CAFA2 LEER- EN OEFENOMGEVING
Onderwerpen

Vreemde valuta

30 vragen · basisweergave zonder JavaScript

Vraagoverzicht
Vreemde valuta

Onderwerpen

Nog te doen: 30

Niet beantwoordBeantwoord◇Gemarkeerd
OPGAVE 21Theorie
1 van 30

Welke valuta bedoelen we?

Een onderneming onderscheidt een lokale valuta, een functionele valuta en een presentatievaluta.

Welke omschrijving geeft de functionele valuta van een onderneming correct weer?

Basisregels bij deze vraag

Drie valuta met een eigen betekenis

De lokale valuta hoort bij het vestigingsland. De functionele valuta weerspiegelt de economische omgeving waarin de onderneming geldmiddelen ontvangt en uitgeeft. De presentatievaluta is de valuta waarin de jaarrekening wordt gepresenteerd. Deze drie hoeven niet gelijk te zijn; stel ze daarom eerst afzonderlijk vast voordat je een omrekenmethode kiest.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A

De valuta van de economische omgeving waarin de onderneming actief is.

De functionele valuta sluit aan op de economische omgeving waarin de onderneming geldmiddelen ontvangt en uitgeeft.

De lokale valuta en de presentatievaluta kunnen daarvan afwijken.

Patroonherkenning

Herken: de vraag gaat om begrippen, nog niet om wisselkoersen.

Aanpak: koppel vestigingsland, economische activiteit en presentatie ieder aan de juiste valuta.

Controle: de valuta waarin lokaal wordt geboekt is niet automatisch de functionele valuta.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Noteer eerst de koersnotatie: euro per eenheid vreemde valuta betekent vermenigvuldigen, vreemde valuta per euro betekent delen. Leg daarna vast welke methode en welke soort post aan de orde zijn. De concrete koersregels volgen uit Deel 2; artikel 2:384 lid 5 verlangt toelichting van grondslagen en koersverschillen.

Omrekenen is pas betekenisvol nadat vaststaat welke economische bedragen worden gemeten en in welke munt wordt gerapporteerd. Het verschil tussen transactie-, functionele en presentatievaluta bepaalt daarom de vraag die je met de koers probeert te beantwoorden. Een consequente koersnotatie helpt de accountant een rekenfout te onderscheiden van een onjuiste keuze van grondslag.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A

De valuta van de economische omgeving waarin de onderneming actief is.

De functionele valuta sluit aan op de economische omgeving waarin de onderneming geldmiddelen ontvangt en uitgeeft.

De lokale valuta en de presentatievaluta kunnen daarvan afwijken.

Patroonherkenning

Herken: de vraag gaat om begrippen, nog niet om wisselkoersen.

Aanpak: koppel vestigingsland, economische activiteit en presentatie ieder aan de juiste valuta.

Controle: de valuta waarin lokaal wordt geboekt is niet automatisch de functionele valuta.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Noteer eerst de koersnotatie: euro per eenheid vreemde valuta betekent vermenigvuldigen, vreemde valuta per euro betekent delen. Leg daarna vast welke methode en welke soort post aan de orde zijn. De concrete koersregels volgen uit Deel 2; artikel 2:384 lid 5 verlangt toelichting van grondslagen en koersverschillen.

Omrekenen is pas betekenisvol nadat vaststaat welke economische bedragen worden gemeten en in welke munt wordt gerapporteerd. Het verschil tussen transactie-, functionele en presentatievaluta bepaalt daarom de vraag die je met de koers probeert te beantwoorden. Een consequente koersnotatie helpt de accountant een rekenfout te onderscheiden van een onjuiste keuze van grondslag.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 22Theorie
2 van 30

Gelijke functionele valuta

Noord bv heeft een buitenlandse deelneming in Oslo.

Functionele valuta Noord
Euro
Lokale valuta deelneming
Noorse kroon (NOK)
Functionele valuta deelneming
Euro
Aan te leveren cijfers
De jaarrekening van de deelneming luidt in NOK.

Welke omrekenmethode past Noord volgens de syllabus toe op Oslo's NOK-jaarrekening wanneer de functionele valuta van zowel Noord als Oslo de euro is?

Basisregels bij deze vraag

De lokale boekhouding omrekenen naar de functionele valuta

Bepaal eerst de functionele valuta van beide ondernemingen. In de in de syllabus behandelde situaties wordt de tijdstipmethode gebruikt wanneer de buitenlandse boekhouding in een andere lokale valuta luidt, maar de functionele valuta gelijk is aan die van de moeder. Een afwijkende lokale valuta is op zichzelf geen argument voor de slotkoersmethode.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A

Tijdstipmethode, omdat de functionele valuta van moeder en deelneming gelijk zijn.

De aangeleverde cijfers luiden in NOK en moeten dus worden omgerekend.

De functionele valuta van beide ondernemingen is de euro. De syllabus koppelt die situatie aan de tijdstipmethode.

Patroonherkenning

Herken: lokale valuta NOK, maar functionele valuta EUR bij zowel dochter als moeder.

Aanpak: vertrek van de functionele valuta, niet van het land of de naam van de munt.

Controle: de tijdstipmethode vereist vervolgens een onderscheid tussen monetaire en niet-monetaire posten.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal de functionele valuta en de voorgeschreven methode vóór de berekening. Maak een koersenmatrix per post en onderscheid historische grondslagen, monetaire posten, resultaatposten en vermogensmutaties. Leid de specifieke koersen af uit Deel 2 en de casus.

De tijdstipmethode en slotkoersmethode hebben een ander uitgangspunt. De eerste bewaart bij historische posten de relevante oorspronkelijke eurogrondslag; de tweede vertaalt een buitenlandse jaarrekening naar de presentatiemunt. Dat verklaart ook het verschil in verwerking van de sluitpost. Zo kan de accountant beoordelen of een gevonden koersverschil logisch volgt uit de methode in plaats van alleen een technisch sluitend saldo te zijn.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A

Tijdstipmethode, omdat de functionele valuta van moeder en deelneming gelijk zijn.

De aangeleverde cijfers luiden in NOK en moeten dus worden omgerekend.

De functionele valuta van beide ondernemingen is de euro. De syllabus koppelt die situatie aan de tijdstipmethode.

Patroonherkenning

Herken: lokale valuta NOK, maar functionele valuta EUR bij zowel dochter als moeder.

Aanpak: vertrek van de functionele valuta, niet van het land of de naam van de munt.

Controle: de tijdstipmethode vereist vervolgens een onderscheid tussen monetaire en niet-monetaire posten.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal de functionele valuta en de voorgeschreven methode vóór de berekening. Maak een koersenmatrix per post en onderscheid historische grondslagen, monetaire posten, resultaatposten en vermogensmutaties. Leid de specifieke koersen af uit Deel 2 en de casus.

De tijdstipmethode en slotkoersmethode hebben een ander uitgangspunt. De eerste bewaart bij historische posten de relevante oorspronkelijke eurogrondslag; de tweede vertaalt een buitenlandse jaarrekening naar de presentatiemunt. Dat verklaart ook het verschil in verwerking van de sluitpost. Zo kan de accountant beoordelen of een gevonden koersverschil logisch volgt uit de methode in plaats van alleen een technisch sluitend saldo te zijn.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 23Theorie
3 van 30

Een zelfstandige activiteit

Een Nederlandse moeder met de euro als functionele valuta bezit een Zweedse deelneming.

Verkoopprijzen en belangrijkste kosten
Worden hoofdzakelijk bepaald en afgewikkeld in SEK.
Financiering
De deelneming trekt zelf lokale financiering aan.
Kasstromen
Voldoende om zelfstandig de verplichtingen te betalen.
Transacties met de moeder
Beperkt.
Presentatie moeder
Euro.

Welke functionele valuta volgt voor de Zweedse onderneming uit de gegeven verkoop-, kosten-, financierings- en kasstroomgegevens, en welke methode is vervolgens nodig voor presentatie door de euromoeder?

Basisregels bij deze vraag

De economische omgeving beoordelen

RJ 122.106 geeft de primaire factoren: valuta die de verkoopprijzen en kosten hoofdzakelijk bepalen. RJ 122.107 en 108 voegen onder meer financiering, aangehouden middelen en zelfstandigheid ten opzichte van de moeder toe. Weeg de feiten samen; bij een onduidelijk beeld hebben de primaire factoren het meeste gewicht. Kies daarna de omrekenmethode binnen de syllabuscasus.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C

Functionele valuta SEK; omrekening met de slotkoersmethode.

Verkoopprijzen en kosten wijzen op SEK. Zelfstandige financiering en kasstromen ondersteunen die beoordeling.

De functionele valuta wijkt af van die van de moeder. Daarom volgt de slotkoersmethode.

Patroonherkenning

Herken: verkoop en kosten worden lokaal bepaald en de buitenlandse onderneming heeft eigen financiering en kasstromen.

Aanpak: motiveer de functionele valuta aan de hand van de concrete factoren; vergelijk die daarna met die van de moeder.

Controle: zelfstandigheid is een aanwijzing binnen de beoordeling, geen vervanging van alle primaire factoren.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Verbind de indicatoren uit de casus aan de afzet, kosten, financiering en zelfstandigheid van de activiteiten zoals behandeld in Deel 2. Motiveer de conclusie met die feiten; een gegeven lokale munt is niet automatisch de functionele valuta.

De functionele valuta sluit aan op de economische omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden. Alleen kijken naar de vestigingsplaats kan daarom een verkeerde omrekenmethode opleveren, bijvoorbeeld wanneer financiering, inkoop en geldstromen juist door de moeder worden bepaald. Voor de accountant verklaart deze beoordeling of omrekeningsverschillen de lopende prestaties of vooral de vertaling van een buitenlandse investering weergeven. De indicatoren staan in de cursus, niet letterlijk in artikel 2:384.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C

Functionele valuta SEK; omrekening met de slotkoersmethode.

Verkoopprijzen en kosten wijzen op SEK. Zelfstandige financiering en kasstromen ondersteunen die beoordeling.

De functionele valuta wijkt af van die van de moeder. Daarom volgt de slotkoersmethode.

Patroonherkenning

Herken: verkoop en kosten worden lokaal bepaald en de buitenlandse onderneming heeft eigen financiering en kasstromen.

Aanpak: motiveer de functionele valuta aan de hand van de concrete factoren; vergelijk die daarna met die van de moeder.

Controle: zelfstandigheid is een aanwijzing binnen de beoordeling, geen vervanging van alle primaire factoren.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Verbind de indicatoren uit de casus aan de afzet, kosten, financiering en zelfstandigheid van de activiteiten zoals behandeld in Deel 2. Motiveer de conclusie met die feiten; een gegeven lokale munt is niet automatisch de functionele valuta.

De functionele valuta sluit aan op de economische omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden. Alleen kijken naar de vestigingsplaats kan daarom een verkeerde omrekenmethode opleveren, bijvoorbeeld wanneer financiering, inkoop en geldstromen juist door de moeder worden bepaald. Voor de accountant verklaart deze beoordeling of omrekeningsverschillen de lopende prestaties of vooral de vertaling van een buitenlandse investering weergeven. De indicatoren staan in de cursus, niet letterlijk in artikel 2:384.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 24Theorie
4 van 30

Monetair of niet-monetair?

De jaarrekening wordt omgerekend volgens de tijdstipmethode.

Welke groep balansposten bestaat volgens de tijdstipmethode in de syllabus uitsluitend uit monetaire posten?

Basisregels bij deze vraag

Monetaire en niet-monetaire posten scheiden

De syllabus rekent vorderingen, liquide middelen, voorzieningen en schulden tot de monetaire posten. Deze worden op balansdatum tegen de slotkoers omgerekend. Voorraad, gebouwen en machines worden bij historische-kostenwaardering tegen hun relevante historische koers omgerekend. Het onderscheid is nodig voor zowel de balans als de analyse van het omrekeningsverschil.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C

Debiteuren, liquide middelen en een langlopende lening.

Vorderingen en liquide middelen zijn monetaire activa. Schulden, zoals een langlopende lening, zijn monetaire passiva.

Voorraden, machines en goodwill horen niet in deze combinatie van monetaire posten.

Patroonherkenning

Herken: gevraagd is de indeling van posten, niet een keuze tussen omrekenmethoden.

Aanpak: scheid geldmiddelen en geldvorderingen of -verplichtingen van niet-monetaire activa.

Controle: afschrijvingen en voorraadverbruik zijn geen afzonderlijke monetaire kasmutaties.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.

Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C

Debiteuren, liquide middelen en een langlopende lening.

Vorderingen en liquide middelen zijn monetaire activa. Schulden, zoals een langlopende lening, zijn monetaire passiva.

Voorraden, machines en goodwill horen niet in deze combinatie van monetaire posten.

Patroonherkenning

Herken: gevraagd is de indeling van posten, niet een keuze tussen omrekenmethoden.

Aanpak: scheid geldmiddelen en geldvorderingen of -verplichtingen van niet-monetaire activa.

Controle: afschrijvingen en voorraadverbruik zijn geen afzonderlijke monetaire kasmutaties.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.

Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 25Rekenvraag
5 van 30

Debiteuren op balansdatum

De balans van Nord wordt volgens de tijdstipmethode omgerekend.

Debiteuren op 31 december
SEK 480.000
Koers bij ontstaan vordering
€ 0,0880 per SEK
Koers op 1 januari
€ 0,0885 per SEK
Gemiddelde koers
€ 0,0890 per SEK
Slotkoers 31 december
€ 0,0895 per SEK

Voor welk eurobedrag wordt de vordering van SEK 480.000 op de eindbalans opgenomen bij toepassing van de tijdstipmethode en de gegeven slotkoers?

Basisregels bij deze vraag

Een monetaire eindstand

Een nog openstaande debiteur is een monetaire actiefpost. Bij de tijdstipmethode wordt de nominale eindstand in vreemde valuta tegen de koers op balansdatum omgerekend. Een historische verkoopkoers kan nodig zijn voor het oorspronkelijke omzetbedrag of het koersverschil, maar niet voor de eurobalanswaarde van deze vordering op einddatum.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
480.000 × 0,0895
€ 42.960

Debiteuren zijn monetair. De balanswaardering volgt daarom de slotkoers.

SEK 480.000 × € 0,0895 = € 42.960.

Patroonherkenning

Herken: een openstaande geldvordering en een gevraagde eindbalanswaarde.

Aanpak: vermenigvuldig de SEK-eindstand met de gegeven europrijs van één SEK op balansdatum.

Controle: gebruik niet de gemiddelde jaarkoers of de koers op de oorspronkelijke factuurdatum.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.

Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
480.000 × 0,0895
€ 42.960

Debiteuren zijn monetair. De balanswaardering volgt daarom de slotkoers.

SEK 480.000 × € 0,0895 = € 42.960.

Patroonherkenning

Herken: een openstaande geldvordering en een gevraagde eindbalanswaarde.

Aanpak: vermenigvuldig de SEK-eindstand met de gegeven europrijs van één SEK op balansdatum.

Controle: gebruik niet de gemiddelde jaarkoers of de koers op de oorspronkelijke factuurdatum.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.

Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 26Rekenvraag
6 van 30

Machine: tijdstipmethode

Liva heeft een machine. De balans wordt omgerekend volgens de tijdstipmethode.

Boekwaarde machine op 1 januari
USD 480.000
Afschrijving dit jaar
USD 60.000
Waardering
Historische kosten; geen overige mutaties.
Koers bij aankoop machine
€ 0,910 per USD; aankoop ná verwerving van de deelneming.
Gemiddelde koers
€ 0,912 per USD
Slotkoers
€ 0,914 per USD

Wat is de euroboekwaarde van Liva's machine op de eindbalans volgens de tijdstipmethode, na aftrek van de gegeven jaarlijkse afschrijving?

Basisregels bij deze vraag

Historische koers bij een machine

Een machine gewaardeerd tegen historische kosten wordt bij de tijdstipmethode met de relevante historische koers omgerekend. Bereken eerst de resterende boekwaarde in vreemde valuta en gebruik voor aanschafwaarde en bijbehorende afschrijving dezelfde koers. De gemiddelde koers en de slotkoers veranderen deze historische kostprijs niet.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
(480.000 − 60.000) × 0,910
€ 382.200

De resterende boekwaarde is USD 420.000.

Zowel de boekwaarde als de afschrijving hoort bij de historische koers van € 0,910.

USD 420.000 × € 0,910 = € 382.200.

Patroonherkenning

Herken: historische-kostenwaardering, een beginboekwaarde en een afschrijving.

Aanpak: trek de afschrijving van de beginboekwaarde af en reken de resterende waarde tegen de historische koers om.

Controle: de euroafschrijving moet aansluiten op de koers van de betrokken machine, niet op de gemiddelde koers.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.

Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
(480.000 − 60.000) × 0,910
€ 382.200

De resterende boekwaarde is USD 420.000.

Zowel de boekwaarde als de afschrijving hoort bij de historische koers van € 0,910.

USD 420.000 × € 0,910 = € 382.200.

Patroonherkenning

Herken: historische-kostenwaardering, een beginboekwaarde en een afschrijving.

Aanpak: trek de afschrijving van de beginboekwaarde af en reken de resterende waarde tegen de historische koers om.

Controle: de euroafschrijving moet aansluiten op de koers van de betrokken machine, niet op de gemiddelde koers.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.

Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 27Rekenvraag
7 van 30

Een machine van vóór de overname

Liva kocht haar machine voordat de moeder de deelneming verwierf. Er zijn geen verschillen in waardering of afschrijving tussen moeder en deelneming.

Afschrijving in het huidige jaar
USD 60.000
Koers bij aankoop machine door Liva
€ 0,905 per USD
Koers bij verwerving van Liva door de moeder
€ 0,910 per USD
Gemiddelde koers huidige jaar
€ 0,912 per USD
Slotkoers huidige jaar
€ 0,914 per USD
Methode
Tijdstipmethode, ten behoeve van de moeder.

Hoeveel euroafschrijving verwerkt Noord voor Liva's reeds vóór de overname aanwezige machine bij toepassing van de tijdstipmethode in deze deelnemingswaardering?

Basisregels bij deze vraag

Een actief dat al vóór de overname bestond

De syllabus maakt een onderscheid tussen een aanschaf na de verwerving van de deelneming en een actief dat op het verwervingsmoment al aanwezig was. Voor dat laatste actief wordt bij de omrekening ten behoeve van de moeder aangesloten op de koers op het moment waarop de moeder de deelneming verwierf. Volg die koers ook voor de bijbehorende afschrijving.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
60.000 × 0,910
€ 54.600

De machine was al aanwezig bij de verwerving van Liva.

De relevante historische koers is vanuit de moeder bezien daarom de koers op verwervingsdatum: € 0,910.

USD 60.000 × € 0,910 = € 54.600.

Patroonherkenning

Herken: de aanschafdatum van de machine ligt vóór de aankoop van de deelneming.

Aanpak: bepaal welke historische koers voor de moeder relevant is en pas die op de afschrijving toe.

Controle: kies niet automatisch de oudste koers die in de casus staat.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.

Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
60.000 × 0,910
€ 54.600

De machine was al aanwezig bij de verwerving van Liva.

De relevante historische koers is vanuit de moeder bezien daarom de koers op verwervingsdatum: € 0,910.

USD 60.000 × € 0,910 = € 54.600.

Patroonherkenning

Herken: de aanschafdatum van de machine ligt vóór de aankoop van de deelneming.

Aanpak: bepaal welke historische koers voor de moeder relevant is en pas die op de afschrijving toe.

Controle: kies niet automatisch de oudste koers die in de casus staat.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.

Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 28Rekenvraag
8 van 30

Dezelfde machine, andere methode

Liva heeft opnieuw de onderstaande machine. Nu is de slotkoersmethode van toepassing.

Boekwaarde machine op 1 januari
USD 480.000
Afschrijving dit jaar
USD 60.000
Waardering
Historische kosten; geen overige mutaties.
Koers bij aankoop machine
€ 0,910 per USD; aankoop ná verwerving van de deelneming.
Gemiddelde koers
€ 0,912 per USD
Slotkoers
€ 0,914 per USD

Voor welk eurobedrag staat Liva's machine op de eindbalans wanneer nu de slotkoersmethode wordt toegepast?

Basisregels bij deze vraag

Slotkoers geldt ook voor niet-monetaire activa

Bij de slotkoersmethode worden de activa en verplichtingen op de eindbalans tegen de slotkoers omgerekend. Voor een machine geldt dan niet de historische koers die de tijdstipmethode bij historische kosten gebruikt. Bepaal wel eerst de juiste resterende boekwaarde in de functionele valuta van de buitenlandse eenheid.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
(480.000 − 60.000) × 0,914
€ 383.880

De boekwaarde in USD blijft 420.000.

Bij de slotkoersmethode volgt ook deze niet-monetaire balanspost de slotkoers.

USD 420.000 × € 0,914 = € 383.880.

Patroonherkenning

Herken: de methode is veranderd, terwijl hetzelfde type actief wordt gewaardeerd.

Aanpak: bereken de resterende buitenlandse boekwaarde en vermenigvuldig met de slotkoers.

Controle: pas de historische-koersregel van de tijdstipmethode niet toe in een slotkoersvraag.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken de eindpost met de slotkoers. Zet daarnaast beginwaarde en afzonderlijke mutaties om tegen de in de cursuscasus voorgeschreven koersen. Sluit het verloop met het omrekeningsverschil. Pas een deelnemingspercentage pas toe wanneer de vraag de post bij de moeder vraagt.

Bij de slotkoersmethode worden eindbalans en jaarmutaties niet tegen dezelfde koersen vertaald. Het verschil is daarom geen onverklaarde bedrijfswinst, maar het gevolg van het in euro’s uitdrukken van dezelfde buitenlandse activiteit op verschillende momenten. Deze aansluiting maakt de omvang van de buitenlandse activiteit los zichtbaar van het effect van de veranderde omrekenkoers.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
(480.000 − 60.000) × 0,914
€ 383.880

De boekwaarde in USD blijft 420.000.

Bij de slotkoersmethode volgt ook deze niet-monetaire balanspost de slotkoers.

USD 420.000 × € 0,914 = € 383.880.

Patroonherkenning

Herken: de methode is veranderd, terwijl hetzelfde type actief wordt gewaardeerd.

Aanpak: bereken de resterende buitenlandse boekwaarde en vermenigvuldig met de slotkoers.

Controle: pas de historische-koersregel van de tijdstipmethode niet toe in een slotkoersvraag.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken de eindpost met de slotkoers. Zet daarnaast beginwaarde en afzonderlijke mutaties om tegen de in de cursuscasus voorgeschreven koersen. Sluit het verloop met het omrekeningsverschil. Pas een deelnemingspercentage pas toe wanneer de vraag de post bij de moeder vraagt.

Bij de slotkoersmethode worden eindbalans en jaarmutaties niet tegen dezelfde koersen vertaald. Het verschil is daarom geen onverklaarde bedrijfswinst, maar het gevolg van het in euro’s uitdrukken van dezelfde buitenlandse activiteit op verschillende momenten. Deze aansluiting maakt de omvang van de buitenlandse activiteit los zichtbaar van het effect van de veranderde omrekenkoers.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 29Rekenvraag
9 van 30

Winst onder de slotkoersmethode

Liva behaalt gedurende het jaar gelijkmatig haar resultaat.

Resultaat boekjaar Liva
USD 80.000
Koers op 1 januari
€ 0,910 per USD
Gemiddelde koers
€ 0,912 per USD
Koers op 1 juli
€ 0,913 per USD
Slotkoers
€ 0,914 per USD
Methode
Slotkoersmethode.

Hoeveel bedraagt Liva's jaarresultaat in euro's volgens de slotkoersmethode wanneer de winst gelijkmatig is ontstaan en de gegeven gemiddelde koers wordt gebruikt?

Basisregels bij deze vraag

Resultaat tegen de gegeven gemiddelde koers

De posten van de winst-en-verliesrekening worden bij de slotkoersmethode omgerekend tegen de koersen van de transacties. De casus mag daarvoor een passende gemiddelde koers voorschrijven. Het aldus omgerekende resultaat is niet hetzelfde als de verandering in het eigen vermogen omgerekend tegen slotkoersen; het resterende omrekenverschil wordt afzonderlijk verwerkt.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
80.000 × 0,912
€ 72.960

Het resultaat wordt hier omgerekend tegen de gemiddelde koers van € 0,912.

USD 80.000 × € 0,912 = € 72.960.

Patroonherkenning

Herken: de winst is gelijkmatig ontstaan en een gemiddelde koers is expliciet gegeven.

Aanpak: reken het buitenlandse jaarresultaat om met die gemiddelde koers.

Controle: tel een omrekeningsreserve niet bij dit resultaat op en gebruik niet enkel de slotkoers.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken de eindpost met de slotkoers. Zet daarnaast beginwaarde en afzonderlijke mutaties om tegen de in de cursuscasus voorgeschreven koersen. Sluit het verloop met het omrekeningsverschil. Pas een deelnemingspercentage pas toe wanneer de vraag de post bij de moeder vraagt.

Bij de slotkoersmethode worden eindbalans en jaarmutaties niet tegen dezelfde koersen vertaald. Het verschil is daarom geen onverklaarde bedrijfswinst, maar het gevolg van het in euro’s uitdrukken van dezelfde buitenlandse activiteit op verschillende momenten. Deze aansluiting maakt de omvang van de buitenlandse activiteit los zichtbaar van het effect van de veranderde omrekenkoers.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
80.000 × 0,912
€ 72.960

Het resultaat wordt hier omgerekend tegen de gemiddelde koers van € 0,912.

USD 80.000 × € 0,912 = € 72.960.

Patroonherkenning

Herken: de winst is gelijkmatig ontstaan en een gemiddelde koers is expliciet gegeven.

Aanpak: reken het buitenlandse jaarresultaat om met die gemiddelde koers.

Controle: tel een omrekeningsreserve niet bij dit resultaat op en gebruik niet enkel de slotkoers.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken de eindpost met de slotkoers. Zet daarnaast beginwaarde en afzonderlijke mutaties om tegen de in de cursuscasus voorgeschreven koersen. Sluit het verloop met het omrekeningsverschil. Pas een deelnemingspercentage pas toe wanneer de vraag de post bij de moeder vraagt.

Bij de slotkoersmethode worden eindbalans en jaarmutaties niet tegen dezelfde koersen vertaald. Het verschil is daarom geen onverklaarde bedrijfswinst, maar het gevolg van het in euro’s uitdrukken van dezelfde buitenlandse activiteit op verschillende momenten. Deze aansluiting maakt de omvang van de buitenlandse activiteit los zichtbaar van het effect van de veranderde omrekenkoers.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 210Journaalpost
10 van 30

Resultaat boeken bij de moeder

De moeder waardeert Liva tegen NVW. Alleen de boeking van het behaalde resultaat wordt gevraagd.

Belang in Liva
80%
Resultaat boekjaar Liva
USD 80.000
Gemiddelde koers
€ 0,912 per USD
Koers op 1 januari / slotkoers
€ 0,910 / € 0,914 per USD
Methode
Slotkoersmethode; het resultaat is gelijkmatig behaald.

Welke journaalpost maakt Noord voor haar 80%-aandeel in Liva's in euro's omgerekende jaarresultaat bij waardering van de deelneming tegen NVW?

Basisregels bij deze vraag

Het omgerekende winstaandeel boeken

Reken het resultaat van de buitenlandse deelneming eerst om volgens de gevraagde methode. Pas daarna het winstaandeel van de moeder toe. Bij NVW leidt een positief resultaat uit deelneming tot een debitering van deelneming en een creditering van resultaat deelneming. Een eventuele omrekenreserve bij de slotkoersmethode is een afzonderlijke vermogensmutatie.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
80% × 80.000 × 0,912 = € 58.368
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Liva58.368
9.. Aan Resultaat deelneming58.368

Omgerekende winst: USD 80.000 × € 0,912 = € 72.960.

Aandeel moeder: 80% × € 72.960 = € 58.368.

Deelneming debet; resultaat deelneming credit.

Patroonherkenning

Herken: de vraag gaat van een buitenlandse jaarrekening naar een boeking in de moederadministratie.

Aanpak: gebruik het euroresultaat en neem daarvan het 80%-aandeel.

Controle: boek niet het volledige dochterresultaat bij de moeder en combineer de omrekenreserve niet ongemerkt met de winst.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.

De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
80% × 80.000 × 0,912 = € 58.368
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Liva58.368
9.. Aan Resultaat deelneming58.368

Omgerekende winst: USD 80.000 × € 0,912 = € 72.960.

Aandeel moeder: 80% × € 72.960 = € 58.368.

Deelneming debet; resultaat deelneming credit.

Patroonherkenning

Herken: de vraag gaat van een buitenlandse jaarrekening naar een boeking in de moederadministratie.

Aanpak: gebruik het euroresultaat en neem daarvan het 80%-aandeel.

Controle: boek niet het volledige dochterresultaat bij de moeder en combineer de omrekenreserve niet ongemerkt met de winst.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.

De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 211Rekenvraag
11 van 30

Gebouw met een nieuwe aanbouw

Noord breidt haar gebouw uit. De balans wordt omgerekend volgens de tijdstipmethode.

Gebouw: boekwaarde op 1 januari
USD 900.000
Afschrijving bestaand gebouw dit jaar
USD 30.000
Historische koers bestaand gebouw
€ 0,910 per USD
Nieuwe aanbouw, gekocht en in gebruik op 1 juli
USD 240.000; lineaire afschrijving USD 20.000 per volledig jaar.
Koers op 1 juli
€ 0,920 per USD
Gemiddelde koers / slotkoers
€ 0,915 / € 0,925 per USD
Overig
Geen andere mutaties; waardering tegen historische kosten.

Wat is de totale euroboekwaarde van Noords buitenlandse gebouw op einddatum volgens de tijdstipmethode, gesplitst naar het bestaande gebouw en de investering op 1 juli?

Basisregels bij deze vraag

Bestaand gebouw en investering apart omrekenen

Activa met verschillende relevante aanschafmomenten kunnen verschillende historische koersen hebben. Houd het bestaande gebouw en de nieuwe investering daarom in afzonderlijke lagen bij. Bereken de afschrijving van iedere laag volgens de gegeven gebruiksduur en periode. Reken iedere netto laag om tegen haar eigen historische koers en tel daarna op.

Bronnen bij deze basisregels

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
(900.000 − 30.000) × 0,910
+ (240.000 − 20.000 × 6/12) × 0,920
€ 1.003.300

Bestaand gebouw: USD 870.000 × € 0,910 = € 791.700.

Aanbouw: een halfjaar afschrijving van USD 10.000; resterend USD 230.000 × € 0,920 = € 211.600.

Samen: € 1.003.300.

Patroonherkenning

Herken: een bestaand actief wordt tijdens het jaar uitgebreid en er zijn twee historische koersen.

Aanpak: maak per laag een verloop van beginwaarde, investering en tijdsevenredige afschrijving.

Controle: reken een halfjaarafschrijving op de nieuwe investering niet als een volledig jaar en gebruik geen gezamenlijke gemiddelde koers.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.

Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
(900.000 − 30.000) × 0,910
+ (240.000 − 20.000 × 6/12) × 0,920
€ 1.003.300

Bestaand gebouw: USD 870.000 × € 0,910 = € 791.700.

Aanbouw: een halfjaar afschrijving van USD 10.000; resterend USD 230.000 × € 0,920 = € 211.600.

Samen: € 1.003.300.

Patroonherkenning

Herken: een bestaand actief wordt tijdens het jaar uitgebreid en er zijn twee historische koersen.

Aanpak: maak per laag een verloop van beginwaarde, investering en tijdsevenredige afschrijving.

Controle: reken een halfjaarafschrijving op de nieuwe investering niet als een volledig jaar en gebruik geen gezamenlijke gemiddelde koers.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.

Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 212Rekenvraag
12 van 30

De afschrijving van diezelfde onderdelen

Gebruik opnieuw de gegevens van Noord. Gevraagd wordt nu de afschrijving in de resultatenrekening volgens de tijdstipmethode.

Gebouw: boekwaarde op 1 januari
USD 900.000
Afschrijving bestaand gebouw dit jaar
USD 30.000
Historische koers bestaand gebouw
€ 0,910 per USD
Nieuwe aanbouw, gekocht en in gebruik op 1 juli
USD 240.000; lineaire afschrijving USD 20.000 per volledig jaar.
Koers op 1 juli
€ 0,920 per USD
Gemiddelde koers / slotkoers
€ 0,915 / € 0,925 per USD
Overig
Geen andere mutaties; waardering tegen historische kosten.

Hoeveel euroafschrijving hoort over het boekjaar bij het bestaande gebouw en de investering op 1 juli samen, volgens de tijdstipmethode?

Basisregels bij deze vraag

De afschrijvingslast volgt de actieflaag

Bij historische kosten volgt de afschrijvingslast de historische koers van het betreffende actief. Het bestaande gebouw en de nieuwe investering houden dus hun eigen koers. Voor een investering gedurende het jaar wordt de afschrijving volgens de casus tijdsevenredig bepaald. De slotkoers speelt in deze berekening van de afschrijvingslast geen rol.

Bronnen bij deze basisregels

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
30.000 × 0,910
+ (20.000 × 6/12) × 0,920
€ 36.500

Bestaand gebouw: USD 30.000 × € 0,910 = € 27.300.

Aanbouw: USD 10.000 × € 0,920 = € 9.200.

Totale last: € 36.500.

Patroonherkenning

Herken: alleen de jaarlast wordt gevraagd, niet de eindboekwaarde.

Aanpak: bereken de afschrijving per actieflaag, reken die tegen de eigen koers om en tel de lasten op.

Controle: neem geen investeringsbedrag als last op en neem de gemiddelde koers niet over uit een slotkoersvraag.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.

Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
30.000 × 0,910
+ (20.000 × 6/12) × 0,920
€ 36.500

Bestaand gebouw: USD 30.000 × € 0,910 = € 27.300.

Aanbouw: USD 10.000 × € 0,920 = € 9.200.

Totale last: € 36.500.

Patroonherkenning

Herken: alleen de jaarlast wordt gevraagd, niet de eindboekwaarde.

Aanpak: bereken de afschrijving per actieflaag, reken die tegen de eigen koers om en tel de lasten op.

Controle: neem geen investeringsbedrag als last op en neem de gemiddelde koers niet over uit een slotkoersvraag.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.

Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 213Rekenvraag
13 van 30

Twee voorraadpartijen

De eindvoorraad bestaat uit twee volledig courante partijen. De tijdstipmethode wordt toegepast.

Partij uit maart
3.000 stuks à USD 40; aankoopkoers € 0,910.
Partij uit september
2.000 stuks à USD 44; aankoopkoers € 0,920.
Slotkoers
€ 0,925 per USD
Waardering
Historische kosten; geen afwaardering.

Casustabel bij deze vraag

Partijen die volledig in de eindvoorraad liggen
PartijAantalUSD per stukHistorische koers
Maart3.00040€ 0,910 per USD
September2.00044€ 0,920 per USD

Voor welk totaalbedrag staan de twee gegeven, niet-afgewaardeerde voorraadpartijen op de eindbalans in euro's volgens de tijdstipmethode?

Basisregels bij deze vraag

Voorraadpartijen hebben eigen historische koersen

Bij historische kosten wordt iedere resterende voorraadpartij omgerekend tegen de relevante koers van haar aanschafmoment. Vermenigvuldig de hoeveelheid per partij eerst met de buitenlandse inkoopprijs en daarna met die historische koers. Een gewogen of gemiddelde koers mag hier niet zonder casusgrond de afzonderlijke historische koersen vervangen.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
3.000 × 40 × 0,910
+ 2.000 × 44 × 0,920
€ 190.160

Maart: USD 120.000 × € 0,910 = € 109.200.

September: USD 88.000 × € 0,920 = € 80.960.

Samen: € 190.160.

Patroonherkenning

Herken: er liggen partijen uit verschillende inkoopmaanden in de eindvoorraad.

Aanpak: werk met de partijentabel in deze casus en tel de eurobedragen per laag op.

Controle: de slotkoers hoort pas bij een andere waarderingssituatie, bijvoorbeeld een deel dat naar lagere waarde wordt afgewaardeerd.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Werk de voorraad per inkooplaag uit volgens de gegeven kostprijsmethode. Controleer beginhoeveelheid plus inkopen minus verkopen op eindhoeveelheid. Reken daarna de historische waarde van de juiste lagen om en toets afzonderlijk de lagere waarde op balansdatum.

Eerst de fysieke goederenstroom bepalen voorkomt dat koersverschillen worden verward met prijs- of hoeveelheidsverschillen. De resterende partijen bepalen de eindvoorraad; de afgegeven partijen bepalen de kostprijs van de verkopen. Deze twee controles laten de accountant zien of een verschil wordt veroorzaakt door een verkeerde laag, een verkeerde koers of een afwaardering.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
3.000 × 40 × 0,910
+ 2.000 × 44 × 0,920
€ 190.160

Maart: USD 120.000 × € 0,910 = € 109.200.

September: USD 88.000 × € 0,920 = € 80.960.

Samen: € 190.160.

Patroonherkenning

Herken: er liggen partijen uit verschillende inkoopmaanden in de eindvoorraad.

Aanpak: werk met de partijentabel in deze casus en tel de eurobedragen per laag op.

Controle: de slotkoers hoort pas bij een andere waarderingssituatie, bijvoorbeeld een deel dat naar lagere waarde wordt afgewaardeerd.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Werk de voorraad per inkooplaag uit volgens de gegeven kostprijsmethode. Controleer beginhoeveelheid plus inkopen minus verkopen op eindhoeveelheid. Reken daarna de historische waarde van de juiste lagen om en toets afzonderlijk de lagere waarde op balansdatum.

Eerst de fysieke goederenstroom bepalen voorkomt dat koersverschillen worden verward met prijs- of hoeveelheidsverschillen. De resterende partijen bepalen de eindvoorraad; de afgegeven partijen bepalen de kostprijs van de verkopen. Deze twee controles laten de accountant zien of een verschil wordt veroorzaakt door een verkeerde laag, een verkeerde koers of een afwaardering.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 214Rekenvraag
14 van 30

Eerst de FIFO-lagen vinden

Nova gebruikt FIFO voor de goederenafgifte en de tijdstipmethode voor de omrekening. De gehele eindvoorraad is courant.

Beginvoorraad
4.000 stuks à USD 40; historische koers € 0,910.
Maart: inkoop
3.000 stuks à USD 42; koers € 0,920.
Mei: verkoop
5.000 stuks.
September: inkoop
2.000 stuks à USD 44; koers € 0,930.
November: verkoop
1.000 stuks.
Slotkoers
€ 0,935 per USD

Casustabel bij deze vraag

Volledig voorraadverloop Nova; verkopen volgens FIFO toerekenen
MomentBewegingAantalInkoopprijs USDHistorische koers
Begin boekjaarBeginvoorraad4.000400,910
MaartInkoop3.000420,920
MeiVerkoop-5.000
SeptemberInkoop2.000440,930
NovemberVerkoop-1.000

Hoe hoog is Nova's eindvoorraad in euro's volgens de tijdstipmethode nadat de verkopen volgens FIFO aan de inkooplagen in de casustabel zijn toegerekend?

Basisregels bij deze vraag

Eerst FIFO, dan valutaomrekening

Bij FIFO worden de oudste voorraadlagen het eerst verbruikt. Bepaal daarom eerst welke hoeveelheden van iedere partij na de gegeven verkopen overblijven. Waardeer alleen die resterende aantallen tegen hun eigen inkoopprijs en historische koers. De verkoopprijs en de koers op verkoopdatum bepalen niet de historische kostprijs van de resterende voorraad.

Bronnen bij deze basisregels

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Wijo, vraag 2–5, p. 4–8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Wijo, vraag 2–5, p. 4–8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
1.000 × 42 × 0,920
+ 2.000 × 44 × 0,930
€ 120.480

De 6.000 verkochte stuks bestaan uit 4.000 beginvoorraad en 2.000 uit maart.

Resteert: 1.000 uit maart en alle 2.000 uit september.

1.000 × USD 42 × € 0,920 + 2.000 × USD 44 × € 0,930 = € 120.480.

Patroonherkenning

Herken: de casus bevat een chronologische reeks beginvoorraad, inkopen en verkopen.

Aanpak: werk de verkopen van oud naar nieuw weg en reken vervolgens de resterende partijen in euro's om.

Controle: beginvoorraad plus inkopen minus verkochte aantallen moet gelijk zijn aan de resterende hoeveelheid in de partijentabel.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Werk de voorraad per inkooplaag uit volgens de gegeven kostprijsmethode. Controleer beginhoeveelheid plus inkopen minus verkopen op eindhoeveelheid. Reken daarna de historische waarde van de juiste lagen om en toets afzonderlijk de lagere waarde op balansdatum.

Eerst de fysieke goederenstroom bepalen voorkomt dat koersverschillen worden verward met prijs- of hoeveelheidsverschillen. De resterende partijen bepalen de eindvoorraad; de afgegeven partijen bepalen de kostprijs van de verkopen. Deze twee controles laten de accountant zien of een verschil wordt veroorzaakt door een verkeerde laag, een verkeerde koers of een afwaardering.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Wijo, vraag 2–5, p. 4–8.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
1.000 × 42 × 0,920
+ 2.000 × 44 × 0,930
€ 120.480

De 6.000 verkochte stuks bestaan uit 4.000 beginvoorraad en 2.000 uit maart.

Resteert: 1.000 uit maart en alle 2.000 uit september.

1.000 × USD 42 × € 0,920 + 2.000 × USD 44 × € 0,930 = € 120.480.

Patroonherkenning

Herken: de casus bevat een chronologische reeks beginvoorraad, inkopen en verkopen.

Aanpak: werk de verkopen van oud naar nieuw weg en reken vervolgens de resterende partijen in euro's om.

Controle: beginvoorraad plus inkopen minus verkochte aantallen moet gelijk zijn aan de resterende hoeveelheid in de partijentabel.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Werk de voorraad per inkooplaag uit volgens de gegeven kostprijsmethode. Controleer beginhoeveelheid plus inkopen minus verkopen op eindhoeveelheid. Reken daarna de historische waarde van de juiste lagen om en toets afzonderlijk de lagere waarde op balansdatum.

Eerst de fysieke goederenstroom bepalen voorkomt dat koersverschillen worden verward met prijs- of hoeveelheidsverschillen. De resterende partijen bepalen de eindvoorraad; de afgegeven partijen bepalen de kostprijs van de verkopen. Deze twee controles laten de accountant zien of een verschil wordt veroorzaakt door een verkeerde laag, een verkeerde koers of een afwaardering.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Wijo, vraag 2–5, p. 4–8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 215Journaalpost
15 van 30

Dividend in vreemde valuta

De moeder houdt Liva tegen NVW. Dividend wordt op dezelfde dag gedeclareerd, betaald en direct in euro ontvangen.

Dividend voor alle aandeelhouders
USD 40.000
Belang moeder
80%
Koers declaratie en betaling
€ 0,920 per USD
Gemiddelde koers
€ 0,915 per USD
Slotkoers
€ 0,925 per USD

Welke journaalpost maakt Noord voor het in vreemde valuta gedeclareerde en direct betaalde dividend waarop zij voor 80% recht heeft, bij NVW-waardering?

Basisregels bij deze vraag

Dividend omrekenen op het uitkeringsmoment

Het dividend wordt in deze casus gedeclareerd en betaald op hetzelfde moment. Bereken het aandeel van Noord en reken dit om tegen de koers op dat moment. Bij NVW verlaagt de uitkering de deelneming; het is geen nieuwe dividendopbrengst. Bij de slotkoersmethode kan dit dividendbedrag tevens nodig zijn voor de afzonderlijke aansluiting van de omrekenreserve.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2, p. 16–17: resultaat en dividend bij NVW.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2, p. 16–17: resultaat en dividend bij NVW.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
80% × 40.000 × 0,920 = € 29.440
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
1.. Bank29.440
0.. Aan Deelneming Liva29.440

De moeder ontvangt 80% van USD 40.000: USD 32.000.

USD 32.000 × € 0,920 = € 29.440.

Bank debet en deelneming credit. De winst was bij NVW al via het resultaat verwerkt.

Patroonherkenning

Herken: een concrete uitkeringsdatum en koers, naast het deelnemingspercentage.

Aanpak: buitenlandse dividenduitkering maal winstaandeel maal dividendkoers.

Controle: gebruik niet de gemiddelde winstkoers en vermenigvuldig een al gegeven moederbedrag niet nogmaals met het aandeel.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.

De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2, p. 16–17: resultaat en dividend bij NVW.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
80% × 40.000 × 0,920 = € 29.440
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
1.. Bank29.440
0.. Aan Deelneming Liva29.440

De moeder ontvangt 80% van USD 40.000: USD 32.000.

USD 32.000 × € 0,920 = € 29.440.

Bank debet en deelneming credit. De winst was bij NVW al via het resultaat verwerkt.

Patroonherkenning

Herken: een concrete uitkeringsdatum en koers, naast het deelnemingspercentage.

Aanpak: buitenlandse dividenduitkering maal winstaandeel maal dividendkoers.

Controle: gebruik niet de gemiddelde winstkoers en vermenigvuldig een al gegeven moederbedrag niet nogmaals met het aandeel.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.

De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2, p. 16–17: resultaat en dividend bij NVW.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 216Rekenvraag
16 van 30

Voorraad na afwaardering

Op 31 december wordt een restant voorraad afgewaardeerd. De tijdstipmethode geldt.

Resterende partij
2.000 stuks
Inkoopprijs per stuk
USD 40
Koers bij inkoop
€ 0,920 per USD
Lagere marktwaarde per 31 december
USD 30 per stuk
Koers bij afwaardering op 31 december
€ 0,935 per USD
Gemiddelde koers
€ 0,925 per USD

Casustabel bij deze vraag

Gegeven afwaarderingscasus
AantalOude prijs USDHistorische koersLagere waarde USDKoers afwaardering
2.000400,920300,935

Voor welk eurobedrag wordt de afgewaardeerde partij van 2.000 stuks op de eindbalans opgenomen volgens de tijdstipmethode?

Basisregels bij deze vraag

Afgewaardeerde voorraad tegen de koers op afwaarderingsdatum

De syllabus schrijft voor dat het deel van een niet-monetaire voorraad dat naar lagere waarde wordt afgewaardeerd, wordt omgerekend tegen de koers op het afwaarderingsmoment. Dit is een andere berekening dan de historische waarde vóór afwaardering. De oorspronkelijke historische koers blijft nodig om het totale afwaarderingsverlies in euro's te berekenen.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
2.000 × 30 × 0,935
€ 56.100

Na afwaardering bedraagt de waarde USD 60.000.

Die lagere waarde volgt de koers van 31 december, de datum van afwaardering.

USD 60.000 × € 0,935 = € 56.100.

Patroonherkenning

Herken: een lagere waarde per stuk en een koers op de afwaarderingsdatum.

Aanpak: hoeveelheid maal nieuwe lagere waarde maal koers op het afwaarderingsmoment.

Controle: gevraagd is de nieuwe balanswaarde, niet het verschil met de oorspronkelijke boekwaarde.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst de historische euroboekwaarde van de getroffen partij. Bereken daarna de lagere waarde in euro’s tegen de koers die bij die waardering hoort. Het positieve verschil vormt de afwaardering; houd het afzonderlijk van de koersanalyse op de monetaire positie.

Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
2.000 × 30 × 0,935
€ 56.100

Na afwaardering bedraagt de waarde USD 60.000.

Die lagere waarde volgt de koers van 31 december, de datum van afwaardering.

USD 60.000 × € 0,935 = € 56.100.

Patroonherkenning

Herken: een lagere waarde per stuk en een koers op de afwaarderingsdatum.

Aanpak: hoeveelheid maal nieuwe lagere waarde maal koers op het afwaarderingsmoment.

Controle: gevraagd is de nieuwe balanswaarde, niet het verschil met de oorspronkelijke boekwaarde.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst de historische euroboekwaarde van de getroffen partij. Bereken daarna de lagere waarde in euro’s tegen de koers die bij die waardering hoort. Het positieve verschil vormt de afwaardering; houd het afzonderlijk van de koersanalyse op de monetaire positie.

Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 217Rekenvraag
17 van 30

En welke last komt in de winst?

De hieronder volledig beschreven partij wordt op 31 december afgewaardeerd. Bepaal de afwaarderingslast volgens de tijdstipmethode.

Resterende partij
2.000 stuks
Inkoopprijs per stuk
USD 40
Koers bij inkoop
€ 0,920 per USD
Lagere marktwaarde per 31 december
USD 30 per stuk
Koers bij afwaardering op 31 december
€ 0,935 per USD
Gemiddelde koers
€ 0,925 per USD

Casustabel bij deze vraag

Gegeven afwaarderingscasus
AantalOude prijs USDHistorische koersLagere waarde USDKoers afwaardering
2.000400,920300,935

Hoeveel afwaarderingsverlies in euro's ontstaat op de gegeven voorraadpartij volgens de tijdstipmethode, inclusief het koerseffect binnen deze afwaardering?

Basisregels bij deze vraag

Het euroverlies is het verschil tussen twee euroboekwaarden

Bereken de oude boekwaarde met de historische inkoopprijs en historische koers. Bereken de nieuwe lagere waarde met de waarde per stuk en de koers op de afwaarderingsdatum. Het verschil tussen die twee eurobedragen is de afwaarderingslast. Het koersdeel van deze niet-monetaire correctie wordt in de syllabus in dezelfde afwaarderingspost verwerkt en niet nogmaals in de monetaire positie.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
2.000 × 40 × 0,920
− 2.000 × 30 × 0,935
€ 17.500

Historische kostprijs in euro: 2.000 × USD 40 × € 0,920 = € 73.600.

Lagere waarde in euro: 2.000 × USD 30 × € 0,935 = € 56.100.

Afwaarderingslast: € 73.600 − € 56.100 = € 17.500.

Dezelfde uitkomst volgt uit € 18.400 afwaardering minus € 900 positief koersverschil op de resterende lagere waarde.

Patroonherkenning

Herken: zowel een prijsdaling als een koerswijziging bij dezelfde voorraadpartij.

Aanpak: oude euroboekwaarde minus nieuwe euroboekwaarde.

Controle: uitsluitend het prijsverschil in vreemde valuta tegen één koers omrekenen mist het koerseffect op de resterende waarde.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst de historische euroboekwaarde van de getroffen partij. Bereken daarna de lagere waarde in euro’s tegen de koers die bij die waardering hoort. Het positieve verschil vormt de afwaardering; houd het afzonderlijk van de koersanalyse op de monetaire positie.

Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
2.000 × 40 × 0,920
− 2.000 × 30 × 0,935
€ 17.500

Historische kostprijs in euro: 2.000 × USD 40 × € 0,920 = € 73.600.

Lagere waarde in euro: 2.000 × USD 30 × € 0,935 = € 56.100.

Afwaarderingslast: € 73.600 − € 56.100 = € 17.500.

Dezelfde uitkomst volgt uit € 18.400 afwaardering minus € 900 positief koersverschil op de resterende lagere waarde.

Patroonherkenning

Herken: zowel een prijsdaling als een koerswijziging bij dezelfde voorraadpartij.

Aanpak: oude euroboekwaarde minus nieuwe euroboekwaarde.

Controle: uitsluitend het prijsverschil in vreemde valuta tegen één koers omrekenen mist het koerseffect op de resterende waarde.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst de historische euroboekwaarde van de getroffen partij. Bereken daarna de lagere waarde in euro’s tegen de koers die bij die waardering hoort. Het positieve verschil vormt de afwaardering; houd het afzonderlijk van de koersanalyse op de monetaire positie.

Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 218Rekenvraag
18 van 30

Courant en incourant door elkaar

Nova heeft twee partijen in haar eindvoorraad. Alleen het genoemde deel van partij A wordt ultimo afgewaardeerd. Gebruik de tijdstipmethode.

Partij A
3.000 stuks à USD 40; historische koers € 0,910.
Afwaardering partij A
Van 1.000 stuks daalt de waarde op 31 december tot USD 28 per stuk.
Partij B
2.000 stuks à USD 44; historische koers € 0,930.
Slotkoers en afwaarderingskoers
€ 0,940 per USD
Overige voorraad
Volledig courant; geen andere mutaties.

Casustabel bij deze vraag

Koers bij afwaardering op 31 december: € 0,940 per USD. Alleen het aangegeven deel van A wordt afgewaardeerd.

Voorraadpartijen en gedeeltelijke afwaardering
PartijAantal totaalUSD per stukHistorische koersAantal afwaarderenLagere waarde USD
A3.000400,9101.00028
B2.000440,9300Niet van toepassing

Wat is de totale euro-eindvoorraad wanneer van partij A alleen 1.000 stuks worden afgewaardeerd en de overige stuks van A en partij B tegen historische kosten blijven staan?

Basisregels bij deze vraag

Afgewaardeerde en onaangetaste delen scheiden

Splits een partij zodra slechts een deel naar lagere waarde moet worden gebracht. Het onaangetaste deel houdt zijn historische inkoopprijs en koers; het afgewaardeerde deel krijgt de lagere waarde en koers op het afwaarderingsmoment. Andere voorraadpartijen houden hun eigen historische koers. Een koers voor alle resterende voorraad is hier dus onjuist.

Bronnen bij deze basisregels

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
2.000 × 40 × 0,910
+ 1.000 × 28 × 0,940
+ 2.000 × 44 × 0,930
€ 180.960

Courant deel A: € 72.800.

Afgewaardeerd deel A: € 26.320.

Courante partij B: € 81.840.

Gehele voorraad: € 180.960.

Patroonherkenning

Herken: één partij heeft zowel afgewaardeerde als niet-afgewaardeerde eenheden.

Aanpak: maak drie waarderingsregels: regulier A, afgewaardeerd A en regulier B.

Controle: de som van de gesplitste aantallen moet nog steeds overeenkomen met de totale eindvoorraad.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst de historische euroboekwaarde van de getroffen partij. Bereken daarna de lagere waarde in euro’s tegen de koers die bij die waardering hoort. Het positieve verschil vormt de afwaardering; houd het afzonderlijk van de koersanalyse op de monetaire positie.

Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
2.000 × 40 × 0,910
+ 1.000 × 28 × 0,940
+ 2.000 × 44 × 0,930
€ 180.960

Courant deel A: € 72.800.

Afgewaardeerd deel A: € 26.320.

Courante partij B: € 81.840.

Gehele voorraad: € 180.960.

Patroonherkenning

Herken: één partij heeft zowel afgewaardeerde als niet-afgewaardeerde eenheden.

Aanpak: maak drie waarderingsregels: regulier A, afgewaardeerd A en regulier B.

Controle: de som van de gesplitste aantallen moet nog steeds overeenkomen met de totale eindvoorraad.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst de historische euroboekwaarde van de getroffen partij. Bereken daarna de lagere waarde in euro’s tegen de koers die bij die waardering hoort. Het positieve verschil vormt de afwaardering; houd het afzonderlijk van de koersanalyse op de monetaire positie.

Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 219Rekenvraag
19 van 30

Verkoop van een machine

Een machine tegen historische kosten wordt verkocht. Gebruik de tijdstipmethode.

Boekwaarde direct vóór verkoop
USD 80.000, na verwerking van alle afschrijving.
Historische koers machine
€ 0,910 per USD
Verkoopopbrengst
USD 81.000, direct ontvangen op verkoopdatum.
Koers op verkoopdatum
€ 0,912 per USD
Gemiddelde koers
€ 0,911 per USD

Hoeveel boekwinst in euro's ontstaat bij verkoop van het gegeven actief volgens de tijdstipmethode, met historische euroboekwaarde en opbrengst tegen de verkoopkoers?

Basisregels bij deze vraag

Boekresultaat in euro's bepalen

De boekwaarde van een historisch gewaardeerd actief blijft gebaseerd op de relevante historische koers. De verkoopopbrengst wordt omgerekend tegen de koers op de transactiedatum. Het resultaat in euro's is het verschil tussen deze beide eurobedragen. Het buitenlandse boekresultaat tegen één koers omrekenen is niet hetzelfde.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
81.000 × 0,912
− 80.000 × 0,910
€ 1.072

Verkoopopbrengst: USD 81.000 × € 0,912 = € 73.872.

Af te boeken boekwaarde: USD 80.000 × € 0,910 = € 72.800.

Boekwinst: € 73.872 − € 72.800 = € 1.072.

Patroonherkenning

Herken: de boekwaarde en de verkoopopbrengst hebben verschillende koersgrondslagen.

Aanpak: reken beide bedragen afzonderlijk om en trek de euroboekwaarde van de euroopbrengst af.

Controle: gebruik voor de historische boekwaarde niet de verkoopkoers.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.

Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
81.000 × 0,912
− 80.000 × 0,910
€ 1.072

Verkoopopbrengst: USD 81.000 × € 0,912 = € 73.872.

Af te boeken boekwaarde: USD 80.000 × € 0,910 = € 72.800.

Boekwinst: € 73.872 − € 72.800 = € 1.072.

Patroonherkenning

Herken: de boekwaarde en de verkoopopbrengst hebben verschillende koersgrondslagen.

Aanpak: reken beide bedragen afzonderlijk om en trek de euroboekwaarde van de euroopbrengst af.

Controle: gebruik voor de historische boekwaarde niet de verkoopkoers.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.

Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 220Journaalpost
20 van 30

Afwaardering in euro boeken

Een voorraadpartij wordt op 31 december afgewaardeerd. Voor de verwerking in euro geldt de tijdstipmethode. De afwaardering is nog niet in de eurocijfers verwerkt.

Partij op 31 december
2.000 stuks
Historische inkoopprijs
USD 40 per stuk
Koers bij inkoop
€ 0,920 per USD
Lagere waarde op 31 december
USD 30 per stuk
Koers op 31 december
€ 0,935 per USD

Casustabel bij deze vraag

Gegeven afwaarderingscasus
AantalOude prijs USDHistorische koersLagere waarde USDKoers afwaardering
2.000400,920300,935

Welke journaalpost verwerkt het totale afwaarderingsverlies van de voorraadpartij in de euroadministratie, uitgaande van de gegeven historische en lagere euroboekwaarde?

Basisregels bij deze vraag

De afwaardering journaliseren

Een afwaardering verlaagt de voorraad en wordt als last verwerkt. Gebruik het verschil tussen de oorspronkelijke euroboekwaarde en de nieuwe lagere euroboekwaarde. Volgens de syllabus is het bijbehorende koersdeel onderdeel van deze afwaarderingslast. Splits het niet nogmaals af als een tweede verlies op monetaire posten.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
2.000 × 40 × 0,920
− 2.000 × 30 × 0,935 = € 17.500
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
Afwaardering voorraad17.500
Aan Voorraad17.500

Lagere waarde: 2.000 × USD 30 × € 0,935 = € 56.100.

De totale afwaarderingslast is € 17.500. Die last wordt gedebiteerd; de voorraad wordt voor hetzelfde bedrag gecrediteerd.

Patroonherkenning

Herken: de vraag vraagt een boeking nadat beide waarderingsgrondslagen zijn gegeven.

Aanpak: debiteer afwaarderingskosten en crediteer voorraad voor het berekende euroverlies.

Controle: de journaalpost moet de oude voorraadwaarde exact naar de nieuwe lagere waarde brengen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst de historische euroboekwaarde van de getroffen partij. Bereken daarna de lagere waarde in euro’s tegen de koers die bij die waardering hoort. Het positieve verschil vormt de afwaardering; houd het afzonderlijk van de koersanalyse op de monetaire positie.

Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
2.000 × 40 × 0,920
− 2.000 × 30 × 0,935 = € 17.500
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
Afwaardering voorraad17.500
Aan Voorraad17.500

Lagere waarde: 2.000 × USD 30 × € 0,935 = € 56.100.

De totale afwaarderingslast is € 17.500. Die last wordt gedebiteerd; de voorraad wordt voor hetzelfde bedrag gecrediteerd.

Patroonherkenning

Herken: de vraag vraagt een boeking nadat beide waarderingsgrondslagen zijn gegeven.

Aanpak: debiteer afwaarderingskosten en crediteer voorraad voor het berekende euroverlies.

Controle: de journaalpost moet de oude voorraadwaarde exact naar de nieuwe lagere waarde brengen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst de historische euroboekwaarde van de getroffen partij. Bereken daarna de lagere waarde in euro’s tegen de koers die bij die waardering hoort. Het positieve verschil vormt de afwaardering; houd het afzonderlijk van de koersanalyse op de monetaire positie.

Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 221Rekenvraag
21 van 30

De monetaire beginpositie

De onderstaande posten staan op 1 januari op de balans. Gebruik de tijdstipmethode.

Debiteuren
USD 120.000
Liquide middelen
USD 80.000
Langlopende lening
USD 360.000
Crediteuren
USD 140.000
Voorziening voor geldelijke verplichtingen
USD 6.000
Voorraad
USD 9.000

Hoe groot is de netto monetaire positie in vreemde valuta aan het begin van het boekjaar, met monetaire activa positief en monetaire passiva negatief?

Basisregels bij deze vraag

De netto monetaire beginpositie

Tel liquide middelen en monetaire vorderingen op en trek monetaire schulden en de in de syllabus als monetair behandelde voorzieningen af. Voorraad en andere niet-monetaire activa blijven buiten deze optelling. Een negatief saldo betekent een netto monetaire verplichtingenpositie. Houd deze tekenafspraak ook in het verdere verloop vast.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
120.000 + 80.000
− 360.000 − 140.000 − 6.000
USD −306.000

Monetaire activa: USD 120.000 + USD 80.000 = USD 200.000.

Monetaire passiva: USD 360.000 + USD 140.000 + USD 6.000 = USD 506.000.

Monetaire positie: USD 200.000 − USD 506.000 = USD −306.000. De voorraad telt niet mee.

Patroonherkenning

Herken: meerdere balansposten staan door elkaar, maar alleen de monetaire positie wordt gevraagd.

Aanpak: classificeer elke post vóór je gaat optellen.

Controle: voeg voorraad niet toe alleen omdat die op dezelfde balans staat; de historische waarde daarvan wordt elders omgerekend.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.

Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
120.000 + 80.000
− 360.000 − 140.000 − 6.000
USD −306.000

Monetaire activa: USD 120.000 + USD 80.000 = USD 200.000.

Monetaire passiva: USD 360.000 + USD 140.000 + USD 6.000 = USD 506.000.

Monetaire positie: USD 200.000 − USD 506.000 = USD −306.000. De voorraad telt niet mee.

Patroonherkenning

Herken: meerdere balansposten staan door elkaar, maar alleen de monetaire positie wordt gevraagd.

Aanpak: classificeer elke post vóór je gaat optellen.

Controle: voeg voorraad niet toe alleen omdat die op dezelfde balans staat; de historische waarde daarvan wordt elders omgerekend.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.

Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 222Theorie
22 van 30

Welke mutatie telt echt mee?

Alle onderstaande handelingen worden in dezelfde vreemde valuta afgewikkeld. De lening en de vordering bestaan al.

Handeling 1
Een bestaande lening wordt uit de bank afgelost.
Handeling 2
Een bestaande debiteur betaalt op de bankrekening.
Handeling 3
Een machine wordt direct per bank gekocht.
Handeling 4
Op de machine wordt afgeschreven.

Welke van de genoemde gebeurtenissen verandert de netto monetaire positie en welke verschuift uitsluitend bedragen tussen monetaire posten?

Basisregels bij deze vraag

Welke transacties veranderen het monetaire saldo?

Een aflossing verlaagt zowel liquide middelen als de monetaire schuld en verandert het netto saldo daardoor niet. Ontvangst van een debiteur verschuift een monetaire vordering naar bank. Een contante investering in een niet-monetair actief verlaagt wel de netto monetaire positie. Afschrijving op dat actief is vervolgens geen nieuwe kasmutatie.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C

Alleen handeling 3.

Aflossing: bank daalt en lening daalt; per saldo geen wijziging.

Ontvangst debiteur: bank stijgt en vordering daalt; per saldo geen wijziging.

Contante aankoop machine: bank daalt, terwijl een niet-monetair actief stijgt; de monetaire positie daalt.

Afschrijving: alleen het niet-monetaire actief en het resultaat veranderen.

Patroonherkenning

Herken: de vraag gaat over netto-effecten, niet over iedere afzonderlijke bankbeweging.

Aanpak: bepaal voor elke transactie welke monetaire activa én passiva wijzigen.

Controle: neem een aflossing of ontvangst van een debiteur niet nogmaals als zelfstandige netto mutatie op.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.

Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C

Alleen handeling 3.

Aflossing: bank daalt en lening daalt; per saldo geen wijziging.

Ontvangst debiteur: bank stijgt en vordering daalt; per saldo geen wijziging.

Contante aankoop machine: bank daalt, terwijl een niet-monetair actief stijgt; de monetaire positie daalt.

Afschrijving: alleen het niet-monetaire actief en het resultaat veranderen.

Patroonherkenning

Herken: de vraag gaat over netto-effecten, niet over iedere afzonderlijke bankbeweging.

Aanpak: bepaal voor elke transactie welke monetaire activa én passiva wijzigen.

Controle: neem een aflossing of ontvangst van een debiteur niet nogmaals als zelfstandige netto mutatie op.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.

Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 223Rekenvraag
23 van 30

Van positie naar koersresultaat

Noord rekent volgens de tijdstipmethode om. De volgende bedragen betreffen de gehele deelneming.

Monetaire positie op 1 januari
USD −300.000; koers € 0,910.
Verkopen, direct ontvangen
USD 600.000; koers € 0,920.
Inkopen, direct betaald
USD 400.000; koers € 0,915.
Overige kosten, direct betaald
USD 50.000; koers € 0,918.
Slotkoers
€ 0,930 per USD
Overige mutaties
Geen.

Welk valutaomrekeningsresultaat in euro's ontstaat uit de gegeven monetaire beginpositie, ontvangsten en uitgaven, vergeleken met de monetaire eindpositie tegen slotkoers?

Basisregels bij deze vraag

Theoretische en werkelijke eindpositie vergelijken

Reken de monetaire beginpositie om tegen de beginkoers en de netto monetaire mutaties tegen hun eigen transactiekoersen. Dit geeft de theoretische euro-eindpositie. Vergelijk die met het buitenlandse eindsaldo omgerekend tegen slotkoers. Leg vooraf vast welk teken je winst of verlies noemt; in de toelichting wordt een verslechtering van de europositie als verlies verwerkt.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
Theoretisch: −300.000 × 0,910 + 600.000 × 0,920
− 400.000 × 0,915 − 50.000 × 0,918 = −132.900
Werkelijk: (−300.000 + 600.000 − 400.000 − 50.000) × 0,930 = −139.500
Verschil: −139.500 − (−132.900)
€ 6.600 verlies

De monetaire eindpositie bedraagt USD −150.000.

Beginpositie en mutaties omgerekend tegen hun eigen koers geven theoretisch € −132.900.

Dezelfde eindpositie tegen slotkoers is € −139.500.

Werkelijk minus theoretisch: € −139.500 − (€ −132.900) = € −6.600; een koersverlies.

Patroonherkenning

Herken: beginpositie, mutatiekoersen en slotkoers zijn allemaal gegeven.

Aanpak: maak twee kolommen, vreemde valuta en euro, en sluit eerst de vreemde-valutakolom.

Controle: een sluitend saldo in vreemde valuta kan toch een koersverschil in euro's opleveren.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.

Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
Theoretisch: −300.000 × 0,910 + 600.000 × 0,920
− 400.000 × 0,915 − 50.000 × 0,918 = −132.900
Werkelijk: (−300.000 + 600.000 − 400.000 − 50.000) × 0,930 = −139.500
Verschil: −139.500 − (−132.900)
€ 6.600 verlies

De monetaire eindpositie bedraagt USD −150.000.

Beginpositie en mutaties omgerekend tegen hun eigen koers geven theoretisch € −132.900.

Dezelfde eindpositie tegen slotkoers is € −139.500.

Werkelijk minus theoretisch: € −139.500 − (€ −132.900) = € −6.600; een koersverlies.

Patroonherkenning

Herken: beginpositie, mutatiekoersen en slotkoers zijn allemaal gegeven.

Aanpak: maak twee kolommen, vreemde valuta en euro, en sluit eerst de vreemde-valutakolom.

Controle: een sluitend saldo in vreemde valuta kan toch een koersverschil in euro's opleveren.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.

Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 224Rekenvraag
24 van 30

Extra mutaties in de monetaire positie

Noord heeft nu enkele aanvullende gebeurtenissen. Gebruik de tijdstipmethode.

Monetaire positie op 1 januari
USD −300.000; koers € 0,910.
Verkopen, direct ontvangen
USD 600.000; koers € 0,920.
Inkopen, direct betaald
USD 400.000; koers € 0,915.
Overige kosten, direct betaald
USD 50.000; koers € 0,918.
Slotkoers
€ 0,930 per USD
Aankoop machine, direct betaald
USD 40.000; koers € 0,925.
Aflossing bestaande lening uit de bank
USD 10.000; koers € 0,925.
Afschrijving machine
USD 5.000.
Definitieve afboeking debiteur op 31 december
USD 6.000; geen eerdere voorziening; koers € 0,930.
Overige mutaties
Geen.

Hoeveel omrekeningsverlies in euro's volgt uit alle gegeven monetaire mutaties, inclusief de contante investering en debiteurenafboeking maar zonder een dubbele opname van aflossing of afschrijving?

Basisregels bij deze vraag

Investering, aflossing en afwaardering juist classificeren

Een contante investering verlaagt de netto monetaire positie, terwijl afschrijving op het gekochte actief niet monetair is. Een leningaflossing verlaagt bank én schuld en is per saldo geen monetaire mutatie. Een afboeking op een ongedekte debiteur verlaagt de monetaire vordering. Gebruik de expliciet bij de gebeurtenissen gegeven koersen en sluit de vreemde-valutapositie vóór de koersberekening.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
Basis: −300.000 × 0,910 + 600.000 × 0,920 − 400.000 × 0,915 − 50.000 × 0,918 = −132.900
Theoretisch: −132.900 − 40.000 × 0,925 − 6.000 × 0,930 = −175.480
Werkelijk: (−150.000 − 40.000 − 6.000) × 0,930 = −182.280
Verschil: −182.280 − (−175.480)
€ 6.800 verlies

De beginpositie, verkopen, inkopen en overige kosten geven samen theoretisch € −132.900.

Daar gaan de machineaankoop (€ 37.000) en de debiteurenafboeking (€ 5.580) af: € −175.480.

Aflossing en afschrijving wijzigen het saldo van de monetaire positie niet.

Eindpositie: USD −196.000 × € 0,930 = € −182.280.

Koersverlies: € −182.280 − (€ −175.480) = € −6.800.

Patroonherkenning

Herken: de mutatielijst bevat zowel echte saldoveranderingen als verschuivingen en niet-monetaire lasten.

Aanpak: markeer per regel het netto effect; reken alleen dat effect in de monetaire verloopstaat op.

Controle: de aankoop van een machine en de afschrijving daarop mogen niet beide als kasuitgave worden opgenomen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.

Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
Basis: −300.000 × 0,910 + 600.000 × 0,920 − 400.000 × 0,915 − 50.000 × 0,918 = −132.900
Theoretisch: −132.900 − 40.000 × 0,925 − 6.000 × 0,930 = −175.480
Werkelijk: (−150.000 − 40.000 − 6.000) × 0,930 = −182.280
Verschil: −182.280 − (−175.480)
€ 6.800 verlies

De beginpositie, verkopen, inkopen en overige kosten geven samen theoretisch € −132.900.

Daar gaan de machineaankoop (€ 37.000) en de debiteurenafboeking (€ 5.580) af: € −175.480.

Aflossing en afschrijving wijzigen het saldo van de monetaire positie niet.

Eindpositie: USD −196.000 × € 0,930 = € −182.280.

Koersverlies: € −182.280 − (€ −175.480) = € −6.800.

Patroonherkenning

Herken: de mutatielijst bevat zowel echte saldoveranderingen als verschuivingen en niet-monetaire lasten.

Aanpak: markeer per regel het netto effect; reken alleen dat effect in de monetaire verloopstaat op.

Controle: de aankoop van een machine en de afschrijving daarop mogen niet beide als kasuitgave worden opgenomen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.

Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 225Journaalpost
25 van 30

Het koersverlies in resultaat deelneming

De buitenlandse jaarrekening is volgens de tijdstipmethode omgerekend. De moeder houdt 80% en waardeert tegen NVW.

Omgerekend resultaat vóór koersverschillen
€ 90.000
Koersverlies op monetaire positie
€ 6.800
Overige correcties
Geen.

Welk resultaat uit deelneming boekt Noord voor haar 80%-belang wanneer het euroresultaat vóór koersverschillen en het omrekeningsverlies volgens de tijdstipmethode zijn gegeven?

Basisregels bij deze vraag

Tijdstipmethode: koersverlies hoort in het resultaat

Bij de tijdstipmethode wordt het omrekeningsverschil in het resultaat van de buitenlandse deelneming verwerkt. Corrigeer daarom het resultaat vóór omrekeningsverschillen voordat je het winstaandeel van de moeder berekent. Vorm voor dit verschil niet de omrekeningsreserve die bij de slotkoersmethode hoort.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
80% × (90.000 − 6.800) = € 66.560
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming66.560
9.. Aan Resultaat deelneming66.560

Resultaat na koersverlies: € 90.000 − € 6.800 = € 83.200.

Aandeel moeder: 80% × € 83.200 = € 66.560.

Deelneming debet; resultaat deelneming credit.

Patroonherkenning

Herken: resultaat vóór koersverschillen plus een afzonderlijk berekend verlies.

Aanpak: trek het verlies eerst af en pas daarna het 80%-winstaandeel toe.

Controle: controleer of het opgegeven resultaat het koersverschil al bevat; in deze vraag uitdrukkelijk nog niet.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.

De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD B
80% × (90.000 − 6.800) = € 66.560
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming66.560
9.. Aan Resultaat deelneming66.560

Resultaat na koersverlies: € 90.000 − € 6.800 = € 83.200.

Aandeel moeder: 80% × € 83.200 = € 66.560.

Deelneming debet; resultaat deelneming credit.

Patroonherkenning

Herken: resultaat vóór koersverschillen plus een afzonderlijk berekend verlies.

Aanpak: trek het verlies eerst af en pas daarna het 80%-winstaandeel toe.

Controle: controleer of het opgegeven resultaat het koersverschil al bevat; in deze vraag uitdrukkelijk nog niet.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.

De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 226Rekenvraag
26 van 30

Reserve met winst én dividend

De jaarrekening van Liva wordt omgerekend met de slotkoersmethode. Gevraagd is het omrekeningsverschil van de gehele deelneming over dit jaar.

Eigen vermogen op 1 januari
USD 1.000.000
Resultaat boekjaar
USD 120.000; gebruik de gemiddelde koers.
Dividend
USD 40.000; op 1 juli gedeclareerd en betaald.
Koers op 1 januari
€ 0,910 per USD
Gemiddelde koers
€ 0,920 per USD
Koers op 1 juli
€ 0,925 per USD
Slotkoers
€ 0,930 per USD
Overige vermogensmutaties
Geen.

Hoe groot is het totale omrekeningsverschil in het eigen vermogen van de buitenlandse eenheid volgens de slotkoersmethode, op basis van beginvermogen, jaarwinst en dividend?

Basisregels bij deze vraag

Eigen vermogen bij slotkoers laten aansluiten

Vergelijk het eindvermogen tegen slotkoers met beginvermogen tegen de eerdere koers, resultaat tegen de toepasselijke resultaatkoers en dividend tegen de uitkeringskoers. Het resterende verschil behoort bij de slotkoersmethode tot het eigen vermogen. Een alternatieve controle rekent de koersverschillen op beginvermogen, resultaat en dividend afzonderlijk uit.

Bronnen bij deze basisregels

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
1.000.000 × (0,930 − 0,910)
+ 120.000 × (0,930 − 0,920)
− 40.000 × (0,930 − 0,925)
€ 21.000 positief

Beginvermogen: USD 1.000.000 × (€ 0,930 − € 0,910) = € 20.000.

Resultaat: USD 120.000 × (€ 0,930 − € 0,920) = € 1.200.

Dividend: −USD 40.000 × (€ 0,930 − € 0,925) = € −200.

Totaal: € 20.000 + € 1.200 − € 200 = € 21.000 positief.

Patroonherkenning

Herken: een vermogensaansluiting met drie verschillende koersen.

Aanpak: eindvermogen in euro minus beginvermogen in euro minus omgerekende winst plus omgerekend dividend.

Controle: het dividend wordt in het vermogensverloop afgetrokken; voorkom een omgekeerd teken in de aansluitingsberekening.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst het verschil in het omrekeningsverloop. Verwerk het aandeel van de moeder met Deelneming tegenover Reserve omrekeningsverschillen in de richting die bij een stijging of daling hoort. Onderscheid die reservemutatie van het resultaat deelneming en van dividend.

De reserve omrekeningsverschillen scheidt de vertaling van de buitenlandse investering van het resultaat uit de activiteiten. Daardoor wordt de prestatie niet verhuld door een verandering van de presentatiemunt. De wettelijke bepaling laat een negatief reservesaldo toe en koppelt daaraan een uitkeringsbeperking. Een negatieve reserve is dus niet automatisch een boekingsfout.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
1.000.000 × (0,930 − 0,910)
+ 120.000 × (0,930 − 0,920)
− 40.000 × (0,930 − 0,925)
€ 21.000 positief

Beginvermogen: USD 1.000.000 × (€ 0,930 − € 0,910) = € 20.000.

Resultaat: USD 120.000 × (€ 0,930 − € 0,920) = € 1.200.

Dividend: −USD 40.000 × (€ 0,930 − € 0,925) = € −200.

Totaal: € 20.000 + € 1.200 − € 200 = € 21.000 positief.

Patroonherkenning

Herken: een vermogensaansluiting met drie verschillende koersen.

Aanpak: eindvermogen in euro minus beginvermogen in euro minus omgerekende winst plus omgerekend dividend.

Controle: het dividend wordt in het vermogensverloop afgetrokken; voorkom een omgekeerd teken in de aansluitingsberekening.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst het verschil in het omrekeningsverloop. Verwerk het aandeel van de moeder met Deelneming tegenover Reserve omrekeningsverschillen in de richting die bij een stijging of daling hoort. Onderscheid die reservemutatie van het resultaat deelneming en van dividend.

De reserve omrekeningsverschillen scheidt de vertaling van de buitenlandse investering van het resultaat uit de activiteiten. Daardoor wordt de prestatie niet verhuld door een verandering van de presentatiemunt. De wettelijke bepaling laat een negatief reservesaldo toe en koppelt daaraan een uitkeringsbeperking. Een negatieve reserve is dus niet automatisch een boekingsfout.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 227Journaalpost
27 van 30

Winst en positieve reserve boeken

De moeder houdt 80% van Liva tegen NVW. De slotkoersmethode wordt gebruikt. Het dividend is al geboekt.

Resultaat gehele Liva
USD 120.000
Gemiddelde koers
€ 0,920 per USD
Omrekeningsverschil gehele Liva dit jaar
€ 21.000 positief
Gevraagde verwerking
Alleen de afsluitingsboeking voor resultaat en omrekeningsverschil.

Welke journaalpost boekt Noord voor haar 80%-aandeel in het jaarresultaat en het positieve omrekeningsverschil bij de slotkoersmethode, wanneer het dividend al is verwerkt?

Basisregels bij deze vraag

Winstaandeel en positieve omrekenreserve apart boeken

Bij NVW neemt de deelneming zowel toe door het winstaandeel als door het aandeel in een positieve rechtstreekse vermogensmutatie. De tegenrekeningen verschillen: resultaat deelneming voor de winst en reserve omrekeningsverschillen voor de koersmutatie in het eigen vermogen. Het reeds verwerkte dividend wordt niet opnieuw geboekt.

Bronnen bij deze basisregels

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
Resultaat: 80% × 120.000 × 0,920 = € 88.320
Reserve: 80% × 21.000 = € 16.800
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Liva105.120
9.. Aan Resultaat deelneming88.320
0.. Aan Reserve omrekeningsverschillen16.800

Resultaat voor de moeder: 80% × USD 120.000 × € 0,920 = € 88.320.

Positieve reservemutatie voor de moeder: 80% × € 21.000 = € 16.800.

De deelneming neemt door beide samen toe met € 105.120.

Patroonherkenning

Herken: slotkoersmethode, een positief koersverschil en al geboekt dividend.

Aanpak: bereken beide moederdelen afzonderlijk en boek hun gezamenlijke toename debet op deelneming.

Controle: de winst-en-verliesrekening bevat alleen het winstaandeel, niet de positieve omrekenreserve.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst het verschil in het omrekeningsverloop. Verwerk het aandeel van de moeder met Deelneming tegenover Reserve omrekeningsverschillen in de richting die bij een stijging of daling hoort. Onderscheid die reservemutatie van het resultaat deelneming en van dividend.

De reserve omrekeningsverschillen scheidt de vertaling van de buitenlandse investering van het resultaat uit de activiteiten. Daardoor wordt de prestatie niet verhuld door een verandering van de presentatiemunt. De wettelijke bepaling laat een negatief reservesaldo toe en koppelt daaraan een uitkeringsbeperking. Een negatieve reserve is dus niet automatisch een boekingsfout.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
Resultaat: 80% × 120.000 × 0,920 = € 88.320
Reserve: 80% × 21.000 = € 16.800
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Liva105.120
9.. Aan Resultaat deelneming88.320
0.. Aan Reserve omrekeningsverschillen16.800

Resultaat voor de moeder: 80% × USD 120.000 × € 0,920 = € 88.320.

Positieve reservemutatie voor de moeder: 80% × € 21.000 = € 16.800.

De deelneming neemt door beide samen toe met € 105.120.

Patroonherkenning

Herken: slotkoersmethode, een positief koersverschil en al geboekt dividend.

Aanpak: bereken beide moederdelen afzonderlijk en boek hun gezamenlijke toename debet op deelneming.

Controle: de winst-en-verliesrekening bevat alleen het winstaandeel, niet de positieve omrekenreserve.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst het verschil in het omrekeningsverloop. Verwerk het aandeel van de moeder met Deelneming tegenover Reserve omrekeningsverschillen in de richting die bij een stijging of daling hoort. Onderscheid die reservemutatie van het resultaat deelneming en van dividend.

De reserve omrekeningsverschillen scheidt de vertaling van de buitenlandse investering van het resultaat uit de activiteiten. Daardoor wordt de prestatie niet verhuld door een verandering van de presentatiemunt. De wettelijke bepaling laat een negatief reservesaldo toe en koppelt daaraan een uitkeringsbeperking. Een negatieve reserve is dus niet automatisch een boekingsfout.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 228Journaalpost
28 van 30

De koers draait om

De functionele valuta van Liva wijkt af van die van de moeder. Gebruik de slotkoersmethode.

Belang moeder / waardering
80% / NVW
Eigen vermogen op 1 januari
USD 1.000.000
Resultaat boekjaar
USD 120.000; gebruik de gemiddelde koers.
Dividend
USD 40.000; op 1 juli gedeclareerd en betaald; al geboekt.
Koers op 1 januari
€ 0,930 per USD
Gemiddelde koers
€ 0,920 per USD
Koers op 1 juli
€ 0,915 per USD
Slotkoers
€ 0,910 per USD
Overige vermogensmutaties
Geen.

Welke journaalpost maakt Noord voor haar 80%-winstaandeel en het negatieve omrekeningsverschil bij de slotkoersmethode, zonder het reeds verwerkte dividend opnieuw te boeken?

Basisregels bij deze vraag

Een negatieve reserve kan samengaan met winst

Een buitenlandse deelneming kan winst maken terwijl haar vermogen door de koersontwikkeling in euro's daalt. Boek het winstaandeel op resultaat deelneming en de negatieve rechtstreekse koersmutatie debet op de omrekeningsreserve. De netto mutatie van de deelneming is de combinatie van beide. Verwerk dit reserveverschil niet als koersverlies in de winst-en-verliesrekening.

Bronnen bij deze basisregels

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
Resultaat: 80% × 120.000 × 0,920 = € 88.320
Reserve: 80% × [1.000.000 × (0,910 − 0,930) + 120.000 × (0,910 − 0,920) − 40.000 × (0,910 − 0,915)] = € −16.800
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Liva71.520
0.. Reserve omrekeningsverschillen16.800
9.. Aan Resultaat deelneming88.320

Beginvermogen: € −20.000; resultaatcomponent: € −1.200; dividendcomponent: € +200.

Omrekeningsverschil gehele Liva: € −21.000; aandeel moeder: € −16.800.

Resultaat deelneming: 80% × USD 120.000 × € 0,920 = € 88.320.

Deelneming stijgt per saldo met € 71.520. De negatieve reserve wordt gedebiteerd.

Patroonherkenning

Herken: positieve jaarwinst en dalende omrekenkoersen komen tegelijk voor.

Aanpak: houd resultaat en eigen-vermogensmutatie in afzonderlijke regels en bepaal daarna het saldo op deelneming.

Controle: de reserveboeking draait ten opzichte van een positief omrekenverschil om; de resultaatboeking niet.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst het verschil in het omrekeningsverloop. Verwerk het aandeel van de moeder met Deelneming tegenover Reserve omrekeningsverschillen in de richting die bij een stijging of daling hoort. Onderscheid die reservemutatie van het resultaat deelneming en van dividend.

De reserve omrekeningsverschillen scheidt de vertaling van de buitenlandse investering van het resultaat uit de activiteiten. Daardoor wordt de prestatie niet verhuld door een verandering van de presentatiemunt. De wettelijke bepaling laat een negatief reservesaldo toe en koppelt daaraan een uitkeringsbeperking. Een negatieve reserve is dus niet automatisch een boekingsfout.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD A
Resultaat: 80% × 120.000 × 0,920 = € 88.320
Reserve: 80% × [1.000.000 × (0,910 − 0,930) + 120.000 × (0,910 − 0,920) − 40.000 × (0,910 − 0,915)] = € −16.800
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Liva71.520
0.. Reserve omrekeningsverschillen16.800
9.. Aan Resultaat deelneming88.320

Beginvermogen: € −20.000; resultaatcomponent: € −1.200; dividendcomponent: € +200.

Omrekeningsverschil gehele Liva: € −21.000; aandeel moeder: € −16.800.

Resultaat deelneming: 80% × USD 120.000 × € 0,920 = € 88.320.

Deelneming stijgt per saldo met € 71.520. De negatieve reserve wordt gedebiteerd.

Patroonherkenning

Herken: positieve jaarwinst en dalende omrekenkoersen komen tegelijk voor.

Aanpak: houd resultaat en eigen-vermogensmutatie in afzonderlijke regels en bepaal daarna het saldo op deelneming.

Controle: de reserveboeking draait ten opzichte van een positief omrekenverschil om; de resultaatboeking niet.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Bereken eerst het verschil in het omrekeningsverloop. Verwerk het aandeel van de moeder met Deelneming tegenover Reserve omrekeningsverschillen in de richting die bij een stijging of daling hoort. Onderscheid die reservemutatie van het resultaat deelneming en van dividend.

De reserve omrekeningsverschillen scheidt de vertaling van de buitenlandse investering van het resultaat uit de activiteiten. Daardoor wordt de prestatie niet verhuld door een verandering van de presentatiemunt. De wettelijke bepaling laat een negatief reservesaldo toe en koppelt daaraan een uitkeringsbeperking. Een negatieve reserve is dus niet automatisch een boekingsfout.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 229Rekenvraag
29 van 30

Een complete resultatenberekening

De jaarrekening van Miro wordt voor de moeder omgerekend volgens de tijdstipmethode.

Omzet
USD 500.000; transacties tegen € 0,920.
Kostprijs van de omzet
USD 300.000; historische inkoopkoers € 0,910.
Afschrijving volgens de deelneming
USD 20.000.
Extra afschrijving volgens grondslagen moeder
USD 4.000; historische koers voor alle afschrijving € 0,900.
Overige kosten
USD 80.000; gelijkmatig over het jaar; gemiddelde koers € 0,915.
Koersverlies op monetaire positie
€ 3.000.
Belang moeder / waardering
80% / NVW
Overig
Geen belastingen of andere resultaatcorrecties.

Hoeveel resultaat uit deelneming verantwoordt Noord voor haar 80%-belang in Miro volgens de tijdstipmethode, inclusief de gegeven fair-valueafschrijving en het koersresultaat?

Basisregels bij deze vraag

Resultaat met verschillende historische koersen

Omzet en overige transacties worden tegen hun toepasselijke transactiekoersen omgerekend. Kostprijs en afschrijving op historisch gewaardeerde activa volgen de koers van de betrokken voorraad- of actieflaag. Verwerk tevens de aanpassing naar moedergrondslagen en het koersresultaat. Pas het deelnemingspercentage pas op het volledig aangepaste euroresultaat toe.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
Omzet: 500.000 × 0,920 = 460.000
Kostprijs: 300.000 × 0,910 = 273.000
Afschrijving: (20.000 + 4.000) × 0,900 = 21.600
Overige kosten: 80.000 × 0,915 = 73.200
80% × (460.000 − 273.000 − 21.600 − 73.200 − 3.000)
€ 71.360

Reken elke resultaatpost tegen de passende koers om; gebruik daarbij de afschrijving volgens de moeder.

Resultaat vóór koersverlies: € 460.000 − € 273.000 − € 21.600 − € 73.200 = € 92.200.

Na koersverlies: € 89.200.

Resultaat deelneming bij de moeder: 80% × € 89.200 = € 71.360.

Patroonherkenning

Herken: niet alle regels in de winst-en-verliesrekening hebben dezelfde koersgrondslag.

Aanpak: reken iedere resultaatpost afzonderlijk om en neem de aanvullende fair-valueafschrijving mee.

Controle: verwar de extra afschrijving op een waarderingsverschil niet met een nieuwe investering of een reserveboeking.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.

De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Vul je eigen antwoord in

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD C
Omzet: 500.000 × 0,920 = 460.000
Kostprijs: 300.000 × 0,910 = 273.000
Afschrijving: (20.000 + 4.000) × 0,900 = 21.600
Overige kosten: 80.000 × 0,915 = 73.200
80% × (460.000 − 273.000 − 21.600 − 73.200 − 3.000)
€ 71.360

Reken elke resultaatpost tegen de passende koers om; gebruik daarbij de afschrijving volgens de moeder.

Resultaat vóór koersverlies: € 460.000 − € 273.000 − € 21.600 − € 73.200 = € 92.200.

Na koersverlies: € 89.200.

Resultaat deelneming bij de moeder: 80% × € 89.200 = € 71.360.

Patroonherkenning

Herken: niet alle regels in de winst-en-verliesrekening hebben dezelfde koersgrondslag.

Aanpak: reken iedere resultaatpost afzonderlijk om en neem de aanvullende fair-valueafschrijving mee.

Controle: verwar de extra afschrijving op een waarderingsverschil niet met een nieuwe investering of een reserveboeking.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.

De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

OPGAVE 230Journaalpost
30 van 30

Eindvraag: resultaat, reserve en boekwaarde

Miro wordt nu volgens de slotkoersmethode omgerekend. Alle onderstaande gegevens horen bij deze nieuwe casusvariant.

Belang moeder / waardering
80% / NVW; slotkoersmethode.
Gecorrigeerde NVW gehele Miro op 1 januari
USD 600.000; koers € 0,900.
Omzet / kostprijs van de omzet
USD 500.000 / USD 300.000.
Afschrijving deelneming / extra volgens moeder
USD 20.000 / USD 4.000.
Overige kosten
USD 80.000.
Gemiddelde koers
€ 0,915 per USD; gebruik deze voor alle resultaatposten.
Dividend
USD 30.000; op 1 juli gedeclareerd en betaald tegen € 0,918; al geboekt.
Slotkoers
€ 0,930 per USD
Overig
Geen belastingen, andere resultaatposten of andere vermogensmutaties.

Welke resultaat- en reserveboeking maakt Noord voor Miro bij de slotkoersmethode, en op welke euroboekwaarde sluit de 80%-deelneming aan na het al geboekte dividend?

Basisregels bij deze vraag

Deelnemingsverloop en omrekenreserve sluiten

Maak een volledig verloop van de deelneming: beginwaarde, winstaandeel, dividend en aandeel in het omrekeningsverschil. Het winstaandeel volgt de resultaatkoers, het dividend de uitkeringskoers en de eindwaarde de slotkoers. Het verschil dat de aansluiting sluit is de reserve-mutatie, niet extra winst. Controleer dit met 80% van het eindvermogen tegen slotkoers.

Bronnen bij deze basisregels

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Lees de bijbehorende uitleg
Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Kies de juiste uitwerking
Nakijken

Kies eerst een antwoord. De uitwerking verschijnt daarna.

JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
Winst: (500.000 − 300.000 − 24.000 − 80.000) × 0,915 × 80% = € 70.272
Reserve: [600.000 × (0,930 − 0,900) + 96.000 × (0,930 − 0,915) − 30.000 × (0,930 − 0,918)] × 80% = € 15.264
Ultimo: 432.000 + 85.536 − 22.032 = € 495.504
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Miro85.536
9.. Aan Resultaat deelneming70.272
0.. Aan Reserve omrekeningsverschillen15.264
Deelneming ultimo: € 495.504

Gecorrigeerde winst: USD 500.000 − USD 300.000 − USD 24.000 − USD 80.000 = USD 96.000.

Resultaat moeder: USD 96.000 × € 0,915 × 80% = € 70.272.

Omrekeningsverschil gehele Miro: € 18.000 + € 1.440 − € 360 = € 19.080. Aandeel moeder: € 15.264.

Afsluitingsboeking: deelneming € 85.536 debet, resultaat € 70.272 credit en reserve € 15.264 credit.

Controle boekwaarde: 80% × (USD 600.000 + USD 96.000 − USD 30.000) × € 0,930 = € 495.504.

Controle via verloop: begin € 432.000 + resultaat € 70.272 + reserve € 15.264 − dividend € 22.032 = € 495.504.

Patroonherkenning

Herken: deze eindcasus vraagt zowel boekingen als een sluitende balanswaarde.

Aanpak: scheid resultaat, dividend en reserve in een verloopstaat met bij iedere regel de juiste koers.

Controle: beginwaarde plus alle mutaties moet exact gelijk zijn aan het aandeel in het omgerekende eindvermogen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.

De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Vul je eigen antwoord in
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)

Toelichting of berekening

Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.

Vergelijk met de uitwerking
JUISTE UITWERKING · ANTWOORD D
Winst: (500.000 − 300.000 − 24.000 − 80.000) × 0,915 × 80% = € 70.272
Reserve: [600.000 × (0,930 − 0,900) + 96.000 × (0,930 − 0,915) − 30.000 × (0,930 − 0,918)] × 80% = € 15.264
Ultimo: 432.000 + 85.536 − 22.032 = € 495.504
GrootboekrekeningDebet (€)Credit (€)
0.. Deelneming Miro85.536
9.. Aan Resultaat deelneming70.272
0.. Aan Reserve omrekeningsverschillen15.264
Deelneming ultimo: € 495.504

Gecorrigeerde winst: USD 500.000 − USD 300.000 − USD 24.000 − USD 80.000 = USD 96.000.

Resultaat moeder: USD 96.000 × € 0,915 × 80% = € 70.272.

Omrekeningsverschil gehele Miro: € 18.000 + € 1.440 − € 360 = € 19.080. Aandeel moeder: € 15.264.

Afsluitingsboeking: deelneming € 85.536 debet, resultaat € 70.272 credit en reserve € 15.264 credit.

Controle boekwaarde: 80% × (USD 600.000 + USD 96.000 − USD 30.000) × € 0,930 = € 495.504.

Controle via verloop: begin € 432.000 + resultaat € 70.272 + reserve € 15.264 − dividend € 22.032 = € 495.504.

Patroonherkenning

Herken: deze eindcasus vraagt zowel boekingen als een sluitende balanswaarde.

Aanpak: scheid resultaat, dividend en reserve in een verloopstaat met bij iedere regel de juiste koers.

Controle: beginwaarde plus alle mutaties moet exact gelijk zijn aan het aandeel in het omgerekende eindvermogen.

Aanvullende toelichting bij het antwoord

Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.

De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.

Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →

Bron en oorspronkelijke opgave

Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.

Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.

Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.

Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.

Mijn zelfbeoordeling:

Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.

Vreemde valuta: resultaat

Automatische totaalscores zijn beschikbaar als scripts worden uitgevoerd. Via de vragen kun je iedere uitwerking bekijken.