekend.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Flex-bv: dividend verdelen
Vaart keert per bank een totaal dividend van € 120.000 uit.
- Winstrechtgevende aandelen
- 400 gewone aandelen en 400 aandelen met uitsluitend winstrecht; alle met gelijke winstrechten.
- Bezit Merwede
- 190 gewone aandelen, 150 aandelen met alleen winstrecht en 130 met alleen stemrecht.
- Waardering bij Merwede
- Nettovermogenswaarde.
Casustabel bij deze vraag
Gewone en uitsluitend winstgerechtigde aandelen hebben in deze casus gelijke winstrechten. Bereken het gevraagde percentage voor deze vraag afzonderlijk.
| Aandelensoort | Geplaatst | In bezit van Merwede |
|---|---|---|
| Stem- en winstrecht | 400 | 190 |
| Alleen stemrecht | 200 | 130 |
| Alleen winstrecht | 400 | 150 |
Welke journaalpost maakt Merwede bij ontvangst van haar aandeel in Vaarts dividend, berekend volgens de winstrechten in de tabel en bij waardering tegen NVW?
Basisregels bij deze vraag
Dividend volgt winstrechten
Bereken een dividenduitkering met de aandelen die winstrecht dragen. Het percentage kan afwijken van het stemrechtenpercentage uit een dochtertoets. Bij NVW komt ontvangen dividend tegenover een afname van de deelneming. Gebruik alleen de in deze vraag beschikbare aandelen- en dividendgegevens.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 1.. Bank | 51.000 | |
| 0.. Aan Deelneming Vaart | 51.000 |
Alleen de 340 winstrechtgevende aandelen van Merwede delen mee in de 800 winstrechtgevende aandelen. Het ontvangen dividend is € 51.000.
Herken: de vraag verschuift van zeggenschap naar een uitkering.
Aanpak: tel de gewone en uitsluitend winstgerechtigde aandelen van Merwede en deel door alle winstgerechtigde aandelen.
Controle: boek het ontvangen bedrag niet nogmaals als opbrengst wanneer het belang tegen NVW wordt gewaardeerd.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Splits de aandelen naar de eraan verbonden rechten. Gebruik de uitoefenbare stemmen bij zeggenschap, het geplaatste kapitaal bij het deelnemingsvermoeden en de winstrechten bij resultaat of dividend. Artikel 2:24d lid 2 noemt uitzonderingen waarbij statutaire stemrechtloze BV-aandelen juist meetellen.
Stemrecht, kapitaalverschaffing en winstrecht beantwoorden verschillende vragen. Door voor iedere toets een eigen teller en noemer te gebruiken, voorkom je dat een aandeel zonder stemrecht ten onrechte buiten de vermogens- of dividendberekening blijft. Deze uitsplitsing maakt controleerbaar waarom het percentage voor een dochtertoets anders kan zijn dan het percentage waarmee het resultaat wordt toegerekend.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Flex-bv: nominale waarde apart houden
Alle aandelen van Vaart zijn bij oprichting uitgegeven tegen hun nominale waarde van € 100.
- Geplaatst kapitaal
- 1.000 aandelen: 400 gewone, 200 met alleen stemrecht en 400 met alleen winstrecht.
- Bezit Merwede
- 190 gewone, 130 met alleen stemrecht en 150 met alleen winstrecht.
- Reserves en resultaat Vaart
- Samen € 200.000; gewone en uitsluitend winstrechtgevende aandelen delen hierin gelijk.
- Waarderingsverschillen
- Geen; de uitsluitend stemrechtgevende aandelen blijven op nominale waarde.
Casustabel bij deze vraag
Gewone en uitsluitend winstgerechtigde aandelen hebben in deze casus gelijke winstrechten. Bereken het gevraagde percentage voor deze vraag afzonderlijk.
| Aandelensoort | Geplaatst | In bezit van Merwede |
|---|---|---|
| Stem- en winstrecht | 400 | 190 |
| Alleen stemrecht | 200 | 130 |
| Alleen winstrecht | 400 | 150 |
Hoe hoog is de boekwaarde van Merwedes belang in Vaart wanneer de nominale kapitaalinbreng per gehouden aandeel en het aandeel in de winstreserves volgens de winstrechten afzonderlijk worden berekend?
Basisregels bij deze vraag
Nominaal kapitaal en winstreserves apart verdelen
Volg de rechten van de in de casus onderscheiden aandelen. De kapitaalinbreng hangt samen met het gehouden nominale kapitaal; het aandeel in winstreserves volgt de winstrechten. Eén enkel percentage op het gehele eigen vermogen kan daardoor onjuist zijn. De vraag sluit aan op de afzonderlijke waardering van de aandelensoorten in de genoemde tentamenuitwerking.
Bronnen bij deze basisregels
Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Finken, vragen 6–7, p. 3–4 (stemrechten versus winstrechten).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Finken, vragen 6–7, p. 3–4 (stemrechten versus winstrechten).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Nominaal kapitaal in bezit: 470 × € 100 = € 47.000. Aandeel in reserves en resultaat: 340/800 × € 200.000 = € 85.000.
Totale boekwaarde: € 132.000. Deze splitsing sluit aan op de officiële Ahorn/Finken-uitwerking.
Herken: alleen-stemrechtaandelen delen niet op dezelfde manier in de winstreserves.
Aanpak: bereken eerst het nominale aandeel en voeg daarna het aandeel in de winstreserves toe.
Controle: gebruik voor de winstreserves niet het percentage van de stemmen.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Splits de aandelen naar de eraan verbonden rechten. Gebruik de uitoefenbare stemmen bij zeggenschap, het geplaatste kapitaal bij het deelnemingsvermoeden en de winstrechten bij resultaat of dividend. Artikel 2:24d lid 2 noemt uitzonderingen waarbij statutaire stemrechtloze BV-aandelen juist meetellen.
Stemrecht, kapitaalverschaffing en winstrecht beantwoorden verschillende vragen. Door voor iedere toets een eigen teller en noemer te gebruiken, voorkom je dat een aandeel zonder stemrecht ten onrechte buiten de vermogens- of dividendberekening blijft. Deze uitsplitsing maakt controleerbaar waarom het percentage voor een dochtertoets anders kan zijn dan het percentage waarmee het resultaat wordt toegerekend.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Finken, vragen 6–7, p. 3–4 (stemrechten versus winstrechten).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
De bv koopt haar eigen aandelen in
Vaart koopt een deel van haar eigen aandelen in voor € 210.000.
- Nominaal bedrag ingekochte aandelen
- € 30.000
- Betaling
- Direct per bank.
- Vervolg
- De aandelen worden niet ingetrokken. De inkoop wordt ten laste van overige reserves verwerkt.
Welke journaalpost verwerkt Vaart voor de inkoop van eigen aandelen tegen € 210.000 ten laste van de overige reserves, zonder intrekking van de aandelen?
Basisregels bij deze vraag
Eigen aandelen niet activeren
Ingekochte eigen aandelen worden niet als actief opgenomen. De verkrijgingsprijs komt ten laste van het eigen vermogen; in deze vraag zijn daarvoor de overige reserves aangewezen. Omdat geen intrekking plaatsvindt, verlaag je het geplaatste kapitaal niet met de nominale waarde. Onderscheid de betaalde prijs van de nominale omvang van de aandelen.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2023, opgave 1 Moneglia/Rapallo, vraag 7, p. 5 (inkoop eigen aandelen).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2023, opgave 1 Moneglia/Rapallo, vraag 7, p. 5 (inkoop eigen aandelen).
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Overige reserves | 210.000 | |
| 1.. Aan Bank | 210.000 |
De verkrijgingsprijs van de eigen aandelen komt ten laste van het eigen vermogen. Het aandelenkapitaal blijft hier ongewijzigd.
Herken: eigen aandelen worden ingekocht, maar niet ingetrokken.
Aanpak: verwerk de volledige betaalde prijs als afname van overige reserves en bank.
Controle: er ontstaat geen deelnemingsactief in de eigen vennootschap en geen afzonderlijk aankoopresultaat.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bepaal wie de aandelen houdt en wanneer de houdster dochtermaatschappij werd. Artikel 2:385 lid 5 verbiedt activering van rechtstreeks gehouden eigen aandelen en regelt de vermindering van het belang in de dochter, met een afzonderlijke regel voor reeds vóór de dochterstatus verkregen aandelen.
Eigen aandelen vertegenwoordigen voor de uitgevende rechtspersoon geen vermogen tegenover een buitenstaander. Ook een indirect gehouden eigen belang mag daarom niet ongemerkt als een gewoon actief in de deelnemingswaarde blijven zitten. Het geplaatste kapitaal wordt daarbij niet simpelweg verlaagd met de ingekochte aandelen. De accountant moet presentatie, waardering en de gevolgen voor stemrechten afzonderlijk beoordelen.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2023, opgave 1 Moneglia/Rapallo, vraag 7, p. 5 (inkoop eigen aandelen).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Een dochter houdt aandelen in haar moeder
Merwede koopt 80% van Vliet bv voor € 600.000 per bank.
- In de prijs begrepen goodwill
- € 60.000
- Bezit Vliet
- Aandelen in Merwede met een boekwaarde van € 90.000.
- Voorgeschreven correctie
- Merwede corrigeert evenredig aan haar 80%-belang.
- Waardering
- Vliet wordt tegen NVW opgenomen.
Welke combinatie van aankoopboeking en evenredige correctie van 80% verwerkt Merwede voor de door Vliet gehouden aandelen Merwede?
Basisregels bij deze vraag
Middellijk eigen aandelen via een dochter
Splits eerst de aankoopprijs in deelneming tegen NVW en afzonderlijke goodwill. De door de dochter gehouden aandelen in de moeder leiden vervolgens tot een correctie op het eigen vermogen en de deelneming. De bronuitwerking accepteert verschillende omvangvarianten; deze eigen oefenvraag schrijft daarom uitdrukkelijk de evenredige 80%-variant voor. Volg die variant consequent.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Palau, vragen 5–6, p. 3–4 (art. 2:373 lid 2, 2:378 lid 2 en 2:385 lid 5 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Palau, vragen 5–6, p. 3–4 (art. 2:373 lid 2, 2:378 lid 2 en 2:385 lid 5 BW).
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Deelneming Vliet | 540.000 | |
| 0.. Goodwill Vliet | 60.000 | |
| 1.. Aan Bank | 600.000 |
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Overige reserves | 72.000 | |
| 0.. Aan Deelneming Vliet | 72.000 |
De aankoop wordt gesplitst in € 540.000 deelneming en € 60.000 goodwill. De voorgeschreven evenredige correctie is € 72.000.
Resterende boekwaarde deelneming: € 468.000. In het oorspronkelijke Palau-model worden 100% en evenredige correctie beide geaccepteerd; hier is de evenredige variant uitdrukkelijk voorgeschreven.
Herken: de dochter bezit aandelen in de moeder en de correctievariant is expliciet gegeven.
Aanpak: begin bij de deelneming exclusief goodwill en trek de voorgeschreven eigen-aandelencorrectie af.
Controle: corrigeer niet nogmaals de goodwill en wissel niet ongemerkt tussen een 100%- en 80%-correctie.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bepaal wie de aandelen houdt en wanneer de houdster dochtermaatschappij werd. Artikel 2:385 lid 5 verbiedt activering van rechtstreeks gehouden eigen aandelen en regelt de vermindering van het belang in de dochter, met een afzonderlijke regel voor reeds vóór de dochterstatus verkregen aandelen.
Eigen aandelen vertegenwoordigen voor de uitgevende rechtspersoon geen vermogen tegenover een buitenstaander. Ook een indirect gehouden eigen belang mag daarom niet ongemerkt als een gewoon actief in de deelnemingswaarde blijven zitten. Het geplaatste kapitaal wordt daarbij niet simpelweg verlaagd met de ingekochte aandelen. De accountant moet presentatie, waardering en de gevolgen voor stemrechten afzonderlijk beoordelen.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Palau, vragen 5–6, p. 3–4 (art. 2:373 lid 2, 2:378 lid 2 en 2:385 lid 5 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Overstap naar zichtbaar eigen vermogen
Merwede stapt per 31 december 2025 voor Polder bv over van verkrijgingsprijs naar zichtbaar eigen vermogen.
- Oud pakket
- 35%, sinds 2018, boekwaarde € 400.000. De daarin begrepen goodwill zou op 31 december 2025 volledig zijn afgeschreven.
- Nieuw pakket
- 25%, gekocht op 1 juli 2025 voor € 650.000.
- Zichtbaar eigen vermogen Polder
- 1 juli 2025: € 1.400.000; 31 december 2025: € 1.600.000.
- Goodwill nieuw pakket
- 5 jaar lineair; halfjaarafschrijving over 2025.
- Voorschrift
- Beide pakketten staan tot de overstap tegen verkrijgingsprijs. Boek de stelselwijziging via overige reserves; er zijn geen andere waarderingsverschillen.
Welke aanpassingsjournaalposten zijn nodig bij de overgang van verkrijgingsprijs naar zichtbaar-intrinsieke-waardewaardering per 31 december, afzonderlijk voor het oude 35%-belang en de nieuwe 25%-aankoop?
Basisregels bij deze vraag
Overgang naar vermogensmutatiewaardering per aankooplaag
Werk iedere verwerving uit vanaf haar eigen aankoopdatum en vermogensbasis. Bepaal de goodwill per aankooplaag, de volgens de casus verstreken afschrijving en het aandeel in het eindvermogen. De overgang wordt in de gebruikte tentamenuitwerking verwerkt met afzonderlijke deelnemings-, goodwill- en reservemutaties. Pas geen nieuwe goodwillberekening toe op basis van alleen het gezamenlijke eindpercentage.
Bronnen bij deze basisregels
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Deelneming Polder | 160.000 | |
| 0.. Aan Overige reserves | 160.000 |
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Goodwill Polder | 270.000 | |
| 0.. Aan Deelneming Polder | 250.000 | |
| 0.. Aan Overige reserves | 20.000 |
Oud pakket: 35% × € 1.600.000 − € 400.000 = € 160.000 stijging.
Nieuw pakket: goodwill bij aankoop € 650.000 − 25% × € 1.400.000 = € 300.000; resterende goodwill € 270.000.
Deelneming nieuw pakket wordt € 400.000, dus € 250.000 lager. Het verschil van € 20.000 komt in de overige reserves. Totale deelneming na de overgang: € 960.000.
Herken: twee aankoopmomenten en een latere wijziging van waarderingsgrondslag.
Aanpak: maak twee aansluitingen en voeg de uitkomsten pas daarna samen.
Controle: de eindwaarde van de deelneming moet aansluiten op het totale belang in het opgegeven eindvermogen; goodwill staat daarnaast afzonderlijk.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Identificeer oude en nieuwe grondslag en het moment van wijziging. Bereken de nieuwe deelnemingswaarde en behandel goodwill en eerdere vermogensmutaties afzonderlijk volgens de cursuscasus. Bij actuele waarde hangen resultaatverwerking en herwaarderingsreserve samen met artikel 2:384 lid 7 en 2:390, niet met een algemene regel dat iedere stijging naar de reserve gaat.
Vergelijkbare jaarcijfers vragen om bestendige grondslagen. Een overstap moet daarom eerst worden gemotiveerd voordat het verschil in boekwaarde wordt geboekt; een hogere uitkomst is op zichzelf geen reden om van methode te wisselen. Dit voorkomt dat een mutatie die volgens de uitwerking binnen het eigen vermogen thuishoort ten onrechte als winst van het lopende jaar wordt gepresenteerd.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Twee deelnemingen en één wettelijke reserve
Merwede waardeert twee deelnemingen tegen NVW en kan bij geen van beide verdere uitkeringen zonder beperkingen bewerkstelligen.
- Deelneming A
- Cumulatief resultaat sinds eerste waardering: + € 240.000; nadien gedeclareerd dividend: € 30.000.
- Deelneming B
- Cumulatief resultaat sinds eerste waardering: − € 90.000; geen dividend.
- Bedragen
- Alle bedragen zijn al het aandeel van Merwede.
- Overig
- Geen rechtstreekse vermogensmutaties en geen goodwill.
Hoe hoog is Merwedes totale wettelijke reserve deelneming wanneer het cumulatieve resultaat van deelneming A positief is en dat van deelneming B negatief, en verdere uitkeringen niet vrij kunnen worden bewerkstelligd?
Basisregels bij deze vraag
Negatieve deelnemingen niet salderen
De wettelijke reserve wordt per deelneming beoordeeld. Een deelneming waarvan het cumulatieve resultaat sinds de eerste vermogensmutatiewaardering niet positief is, telt voor deze berekening niet mee. Een verlies bij B verlaagt daarom niet zonder meer de voor A vereiste reserve. Trek de relevante uitkeringsrechten af bij de deelneming waarop zij betrekking hebben.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Voor A is € 210.000 gebonden. B heeft cumulatief geen positief resultaat en wordt voor deze berekening niet meegenomen.
Je mag B dus niet met de gebonden winst van A salderen.
Herken: de casus zet een winstgevende en een verliesgevende deelneming naast elkaar.
Aanpak: bereken de reserve per belang en tel uitsluitend de positieve vereisten op.
Controle: voorkom saldering van het negatieve cumulatieve resultaat van B met de gebonden winst van A.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Onderzoek per deelneming de cumulatief positieve resultaten en rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds eerste waardering. Verwerk de verminderingen en uitkeringen waarop recht is verkregen én uitkeringen die zonder beperkingen kunnen worden bewerkstelligd zoals lid 6 voorschrijft. Alleen ontvangen dividend aftrekken is te beperkt.
Een resultaat kan bij de moeder zijn verantwoord zonder dat zij het bijbehorende vermogen vrij kan uitkeren. De wettelijke reserve deelneming houdt daarom het niet vrij beschikbare deel binnen het eigen vermogen gebonden; de reserve vormt geen tweede kostenpost. De accountant onderscheidt hiermee de juistheid van de winst van de beschikbaarheid van die winst voor uitkering.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Van aankoop tot eindbalans
Merwede koopt op 1 januari 2025 75% van Waterland voor € 710.000. De deelneming wordt tegen NVW gewaardeerd.
- Voorlopig eigen vermogen bij aankoop
- € 840.000. Een ontbrekende kostenfactuur van € 20.000 wordt alsnog in het oude boekjaar verwerkt.
- Gebouw bij aankoop
- Meerwaarde € 160.000; resterende levensduur 20 jaar, restwaarde nihil.
- Voorraad bij aankoop
- Extra voorziening volgens Merwede € 24.000.
- Garantievoorziening bij aankoop
- Extra voorziening volgens Merwede € 36.000.
- Winst 2025 volgens Waterland
- € 210.000
- Verschillen ultimo 2025
- Extra voorraadvoorziening € 6.000; geen verschil meer in garantievoorziening.
- Dividend Waterland, totaal
- € 64.000 gedeclareerd en betaald in 2025.
- Overig
- Goodwill in 5 jaar lineair tot nihil. Geen belastingen of andere mutaties.
Welke combinatie geeft de boekwaarde van Merwedes 75%-deelneming Water en de afzonderlijke goodwill per einde boekjaar, na alle genoemde fouten-, fair-value-, resultaat- en dividendcorrecties?
Basisregels bij deze vraag
Aankoop, jaarmutaties en eindbalans aansluiten
Scheid drie berekeningen: de nettovermogenswaarde op aankoopdatum, het aangepaste resultaat gedurende het jaar en de resterende verschillen op einddatum. Houd goodwill in een eigen verloopstaat met haar eigen afschrijving. Dividend verlaagt bij NVW de deelneming. Toets de eindwaarde zowel via de mutaties als via het aangepaste eigen vermogen van Water.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
NVW bij aankoop: € 920.000 voor 100%; het 75%-pakket is € 690.000. Goodwill: € 20.000.
Herrekende winst: € 210.000 − € 8.000 + € 18.000 + € 36.000 = € 256.000. Aandeel Merwede: € 192.000.
Deelneming ultimo: € 690.000 + € 192.000 − € 48.000 = € 834.000. Goodwill ultimo: € 16.000.
Balanscontrole: (gecorrigeerd beginvermogen € 820.000 + winst € 210.000 − dividend € 64.000 + resterende gebouwenmeerwaarde € 152.000 − voorraadverschil € 6.000) × 75% = € 834.000.
Herken: een eindcasus combineert aankoopcorrecties en latere vrijvallen of afschrijvingen.
Aanpak: werk met een aankoopstaat, een resultaatbrug en twee afzonderlijke verloopstaten voor deelneming en goodwill.
Controle: het aandeel in het aangepaste eindvermogen en het verloop van de deelnemingsrekening moeten op hetzelfde bedrag uitkomen.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Start met het gerapporteerde resultaat, bereken het jaareffect van iedere nog aanwezige waarderingscorrectie en pas vervolgens het winstaandeel toe. Bij nettovermogenswaarde verhoogt dit resultaat ook de boekwaarde van de deelneming; een verlies werkt omgekeerd.
Het resultaat van de dochter volgens haar eigen administratie is niet steeds het resultaat op de grondslagen van de moeder. Dezelfde waarderingsverschillen die de overnamebalans wijzigen, kunnen later via afschrijving, verkoop of vrijval in de winst doorwerken. De aansluiting tussen resultaatcorrecties en resterende balansverschillen biedt de accountant een controle op volledigheid en voorkomt dat de volledige oorspronkelijke correctie ieder jaar opnieuw wordt verwerkt.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Kapitaalbelangen: resultaat
Automatische totaalscores zijn beschikbaar als scripts worden uitgevoerd. Via de vragen kun je iedere uitwerking bekijken.