CAFA2 LEER- EN OEFENOMGEVING
Onderwerpen

Kapitaalbelangen

30 vragen · basisweergave zonder JavaScript

Vraagoverzicht
Kapitaalbelangen

Onderwerpen

Nog te doen: 30

Niet beantwoordBeantwoord◇Gemarkeerd
OPGAVE 11Theorie
1 van 30

Wanneer is sprake van een deelneming?

Een bv neemt een kapitaalbelang in een andere bv.

Welke omschrijving bevat de vier kwalitatieve criteria voor een deelneming volgens artikel 2:24c lid 1 BW?

Basisregels bij deze vraag

Deelneming: eerst de wettelijke criteria

Beoordeel of voor eigen rekening kapitaal wordt verschaft om duurzaam verbonden te zijn ten dienste van de eigen werkzaamheid. Het wettelijke vermoeden vanaf een vijfde van het geplaatste kapitaal ondersteunt deze beoordeling, maar vervangt de kwalitatieve criteria niet. De kwalificatie deelneming is een andere beslissing dan de waardering tegen nettovermogenswaarde.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A

Kapitaalverschaffing, voor eigen rekening, duurzame verbondenheid en dienstbaarheid aan de eigen werkzaamheid.

De vier criteria staan in art. 2:24c lid 1 BW. Bij een vijfde of meer van het geplaatste kapitaal wordt het bestaan van een deelneming vermoed.

Patroonherkenning

Herken: de vraag gaat over de aard van het kapitaalbelang, niet over de zeggenschap of de boekwaarde.

Aanpak: toets kapitaalverschaffing, eigen rekening, duurzame verbondenheid en dienstbaarheid afzonderlijk.

Controle: gebruik artikel 2:24c voor deelneming; artikel 2:24a voor dochtermaatschappij en artikel 2:389 voor waardering.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Benoem eerst de houder, daarna de wettelijke kenmerken en de concrete casusfeiten. Toets een deelneming, dochtermaatschappij en groepsmaatschappij afzonderlijk. Het vermoeden vanaf 20% geplaatst kapitaal gaat over deelneming; het vermoeden vanaf 20% stemmen gaat over invloed van betekenis.

De kwalificatie verklaart welke economische relatie de jaarrekening moet laten zien. Een duurzaam zakelijk samenwerkingsbelang is iets anders dan een aandelenpakket dat alleen voor rendement wordt gehouden; daarom bepaalt het percentage niet zelfstandig de uitkomst. Voor de accountant is deze scheiding relevant omdat een onjuiste kwalificatie kan doorwerken in de balansrubriek, de waarderingsgrondslag en de consolidatiekring.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A

Kapitaalverschaffing, voor eigen rekening, duurzame verbondenheid en dienstbaarheid aan de eigen werkzaamheid.

De vier criteria staan in art. 2:24c lid 1 BW. Bij een vijfde of meer van het geplaatste kapitaal wordt het bestaan van een deelneming vermoed.

Patroonherkenning

Herken: de vraag gaat over de aard van het kapitaalbelang, niet over de zeggenschap of de boekwaarde.

Aanpak: toets kapitaalverschaffing, eigen rekening, duurzame verbondenheid en dienstbaarheid afzonderlijk.

Controle: gebruik artikel 2:24c voor deelneming; artikel 2:24a voor dochtermaatschappij en artikel 2:389 voor waardering.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Benoem eerst de houder, daarna de wettelijke kenmerken en de concrete casusfeiten. Toets een deelneming, dochtermaatschappij en groepsmaatschappij afzonderlijk. Het vermoeden vanaf 20% geplaatst kapitaal gaat over deelneming; het vermoeden vanaf 20% stemmen gaat over invloed van betekenis.

De kwalificatie verklaart welke economische relatie de jaarrekening moet laten zien. Een duurzaam zakelijk samenwerkingsbelang is iets anders dan een aandelenpakket dat alleen voor rendement wordt gehouden; daarom bepaalt het percentage niet zelfstandig de uitkomst. Voor de accountant is deze scheiding relevant omdat een onjuiste kwalificatie kan doorwerken in de balansrubriek, de waarderingsgrondslag en de consolidatiekring.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 12Theorie
2 van 30

Een kleiner belang met een duidelijk doel

Merwede bezit 15% van Lever bv.

Doel
De levering van essentiële onderdelen voor de eigen productie duurzaam veiligstellen.
Economisch belang
Merwede houdt de aandelen voor eigen rekening.
Voornemen
Het belang blijft voor langere tijd in bezit.

Hoe kwalificeert Merwede het 15%-kapitaalbelang in Lever op basis van de beschreven samenwerking en het doel van het belang?

Basisregels bij deze vraag

Een belang onder 20% kan een deelneming zijn

Bij minder dan 20% bestaat niet het wettelijke vermoeden van een deelneming. Een deelneming kan echter wel aanwezig zijn wanneer de vier kwalitatieve criteria van artikel 2:24c lid 1 BW zijn vervuld. Kijk daarom naar de duurzame samenwerking en de betekenis voor de eigen bedrijfsactiviteiten; het percentage alleen geeft geen afdoende antwoord.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B

Als deelneming: de kwalitatieve criteria zijn vervuld, ook al bedraagt het belang minder dan 20%.

De kapitaalverschaffing dient duurzaam de eigen werkzaamheid en geschiedt voor eigen rekening. Een belang onder 20% kan dus een deelneming zijn.

Patroonherkenning

Herken: het lage percentage staat naast concrete informatie over strategische samenwerking.

Aanpak: verbind de feiten over Lever aan de vier wettelijke criteria in plaats van uitsluitend een grenspercentage te noemen.

Controle: leid uit de kwalificatie deelneming nog niet automatisch waardering tegen NVW af; daarvoor is invloed van betekenis nodig.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Benoem eerst de houder, daarna de wettelijke kenmerken en de concrete casusfeiten. Toets een deelneming, dochtermaatschappij en groepsmaatschappij afzonderlijk. Het vermoeden vanaf 20% geplaatst kapitaal gaat over deelneming; het vermoeden vanaf 20% stemmen gaat over invloed van betekenis.

De kwalificatie verklaart welke economische relatie de jaarrekening moet laten zien. Een duurzaam zakelijk samenwerkingsbelang is iets anders dan een aandelenpakket dat alleen voor rendement wordt gehouden; daarom bepaalt het percentage niet zelfstandig de uitkomst. Voor de accountant is deze scheiding relevant omdat een onjuiste kwalificatie kan doorwerken in de balansrubriek, de waarderingsgrondslag en de consolidatiekring.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B

Als deelneming: de kwalitatieve criteria zijn vervuld, ook al bedraagt het belang minder dan 20%.

De kapitaalverschaffing dient duurzaam de eigen werkzaamheid en geschiedt voor eigen rekening. Een belang onder 20% kan dus een deelneming zijn.

Patroonherkenning

Herken: het lage percentage staat naast concrete informatie over strategische samenwerking.

Aanpak: verbind de feiten over Lever aan de vier wettelijke criteria in plaats van uitsluitend een grenspercentage te noemen.

Controle: leid uit de kwalificatie deelneming nog niet automatisch waardering tegen NVW af; daarvoor is invloed van betekenis nodig.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Benoem eerst de houder, daarna de wettelijke kenmerken en de concrete casusfeiten. Toets een deelneming, dochtermaatschappij en groepsmaatschappij afzonderlijk. Het vermoeden vanaf 20% geplaatst kapitaal gaat over deelneming; het vermoeden vanaf 20% stemmen gaat over invloed van betekenis.

De kwalificatie verklaart welke economische relatie de jaarrekening moet laten zien. Een duurzaam zakelijk samenwerkingsbelang is iets anders dan een aandelenpakket dat alleen voor rendement wordt gehouden; daarom bepaalt het percentage niet zelfstandig de uitkomst. Voor de accountant is deze scheiding relevant omdat een onjuiste kwalificatie kan doorwerken in de balansrubriek, de waarderingsgrondslag en de consolidatiekring.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 13Theorie
3 van 30

Hetzelfde percentage, een ander voornemen

Merwede koopt 18% van Tour bv.

Voornemen
De aandelen binnen drie maanden met koerswinst doorverkopen.
Samenwerking
Geen; de activiteiten houden geen verband met de eigen werkzaamheden.

Hoe kwalificeert Merwede het 18%-belang in Tour, gezien het voornemen tot snelle verkoop en het ontbreken van een verbinding met de eigen bedrijfsactiviteiten?

Basisregels bij deze vraag

Tijdelijk aanhouden voor koerswinst

De bedoeling bij het aanhouden van een belang is relevant voor de kwalificatie. Een belang dat uitsluitend tijdelijk voor verkoopwinst wordt gehouden, voldoet niet zonder meer aan duurzame verbondenheid ten dienste van de eigen werkzaamheid. Onderscheid de kwalificatie belegging van de daaropvolgende keuze van waarderingsgrondslag.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A

Een kortlopende belegging.

Zowel duurzame verbondenheid als dienstbaarheid aan de eigen werkzaamheid ontbreekt. De officiële Rosen-uitwerking kwalificeert de vergelijkbare situatie als kortlopende belegging.

Patroonherkenning

Herken: de casus benadrukt snelle verkoop en geen bedrijfsmatige samenwerking.

Aanpak: toets vooral de ontbrekende duurzame en functionele verbondenheid aan artikel 2:24c lid 1 BW.

Controle: een percentage onder 20% is niet zelfstandig de reden; een strategisch belang met hetzelfde percentage kan anders kwalificeren.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Benoem eerst de houder, daarna de wettelijke kenmerken en de concrete casusfeiten. Toets een deelneming, dochtermaatschappij en groepsmaatschappij afzonderlijk. Het vermoeden vanaf 20% geplaatst kapitaal gaat over deelneming; het vermoeden vanaf 20% stemmen gaat over invloed van betekenis.

De kwalificatie verklaart welke economische relatie de jaarrekening moet laten zien. Een duurzaam zakelijk samenwerkingsbelang is iets anders dan een aandelenpakket dat alleen voor rendement wordt gehouden; daarom bepaalt het percentage niet zelfstandig de uitkomst. Voor de accountant is deze scheiding relevant omdat een onjuiste kwalificatie kan doorwerken in de balansrubriek, de waarderingsgrondslag en de consolidatiekring.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A

Een kortlopende belegging.

Zowel duurzame verbondenheid als dienstbaarheid aan de eigen werkzaamheid ontbreekt. De officiële Rosen-uitwerking kwalificeert de vergelijkbare situatie als kortlopende belegging.

Patroonherkenning

Herken: de casus benadrukt snelle verkoop en geen bedrijfsmatige samenwerking.

Aanpak: toets vooral de ontbrekende duurzame en functionele verbondenheid aan artikel 2:24c lid 1 BW.

Controle: een percentage onder 20% is niet zelfstandig de reden; een strategisch belang met hetzelfde percentage kan anders kwalificeren.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Benoem eerst de houder, daarna de wettelijke kenmerken en de concrete casusfeiten. Toets een deelneming, dochtermaatschappij en groepsmaatschappij afzonderlijk. Het vermoeden vanaf 20% geplaatst kapitaal gaat over deelneming; het vermoeden vanaf 20% stemmen gaat over invloed van betekenis.

De kwalificatie verklaart welke economische relatie de jaarrekening moet laten zien. Een duurzaam zakelijk samenwerkingsbelang is iets anders dan een aandelenpakket dat alleen voor rendement wordt gehouden; daarom bepaalt het percentage niet zelfstandig de uitkomst. Voor de accountant is deze scheiding relevant omdat een onjuiste kwalificatie kan doorwerken in de balansrubriek, de waarderingsgrondslag en de consolidatiekring.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 14Theorie
4 van 30

Kapitaalpercentage of stemrechten?

Een deelneming geeft zowel stemrechtloze als stemrechtgevende aandelen uit.

Welk wettelijk vermoeden van invloed van betekenis gebruikt artikel 2:389 lid 1 BW voor toepassing van de vermogensmutatiemethode?

Basisregels bij deze vraag

Invloed van betekenis gaat over het beleid

Voor de vermogensmutatiemethode moet invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid bestaan. Vanaf een vijfde van de naar eigen inzicht uit te brengen stemmen wordt die invloed vermoed. Het gaat hier dus om stemrechten, terwijl het vermoeden van een deelneming in artikel 2:24c betrekking heeft op kapitaalverschaffing. Feitelijke invloed blijft beslissend.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C

Een vijfde of meer van de stemmen naar eigen inzicht kunnen uitbrengen of doen uitbrengen.

Het vermoeden in art. 2:389 lid 1 is gebaseerd op stemmen. Art. 2:24c lid 1 gebruikt voor het vermoeden van een deelneming juist het geplaatste kapitaal.

Patroonherkenning

Herken: de vraag noemt waardering en invloed op het beleid.

Aanpak: bepaal de uit te oefenen stemrechten en beoordeel daarna aanwijzingen voor feitelijke invloed.

Controle: verwissel 20% van de stemmen niet met 20% van het kapitaal en maak van een vermoeden geen onweerlegbare regel.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin bij artikel 2:389 lid 1. Bij invloed van betekenis is nettovermogenswaarde volgens lid 2 de hoofdregel. Lid 3 is een alternatief binnen de vermogensmutatiemethode bij onvoldoende gegevens; lid 9 verlangt gegronde, toegelichte redenen voor afwijking. Zonder invloed verwijst de syllabus naar artikel 2:384.

Bij invloed van betekenis laat een onveranderlijke aankoopprijs de ontwikkeling van het onderliggende vermogen niet zien. De vermogensmutatiemethode volgt die ontwikkeling op vergelijkbare grondslagen, zodat prijs, resultaat en vermogen niet door elkaar worden gebruikt. Het belang voor de accountant is dat een gekozen grondslag inhoudelijk moet volgen uit de omstandigheden, niet uit de gewenste hoogte van het resultaat.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C

Een vijfde of meer van de stemmen naar eigen inzicht kunnen uitbrengen of doen uitbrengen.

Het vermoeden in art. 2:389 lid 1 is gebaseerd op stemmen. Art. 2:24c lid 1 gebruikt voor het vermoeden van een deelneming juist het geplaatste kapitaal.

Patroonherkenning

Herken: de vraag noemt waardering en invloed op het beleid.

Aanpak: bepaal de uit te oefenen stemrechten en beoordeel daarna aanwijzingen voor feitelijke invloed.

Controle: verwissel 20% van de stemmen niet met 20% van het kapitaal en maak van een vermoeden geen onweerlegbare regel.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin bij artikel 2:389 lid 1. Bij invloed van betekenis is nettovermogenswaarde volgens lid 2 de hoofdregel. Lid 3 is een alternatief binnen de vermogensmutatiemethode bij onvoldoende gegevens; lid 9 verlangt gegronde, toegelichte redenen voor afwijking. Zonder invloed verwijst de syllabus naar artikel 2:384.

Bij invloed van betekenis laat een onveranderlijke aankoopprijs de ontwikkeling van het onderliggende vermogen niet zien. De vermogensmutatiemethode volgt die ontwikkeling op vergelijkbare grondslagen, zodat prijs, resultaat en vermogen niet door elkaar worden gebruikt. Het belang voor de accountant is dat een gekozen grondslag inhoudelijk moet volgen uit de omstandigheden, niet uit de gewenste hoogte van het resultaat.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §4.1–4.2, p. 10–12 (art. 2:24c lid 1 BW).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 15Theorie
5 van 30

Wel invloed, onvoldoende gegevens

Merwede oefent invloed van betekenis uit op het zakelijke en financiële beleid van een deelneming.

Beschikbare gegevens
Onvoldoende om de nettovermogenswaarde te bepalen.
Wel beschikbaar
Het eigen vermogen volgens de jaarrekening van de deelneming, haar resultaat en uitkeringen.
Overig
Geen beroep op een andere gegronde reden.

Welke waarderingsmogelijkheid biedt artikel 2:389 lid 3 BW wanneer invloed van betekenis bestaat, maar onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om de nettovermogenswaarde te bepalen?

Basisregels bij deze vraag

Onvoldoende gegevens voor nettovermogenswaarde

Invloed van betekenis bepaalt eerst dat de vermogensmutatiemethode aan de orde is. Als gegevens voor de nettovermogenswaarde ontbreken, laat artikel 2:389 lid 3 BW een op andere wijze bepaalde waarde toe. In de syllabus wordt dit uitgewerkt met zichtbaar intrinsieke waarde als uitgangspunt, gevolgd door verwerking van het aandeel in resultaat en uitkeringen. Gebrek aan NVW-gegevens is niet hetzelfde als geen invloed van betekenis.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A

Uitgaan van een op andere wijze volgens Titel 9 bepaalde waarde, veelal zichtbaar eigen vermogen, en deze muteren met het aandeel in resultaat en uitkeringen.

Art. 2:389 lid 3 geeft de uitzondering bij onvoldoende gegevens. Het is nog steeds een vermogensmutatiemethode.

Patroonherkenning

Herken: invloed staat vast; alleen de informatie voor herrekening naar moedergrondslagen ontbreekt.

Aanpak: onderscheid de hoofdregel van lid 2 en het alternatief van lid 3.

Controle: stap niet zonder nadere grond over op verkrijgingsprijs; ook de alternatieve vermogensmutatiemethode verwerkt resultaten en dividend.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin bij artikel 2:389 lid 1. Bij invloed van betekenis is nettovermogenswaarde volgens lid 2 de hoofdregel. Lid 3 is een alternatief binnen de vermogensmutatiemethode bij onvoldoende gegevens; lid 9 verlangt gegronde, toegelichte redenen voor afwijking. Zonder invloed verwijst de syllabus naar artikel 2:384.

Bij invloed van betekenis laat een onveranderlijke aankoopprijs de ontwikkeling van het onderliggende vermogen niet zien. De vermogensmutatiemethode volgt die ontwikkeling op vergelijkbare grondslagen, zodat prijs, resultaat en vermogen niet door elkaar worden gebruikt. Het belang voor de accountant is dat een gekozen grondslag inhoudelijk moet volgen uit de omstandigheden, niet uit de gewenste hoogte van het resultaat.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A

Uitgaan van een op andere wijze volgens Titel 9 bepaalde waarde, veelal zichtbaar eigen vermogen, en deze muteren met het aandeel in resultaat en uitkeringen.

Art. 2:389 lid 3 geeft de uitzondering bij onvoldoende gegevens. Het is nog steeds een vermogensmutatiemethode.

Patroonherkenning

Herken: invloed staat vast; alleen de informatie voor herrekening naar moedergrondslagen ontbreekt.

Aanpak: onderscheid de hoofdregel van lid 2 en het alternatief van lid 3.

Controle: stap niet zonder nadere grond over op verkrijgingsprijs; ook de alternatieve vermogensmutatiemethode verwerkt resultaten en dividend.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin bij artikel 2:389 lid 1. Bij invloed van betekenis is nettovermogenswaarde volgens lid 2 de hoofdregel. Lid 3 is een alternatief binnen de vermogensmutatiemethode bij onvoldoende gegevens; lid 9 verlangt gegronde, toegelichte redenen voor afwijking. Zonder invloed verwijst de syllabus naar artikel 2:384.

Bij invloed van betekenis laat een onveranderlijke aankoopprijs de ontwikkeling van het onderliggende vermogen niet zien. De vermogensmutatiemethode volgt die ontwikkeling op vergelijkbare grondslagen, zodat prijs, resultaat en vermogen niet door elkaar worden gebruikt. Het belang voor de accountant is dat een gekozen grondslag inhoudelijk moet volgen uit de omstandigheden, niet uit de gewenste hoogte van het resultaat.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 16Theorie
6 van 30

Precies de helft

Merwede houdt aandelen in Haven bv.

Stemrechten Merwede
45% uit eigen aandelen en 5% via een stemrechtovereenkomst.
Benoemings- en ontslagrechten
Geen bijzondere rechten.

Is Merwede op grond van artikel 2:24a lid 1 onderdeel a BW moedermaatschappij wanneer zij zelf 45% van de stemmen heeft en via een stemrechtovereenkomst nog 5% kan uitoefenen?

Basisregels bij deze vraag

Meer dan de helft, niet precies de helft

Tel de stemrechten op die de rechtspersoon zelf en via toepasselijke overeenkomsten kan uitoefenen. Voor artikel 2:24a lid 1 onderdeel a BW moet dit meer dan de helft zijn. Precies de helft voldoet niet. Een afzonderlijk recht om de meerderheid van bestuurders of commissarissen te benoemen of ontslaan kan tot een andere beoordeling leiden, maar mag niet zonder casusinformatie worden aangenomen.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C

Nee, 45% + 5% = 50%; dit is niet meer dan de helft.

De uitkomst is precies 50%. De hoofdregel van art. 2:24a lid 1 onder a vereist meer dan 50%. Een andere grond voor een dochterrelatie is niet gegeven.

Patroonherkenning

Herken: eigen stemmen worden aangevuld met overgedragen stemmen.

Aanpak: tel beide bevoegdheden op en vergelijk de uitkomst strikt met 50%.

Controle: controleer apart of de casus benoemingsrechten geeft; vermeng dat criterium niet met het stemrechtencriterium.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek meer dan de helft van de stemmen of, bij lidmaatschap/aandeelhouderschap, benoeming of ontslag van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen. Beoordeel daarnaast de gelijkstelling voor de volledig aansprakelijke vennoot. Reken rechten via een maatschappij pas toe nadat haar dochterstatus is vastgesteld.

De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C

Nee, 45% + 5% = 50%; dit is niet meer dan de helft.

De uitkomst is precies 50%. De hoofdregel van art. 2:24a lid 1 onder a vereist meer dan 50%. Een andere grond voor een dochterrelatie is niet gegeven.

Patroonherkenning

Herken: eigen stemmen worden aangevuld met overgedragen stemmen.

Aanpak: tel beide bevoegdheden op en vergelijk de uitkomst strikt met 50%.

Controle: controleer apart of de casus benoemingsrechten geeft; vermeng dat criterium niet met het stemrechtencriterium.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek meer dan de helft van de stemmen of, bij lidmaatschap/aandeelhouderschap, benoeming of ontslag van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen. Beoordeel daarnaast de gelijkstelling voor de volledig aansprakelijke vennoot. Reken rechten via een maatschappij pas toe nadat haar dochterstatus is vastgesteld.

De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 17Rekenvraag
7 van 30

Ingekochte eigen aandelen en stemrecht

Merwede heeft gewone aandelen in Haven bv.

Geplaatste aandelen Haven
1.000
Daarvan ingekocht door Haven
200
In bezit van Merwede
480
Rechten
Elke gewone aandeel geeft één stem; er zijn geen andere stemrechten.

Welk percentage van de uit te brengen stemmen kan Merwede in Haven uitoefenen, rekening houdend met de 200 door Haven ingekochte eigen aandelen?

Basisregels bij deze vraag

Eigen aandelen veranderen de stemrechtennoemer

Voor de stemrechtenverhouding tellen aandelen waarop geen stem kan worden uitgebracht niet mee in de noemer. Bepaal eerst het aantal aandelen met uitoefenbare stemmen en deel daarna de door Merwede uit te oefenen stemmen door dit aantal. Het nominale kapitaalpercentage en het effectieve stemrechtenpercentage kunnen daardoor verschillen.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
480 ÷ (1.000 − 200) × 100%
60%

Op 800 aandelen kan worden gestemd. Merwede kan 480/800 = 60% uitoefenen, zodat aan het stemrechtcriterium is voldaan.

Patroonherkenning

Herken: de vennootschap heeft een deel van haar eigen aandelen ingekocht.

Aanpak: trek de stemloze eigen aandelen af van het totaal voordat je het percentage van Merwede berekent.

Controle: wijzig niet automatisch de teller; Merwede houdt nog steeds haar eigen aantal aandelen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek meer dan de helft van de stemmen of, bij lidmaatschap/aandeelhouderschap, benoeming of ontslag van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen. Beoordeel daarnaast de gelijkstelling voor de volledig aansprakelijke vennoot. Reken rechten via een maatschappij pas toe nadat haar dochterstatus is vastgesteld.

De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
480 ÷ (1.000 − 200) × 100%
60%

Op 800 aandelen kan worden gestemd. Merwede kan 480/800 = 60% uitoefenen, zodat aan het stemrechtcriterium is voldaan.

Patroonherkenning

Herken: de vennootschap heeft een deel van haar eigen aandelen ingekocht.

Aanpak: trek de stemloze eigen aandelen af van het totaal voordat je het percentage van Merwede berekent.

Controle: wijzig niet automatisch de teller; Merwede houdt nog steeds haar eigen aantal aandelen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek meer dan de helft van de stemmen of, bij lidmaatschap/aandeelhouderschap, benoeming of ontslag van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen. Beoordeel daarnaast de gelijkstelling voor de volledig aansprakelijke vennoot. Reken rechten via een maatschappij pas toe nadat haar dochterstatus is vastgesteld.

De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 18Theorie
8 van 30

Bestuurders benoemen zonder aandeel

Merwede heeft afspraken met Kade bv.

Aandelen of lidmaatschap
Merwede bezit geen aandelen en is geen lid.
Bevoegdheid
Merwede mag drie van de vijf bestuurders benoemen.
Overige grond
Er bestaat geen stemrecht- of andere dochterrelatie.

Voldoet Merwede voor haar verhouding tot Kade aan artikel 2:24a lid 1 onderdeel b BW wanneer zij drie van de vijf bestuurders kan benoemen, maar geen aandeelhouder of lid is?

Basisregels bij deze vraag

Benoemingsmacht vereist ook lidmaatschap of een aandeel

Bij het criterium van benoemen en ontslaan moeten twee voorwaarden samen worden onderzocht: lid of aandeelhouder zijn én de meerderheid van bestuurders of commissarissen kunnen benoemen of ontslaan. Alleen een contractueel benoemingsrecht is dus niet de volledige toets. Het ontbreken van een dochterrelatie beantwoordt nog niet automatisch een afzonderlijke vraag over centrale leiding of consolidatie.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C

Geen dochtermaatschappij op deze grond: Merwede is geen lid of aandeelhouder.

Art. 2:24a lid 1 onder b vereist zowel lidmaatschap/aandeelhouderschap als de daarin genoemde benoemings- of ontslagmacht. Dit volgt ook uit Westerheuvel/Koekang.

Patroonherkenning

Herken: de casus geeft benoemingsmacht, maar ontkent het aandeelhouderschap.

Aanpak: toets beide voorwaarden van onderdeel b afzonderlijk.

Controle: vervang de voorwaarde lid of aandeelhouder niet door een economisch belang dat niet in de casus staat.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek meer dan de helft van de stemmen of, bij lidmaatschap/aandeelhouderschap, benoeming of ontslag van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen. Beoordeel daarnaast de gelijkstelling voor de volledig aansprakelijke vennoot. Reken rechten via een maatschappij pas toe nadat haar dochterstatus is vastgesteld.

De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C

Geen dochtermaatschappij op deze grond: Merwede is geen lid of aandeelhouder.

Art. 2:24a lid 1 onder b vereist zowel lidmaatschap/aandeelhouderschap als de daarin genoemde benoemings- of ontslagmacht. Dit volgt ook uit Westerheuvel/Koekang.

Patroonherkenning

Herken: de casus geeft benoemingsmacht, maar ontkent het aandeelhouderschap.

Aanpak: toets beide voorwaarden van onderdeel b afzonderlijk.

Controle: vervang de voorwaarde lid of aandeelhouder niet door een economisch belang dat niet in de casus staat.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek meer dan de helft van de stemmen of, bij lidmaatschap/aandeelhouderschap, benoeming of ontslag van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen. Beoordeel daarnaast de gelijkstelling voor de volledig aansprakelijke vennoot. Reken rechten via een maatschappij pas toe nadat haar dochterstatus is vastgesteld.

De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 1a, Westerheuvel, vraag 1, p. 6 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 19Rekenvraag
9 van 30

Stemrechten via een dochter

Merwede bezit belangen in Sluis en Veer.

Merwede in Sluis
60% van de stemrechten.
Merwede rechtstreeks in Veer
28% van de stemrechten.
Sluis in Veer
27% van de stemrechten.
Overig
Geen ingekochte aandelen en geen stemrechtovereenkomsten.

Kan Merwede alleen of samen met dochtermaatschappij Sluis meer dan de helft van de stemmen in Veer uitoefenen, en kwalificeert Veer daarmee als dochtermaatschappij van Merwede?

Basisregels bij deze vraag

Stemmen via een dochter volledig meetellen

Stel eerst vast dat Sluis een dochtermaatschappij is. Voor de moeder-dochtertoets worden vervolgens de door Sluis gehouden stemrechten in Veer volledig opgeteld bij de rechtstreeks door Merwede gehouden stemmen. Je vermenigvuldigt deze stemmen niet met het kapitaalbelang van Merwede in Sluis. Een economisch winstaandeel volgt een andere berekening.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
28% + 27%
55%; Veer is een dochtermaatschappij.

Sluis is een dochter van Merwede. Daardoor worden haar 27% stemrechten in Veer volledig bij Merwedes 28% opgeteld.

Patroonherkenning

Herken: Merwede heeft een rechtstreeks én een via een dochter gehouden stemrecht in Veer.

Aanpak: bewijs eerst de eerste dochterrelatie en tel vervolgens de directe en indirect beschikbare stemmen op.

Controle: een vermenigvuldiging van deelnemingspercentages berekent niet de wettelijke zeggenschap in dit schema.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek meer dan de helft van de stemmen of, bij lidmaatschap/aandeelhouderschap, benoeming of ontslag van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen. Beoordeel daarnaast de gelijkstelling voor de volledig aansprakelijke vennoot. Reken rechten via een maatschappij pas toe nadat haar dochterstatus is vastgesteld.

De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
28% + 27%
55%; Veer is een dochtermaatschappij.

Sluis is een dochter van Merwede. Daardoor worden haar 27% stemrechten in Veer volledig bij Merwedes 28% opgeteld.

Patroonherkenning

Herken: Merwede heeft een rechtstreeks én een via een dochter gehouden stemrecht in Veer.

Aanpak: bewijs eerst de eerste dochterrelatie en tel vervolgens de directe en indirect beschikbare stemmen op.

Controle: een vermenigvuldiging van deelnemingspercentages berekent niet de wettelijke zeggenschap in dit schema.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek meer dan de helft van de stemmen of, bij lidmaatschap/aandeelhouderschap, benoeming of ontslag van meer dan de helft van bestuurders of commissarissen. Beoordeel daarnaast de gelijkstelling voor de volledig aansprakelijke vennoot. Reken rechten via een maatschappij pas toe nadat haar dochterstatus is vastgesteld.

De dochtertoets volgt de uitoefenbare bevoegdheden, niet uitsluitend het economisch belang. Zo wordt zeggenschap via dochtermaatschappijen, benoemingsrechten of overeenkomsten niet gemist wanneer het rechtstreekse aandelenpercentage laag lijkt. Een accountant moet dus naast het organisatieschema ook de relevante rechten uit de casus kunnen verbinden aan de conclusie. Dochterstatus bewijst op zichzelf nog geen groepsverband.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 110Theorie
10 van 30

Groepshoofd en groepsdeel

Polder bv staat aan het hoofd van een groep.

Structuur
Polder bezit 100% van Sluis bv; Sluis bezit 70% van Delta bv.
Verband
Polder, Sluis en Delta vormen één economische eenheid en zijn organisatorisch verbonden.
Leiding
Polder leidt de groep; Sluis leidt het groepsdeel Sluis/Delta.
Vrijstellingen
Geen vrijstelling wordt toegepast. Delta heeft zelf geen dochters of andere te consolideren maatschappijen.

Welke van Polder, Sluis en Delta moeten volgens artikel 2:406 BW een geconsolideerde jaarrekening opstellen, gegeven de groepsverhoudingen en het ontbreken van vrijstellingen?

Basisregels bij deze vraag

Groepshoofd en tussenholding afzonderlijk toetsen

Het groepshoofd wordt getoetst aan artikel 2:406 lid 1 BW. Een rechtspersoon die niet het groepshoofd is, kan op grond van lid 2 toch consolidatieplichtig zijn voor zijn groepsdeel. Beoordeel daarom iedere rechtspersoon afzonderlijk. Consolidatievrijstellingen zijn een volgende toets en worden hier uitdrukkelijk niet toegepast.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §11.1–11.2, p. 31–34 (art. 2:24b en art. 2:406 leden 1–2 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 7–8, p. 4–6 (art. 2:24a en art. 2:406 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §11.1–11.2, p. 31–34 (art. 2:24b en art. 2:406 leden 1–2 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 7–8, p. 4–6 (art. 2:24a en art. 2:406 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B

Polder op grond van art. 2:406 lid 1 en Sluis op grond van lid 2.

Polder is het groepshoofd. Sluis is geen groepshoofd, maar heeft in haar groepsdeel een dochtermaatschappij. Dit zijn afzonderlijke gronden voor consolidatieplicht.

Patroonherkenning

Herken: onder een groepshoofd staat nog een rechtspersoon met een eigen dochter in de groep.

Aanpak: bepaal eerst het groepshoofd en daarna welke tussenhoudster een te consolideren groepsdeel heeft.

Controle: een hogere consolidatie neemt de eigen verplichting van een tussenholding niet zonder vrijstellingsvoorwaarden weg.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Scheid drie vragen: wie moet consolideren, welke gegevens horen in de kring en welke vrijstelling kan daarna worden toegepast? Verwijs bij een groepshoofd naar lid 1 en bij een groepsdeel naar lid 2 van artikel 2:406. Werk de voorwaarden van 407 of 408 uit; artikel 2:403 is geen algemene consolidatievrijstelling.

De consolidatie laat de economische eenheid zien, niet alleen een lijst aandelenpakketten. Eerst vaststellen wie de groep of het groepsdeel leidt, voorkomt dat een tussenhoudster of een onder centrale leiding staande maatschappij wordt gemist. Voor de accountant raakt dit direct de volledigheid van de geconsolideerde jaarrekening en het inzicht in verplichtingen en resultaten van de groep.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §11.1–11.2, p. 31–34 (art. 2:24b en art. 2:406 leden 1–2 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 7–8, p. 4–6 (art. 2:24a en art. 2:406 BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B

Polder op grond van art. 2:406 lid 1 en Sluis op grond van lid 2.

Polder is het groepshoofd. Sluis is geen groepshoofd, maar heeft in haar groepsdeel een dochtermaatschappij. Dit zijn afzonderlijke gronden voor consolidatieplicht.

Patroonherkenning

Herken: onder een groepshoofd staat nog een rechtspersoon met een eigen dochter in de groep.

Aanpak: bepaal eerst het groepshoofd en daarna welke tussenhoudster een te consolideren groepsdeel heeft.

Controle: een hogere consolidatie neemt de eigen verplichting van een tussenholding niet zonder vrijstellingsvoorwaarden weg.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Scheid drie vragen: wie moet consolideren, welke gegevens horen in de kring en welke vrijstelling kan daarna worden toegepast? Verwijs bij een groepshoofd naar lid 1 en bij een groepsdeel naar lid 2 van artikel 2:406. Werk de voorwaarden van 407 of 408 uit; artikel 2:403 is geen algemene consolidatievrijstelling.

De consolidatie laat de economische eenheid zien, niet alleen een lijst aandelenpakketten. Eerst vaststellen wie de groep of het groepsdeel leidt, voorkomt dat een tussenhoudster of een onder centrale leiding staande maatschappij wordt gemist. Voor de accountant raakt dit direct de volledigheid van de geconsolideerde jaarrekening en het inzicht in verplichtingen en resultaten van de groep.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §11.1–11.2, p. 31–34 (art. 2:24b en art. 2:406 leden 1–2 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 7–8, p. 4–6 (art. 2:24a en art. 2:406 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 111Rekenvraag
11 van 30

Goodwill zonder waarderingsverschillen

Merwede koopt op 1 januari 2025 een deelneming in Veer.

Belang
75%
Betaalde prijs
€ 500.000 per bank.
Nettovermogenswaarde Veer, 100%
€ 600.000
Verwerking
Waardering tegen NVW; goodwill wordt afzonderlijk geactiveerd.

Hoeveel goodwill betaalt Merwede bij de aankoop van het 75%-belang in Veer op 1 januari, uitgaande van de gegeven totale nettovermogenswaarde?

Basisregels bij deze vraag

Koopsom vergelijken met het verworven aandeel

Vergelijk de prijs voor het gekochte belang met het overeenkomstige aandeel in de nettovermogenswaarde op verkrijgingsdatum. De koopsom heeft al betrekking op het gekochte percentage en wordt niet nogmaals daarmee vermenigvuldigd. Bij NVW-waardering wordt positieve goodwill afzonderlijk geactiveerd volgens artikel 2:389 lid 7 BW.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
€ 500.000 − 75% × € 600.000
€ 50.000

Het aandeel in NVW is € 450.000. Het meerdere van de koopprijs, € 50.000, is goodwill.

Patroonherkenning

Herken: een prijs voor 75% wordt naast een waarde van 100% van de vennootschap gezet.

Aanpak: vermenigvuldig alleen de totale NVW met het verworven aandeel en trek dit bedrag van de koopsom af.

Controle: de deelneming en afzonderlijke goodwill moeten samen aansluiten op de betaalde prijs.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken verkrijgingsprijs minus het aandeel in het herrekende nettovermogen. Onderscheid de betaalde goodwill, de afschrijving van dit jaar en de resterende boekwaarde. Gebruik de casustermijn; de wettelijke grens van tien jaar geldt alleen in de uitzonderingssituatie waarin de gebruiksduur niet betrouwbaar kan worden geschat.

Goodwill is het betaalde verschil dat na vergelijking met het herrekende nettovermogen resteert. Door dit afzonderlijk te volgen, raakt de deelnemingswaarde niet vermengd met de kosten van toekomstige voordelen waarvoor bij de overname extra is betaald. Een accountant controleert daardoor zowel de oorspronkelijke berekening als de latere toerekening aan boekjaren; een juist aankoopbedrag betekent nog niet dat de eindboekwaarde juist is.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
€ 500.000 − 75% × € 600.000
€ 50.000

Het aandeel in NVW is € 450.000. Het meerdere van de koopprijs, € 50.000, is goodwill.

Patroonherkenning

Herken: een prijs voor 75% wordt naast een waarde van 100% van de vennootschap gezet.

Aanpak: vermenigvuldig alleen de totale NVW met het verworven aandeel en trek dit bedrag van de koopsom af.

Controle: de deelneming en afzonderlijke goodwill moeten samen aansluiten op de betaalde prijs.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken verkrijgingsprijs minus het aandeel in het herrekende nettovermogen. Onderscheid de betaalde goodwill, de afschrijving van dit jaar en de resterende boekwaarde. Gebruik de casustermijn; de wettelijke grens van tien jaar geldt alleen in de uitzonderingssituatie waarin de gebruiksduur niet betrouwbaar kan worden geschat.

Goodwill is het betaalde verschil dat na vergelijking met het herrekende nettovermogen resteert. Door dit afzonderlijk te volgen, raakt de deelnemingswaarde niet vermengd met de kosten van toekomstige voordelen waarvoor bij de overname extra is betaald. Een accountant controleert daardoor zowel de oorspronkelijke berekening als de latere toerekening aan boekjaren; een juist aankoopbedrag betekent nog niet dat de eindboekwaarde juist is.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 112Rekenvraag
12 van 30

Eerst de fout, daarna fair value

Merwede koopt op 1 januari 2025 70% van Riet bv voor € 680.000.

Voorlopig eigen vermogen Riet
€ 820.000
Fout in de administratie
€ 20.000 kosten ontbreken en worden alsnog ten laste van het eigen vermogen van vóór de overname verwerkt.
Gebouwen
Reële waarde € 80.000 hoger.
Voorraad
Een extra voorziening van € 15.000 is nodig.
Garantievoorziening
Volgens Merwedes grondslagen € 35.000 te laag.
Belastingen
Buiten beschouwing.

Voor welk bedrag neemt Merwede het 70%-belang in Riet bij verwerving op als deelneming tegen nettovermogenswaarde, exclusief afzonderlijke goodwill?

Basisregels bij deze vraag

Administratiefout vóór de waarderingscorrecties

Corrigeer eerst het zichtbare eigen vermogen voor de nog te verwerken administratiefout. Breng daarna de verschillen naar reële waarde en moedergrondslagen aan. Hogere activa verhogen de nettovermogenswaarde, extra voorzieningen verlagen die waarde. Pas pas op het aldus aangepaste totale eigen vermogen het deelnemingspercentage toe.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
70% × (€ 820.000 − € 20.000 + € 80.000 − € 15.000 − € 35.000)
€ 581.000

Gecorrigeerd zichtbaar eigen vermogen: € 800.000. Fair value-correcties: + € 80.000 − € 15.000 − € 35.000 = + € 30.000.

100% NVW bedraagt € 830.000; het 70%-belang wordt geactiveerd voor € 581.000.

Patroonherkenning

Herken: de gegevens combineren een gemiste kostenpost met verschillen in gebouwen, voorraad en een voorziening.

Aanpak: maak een brug van zichtbaar eigen vermogen naar gecorrigeerd vermogen en vervolgens naar totale NVW.

Controle: goodwill hoort niet in de afzonderlijke post deelneming tegen NVW.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin bij het eigen vermogen op verkrijgingsdatum. Tel positieve waarderingscorrecties op, trek negatieve correcties en extra verplichtingen af en verwerk belastingeffecten wanneer de casus dat voorschrijft. Vermenigvuldig pas daarna met het verworven belang en vergelijk met de tegenprestatie.

Door het vermogen eerst te herrekenen, wordt zichtbaar welk deel van de betaalde prijs wordt vertegenwoordigd door afzonderlijke activa en verplichtingen. Anders zouden stille reserves of extra verplichtingen ten onrechte in goodwill verdwijnen. De accountant kan deze overnamebalans later opnieuw gebruiken om de extra afschrijving, vrijval van voorzieningen en aansluiting van de deelnemingswaarde te controleren.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
70% × (€ 820.000 − € 20.000 + € 80.000 − € 15.000 − € 35.000)
€ 581.000

Gecorrigeerd zichtbaar eigen vermogen: € 800.000. Fair value-correcties: + € 80.000 − € 15.000 − € 35.000 = + € 30.000.

100% NVW bedraagt € 830.000; het 70%-belang wordt geactiveerd voor € 581.000.

Patroonherkenning

Herken: de gegevens combineren een gemiste kostenpost met verschillen in gebouwen, voorraad en een voorziening.

Aanpak: maak een brug van zichtbaar eigen vermogen naar gecorrigeerd vermogen en vervolgens naar totale NVW.

Controle: goodwill hoort niet in de afzonderlijke post deelneming tegen NVW.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin bij het eigen vermogen op verkrijgingsdatum. Tel positieve waarderingscorrecties op, trek negatieve correcties en extra verplichtingen af en verwerk belastingeffecten wanneer de casus dat voorschrijft. Vermenigvuldig pas daarna met het verworven belang en vergelijk met de tegenprestatie.

Door het vermogen eerst te herrekenen, wordt zichtbaar welk deel van de betaalde prijs wordt vertegenwoordigd door afzonderlijke activa en verplichtingen. Anders zouden stille reserves of extra verplichtingen ten onrechte in goodwill verdwijnen. De accountant kan deze overnamebalans later opnieuw gebruiken om de extra afschrijving, vrijval van voorzieningen en aansluiting van de deelnemingswaarde te controleren.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 113Journaalpost
13 van 30

De aankoop vastleggen

Merwede verwerft 70% van Riet bv op 1 januari 2025.

Betaald per bank
€ 680.000
NVW Riet, na alle correcties (100%)
€ 830.000
Waardering
NVW; goodwill afzonderlijk activeren.

Welke journaalpost verwerkt Merwede bij aankoop van Riet: de deelneming tegen 70% van de gegeven totale NVW, de afzonderlijke goodwill en de betaling per bank?

Basisregels bij deze vraag

De aankoopjournaalpost bij NVW

In de enkelvoudige aankoopboeking bij NVW worden deelneming en goodwill afzonderlijk gedebiteerd. De deelneming is het verworven aandeel in de aangepaste netto-activa; goodwill is het verschil met de koopsom. De creditboeking volgt de feitelijke tegenprestatie, hier betaling via de bank. Gebruik niet de aankoopboeking die bij verkrijgingsprijs wordt toegepast.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Riet581.000
0.. Goodwill Riet99.000
1.. Aan Bank680.000

Deelneming: 70% × € 830.000 = € 581.000. Goodwill: € 680.000 − € 581.000 = € 99.000.

De deelneming en goodwill staan debet; de betaling per bank staat credit.

Patroonherkenning

Herken: NVW is expliciet de enkelvoudige waarderingsgrondslag.

Aanpak: bereken eerst de deelneming, bepaal daarna goodwill als sluitpost en boek het betaalde totaal credit op bank.

Controle: tel de twee debetbedragen op; dit moet exact de koopsom opleveren.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken verkrijgingsprijs minus het aandeel in het herrekende nettovermogen. Onderscheid de betaalde goodwill, de afschrijving van dit jaar en de resterende boekwaarde. Gebruik de casustermijn; de wettelijke grens van tien jaar geldt alleen in de uitzonderingssituatie waarin de gebruiksduur niet betrouwbaar kan worden geschat.

Goodwill is het betaalde verschil dat na vergelijking met het herrekende nettovermogen resteert. Door dit afzonderlijk te volgen, raakt de deelnemingswaarde niet vermengd met de kosten van toekomstige voordelen waarvoor bij de overname extra is betaald. Een accountant controleert daardoor zowel de oorspronkelijke berekening als de latere toerekening aan boekjaren; een juist aankoopbedrag betekent nog niet dat de eindboekwaarde juist is.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Riet581.000
0.. Goodwill Riet99.000
1.. Aan Bank680.000

Deelneming: 70% × € 830.000 = € 581.000. Goodwill: € 680.000 − € 581.000 = € 99.000.

De deelneming en goodwill staan debet; de betaling per bank staat credit.

Patroonherkenning

Herken: NVW is expliciet de enkelvoudige waarderingsgrondslag.

Aanpak: bereken eerst de deelneming, bepaal daarna goodwill als sluitpost en boek het betaalde totaal credit op bank.

Controle: tel de twee debetbedragen op; dit moet exact de koopsom opleveren.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken verkrijgingsprijs minus het aandeel in het herrekende nettovermogen. Onderscheid de betaalde goodwill, de afschrijving van dit jaar en de resterende boekwaarde. Gebruik de casustermijn; de wettelijke grens van tien jaar geldt alleen in de uitzonderingssituatie waarin de gebruiksduur niet betrouwbaar kan worden geschat.

Goodwill is het betaalde verschil dat na vergelijking met het herrekende nettovermogen resteert. Door dit afzonderlijk te volgen, raakt de deelnemingswaarde niet vermengd met de kosten van toekomstige voordelen waarvoor bij de overname extra is betaald. Een accountant controleert daardoor zowel de oorspronkelijke berekening als de latere toerekening aan boekjaren; een juist aankoopbedrag betekent nog niet dat de eindboekwaarde juist is.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 114Journaalpost
14 van 30

Betalen met aandelen en contanten

Merwede koopt 60% van Brug bv.

Geplaatste aandelen Brug
2.000 gewone aandelen.
Ruilverhouding
Per 100 gekochte aandelen Brug geeft Merwede 15 nieuwe eigen aandelen uit.
Aanvullende betaling
€ 250 per gekocht aandeel Brug.
Aandeel Merwede
Reële waarde € 1.100; nominaal € 500.
NVW Brug (100%)
€ 620.000. Goodwill wordt geactiveerd.

Welke aankoopjournaalpost maakt Merwede voor het 60%-belang in Brug, betaald met nieuw uitgegeven eigen aandelen en de gegeven contante bijbetaling?

Basisregels bij deze vraag

Aandelenruil: waarde van de tegenprestatie

Bepaal eerst hoeveel aandelen Brug worden gekocht en hoeveel eigen aandelen daartegenover worden uitgegeven. De reële waarde van de uitgegeven aandelen plus de contante bijbetaling vormt de tegenprestatie. Splits bij Merwede de emissie in nominale waarde van het aandelenkapitaal en agio. De debetzijde volgt de NVW van het belang en eventuele goodwill.

Bronnen bij deze basisregels

Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Eben, vragen 1–2, p. 2 (aandelenruil en contante bijbetaling).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Eben, vragen 1–2, p. 2 (aandelenruil en contante bijbetaling).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Brug372.000
0.. Goodwill Brug126.000
0.. Aan Aandelenkapitaal90.000
0.. Aan Agio108.000
1.. Aan Bank300.000

Gekocht: 60% × 2.000 = 1.200 aandelen. Uitgifte: 1.200/100 × 15 = 180 eigen aandelen.

Koopprijs: 180 × € 1.100 + 1.200 × € 250 = € 498.000. Aandeel NVW: 60% × € 620.000 = € 372.000. Goodwill: € 126.000.

Aandelenkapitaal: 180 × € 500 = € 90.000. Agio: 180 × € 600 = € 108.000.

Patroonherkenning

Herken: de ruilverhouding, nominale waarde en beurs- of reële waarde hebben ieder een andere functie.

Aanpak: reken aantallen vóór bedragen uit; bepaal daarna tegenprestatie, deelneming en goodwill.

Controle: kapitaal plus agio moet gelijk zijn aan de reële waarde van de uitgegeven aandelen, niet aan de hele koopsom inclusief contanten.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken hoeveel eigen aandelen worden uitgegeven, waardeer de tegenprestatie zoals de casus voorschrijft en tel de contante betaling erbij. Splits de creditboeking in geplaatst kapitaal, agio en bank. Bepaal daarna de deelneming en eventuele goodwill volgens de gekozen grondslag.

Betalen met eigen aandelen verandert de vergoeding voor de deelneming, maar niet de economische aankoop. Het verschil tussen nominale waarde en uitgiftewaarde verklaart het agio; het is geen extra resultaat uit de verwerving. Deze route voorkomt dat de nominale waarde van de uitgegeven aandelen ten onrechte als totale verkrijgingsprijs wordt behandeld.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Eben, vragen 1–2, p. 2 (aandelenruil en contante bijbetaling).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Brug372.000
0.. Goodwill Brug126.000
0.. Aan Aandelenkapitaal90.000
0.. Aan Agio108.000
1.. Aan Bank300.000

Gekocht: 60% × 2.000 = 1.200 aandelen. Uitgifte: 1.200/100 × 15 = 180 eigen aandelen.

Koopprijs: 180 × € 1.100 + 1.200 × € 250 = € 498.000. Aandeel NVW: 60% × € 620.000 = € 372.000. Goodwill: € 126.000.

Aandelenkapitaal: 180 × € 500 = € 90.000. Agio: 180 × € 600 = € 108.000.

Patroonherkenning

Herken: de ruilverhouding, nominale waarde en beurs- of reële waarde hebben ieder een andere functie.

Aanpak: reken aantallen vóór bedragen uit; bepaal daarna tegenprestatie, deelneming en goodwill.

Controle: kapitaal plus agio moet gelijk zijn aan de reële waarde van de uitgegeven aandelen, niet aan de hele koopsom inclusief contanten.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken hoeveel eigen aandelen worden uitgegeven, waardeer de tegenprestatie zoals de casus voorschrijft en tel de contante betaling erbij. Splits de creditboeking in geplaatst kapitaal, agio en bank. Bepaal daarna de deelneming en eventuele goodwill volgens de gekozen grondslag.

Betalen met eigen aandelen verandert de vergoeding voor de deelneming, maar niet de economische aankoop. Het verschil tussen nominale waarde en uitgiftewaarde verklaart het agio; het is geen extra resultaat uit de verwerving. Deze route voorkomt dat de nominale waarde van de uitgegeven aandelen ten onrechte als totale verkrijgingsprijs wordt behandeld.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Eben, vragen 1–2, p. 2 (aandelenruil en contante bijbetaling).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 115Rekenvraag
15 van 30

Goodwill gedurende een halfjaar

Een deelneming is op 1 juli 2025 verworven.

Betaalde goodwill voor het verworven pakket
€ 126.000
Afschrijvingsduur
10 jaar lineair tot nihil.
Tijdsevenredigheid
Over delen van het jaar naar rato van het aantal maanden.

Hoeveel goodwillafschrijving verwerkt Merwede in het aankoopjaar wanneer de goodwill op 1 juli ontstaat en volgens de casus in tien jaar lineair wordt afgeschreven?

Basisregels bij deze vraag

Afschrijving vanaf de verwervingsdatum

Volg de in de casus gegeven gebruiksduur en afschrijvingswijze. Bereken de jaarafschrijving op de geactiveerde goodwill en pas deze voor een deel van het jaar tijdsevenredig toe. De goodwill heeft al betrekking op het verworven belang. Vermenigvuldig de afschrijving daarom niet nogmaals met het deelnemingspercentage.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
€ 126.000 ÷ 10 × 6/12
€ 6.300

De volledige jaarlast bedraagt € 12.600. Voor zes maanden is de last € 6.300. Dit is al de goodwill van het verworven pakket.

Patroonherkenning

Herken: de aankoop vindt halverwege het boekjaar plaats.

Aanpak: bereken eerst een volledig jaar en daarna het aantal maanden sinds 1 juli.

Controle: verwar de afschrijving van het boekjaar niet met de totale afschrijving over meerdere jaren.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken verkrijgingsprijs minus het aandeel in het herrekende nettovermogen. Onderscheid de betaalde goodwill, de afschrijving van dit jaar en de resterende boekwaarde. Gebruik de casustermijn; de wettelijke grens van tien jaar geldt alleen in de uitzonderingssituatie waarin de gebruiksduur niet betrouwbaar kan worden geschat.

Goodwill is het betaalde verschil dat na vergelijking met het herrekende nettovermogen resteert. Door dit afzonderlijk te volgen, raakt de deelnemingswaarde niet vermengd met de kosten van toekomstige voordelen waarvoor bij de overname extra is betaald. Een accountant controleert daardoor zowel de oorspronkelijke berekening als de latere toerekening aan boekjaren; een juist aankoopbedrag betekent nog niet dat de eindboekwaarde juist is.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
€ 126.000 ÷ 10 × 6/12
€ 6.300

De volledige jaarlast bedraagt € 12.600. Voor zes maanden is de last € 6.300. Dit is al de goodwill van het verworven pakket.

Patroonherkenning

Herken: de aankoop vindt halverwege het boekjaar plaats.

Aanpak: bereken eerst een volledig jaar en daarna het aantal maanden sinds 1 juli.

Controle: verwar de afschrijving van het boekjaar niet met de totale afschrijving over meerdere jaren.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken verkrijgingsprijs minus het aandeel in het herrekende nettovermogen. Onderscheid de betaalde goodwill, de afschrijving van dit jaar en de resterende boekwaarde. Gebruik de casustermijn; de wettelijke grens van tien jaar geldt alleen in de uitzonderingssituatie waarin de gebruiksduur niet betrouwbaar kan worden geschat.

Goodwill is het betaalde verschil dat na vergelijking met het herrekende nettovermogen resteert. Door dit afzonderlijk te volgen, raakt de deelnemingswaarde niet vermengd met de kosten van toekomstige voordelen waarvoor bij de overname extra is betaald. Een accountant controleert daardoor zowel de oorspronkelijke berekening als de latere toerekening aan boekjaren; een juist aankoopbedrag betekent nog niet dat de eindboekwaarde juist is.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 116Rekenvraag
16 van 30

Het resultaat naar eigen grondslagen

Merwede bezit 80% van Fenn bv en waardeert tegen NVW.

Winst Fenn volgens eigen grondslagen
€ 240.000
Gebouwen
Meerwaarde bij aankoop € 120.000; resterende duur 20 jaar; een volledig jaar afschrijving.
Voorraad
Extra voorziening volgens Merwede: begin € 30.000, eind € 18.000.
Garantievoorziening
Extra voorziening volgens Merwede: begin € 40.000; eind geen verschil meer.
Overige correcties
Geen. Goodwillafschrijving blijft buiten deze resultaat-deelnemingberekening.

Welk resultaat uit de 80%-deelneming Fenn verantwoordt Merwede over het boekjaar na verwerking van alle gegeven fair-valueverschillen?

Basisregels bij deze vraag

Van dochterresultaat naar moedergrondslagen

Begin met het resultaat van Fenn volgens haar eigen grondslagen. Verwerk het afschrijvingsverschil op gebouwen en de veranderingen in resterende waarderingsverschillen bij voorraad en voorzieningen. Een eerder bij de verwerving verwerkte last mag niet nogmaals in het resultaat uit deelneming blijven zitten. Pas het winstaandeel pas na deze resultaatcorrecties toe.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
80% × [€ 240.000 − (€ 120.000 ÷ 20) + (€ 30.000 − € 18.000) + € 40.000]
€ 228.800

Extra afschrijving: € 6.000 negatief. Het voorraadwaarderingsverschil wordt € 12.000 kleiner en de extra garantievoorziening valt € 40.000 vrij.

Herrekende winst: € 286.000. Resultaat deelneming: 80% × € 286.000 = € 228.800.

Patroonherkenning

Herken: naast het dochterresultaat staan verschillen op begin- en einddatum.

Aanpak: bereken per verschil de invloed op het lopende jaar; een afgenomen extra voorziening leidt hier tot vrijval.

Controle: sluit het aangepaste resultaat aan op het verloop van de deelneming en de resterende verschillen op de eindbalans.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Start met het gerapporteerde resultaat, bereken het jaareffect van iedere nog aanwezige waarderingscorrectie en pas vervolgens het winstaandeel toe. Bij nettovermogenswaarde verhoogt dit resultaat ook de boekwaarde van de deelneming; een verlies werkt omgekeerd.

Het resultaat van de dochter volgens haar eigen administratie is niet steeds het resultaat op de grondslagen van de moeder. Dezelfde waarderingsverschillen die de overnamebalans wijzigen, kunnen later via afschrijving, verkoop of vrijval in de winst doorwerken. De aansluiting tussen resultaatcorrecties en resterende balansverschillen biedt de accountant een controle op volledigheid en voorkomt dat de volledige oorspronkelijke correctie ieder jaar opnieuw wordt verwerkt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
80% × [€ 240.000 − (€ 120.000 ÷ 20) + (€ 30.000 − € 18.000) + € 40.000]
€ 228.800

Extra afschrijving: € 6.000 negatief. Het voorraadwaarderingsverschil wordt € 12.000 kleiner en de extra garantievoorziening valt € 40.000 vrij.

Herrekende winst: € 286.000. Resultaat deelneming: 80% × € 286.000 = € 228.800.

Patroonherkenning

Herken: naast het dochterresultaat staan verschillen op begin- en einddatum.

Aanpak: bereken per verschil de invloed op het lopende jaar; een afgenomen extra voorziening leidt hier tot vrijval.

Controle: sluit het aangepaste resultaat aan op het verloop van de deelneming en de resterende verschillen op de eindbalans.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Start met het gerapporteerde resultaat, bereken het jaareffect van iedere nog aanwezige waarderingscorrectie en pas vervolgens het winstaandeel toe. Bij nettovermogenswaarde verhoogt dit resultaat ook de boekwaarde van de deelneming; een verlies werkt omgekeerd.

Het resultaat van de dochter volgens haar eigen administratie is niet steeds het resultaat op de grondslagen van de moeder. Dezelfde waarderingsverschillen die de overnamebalans wijzigen, kunnen later via afschrijving, verkoop of vrijval in de winst doorwerken. De aansluiting tussen resultaatcorrecties en resterende balansverschillen biedt de accountant een controle op volledigheid en voorkomt dat de volledige oorspronkelijke correctie ieder jaar opnieuw wordt verwerkt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 117Journaalpost
17 van 30

Resultaat en gedeclareerd dividend

Merwede bezit 80% van Fenn bv, gewaardeerd tegen NVW.

Herrekend resultaat Fenn (100%)
€ 286.000
Door Fenn gedeclareerd dividend (100%)
€ 50.000
Betaling
Het dividend is nog niet betaald.
Reserve
Merwede kan de overige winsten zonder beperkingen laten uitkeren.

Welke twee journaalposten maakt Merwede voor haar aandeel in het aangepaste resultaat van Fenn en het gedeclareerde, nog niet betaalde dividend?

Basisregels bij deze vraag

Resultaat en dividend zijn twee verschillende mutaties

Bij NVW verhoogt het aandeel in het aangepaste resultaat de post deelneming, tegenover resultaat deelneming. Het gedeclareerde dividend verlaagt de deelneming en schept een vordering zolang nog niet is betaald. Boek hetzelfde dividend niet daarnaast als dividendopbrengst. De casus vermeldt dat geen aanvullende beperking tot vorming van een wettelijke reserve leidt.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
Resultaat
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Fenn228.800
9.. Aan Resultaat deelneming Fenn228.800
Dividend
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
1.. Te vorderen dividend40.000
0.. Aan Deelneming Fenn40.000

Resultaat: 80% × € 286.000 = € 228.800. Dividendvordering: 80% × € 50.000 = € 40.000.

Het dividend verlaagt de deelneming. De bank muteert pas bij de betaling.

Patroonherkenning

Herken: resultaat is behaald en dividend is wel vastgesteld maar nog niet ontvangen.

Aanpak: boek eerst de resultaatmutatie en vervolgens dividendvordering aan deelneming.

Controle: gebruik bank pas bij betaling; door dividend daalt de deelneming, niet het reeds verantwoorde resultaat.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Stel vast welk bedrag aan dividend aan de moeder toekomt en welke waarderingsgrondslag geldt. Bij NVW daalt de deelneming. Bij verkrijgingsprijs onderscheidt de syllabus regulier dividend van meegekocht dividend: dit laatste vermindert de verkrijgingsprijs in de behandelde casussen.

Bij nettovermogenswaarde is de winst al als resultaat deelneming verantwoord. Dividend verplaatst vervolgens vermogen van de deelneming naar een vordering of banktegoed bij de moeder; opnieuw een opbrengst boeken zou dezelfde winst dubbel tellen. Voor de accountant is dus niet alleen de ontvangstdatum van belang, maar ook de herkomst van het uitgekeerde resultaat en de verwervingsdatum van het betreffende aandelenpakket.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
Resultaat
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Fenn228.800
9.. Aan Resultaat deelneming Fenn228.800
Dividend
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
1.. Te vorderen dividend40.000
0.. Aan Deelneming Fenn40.000

Resultaat: 80% × € 286.000 = € 228.800. Dividendvordering: 80% × € 50.000 = € 40.000.

Het dividend verlaagt de deelneming. De bank muteert pas bij de betaling.

Patroonherkenning

Herken: resultaat is behaald en dividend is wel vastgesteld maar nog niet ontvangen.

Aanpak: boek eerst de resultaatmutatie en vervolgens dividendvordering aan deelneming.

Controle: gebruik bank pas bij betaling; door dividend daalt de deelneming, niet het reeds verantwoorde resultaat.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Stel vast welk bedrag aan dividend aan de moeder toekomt en welke waarderingsgrondslag geldt. Bij NVW daalt de deelneming. Bij verkrijgingsprijs onderscheidt de syllabus regulier dividend van meegekocht dividend: dit laatste vermindert de verkrijgingsprijs in de behandelde casussen.

Bij nettovermogenswaarde is de winst al als resultaat deelneming verantwoord. Dividend verplaatst vervolgens vermogen van de deelneming naar een vordering of banktegoed bij de moeder; opnieuw een opbrengst boeken zou dezelfde winst dubbel tellen. Voor de accountant is dus niet alleen de ontvangstdatum van belang, maar ook de herkomst van het uitgekeerde resultaat en de verwervingsdatum van het betreffende aandelenpakket.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 1 Montone, vragen 1–6, p. 2–4.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 118Journaalpost
18 van 30

Dividend bij verkrijgingsprijs

Merwede heeft sinds 2018 een 10%-deelneming in Sloot bv, gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs.

Dividend over 2025, totaal Sloot
€ 75.000, gedeclareerd in december.
Betaling
In januari 2026.
Overige feiten
Geen meegekocht dividend en geen bijzondere waardevermindering.

Welke journaalpost maakt Merwede in december voor het gedeclareerde dividend op haar 10%-deelneming Sloot tegen verkrijgingsprijs, wanneer betaling pas in januari volgt?

Basisregels bij deze vraag

Regulier dividend bij verkrijgingsprijs

Bij verkrijgingsprijs worden gewone resultaten van de deelneming niet via vermogensmutaties verwerkt. Regulier dividend wordt als opbrengst verantwoord wanneer het recht daarop ontstaat. Is nog niet betaald, dan staat tegenover de opbrengst een dividendvordering. Deze vraag betreft uitdrukkelijk geen meegekocht dividend.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
1.. Te vorderen dividend7.500
9.. Aan Dividendopbrengst Sloot7.500

10% × € 75.000 = € 7.500. Bij verkrijgingsprijs is dit dividend opbrengst, te verwerken zodra het is gedeclareerd.

Patroonherkenning

Herken: verkrijgingsprijs, een dividendbesluit in december en een latere betaaldatum.

Aanpak: bereken het dividend waarop Merwede recht heeft en boek dit als vordering en opbrengst.

Controle: laat het tijdstip van de bankontvangst niet bepalen in welk boekjaar de gedeclareerde opbrengst thuishoort.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Stel vast welk bedrag aan dividend aan de moeder toekomt en welke waarderingsgrondslag geldt. Bij NVW daalt de deelneming. Bij verkrijgingsprijs onderscheidt de syllabus regulier dividend van meegekocht dividend: dit laatste vermindert de verkrijgingsprijs in de behandelde casussen.

Bij nettovermogenswaarde is de winst al als resultaat deelneming verantwoord. Dividend verplaatst vervolgens vermogen van de deelneming naar een vordering of banktegoed bij de moeder; opnieuw een opbrengst boeken zou dezelfde winst dubbel tellen. Voor de accountant is dus niet alleen de ontvangstdatum van belang, maar ook de herkomst van het uitgekeerde resultaat en de verwervingsdatum van het betreffende aandelenpakket.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
1.. Te vorderen dividend7.500
9.. Aan Dividendopbrengst Sloot7.500

10% × € 75.000 = € 7.500. Bij verkrijgingsprijs is dit dividend opbrengst, te verwerken zodra het is gedeclareerd.

Patroonherkenning

Herken: verkrijgingsprijs, een dividendbesluit in december en een latere betaaldatum.

Aanpak: bereken het dividend waarop Merwede recht heeft en boek dit als vordering en opbrengst.

Controle: laat het tijdstip van de bankontvangst niet bepalen in welk boekjaar de gedeclareerde opbrengst thuishoort.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Stel vast welk bedrag aan dividend aan de moeder toekomt en welke waarderingsgrondslag geldt. Bij NVW daalt de deelneming. Bij verkrijgingsprijs onderscheidt de syllabus regulier dividend van meegekocht dividend: dit laatste vermindert de verkrijgingsprijs in de behandelde casussen.

Bij nettovermogenswaarde is de winst al als resultaat deelneming verantwoord. Dividend verplaatst vervolgens vermogen van de deelneming naar een vordering of banktegoed bij de moeder; opnieuw een opbrengst boeken zou dezelfde winst dubbel tellen. Voor de accountant is dus niet alleen de ontvangstdatum van belang, maar ook de herkomst van het uitgekeerde resultaat en de verwervingsdatum van het betreffende aandelenpakket.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 119Journaalpost
19 van 30

Het meegekochte dividend

Merwede verwerft op 1 januari 2025 30% van Sloot bv voor € 210.000 en waardeert tegen verkrijgingsprijs.

Koopprijs
Uitdrukkelijk inclusief het meegekochte, kort na de aankoop te declareren dividend over 2024.
Declaratie op 2 januari
Sloot declareert in totaal € 50.000.
Betaling
Nog niet ontvangen.

Welke journaalpost maakt Merwede voor het kort na aankoop gedeclareerde dividend op Sloot, dat volgens de casus volledig in de aankoopprijs is meegekocht?

Basisregels bij deze vraag

Meegekocht dividend verlaagt de verkrijgingsprijs

De casus kwalificeert het dividend expliciet als meegekocht: het bij aankoop betaalde bedrag omvatte het recht op deze uitkering. In de gebruikte syllabusmethodiek wordt dit bedrag daarom op de deelneming afgeboekt en niet als nieuwe dividendopbrengst behandeld. Bereken alleen Merwedes aandeel in het totale dividend. Bij nog niet betalen ontstaat een vordering.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
1.. Te vorderen dividend15.000
0.. Aan Deelneming Sloot15.000

Het meegekochte dividend is een terugontvangst van een deel van de aankoopprijs. Daarom wordt € 15.000 op de deelneming gecrediteerd.

De aankoopprijs na declaratie wordt € 210.000 − € 15.000 = € 195.000.

Patroonherkenning

Herken: niet alleen de korte tijd na aankoop, maar vooral de expliciete vermelding meegekocht dividend is beslissend.

Aanpak: boek dividendvordering aan deelneming voor het verworven aandeel.

Controle: behandel een regulier dividend uit na aankoop behaalde winst niet met dezelfde tegenrekening.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Stel vast welk bedrag aan dividend aan de moeder toekomt en welke waarderingsgrondslag geldt. Bij NVW daalt de deelneming. Bij verkrijgingsprijs onderscheidt de syllabus regulier dividend van meegekocht dividend: dit laatste vermindert de verkrijgingsprijs in de behandelde casussen.

Bij nettovermogenswaarde is de winst al als resultaat deelneming verantwoord. Dividend verplaatst vervolgens vermogen van de deelneming naar een vordering of banktegoed bij de moeder; opnieuw een opbrengst boeken zou dezelfde winst dubbel tellen. Voor de accountant is dus niet alleen de ontvangstdatum van belang, maar ook de herkomst van het uitgekeerde resultaat en de verwervingsdatum van het betreffende aandelenpakket.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
1.. Te vorderen dividend15.000
0.. Aan Deelneming Sloot15.000

Het meegekochte dividend is een terugontvangst van een deel van de aankoopprijs. Daarom wordt € 15.000 op de deelneming gecrediteerd.

De aankoopprijs na declaratie wordt € 210.000 − € 15.000 = € 195.000.

Patroonherkenning

Herken: niet alleen de korte tijd na aankoop, maar vooral de expliciete vermelding meegekocht dividend is beslissend.

Aanpak: boek dividendvordering aan deelneming voor het verworven aandeel.

Controle: behandel een regulier dividend uit na aankoop behaalde winst niet met dezelfde tegenrekening.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Stel vast welk bedrag aan dividend aan de moeder toekomt en welke waarderingsgrondslag geldt. Bij NVW daalt de deelneming. Bij verkrijgingsprijs onderscheidt de syllabus regulier dividend van meegekocht dividend: dit laatste vermindert de verkrijgingsprijs in de behandelde casussen.

Bij nettovermogenswaarde is de winst al als resultaat deelneming verantwoord. Dividend verplaatst vervolgens vermogen van de deelneming naar een vordering of banktegoed bij de moeder; opnieuw een opbrengst boeken zou dezelfde winst dubbel tellen. Voor de accountant is dus niet alleen de ontvangstdatum van belang, maar ook de herkomst van het uitgekeerde resultaat en de verwervingsdatum van het betreffende aandelenpakket.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 120Rekenvraag
20 van 30

Winst die je nog niet kunt uitkeren

Merwede koopt op 1 januari 2025 een 45%-deelneming en waardeert deze tegen NVW.

Winst deelneming in 2025, 100%
€ 480.000
Gedeclareerd dividend, 100%
€ 80.000
Uitkeringsmacht
Merwede kan geen verdere uitkeringen zonder beperkingen bewerkstelligen.
Overig
Geen rechtstreekse vermogensmutaties, goodwill of andere deelnemingen.

Hoe hoog is de wettelijke reserve deelneming van Merwede voor haar 45%-belang na verwerking van het gegeven resultaat en dividend, wanneer zij verdere uitkeringen niet vrij kan bewerkstelligen?

Basisregels bij deze vraag

Wettelijke reserve: niet vrij uitkeerbare vermogensgroei

Artikel 2:389 lid 6 BW ziet op het aandeel in cumulatief positieve resultaten en rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds de eerste vermogensmutatiewaardering. Breng verkregen uitkeringsrechten en vrij te bewerkstelligen uitkeringen in mindering. Werk per deelneming en let erop of bedragen voor de gehele deelneming of al voor het moederdeel zijn gegeven.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
45% × (€ 480.000 − € 80.000)
€ 180.000

Aandeel in resultaat: € 216.000. Aandeel in dividend: € 36.000. Het gebonden deel bedraagt € 180.000.

Patroonherkenning

Herken: NVW én een beperking op de mogelijkheid tot uitkeren.

Aanpak: bereken het aandeel in de winst en verminder dat met het aandeel in de relevante uitkeringen.

Controle: de reserve is geen extra kostenpost en verandert niet de totale omvang van het eigen vermogen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek per deelneming de cumulatief positieve resultaten en rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds eerste waardering. Verwerk de verminderingen en uitkeringen waarop recht is verkregen én uitkeringen die zonder beperkingen kunnen worden bewerkstelligd zoals lid 6 voorschrijft. Alleen ontvangen dividend aftrekken is te beperkt.

Een resultaat kan bij de moeder zijn verantwoord zonder dat zij het bijbehorende vermogen vrij kan uitkeren. De wettelijke reserve deelneming houdt daarom het niet vrij beschikbare deel binnen het eigen vermogen gebonden; de reserve vormt geen tweede kostenpost. De accountant onderscheidt hiermee de juistheid van de winst van de beschikbaarheid van die winst voor uitkering.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
45% × (€ 480.000 − € 80.000)
€ 180.000

Aandeel in resultaat: € 216.000. Aandeel in dividend: € 36.000. Het gebonden deel bedraagt € 180.000.

Patroonherkenning

Herken: NVW én een beperking op de mogelijkheid tot uitkeren.

Aanpak: bereken het aandeel in de winst en verminder dat met het aandeel in de relevante uitkeringen.

Controle: de reserve is geen extra kostenpost en verandert niet de totale omvang van het eigen vermogen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek per deelneming de cumulatief positieve resultaten en rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds eerste waardering. Verwerk de verminderingen en uitkeringen waarop recht is verkregen én uitkeringen die zonder beperkingen kunnen worden bewerkstelligd zoals lid 6 voorschrijft. Alleen ontvangen dividend aftrekken is te beperkt.

Een resultaat kan bij de moeder zijn verantwoord zonder dat zij het bijbehorende vermogen vrij kan uitkeren. De wettelijke reserve deelneming houdt daarom het niet vrij beschikbare deel binnen het eigen vermogen gebonden; de reserve vormt geen tweede kostenpost. De accountant onderscheidt hiermee de juistheid van de winst van de beschikbaarheid van die winst voor uitkering.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 121Journaalpost
21 van 30

De wettelijke reserve boeken

De wettelijke reserve deelneming moet bij Merwede van nihil naar € 180.000 stijgen.

Verwerking resultaat deelneming
Al in de administratie verwerkt.
Wijze van reserveren
Ten laste van de overige reserves.

Welke aanvullende journaalpost vormt de vereiste wettelijke reserve deelneming van € 180.000 wanneer resultaat en dividend al zijn verwerkt en de reserve voordien nihil was?

Basisregels bij deze vraag

Reservevorming is een verschuiving binnen het eigen vermogen

De wettelijke reserve deelneming wordt binnen het eigen vermogen afgezonderd. Als de resultaat- en dividendboekingen al zijn gemaakt, moeten die niet opnieuw worden uitgevoerd. Deze vraag vraagt uitsluitend de overheveling van vrije reserves naar de wettelijke reserve. De boekwaarde van de deelneming verandert door deze reserveringsboeking niet.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Overige reserves180.000
0.. Aan Wettelijke reserve deelneming180.000

De vorming is een overboeking binnen het eigen vermogen. De overige reserves dalen en de wettelijke reserve stijgt met hetzelfde bedrag.

Patroonherkenning

Herken: het vereiste reservebedrag is gegeven en de gewone deelnemingsmutaties zijn al geboekt.

Aanpak: debiteer de vrije reserve en crediteer de wettelijke reserve voor de benodigde toename.

Controle: totaal eigen vermogen en totaal resultaat blijven door de reservering gelijk.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek per deelneming de cumulatief positieve resultaten en rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds eerste waardering. Verwerk de verminderingen en uitkeringen waarop recht is verkregen én uitkeringen die zonder beperkingen kunnen worden bewerkstelligd zoals lid 6 voorschrijft. Alleen ontvangen dividend aftrekken is te beperkt.

Een resultaat kan bij de moeder zijn verantwoord zonder dat zij het bijbehorende vermogen vrij kan uitkeren. De wettelijke reserve deelneming houdt daarom het niet vrij beschikbare deel binnen het eigen vermogen gebonden; de reserve vormt geen tweede kostenpost. De accountant onderscheidt hiermee de juistheid van de winst van de beschikbaarheid van die winst voor uitkering.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Overige reserves180.000
0.. Aan Wettelijke reserve deelneming180.000

De vorming is een overboeking binnen het eigen vermogen. De overige reserves dalen en de wettelijke reserve stijgt met hetzelfde bedrag.

Patroonherkenning

Herken: het vereiste reservebedrag is gegeven en de gewone deelnemingsmutaties zijn al geboekt.

Aanpak: debiteer de vrije reserve en crediteer de wettelijke reserve voor de benodigde toename.

Controle: totaal eigen vermogen en totaal resultaat blijven door de reservering gelijk.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek per deelneming de cumulatief positieve resultaten en rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds eerste waardering. Verwerk de verminderingen en uitkeringen waarop recht is verkregen én uitkeringen die zonder beperkingen kunnen worden bewerkstelligd zoals lid 6 voorschrijft. Alleen ontvangen dividend aftrekken is te beperkt.

Een resultaat kan bij de moeder zijn verantwoord zonder dat zij het bijbehorende vermogen vrij kan uitkeren. De wettelijke reserve deelneming houdt daarom het niet vrij beschikbare deel binnen het eigen vermogen gebonden; de reserve vormt geen tweede kostenpost. De accountant onderscheidt hiermee de juistheid van de winst van de beschikbaarheid van die winst voor uitkering.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2022, opgave 1 Rosen/Ram, vragen 1–4, p. 2–3 (art. 2:24c lid 1, 2:24a lid 1 en 2:389 lid 6 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 122Rekenvraag
22 van 30

De aansluiting met het eigen vermogen

Merwede bezit het gehele jaar 70% van Riet bv.

Gecorrigeerd eigen vermogen Riet op 1 januari
€ 800.000, vóór fair value-correcties.
Winst Riet volgens eigen grondslagen
€ 120.000
Gedeclareerd en betaald dividend Riet, 100%
€ 20.000
Resterende fair value-meerwaarde gebouwen op 31 december
€ 76.000
Overige waarderingsverschillen op 31 december
Nihil; de verschillen in voorraad en garantievoorziening zijn volledig verdwenen.

Voor welk bedrag neemt Merwede haar 70%-deelneming Riet op de eindbalans op, rekening houdend met het gecorrigeerde beginvermogen, het jaarresultaat, dividend en het resterende gebouwverschil?

Basisregels bij deze vraag

Boekwaarde controleren vanuit het eindvermogen

Voor een eindbalanswaarde bepaal je eerst het eigen vermogen van Riet op einddatum. Voeg de op die datum nog resterende waarderingsverschillen naar moedergrondslagen toe. Pas daarna het deelnemingspercentage toe. Gebruik niet de oorspronkelijke fair-valuecorrectie als daarop inmiddels is afgeschreven. Goodwill wordt afzonderlijk gevolgd.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
70% × (€ 800.000 + € 120.000 − € 20.000 + € 76.000)
€ 683.200

Het eigen vermogen volgens de eigen grondslagen wordt € 900.000. Na toevoeging van € 76.000 resterende meerwaarde is de NVW € 976.000.

70% × € 976.000 = € 683.200. Hetzelfde volgt uit € 581.000 beginwaarde + € 116.200 herrekend resultaataandeel − € 14.000 dividend.

Patroonherkenning

Herken: gevraagd is een stand op de eindbalans, niet alleen het resultaat van het jaar.

Aanpak: beginvermogen plus resultaat minus totale uitkering, daarna resterende waarderingsverschillen en het aandeel van Merwede.

Controle: dezelfde uitkomst moet volgen uit beginboekwaarde deelneming plus aangepast winstaandeel minus ontvangen dividend.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Start met het gerapporteerde resultaat, bereken het jaareffect van iedere nog aanwezige waarderingscorrectie en pas vervolgens het winstaandeel toe. Bij nettovermogenswaarde verhoogt dit resultaat ook de boekwaarde van de deelneming; een verlies werkt omgekeerd.

Het resultaat van de dochter volgens haar eigen administratie is niet steeds het resultaat op de grondslagen van de moeder. Dezelfde waarderingsverschillen die de overnamebalans wijzigen, kunnen later via afschrijving, verkoop of vrijval in de winst doorwerken. De aansluiting tussen resultaatcorrecties en resterende balansverschillen biedt de accountant een controle op volledigheid en voorkomt dat de volledige oorspronkelijke correctie ieder jaar opnieuw wordt verwerkt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
70% × (€ 800.000 + € 120.000 − € 20.000 + € 76.000)
€ 683.200

Het eigen vermogen volgens de eigen grondslagen wordt € 900.000. Na toevoeging van € 76.000 resterende meerwaarde is de NVW € 976.000.

70% × € 976.000 = € 683.200. Hetzelfde volgt uit € 581.000 beginwaarde + € 116.200 herrekend resultaataandeel − € 14.000 dividend.

Patroonherkenning

Herken: gevraagd is een stand op de eindbalans, niet alleen het resultaat van het jaar.

Aanpak: beginvermogen plus resultaat minus totale uitkering, daarna resterende waarderingsverschillen en het aandeel van Merwede.

Controle: dezelfde uitkomst moet volgen uit beginboekwaarde deelneming plus aangepast winstaandeel minus ontvangen dividend.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Start met het gerapporteerde resultaat, bereken het jaareffect van iedere nog aanwezige waarderingscorrectie en pas vervolgens het winstaandeel toe. Bij nettovermogenswaarde verhoogt dit resultaat ook de boekwaarde van de deelneming; een verlies werkt omgekeerd.

Het resultaat van de dochter volgens haar eigen administratie is niet steeds het resultaat op de grondslagen van de moeder. Dezelfde waarderingsverschillen die de overnamebalans wijzigen, kunnen later via afschrijving, verkoop of vrijval in de winst doorwerken. De aansluiting tussen resultaatcorrecties en resterende balansverschillen biedt de accountant een controle op volledigheid en voorkomt dat de volledige oorspronkelijke correctie ieder jaar opnieuw wordt verwerkt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 123Rekenvraag
23 van 30

Flex-bv: eerst de stemmen

Merwede houdt de hieronder weergegeven aandelen in Vaart bv. Elk stemrechtgevend aandeel geeft één stem.

Overig
Geen ingekochte eigen aandelen of afwijkende stemrechtovereenkomsten.

Casustabel bij deze vraag

Gegeven casustabel bij deze vraag
Soort aandeelGeplaatstIn bezit
Stem- en winstrecht400190
Alleen stemrecht200130
Alleen winstrecht400150

Is Vaart een dochtermaatschappij van Merwede op basis van de aantallen stemgerechtigde aandelen in de tabel? Motiveer de keuze met het effectieve stemrechtenpercentage.

Basisregels bij deze vraag

Aandelen met uitsluitend winstrecht geven geen stemmen

Bij een flex-bv kunnen winst- en stemrechten verschillen. Voor de dochtertoets tel je de aandelen met stemrecht, inclusief aandelen met zowel stem- als winstrecht. Aandelen met uitsluitend winstrecht blijven buiten deze stemmenberekening. De toets is meer dan de helft van de uitoefenbare stemmen.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
(190 + 130) ÷ (400 + 200) × 100%
53,33%; Vaart is een dochtermaatschappij.

Totaal 600 stemmen; Merwede beschikt over 320 stemmen. Het percentage is 53,33%, dus meer dan 50%.

Patroonherkenning

Herken: de tabel onderscheidt drie aandelensoorten.

Aanpak: maak een stemrechtenteller voor Merwede en een stemrechtennoemer voor Vaart.

Controle: gebruik voor deze vraag niet de aandelen met uitsluitend winstrecht en niet het totale nominale kapitaal.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits de aandelen naar de eraan verbonden rechten. Gebruik de uitoefenbare stemmen bij zeggenschap, het geplaatste kapitaal bij het deelnemingsvermoeden en de winstrechten bij resultaat of dividend. Artikel 2:24d lid 2 noemt uitzonderingen waarbij statutaire stemrechtloze BV-aandelen juist meetellen.

Stemrecht, kapitaalverschaffing en winstrecht beantwoorden verschillende vragen. Door voor iedere toets een eigen teller en noemer te gebruiken, voorkom je dat een aandeel zonder stemrecht ten onrechte buiten de vermogens- of dividendberekening blijft. Deze uitsplitsing maakt controleerbaar waarom het percentage voor een dochtertoets anders kan zijn dan het percentage waarmee het resultaat wordt toegerekend.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
(190 + 130) ÷ (400 + 200) × 100%
53,33%; Vaart is een dochtermaatschappij.

Totaal 600 stemmen; Merwede beschikt over 320 stemmen. Het percentage is 53,33%, dus meer dan 50%.

Patroonherkenning

Herken: de tabel onderscheidt drie aandelensoorten.

Aanpak: maak een stemrechtenteller voor Merwede en een stemrechtennoemer voor Vaart.

Controle: gebruik voor deze vraag niet de aandelen met uitsluitend winstrecht en niet het totale nominale kapitaal.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits de aandelen naar de eraan verbonden rechten. Gebruik de uitoefenbare stemmen bij zeggenschap, het geplaatste kapitaal bij het deelnemingsvermoeden en de winstrechten bij resultaat of dividend. Artikel 2:24d lid 2 noemt uitzonderingen waarbij statutaire stemrechtloze BV-aandelen juist meetellen.

Stemrecht, kapitaalverschaffing en winstrecht beantwoorden verschillende vragen. Door voor iedere toets een eigen teller en noemer te gebruiken, voorkom je dat een aandeel zonder stemrecht ten onrechte buiten de vermogens- of dividendberekening blijft. Deze uitsplitsing maakt controleerbaar waarom het percentage voor een dochtertoets anders kan zijn dan het percentage waarmee het resultaat wordt toegerekend.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §3, p. 5–9 (art. 2:24a lid 1 onder a en b BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 124Journaalpost
24 van 30

Flex-bv: dividend verdelen

Vaart keert per bank een totaal dividend van € 120.000 uit.

Winstrechtgevende aandelen
400 gewone aandelen en 400 aandelen met uitsluitend winstrecht; alle met gelijke winstrechten.
Bezit Merwede
190 gewone aandelen, 150 aandelen met alleen winstrecht en 130 met alleen stemrecht.
Waardering bij Merwede
Nettovermogenswaarde.

Casustabel bij deze vraag

Gewone en uitsluitend winstgerechtigde aandelen hebben in deze casus gelijke winstrechten. Bereken het gevraagde percentage voor deze vraag afzonderlijk.

Zelfstandige aandelentabel bij deze vraag
AandelensoortGeplaatstIn bezit van Merwede
Stem- en winstrecht400190
Alleen stemrecht200130
Alleen winstrecht400150

Welke journaalpost maakt Merwede bij ontvangst van haar aandeel in Vaarts dividend, berekend volgens de winstrechten in de tabel en bij waardering tegen NVW?

Basisregels bij deze vraag

Dividend volgt winstrechten

Bereken een dividenduitkering met de aandelen die winstrecht dragen. Het percentage kan afwijken van het stemrechtenpercentage uit een dochtertoets. Bij NVW komt ontvangen dividend tegenover een afname van de deelneming. Gebruik alleen de in deze vraag beschikbare aandelen- en dividendgegevens.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
(190 + 150) ÷ (400 + 400) × € 120.000 = € 51.000
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
1.. Bank51.000
0.. Aan Deelneming Vaart51.000

Alleen de 340 winstrechtgevende aandelen van Merwede delen mee in de 800 winstrechtgevende aandelen. Het ontvangen dividend is € 51.000.

Patroonherkenning

Herken: de vraag verschuift van zeggenschap naar een uitkering.

Aanpak: tel de gewone en uitsluitend winstgerechtigde aandelen van Merwede en deel door alle winstgerechtigde aandelen.

Controle: boek het ontvangen bedrag niet nogmaals als opbrengst wanneer het belang tegen NVW wordt gewaardeerd.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits de aandelen naar de eraan verbonden rechten. Gebruik de uitoefenbare stemmen bij zeggenschap, het geplaatste kapitaal bij het deelnemingsvermoeden en de winstrechten bij resultaat of dividend. Artikel 2:24d lid 2 noemt uitzonderingen waarbij statutaire stemrechtloze BV-aandelen juist meetellen.

Stemrecht, kapitaalverschaffing en winstrecht beantwoorden verschillende vragen. Door voor iedere toets een eigen teller en noemer te gebruiken, voorkom je dat een aandeel zonder stemrecht ten onrechte buiten de vermogens- of dividendberekening blijft. Deze uitsplitsing maakt controleerbaar waarom het percentage voor een dochtertoets anders kan zijn dan het percentage waarmee het resultaat wordt toegerekend.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
(190 + 150) ÷ (400 + 400) × € 120.000 = € 51.000
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
1.. Bank51.000
0.. Aan Deelneming Vaart51.000

Alleen de 340 winstrechtgevende aandelen van Merwede delen mee in de 800 winstrechtgevende aandelen. Het ontvangen dividend is € 51.000.

Patroonherkenning

Herken: de vraag verschuift van zeggenschap naar een uitkering.

Aanpak: tel de gewone en uitsluitend winstgerechtigde aandelen van Merwede en deel door alle winstgerechtigde aandelen.

Controle: boek het ontvangen bedrag niet nogmaals als opbrengst wanneer het belang tegen NVW wordt gewaardeerd.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits de aandelen naar de eraan verbonden rechten. Gebruik de uitoefenbare stemmen bij zeggenschap, het geplaatste kapitaal bij het deelnemingsvermoeden en de winstrechten bij resultaat of dividend. Artikel 2:24d lid 2 noemt uitzonderingen waarbij statutaire stemrechtloze BV-aandelen juist meetellen.

Stemrecht, kapitaalverschaffing en winstrecht beantwoorden verschillende vragen. Door voor iedere toets een eigen teller en noemer te gebruiken, voorkom je dat een aandeel zonder stemrecht ten onrechte buiten de vermogens- of dividendberekening blijft. Deze uitsplitsing maakt controleerbaar waarom het percentage voor een dochtertoets anders kan zijn dan het percentage waarmee het resultaat wordt toegerekend.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §8.1, p. 17 en 24–25 (art. 2:389 lid 2 en art. 2:384 lid 1 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Bosa, vragen 7–8, p. 4–5 (art. 2:24a lid 1 onder a BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 125Rekenvraag
25 van 30

Flex-bv: nominale waarde apart houden

Alle aandelen van Vaart zijn bij oprichting uitgegeven tegen hun nominale waarde van € 100.

Geplaatst kapitaal
1.000 aandelen: 400 gewone, 200 met alleen stemrecht en 400 met alleen winstrecht.
Bezit Merwede
190 gewone, 130 met alleen stemrecht en 150 met alleen winstrecht.
Reserves en resultaat Vaart
Samen € 200.000; gewone en uitsluitend winstrechtgevende aandelen delen hierin gelijk.
Waarderingsverschillen
Geen; de uitsluitend stemrechtgevende aandelen blijven op nominale waarde.

Casustabel bij deze vraag

Gewone en uitsluitend winstgerechtigde aandelen hebben in deze casus gelijke winstrechten. Bereken het gevraagde percentage voor deze vraag afzonderlijk.

Zelfstandige aandelentabel bij deze vraag
AandelensoortGeplaatstIn bezit van Merwede
Stem- en winstrecht400190
Alleen stemrecht200130
Alleen winstrecht400150

Hoe hoog is de boekwaarde van Merwedes belang in Vaart wanneer de nominale kapitaalinbreng per gehouden aandeel en het aandeel in de winstreserves volgens de winstrechten afzonderlijk worden berekend?

Basisregels bij deze vraag

Nominaal kapitaal en winstreserves apart verdelen

Volg de rechten van de in de casus onderscheiden aandelen. De kapitaalinbreng hangt samen met het gehouden nominale kapitaal; het aandeel in winstreserves volgt de winstrechten. Eén enkel percentage op het gehele eigen vermogen kan daardoor onjuist zijn. De vraag sluit aan op de afzonderlijke waardering van de aandelensoorten in de genoemde tentamenuitwerking.

Bronnen bij deze basisregels

Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Finken, vragen 6–7, p. 3–4 (stemrechten versus winstrechten).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Finken, vragen 6–7, p. 3–4 (stemrechten versus winstrechten).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
470 × € 100 + (340 ÷ 800) × € 200.000
€ 132.000

Nominaal kapitaal in bezit: 470 × € 100 = € 47.000. Aandeel in reserves en resultaat: 340/800 × € 200.000 = € 85.000.

Totale boekwaarde: € 132.000. Deze splitsing sluit aan op de officiële Ahorn/Finken-uitwerking.

Patroonherkenning

Herken: alleen-stemrechtaandelen delen niet op dezelfde manier in de winstreserves.

Aanpak: bereken eerst het nominale aandeel en voeg daarna het aandeel in de winstreserves toe.

Controle: gebruik voor de winstreserves niet het percentage van de stemmen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits de aandelen naar de eraan verbonden rechten. Gebruik de uitoefenbare stemmen bij zeggenschap, het geplaatste kapitaal bij het deelnemingsvermoeden en de winstrechten bij resultaat of dividend. Artikel 2:24d lid 2 noemt uitzonderingen waarbij statutaire stemrechtloze BV-aandelen juist meetellen.

Stemrecht, kapitaalverschaffing en winstrecht beantwoorden verschillende vragen. Door voor iedere toets een eigen teller en noemer te gebruiken, voorkom je dat een aandeel zonder stemrecht ten onrechte buiten de vermogens- of dividendberekening blijft. Deze uitsplitsing maakt controleerbaar waarom het percentage voor een dochtertoets anders kan zijn dan het percentage waarmee het resultaat wordt toegerekend.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Finken, vragen 6–7, p. 3–4 (stemrechten versus winstrechten).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
470 × € 100 + (340 ÷ 800) × € 200.000
€ 132.000

Nominaal kapitaal in bezit: 470 × € 100 = € 47.000. Aandeel in reserves en resultaat: 340/800 × € 200.000 = € 85.000.

Totale boekwaarde: € 132.000. Deze splitsing sluit aan op de officiële Ahorn/Finken-uitwerking.

Patroonherkenning

Herken: alleen-stemrechtaandelen delen niet op dezelfde manier in de winstreserves.

Aanpak: bereken eerst het nominale aandeel en voeg daarna het aandeel in de winstreserves toe.

Controle: gebruik voor de winstreserves niet het percentage van de stemmen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits de aandelen naar de eraan verbonden rechten. Gebruik de uitoefenbare stemmen bij zeggenschap, het geplaatste kapitaal bij het deelnemingsvermoeden en de winstrechten bij resultaat of dividend. Artikel 2:24d lid 2 noemt uitzonderingen waarbij statutaire stemrechtloze BV-aandelen juist meetellen.

Stemrecht, kapitaalverschaffing en winstrecht beantwoorden verschillende vragen. Door voor iedere toets een eigen teller en noemer te gebruiken, voorkom je dat een aandeel zonder stemrecht ten onrechte buiten de vermogens- of dividendberekening blijft. Deze uitsplitsing maakt controleerbaar waarom het percentage voor een dochtertoets anders kan zijn dan het percentage waarmee het resultaat wordt toegerekend.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 06-10-2021, opgave 1 Ahorn/Finken, vragen 6–7, p. 3–4 (stemrechten versus winstrechten).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 126Journaalpost
26 van 30

De bv koopt haar eigen aandelen in

Vaart koopt een deel van haar eigen aandelen in voor € 210.000.

Nominaal bedrag ingekochte aandelen
€ 30.000
Betaling
Direct per bank.
Vervolg
De aandelen worden niet ingetrokken. De inkoop wordt ten laste van overige reserves verwerkt.

Welke journaalpost verwerkt Vaart voor de inkoop van eigen aandelen tegen € 210.000 ten laste van de overige reserves, zonder intrekking van de aandelen?

Basisregels bij deze vraag

Eigen aandelen niet activeren

Ingekochte eigen aandelen worden niet als actief opgenomen. De verkrijgingsprijs komt ten laste van het eigen vermogen; in deze vraag zijn daarvoor de overige reserves aangewezen. Omdat geen intrekking plaatsvindt, verlaag je het geplaatste kapitaal niet met de nominale waarde. Onderscheid de betaalde prijs van de nominale omvang van de aandelen.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2023, opgave 1 Moneglia/Rapallo, vraag 7, p. 5 (inkoop eigen aandelen).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2023, opgave 1 Moneglia/Rapallo, vraag 7, p. 5 (inkoop eigen aandelen).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Overige reserves210.000
1.. Aan Bank210.000

De verkrijgingsprijs van de eigen aandelen komt ten laste van het eigen vermogen. Het aandelenkapitaal blijft hier ongewijzigd.

Patroonherkenning

Herken: eigen aandelen worden ingekocht, maar niet ingetrokken.

Aanpak: verwerk de volledige betaalde prijs als afname van overige reserves en bank.

Controle: er ontstaat geen deelnemingsactief in de eigen vennootschap en geen afzonderlijk aankoopresultaat.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal wie de aandelen houdt en wanneer de houdster dochtermaatschappij werd. Artikel 2:385 lid 5 verbiedt activering van rechtstreeks gehouden eigen aandelen en regelt de vermindering van het belang in de dochter, met een afzonderlijke regel voor reeds vóór de dochterstatus verkregen aandelen.

Eigen aandelen vertegenwoordigen voor de uitgevende rechtspersoon geen vermogen tegenover een buitenstaander. Ook een indirect gehouden eigen belang mag daarom niet ongemerkt als een gewoon actief in de deelnemingswaarde blijven zitten. Het geplaatste kapitaal wordt daarbij niet simpelweg verlaagd met de ingekochte aandelen. De accountant moet presentatie, waardering en de gevolgen voor stemrechten afzonderlijk beoordelen.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2023, opgave 1 Moneglia/Rapallo, vraag 7, p. 5 (inkoop eigen aandelen).

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Overige reserves210.000
1.. Aan Bank210.000

De verkrijgingsprijs van de eigen aandelen komt ten laste van het eigen vermogen. Het aandelenkapitaal blijft hier ongewijzigd.

Patroonherkenning

Herken: eigen aandelen worden ingekocht, maar niet ingetrokken.

Aanpak: verwerk de volledige betaalde prijs als afname van overige reserves en bank.

Controle: er ontstaat geen deelnemingsactief in de eigen vennootschap en geen afzonderlijk aankoopresultaat.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal wie de aandelen houdt en wanneer de houdster dochtermaatschappij werd. Artikel 2:385 lid 5 verbiedt activering van rechtstreeks gehouden eigen aandelen en regelt de vermindering van het belang in de dochter, met een afzonderlijke regel voor reeds vóór de dochterstatus verkregen aandelen.

Eigen aandelen vertegenwoordigen voor de uitgevende rechtspersoon geen vermogen tegenover een buitenstaander. Ook een indirect gehouden eigen belang mag daarom niet ongemerkt als een gewoon actief in de deelnemingswaarde blijven zitten. Het geplaatste kapitaal wordt daarbij niet simpelweg verlaagd met de ingekochte aandelen. De accountant moet presentatie, waardering en de gevolgen voor stemrechten afzonderlijk beoordelen.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 11-04-2023, opgave 1 Moneglia/Rapallo, vraag 7, p. 5 (inkoop eigen aandelen).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 127Journaalpost
27 van 30

Een dochter houdt aandelen in haar moeder

Merwede koopt 80% van Vliet bv voor € 600.000 per bank.

In de prijs begrepen goodwill
€ 60.000
Bezit Vliet
Aandelen in Merwede met een boekwaarde van € 90.000.
Voorgeschreven correctie
Merwede corrigeert evenredig aan haar 80%-belang.
Waardering
Vliet wordt tegen NVW opgenomen.

Welke combinatie van aankoopboeking en evenredige correctie van 80% verwerkt Merwede voor de door Vliet gehouden aandelen Merwede?

Basisregels bij deze vraag

Middellijk eigen aandelen via een dochter

Splits eerst de aankoopprijs in deelneming tegen NVW en afzonderlijke goodwill. De door de dochter gehouden aandelen in de moeder leiden vervolgens tot een correctie op het eigen vermogen en de deelneming. De bronuitwerking accepteert verschillende omvangvarianten; deze eigen oefenvraag schrijft daarom uitdrukkelijk de evenredige 80%-variant voor. Volg die variant consequent.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Palau, vragen 5–6, p. 3–4 (art. 2:373 lid 2, 2:378 lid 2 en 2:385 lid 5 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Palau, vragen 5–6, p. 3–4 (art. 2:373 lid 2, 2:378 lid 2 en 2:385 lid 5 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
Aankoop
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Vliet540.000
0.. Goodwill Vliet60.000
1.. Aan Bank600.000
Correctie
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Overige reserves72.000
0.. Aan Deelneming Vliet72.000

De aankoop wordt gesplitst in € 540.000 deelneming en € 60.000 goodwill. De voorgeschreven evenredige correctie is € 72.000.

Resterende boekwaarde deelneming: € 468.000. In het oorspronkelijke Palau-model worden 100% en evenredige correctie beide geaccepteerd; hier is de evenredige variant uitdrukkelijk voorgeschreven.

Patroonherkenning

Herken: de dochter bezit aandelen in de moeder en de correctievariant is expliciet gegeven.

Aanpak: begin bij de deelneming exclusief goodwill en trek de voorgeschreven eigen-aandelencorrectie af.

Controle: corrigeer niet nogmaals de goodwill en wissel niet ongemerkt tussen een 100%- en 80%-correctie.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal wie de aandelen houdt en wanneer de houdster dochtermaatschappij werd. Artikel 2:385 lid 5 verbiedt activering van rechtstreeks gehouden eigen aandelen en regelt de vermindering van het belang in de dochter, met een afzonderlijke regel voor reeds vóór de dochterstatus verkregen aandelen.

Eigen aandelen vertegenwoordigen voor de uitgevende rechtspersoon geen vermogen tegenover een buitenstaander. Ook een indirect gehouden eigen belang mag daarom niet ongemerkt als een gewoon actief in de deelnemingswaarde blijven zitten. Het geplaatste kapitaal wordt daarbij niet simpelweg verlaagd met de ingekochte aandelen. De accountant moet presentatie, waardering en de gevolgen voor stemrechten afzonderlijk beoordelen.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Palau, vragen 5–6, p. 3–4 (art. 2:373 lid 2, 2:378 lid 2 en 2:385 lid 5 BW).

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
Aankoop
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Vliet540.000
0.. Goodwill Vliet60.000
1.. Aan Bank600.000
Correctie
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Overige reserves72.000
0.. Aan Deelneming Vliet72.000

De aankoop wordt gesplitst in € 540.000 deelneming en € 60.000 goodwill. De voorgeschreven evenredige correctie is € 72.000.

Resterende boekwaarde deelneming: € 468.000. In het oorspronkelijke Palau-model worden 100% en evenredige correctie beide geaccepteerd; hier is de evenredige variant uitdrukkelijk voorgeschreven.

Patroonherkenning

Herken: de dochter bezit aandelen in de moeder en de correctievariant is expliciet gegeven.

Aanpak: begin bij de deelneming exclusief goodwill en trek de voorgeschreven eigen-aandelencorrectie af.

Controle: corrigeer niet nogmaals de goodwill en wissel niet ongemerkt tussen een 100%- en 80%-correctie.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal wie de aandelen houdt en wanneer de houdster dochtermaatschappij werd. Artikel 2:385 lid 5 verbiedt activering van rechtstreeks gehouden eigen aandelen en regelt de vermindering van het belang in de dochter, met een afzonderlijke regel voor reeds vóór de dochterstatus verkregen aandelen.

Eigen aandelen vertegenwoordigen voor de uitgevende rechtspersoon geen vermogen tegenover een buitenstaander. Ook een indirect gehouden eigen belang mag daarom niet ongemerkt als een gewoon actief in de deelnemingswaarde blijven zitten. Het geplaatste kapitaal wordt daarbij niet simpelweg verlaagd met de ingekochte aandelen. De accountant moet presentatie, waardering en de gevolgen voor stemrechten afzonderlijk beoordelen.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §10, p. 28–30 (art. 2:373 lid 2, art. 2:378 lid 2 en art. 2:385 lid 5 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Palau, vragen 5–6, p. 3–4 (art. 2:373 lid 2, 2:378 lid 2 en 2:385 lid 5 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 128Journaalpost
28 van 30

Overstap naar zichtbaar eigen vermogen

Merwede stapt per 31 december 2025 voor Polder bv over van verkrijgingsprijs naar zichtbaar eigen vermogen.

Oud pakket
35%, sinds 2018, boekwaarde € 400.000. De daarin begrepen goodwill zou op 31 december 2025 volledig zijn afgeschreven.
Nieuw pakket
25%, gekocht op 1 juli 2025 voor € 650.000.
Zichtbaar eigen vermogen Polder
1 juli 2025: € 1.400.000; 31 december 2025: € 1.600.000.
Goodwill nieuw pakket
5 jaar lineair; halfjaarafschrijving over 2025.
Voorschrift
Beide pakketten staan tot de overstap tegen verkrijgingsprijs. Boek de stelselwijziging via overige reserves; er zijn geen andere waarderingsverschillen.

Welke aanpassingsjournaalposten zijn nodig bij de overgang van verkrijgingsprijs naar zichtbaar-intrinsieke-waardewaardering per 31 december, afzonderlijk voor het oude 35%-belang en de nieuwe 25%-aankoop?

Basisregels bij deze vraag

Overgang naar vermogensmutatiewaardering per aankooplaag

Werk iedere verwerving uit vanaf haar eigen aankoopdatum en vermogensbasis. Bepaal de goodwill per aankooplaag, de volgens de casus verstreken afschrijving en het aandeel in het eindvermogen. De overgang wordt in de gebruikte tentamenuitwerking verwerkt met afzonderlijke deelnemings-, goodwill- en reservemutaties. Pas geen nieuwe goodwillberekening toe op basis van alleen het gezamenlijke eindpercentage.

Bronnen bij deze basisregels

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
Oud pakket
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Polder160.000
0.. Aan Overige reserves160.000
Nieuw pakket
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Goodwill Polder270.000
0.. Aan Deelneming Polder250.000
0.. Aan Overige reserves20.000

Oud pakket: 35% × € 1.600.000 − € 400.000 = € 160.000 stijging.

Nieuw pakket: goodwill bij aankoop € 650.000 − 25% × € 1.400.000 = € 300.000; resterende goodwill € 270.000.

Deelneming nieuw pakket wordt € 400.000, dus € 250.000 lager. Het verschil van € 20.000 komt in de overige reserves. Totale deelneming na de overgang: € 960.000.

Patroonherkenning

Herken: twee aankoopmomenten en een latere wijziging van waarderingsgrondslag.

Aanpak: maak twee aansluitingen en voeg de uitkomsten pas daarna samen.

Controle: de eindwaarde van de deelneming moet aansluiten op het totale belang in het opgegeven eindvermogen; goodwill staat daarnaast afzonderlijk.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Identificeer oude en nieuwe grondslag en het moment van wijziging. Bereken de nieuwe deelnemingswaarde en behandel goodwill en eerdere vermogensmutaties afzonderlijk volgens de cursuscasus. Bij actuele waarde hangen resultaatverwerking en herwaarderingsreserve samen met artikel 2:384 lid 7 en 2:390, niet met een algemene regel dat iedere stijging naar de reserve gaat.

Vergelijkbare jaarcijfers vragen om bestendige grondslagen. Een overstap moet daarom eerst worden gemotiveerd voordat het verschil in boekwaarde wordt geboekt; een hogere uitkomst is op zichzelf geen reden om van methode te wisselen. Dit voorkomt dat een mutatie die volgens de uitwerking binnen het eigen vermogen thuishoort ten onrechte als winst van het lopende jaar wordt gepresenteerd.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
Oud pakket
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Polder160.000
0.. Aan Overige reserves160.000
Nieuw pakket
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Goodwill Polder270.000
0.. Aan Deelneming Polder250.000
0.. Aan Overige reserves20.000

Oud pakket: 35% × € 1.600.000 − € 400.000 = € 160.000 stijging.

Nieuw pakket: goodwill bij aankoop € 650.000 − 25% × € 1.400.000 = € 300.000; resterende goodwill € 270.000.

Deelneming nieuw pakket wordt € 400.000, dus € 250.000 lager. Het verschil van € 20.000 komt in de overige reserves. Totale deelneming na de overgang: € 960.000.

Patroonherkenning

Herken: twee aankoopmomenten en een latere wijziging van waarderingsgrondslag.

Aanpak: maak twee aansluitingen en voeg de uitkomsten pas daarna samen.

Controle: de eindwaarde van de deelneming moet aansluiten op het totale belang in het opgegeven eindvermogen; goodwill staat daarnaast afzonderlijk.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Identificeer oude en nieuwe grondslag en het moment van wijziging. Bereken de nieuwe deelnemingswaarde en behandel goodwill en eerdere vermogensmutaties afzonderlijk volgens de cursuscasus. Bij actuele waarde hangen resultaatverwerking en herwaarderingsreserve samen met artikel 2:384 lid 7 en 2:390, niet met een algemene regel dat iedere stijging naar de reserve gaat.

Vergelijkbare jaarcijfers vragen om bestendige grondslagen. Een overstap moet daarom eerst worden gemotiveerd voordat het verschil in boekwaarde wordt geboekt; een hogere uitkomst is op zichzelf geen reden om van methode te wisselen. Dit voorkomt dat een mutatie die volgens de uitwerking binnen het eigen vermogen thuishoort ten onrechte als winst van het lopende jaar wordt gepresenteerd.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 1 Mulini/Pienza, vraag 3, p. 4 (overgang naar zichtbaar eigen vermogen).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.1 en §5.1.4, p. 13–15 en 19 (art. 2:389 leden 1–3 BW).

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 129Rekenvraag
29 van 30

Twee deelnemingen en één wettelijke reserve

Merwede waardeert twee deelnemingen tegen NVW en kan bij geen van beide verdere uitkeringen zonder beperkingen bewerkstelligen.

Deelneming A
Cumulatief resultaat sinds eerste waardering: + € 240.000; nadien gedeclareerd dividend: € 30.000.
Deelneming B
Cumulatief resultaat sinds eerste waardering: − € 90.000; geen dividend.
Bedragen
Alle bedragen zijn al het aandeel van Merwede.
Overig
Geen rechtstreekse vermogensmutaties en geen goodwill.

Hoe hoog is Merwedes totale wettelijke reserve deelneming wanneer het cumulatieve resultaat van deelneming A positief is en dat van deelneming B negatief, en verdere uitkeringen niet vrij kunnen worden bewerkstelligd?

Basisregels bij deze vraag

Negatieve deelnemingen niet salderen

De wettelijke reserve wordt per deelneming beoordeeld. Een deelneming waarvan het cumulatieve resultaat sinds de eerste vermogensmutatiewaardering niet positief is, telt voor deze berekening niet mee. Een verlies bij B verlaagt daarom niet zonder meer de voor A vereiste reserve. Trek de relevante uitkeringsrechten af bij de deelneming waarop zij betrekking hebben.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
(€ 240.000 − € 30.000) + € 0 voor B
€ 210.000

Voor A is € 210.000 gebonden. B heeft cumulatief geen positief resultaat en wordt voor deze berekening niet meegenomen.

Je mag B dus niet met de gebonden winst van A salderen.

Patroonherkenning

Herken: de casus zet een winstgevende en een verliesgevende deelneming naast elkaar.

Aanpak: bereken de reserve per belang en tel uitsluitend de positieve vereisten op.

Controle: voorkom saldering van het negatieve cumulatieve resultaat van B met de gebonden winst van A.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek per deelneming de cumulatief positieve resultaten en rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds eerste waardering. Verwerk de verminderingen en uitkeringen waarop recht is verkregen én uitkeringen die zonder beperkingen kunnen worden bewerkstelligd zoals lid 6 voorschrijft. Alleen ontvangen dividend aftrekken is te beperkt.

Een resultaat kan bij de moeder zijn verantwoord zonder dat zij het bijbehorende vermogen vrij kan uitkeren. De wettelijke reserve deelneming houdt daarom het niet vrij beschikbare deel binnen het eigen vermogen gebonden; de reserve vormt geen tweede kostenpost. De accountant onderscheidt hiermee de juistheid van de winst van de beschikbaarheid van die winst voor uitkering.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
(€ 240.000 − € 30.000) + € 0 voor B
€ 210.000

Voor A is € 210.000 gebonden. B heeft cumulatief geen positief resultaat en wordt voor deze berekening niet meegenomen.

Je mag B dus niet met de gebonden winst van A salderen.

Patroonherkenning

Herken: de casus zet een winstgevende en een verliesgevende deelneming naast elkaar.

Aanpak: bereken de reserve per belang en tel uitsluitend de positieve vereisten op.

Controle: voorkom saldering van het negatieve cumulatieve resultaat van B met de gebonden winst van A.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Onderzoek per deelneming de cumulatief positieve resultaten en rechtstreekse vermogensvermeerderingen sinds eerste waardering. Verwerk de verminderingen en uitkeringen waarop recht is verkregen én uitkeringen die zonder beperkingen kunnen worden bewerkstelligd zoals lid 6 voorschrijft. Alleen ontvangen dividend aftrekken is te beperkt.

Een resultaat kan bij de moeder zijn verantwoord zonder dat zij het bijbehorende vermogen vrij kan uitkeren. De wettelijke reserve deelneming houdt daarom het niet vrij beschikbare deel binnen het eigen vermogen gebonden; de reserve vormt geen tweede kostenpost. De accountant onderscheidt hiermee de juistheid van de winst van de beschikbaarheid van die winst voor uitkering.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §7, p. 21–24 (art. 2:389 lid 6 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 130Rekenvraag
30 van 30

Van aankoop tot eindbalans

Merwede koopt op 1 januari 2025 75% van Waterland voor € 710.000. De deelneming wordt tegen NVW gewaardeerd.

Voorlopig eigen vermogen bij aankoop
€ 840.000. Een ontbrekende kostenfactuur van € 20.000 wordt alsnog in het oude boekjaar verwerkt.
Gebouw bij aankoop
Meerwaarde € 160.000; resterende levensduur 20 jaar, restwaarde nihil.
Voorraad bij aankoop
Extra voorziening volgens Merwede € 24.000.
Garantievoorziening bij aankoop
Extra voorziening volgens Merwede € 36.000.
Winst 2025 volgens Waterland
€ 210.000
Verschillen ultimo 2025
Extra voorraadvoorziening € 6.000; geen verschil meer in garantievoorziening.
Dividend Waterland, totaal
€ 64.000 gedeclareerd en betaald in 2025.
Overig
Goodwill in 5 jaar lineair tot nihil. Geen belastingen of andere mutaties.

Welke combinatie geeft de boekwaarde van Merwedes 75%-deelneming Water en de afzonderlijke goodwill per einde boekjaar, na alle genoemde fouten-, fair-value-, resultaat- en dividendcorrecties?

Basisregels bij deze vraag

Aankoop, jaarmutaties en eindbalans aansluiten

Scheid drie berekeningen: de nettovermogenswaarde op aankoopdatum, het aangepaste resultaat gedurende het jaar en de resterende verschillen op einddatum. Houd goodwill in een eigen verloopstaat met haar eigen afschrijving. Dividend verlaagt bij NVW de deelneming. Toets de eindwaarde zowel via de mutaties als via het aangepaste eigen vermogen van Water.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
Aandeel NVW bij aankoop: 75% × (€ 840.000 − € 20.000 + € 160.000 − € 24.000 − € 36.000) = € 690.000
Goodwill: € 710.000 − € 690.000 = € 20.000
Resultaat: 75% × (210.000-160.000/20+(24.000-6.000)+36.000) = € 192.000
Deelneming ultimo: € 690.000 + € 192.000 − 75% × € 64.000 = € 834.000
Goodwill ultimo: € 20.000 − € 20.000/5 = € 16.000
Resultaat € 192.000; deelneming € 834.000; goodwill € 16.000

NVW bij aankoop: € 920.000 voor 100%; het 75%-pakket is € 690.000. Goodwill: € 20.000.

Herrekende winst: € 210.000 − € 8.000 + € 18.000 + € 36.000 = € 256.000. Aandeel Merwede: € 192.000.

Deelneming ultimo: € 690.000 + € 192.000 − € 48.000 = € 834.000. Goodwill ultimo: € 16.000.

Balanscontrole: (gecorrigeerd beginvermogen € 820.000 + winst € 210.000 − dividend € 64.000 + resterende gebouwenmeerwaarde € 152.000 − voorraadverschil € 6.000) × 75% = € 834.000.

Patroonherkenning

Herken: een eindcasus combineert aankoopcorrecties en latere vrijvallen of afschrijvingen.

Aanpak: werk met een aankoopstaat, een resultaatbrug en twee afzonderlijke verloopstaten voor deelneming en goodwill.

Controle: het aandeel in het aangepaste eindvermogen en het verloop van de deelnemingsrekening moeten op hetzelfde bedrag uitkomen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Start met het gerapporteerde resultaat, bereken het jaareffect van iedere nog aanwezige waarderingscorrectie en pas vervolgens het winstaandeel toe. Bij nettovermogenswaarde verhoogt dit resultaat ook de boekwaarde van de deelneming; een verlies werkt omgekeerd.

Het resultaat van de dochter volgens haar eigen administratie is niet steeds het resultaat op de grondslagen van de moeder. Dezelfde waarderingsverschillen die de overnamebalans wijzigen, kunnen later via afschrijving, verkoop of vrijval in de winst doorwerken. De aansluiting tussen resultaatcorrecties en resterende balansverschillen biedt de accountant een controle op volledigheid en voorkomt dat de volledige oorspronkelijke correctie ieder jaar opnieuw wordt verwerkt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
Aandeel NVW bij aankoop: 75% × (€ 840.000 − € 20.000 + € 160.000 − € 24.000 − € 36.000) = € 690.000
Goodwill: € 710.000 − € 690.000 = € 20.000
Resultaat: 75% × (210.000-160.000/20+(24.000-6.000)+36.000) = € 192.000
Deelneming ultimo: € 690.000 + € 192.000 − 75% × € 64.000 = € 834.000
Goodwill ultimo: € 20.000 − € 20.000/5 = € 16.000
Resultaat € 192.000; deelneming € 834.000; goodwill € 16.000

NVW bij aankoop: € 920.000 voor 100%; het 75%-pakket is € 690.000. Goodwill: € 20.000.

Herrekende winst: € 210.000 − € 8.000 + € 18.000 + € 36.000 = € 256.000. Aandeel Merwede: € 192.000.

Deelneming ultimo: € 690.000 + € 192.000 − € 48.000 = € 834.000. Goodwill ultimo: € 16.000.

Balanscontrole: (gecorrigeerd beginvermogen € 820.000 + winst € 210.000 − dividend € 64.000 + resterende gebouwenmeerwaarde € 152.000 − voorraadverschil € 6.000) × 75% = € 834.000.

Patroonherkenning

Herken: een eindcasus combineert aankoopcorrecties en latere vrijvallen of afschrijvingen.

Aanpak: werk met een aankoopstaat, een resultaatbrug en twee afzonderlijke verloopstaten voor deelneming en goodwill.

Controle: het aandeel in het aangepaste eindvermogen en het verloop van de deelnemingsrekening moeten op hetzelfde bedrag uitkomen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Start met het gerapporteerde resultaat, bereken het jaareffect van iedere nog aanwezige waarderingscorrectie en pas vervolgens het winstaandeel toe. Bij nettovermogenswaarde verhoogt dit resultaat ook de boekwaarde van de deelneming; een verlies werkt omgekeerd.

Het resultaat van de dochter volgens haar eigen administratie is niet steeds het resultaat op de grondslagen van de moeder. Dezelfde waarderingsverschillen die de overnamebalans wijzigen, kunnen later via afschrijving, verkoop of vrijval in de winst doorwerken. De aansluiting tussen resultaatcorrecties en resterende balansverschillen biedt de accountant een controle op volledigheid en voorkomt dat de volledige oorspronkelijke correctie ieder jaar opnieuw wordt verwerkt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2 en §6, p. 15–17 en 20 (art. 2:389 leden 2 en 7 BW).

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 1 Monserrato/Olbia, vragen 1–3, p. 2–3.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §6, p. 20 (art. 2:389 lid 7 en art. 2:386 lid 3 BW).

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

Kapitaalbelangen: resultaat

Automatische totaalscores zijn beschikbaar als scripts worden uitgevoerd. Via de vragen kun je iedere uitwerking bekijken.