Vreemde valuta
30 vragen · basisweergave zonder JavaScript
Alle vragen en uitwerkingen staan hieronder. Automatische scores en lokale opslag zijn beschikbaar via de volledige oefenomgeving.
Vraagoverzicht
Vreemde valuta
OnderwerpenNog te doen: 30
Welke valuta bedoelen we?
Een onderneming onderscheidt een lokale valuta, een functionele valuta en een presentatievaluta.
Welke omschrijving geeft de functionele valuta van een onderneming correct weer?
Basisregels bij deze vraag
Drie valuta met een eigen betekenis
De lokale valuta hoort bij het vestigingsland. De functionele valuta weerspiegelt de economische omgeving waarin de onderneming geldmiddelen ontvangt en uitgeeft. De presentatievaluta is de valuta waarin de jaarrekening wordt gepresenteerd. Deze drie hoeven niet gelijk te zijn; stel ze daarom eerst afzonderlijk vast voordat je een omrekenmethode kiest.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
De valuta van de economische omgeving waarin de onderneming actief is.
De functionele valuta sluit aan op de economische omgeving waarin de onderneming geldmiddelen ontvangt en uitgeeft.
De lokale valuta en de presentatievaluta kunnen daarvan afwijken.
Herken: de vraag gaat om begrippen, nog niet om wisselkoersen.
Aanpak: koppel vestigingsland, economische activiteit en presentatie ieder aan de juiste valuta.
Controle: de valuta waarin lokaal wordt geboekt is niet automatisch de functionele valuta.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Noteer eerst de koersnotatie: euro per eenheid vreemde valuta betekent vermenigvuldigen, vreemde valuta per euro betekent delen. Leg daarna vast welke methode en welke soort post aan de orde zijn. De concrete koersregels volgen uit Deel 2; artikel 2:384 lid 5 verlangt toelichting van grondslagen en koersverschillen.
Omrekenen is pas betekenisvol nadat vaststaat welke economische bedragen worden gemeten en in welke munt wordt gerapporteerd. Het verschil tussen transactie-, functionele en presentatievaluta bepaalt daarom de vraag die je met de koers probeert te beantwoorden. Een consequente koersnotatie helpt de accountant een rekenfout te onderscheiden van een onjuiste keuze van grondslag.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Gelijke functionele valuta
Noord bv heeft een buitenlandse deelneming in Oslo.
- Functionele valuta Noord
- Euro
- Lokale valuta deelneming
- Noorse kroon (NOK)
- Functionele valuta deelneming
- Euro
- Aan te leveren cijfers
- De jaarrekening van de deelneming luidt in NOK.
Welke omrekenmethode past Noord volgens de syllabus toe op Oslo's NOK-jaarrekening wanneer de functionele valuta van zowel Noord als Oslo de euro is?
Basisregels bij deze vraag
De lokale boekhouding omrekenen naar de functionele valuta
Bepaal eerst de functionele valuta van beide ondernemingen. In de in de syllabus behandelde situaties wordt de tijdstipmethode gebruikt wanneer de buitenlandse boekhouding in een andere lokale valuta luidt, maar de functionele valuta gelijk is aan die van de moeder. Een afwijkende lokale valuta is op zichzelf geen argument voor de slotkoersmethode.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Tijdstipmethode, omdat de functionele valuta van moeder en deelneming gelijk zijn.
De aangeleverde cijfers luiden in NOK en moeten dus worden omgerekend.
De functionele valuta van beide ondernemingen is de euro. De syllabus koppelt die situatie aan de tijdstipmethode.
Herken: lokale valuta NOK, maar functionele valuta EUR bij zowel dochter als moeder.
Aanpak: vertrek van de functionele valuta, niet van het land of de naam van de munt.
Controle: de tijdstipmethode vereist vervolgens een onderscheid tussen monetaire en niet-monetaire posten.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bepaal de functionele valuta en de voorgeschreven methode vóór de berekening. Maak een koersenmatrix per post en onderscheid historische grondslagen, monetaire posten, resultaatposten en vermogensmutaties. Leid de specifieke koersen af uit Deel 2 en de casus.
De tijdstipmethode en slotkoersmethode hebben een ander uitgangspunt. De eerste bewaart bij historische posten de relevante oorspronkelijke eurogrondslag; de tweede vertaalt een buitenlandse jaarrekening naar de presentatiemunt. Dat verklaart ook het verschil in verwerking van de sluitpost. Zo kan de accountant beoordelen of een gevonden koersverschil logisch volgt uit de methode in plaats van alleen een technisch sluitend saldo te zijn.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Een zelfstandige activiteit
Een Nederlandse moeder met de euro als functionele valuta bezit een Zweedse deelneming.
- Verkoopprijzen en belangrijkste kosten
- Worden hoofdzakelijk bepaald en afgewikkeld in SEK.
- Financiering
- De deelneming trekt zelf lokale financiering aan.
- Kasstromen
- Voldoende om zelfstandig de verplichtingen te betalen.
- Transacties met de moeder
- Beperkt.
- Presentatie moeder
- Euro.
Welke functionele valuta volgt voor de Zweedse onderneming uit de gegeven verkoop-, kosten-, financierings- en kasstroomgegevens, en welke methode is vervolgens nodig voor presentatie door de euromoeder?
Basisregels bij deze vraag
De economische omgeving beoordelen
RJ 122.106 geeft de primaire factoren: valuta die de verkoopprijzen en kosten hoofdzakelijk bepalen. RJ 122.107 en 108 voegen onder meer financiering, aangehouden middelen en zelfstandigheid ten opzichte van de moeder toe. Weeg de feiten samen; bij een onduidelijk beeld hebben de primaire factoren het meeste gewicht. Kies daarna de omrekenmethode binnen de syllabuscasus.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Functionele valuta SEK; omrekening met de slotkoersmethode.
Verkoopprijzen en kosten wijzen op SEK. Zelfstandige financiering en kasstromen ondersteunen die beoordeling.
De functionele valuta wijkt af van die van de moeder. Daarom volgt de slotkoersmethode.
Herken: verkoop en kosten worden lokaal bepaald en de buitenlandse onderneming heeft eigen financiering en kasstromen.
Aanpak: motiveer de functionele valuta aan de hand van de concrete factoren; vergelijk die daarna met die van de moeder.
Controle: zelfstandigheid is een aanwijzing binnen de beoordeling, geen vervanging van alle primaire factoren.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Verbind de indicatoren uit de casus aan de afzet, kosten, financiering en zelfstandigheid van de activiteiten zoals behandeld in Deel 2. Motiveer de conclusie met die feiten; een gegeven lokale munt is niet automatisch de functionele valuta.
De functionele valuta sluit aan op de economische omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden. Alleen kijken naar de vestigingsplaats kan daarom een verkeerde omrekenmethode opleveren, bijvoorbeeld wanneer financiering, inkoop en geldstromen juist door de moeder worden bepaald. Voor de accountant verklaart deze beoordeling of omrekeningsverschillen de lopende prestaties of vooral de vertaling van een buitenlandse investering weergeven. De indicatoren staan in de cursus, niet letterlijk in artikel 2:384.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §2–3, p. 4–6; RJ 122.106–122.109.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4, p. 7.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Monetair of niet-monetair?
De jaarrekening wordt omgerekend volgens de tijdstipmethode.
Welke groep balansposten bestaat volgens de tijdstipmethode in de syllabus uitsluitend uit monetaire posten?
Basisregels bij deze vraag
Monetaire en niet-monetaire posten scheiden
De syllabus rekent vorderingen, liquide middelen, voorzieningen en schulden tot de monetaire posten. Deze worden op balansdatum tegen de slotkoers omgerekend. Voorraad, gebouwen en machines worden bij historische-kostenwaardering tegen hun relevante historische koers omgerekend. Het onderscheid is nodig voor zowel de balans als de analyse van het omrekeningsverschil.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Debiteuren, liquide middelen en een langlopende lening.
Vorderingen en liquide middelen zijn monetaire activa. Schulden, zoals een langlopende lening, zijn monetaire passiva.
Voorraden, machines en goodwill horen niet in deze combinatie van monetaire posten.
Herken: gevraagd is de indeling van posten, niet een keuze tussen omrekenmethoden.
Aanpak: scheid geldmiddelen en geldvorderingen of -verplichtingen van niet-monetaire activa.
Controle: afschrijvingen en voorraadverbruik zijn geen afzonderlijke monetaire kasmutaties.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.
Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Debiteuren op balansdatum
De balans van Nord wordt volgens de tijdstipmethode omgerekend.
- Debiteuren op 31 december
- SEK 480.000
- Koers bij ontstaan vordering
- € 0,0880 per SEK
- Koers op 1 januari
- € 0,0885 per SEK
- Gemiddelde koers
- € 0,0890 per SEK
- Slotkoers 31 december
- € 0,0895 per SEK
Voor welk eurobedrag wordt de vordering van SEK 480.000 op de eindbalans opgenomen bij toepassing van de tijdstipmethode en de gegeven slotkoers?
Basisregels bij deze vraag
Een monetaire eindstand
Een nog openstaande debiteur is een monetaire actiefpost. Bij de tijdstipmethode wordt de nominale eindstand in vreemde valuta tegen de koers op balansdatum omgerekend. Een historische verkoopkoers kan nodig zijn voor het oorspronkelijke omzetbedrag of het koersverschil, maar niet voor de eurobalanswaarde van deze vordering op einddatum.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Debiteuren zijn monetair. De balanswaardering volgt daarom de slotkoers.
SEK 480.000 × € 0,0895 = € 42.960.
Herken: een openstaande geldvordering en een gevraagde eindbalanswaarde.
Aanpak: vermenigvuldig de SEK-eindstand met de gegeven europrijs van één SEK op balansdatum.
Controle: gebruik niet de gemiddelde jaarkoers of de koers op de oorspronkelijke factuurdatum.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.
Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Machine: tijdstipmethode
Liva heeft een machine. De balans wordt omgerekend volgens de tijdstipmethode.
- Boekwaarde machine op 1 januari
- USD 480.000
- Afschrijving dit jaar
- USD 60.000
- Waardering
- Historische kosten; geen overige mutaties.
- Koers bij aankoop machine
- € 0,910 per USD; aankoop ná verwerving van de deelneming.
- Gemiddelde koers
- € 0,912 per USD
- Slotkoers
- € 0,914 per USD
Wat is de euroboekwaarde van Liva's machine op de eindbalans volgens de tijdstipmethode, na aftrek van de gegeven jaarlijkse afschrijving?
Basisregels bij deze vraag
Historische koers bij een machine
Een machine gewaardeerd tegen historische kosten wordt bij de tijdstipmethode met de relevante historische koers omgerekend. Bereken eerst de resterende boekwaarde in vreemde valuta en gebruik voor aanschafwaarde en bijbehorende afschrijving dezelfde koers. De gemiddelde koers en de slotkoers veranderen deze historische kostprijs niet.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
De resterende boekwaarde is USD 420.000.
Zowel de boekwaarde als de afschrijving hoort bij de historische koers van € 0,910.
USD 420.000 × € 0,910 = € 382.200.
Herken: historische-kostenwaardering, een beginboekwaarde en een afschrijving.
Aanpak: trek de afschrijving van de beginboekwaarde af en reken de resterende waarde tegen de historische koers om.
Controle: de euroafschrijving moet aansluiten op de koers van de betrokken machine, niet op de gemiddelde koers.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.
Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Een machine van vóór de overname
Liva kocht haar machine voordat de moeder de deelneming verwierf. Er zijn geen verschillen in waardering of afschrijving tussen moeder en deelneming.
- Afschrijving in het huidige jaar
- USD 60.000
- Koers bij aankoop machine door Liva
- € 0,905 per USD
- Koers bij verwerving van Liva door de moeder
- € 0,910 per USD
- Gemiddelde koers huidige jaar
- € 0,912 per USD
- Slotkoers huidige jaar
- € 0,914 per USD
- Methode
- Tijdstipmethode, ten behoeve van de moeder.
Hoeveel euroafschrijving verwerkt Noord voor Liva's reeds vóór de overname aanwezige machine bij toepassing van de tijdstipmethode in deze deelnemingswaardering?
Basisregels bij deze vraag
Een actief dat al vóór de overname bestond
De syllabus maakt een onderscheid tussen een aanschaf na de verwerving van de deelneming en een actief dat op het verwervingsmoment al aanwezig was. Voor dat laatste actief wordt bij de omrekening ten behoeve van de moeder aangesloten op de koers op het moment waarop de moeder de deelneming verwierf. Volg die koers ook voor de bijbehorende afschrijving.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
De machine was al aanwezig bij de verwerving van Liva.
De relevante historische koers is vanuit de moeder bezien daarom de koers op verwervingsdatum: € 0,910.
USD 60.000 × € 0,910 = € 54.600.
Herken: de aanschafdatum van de machine ligt vóór de aankoop van de deelneming.
Aanpak: bepaal welke historische koers voor de moeder relevant is en pas die op de afschrijving toe.
Controle: kies niet automatisch de oudste koers die in de casus staat.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.
Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Dezelfde machine, andere methode
Liva heeft opnieuw de onderstaande machine. Nu is de slotkoersmethode van toepassing.
- Boekwaarde machine op 1 januari
- USD 480.000
- Afschrijving dit jaar
- USD 60.000
- Waardering
- Historische kosten; geen overige mutaties.
- Koers bij aankoop machine
- € 0,910 per USD; aankoop ná verwerving van de deelneming.
- Gemiddelde koers
- € 0,912 per USD
- Slotkoers
- € 0,914 per USD
Voor welk eurobedrag staat Liva's machine op de eindbalans wanneer nu de slotkoersmethode wordt toegepast?
Basisregels bij deze vraag
Slotkoers geldt ook voor niet-monetaire activa
Bij de slotkoersmethode worden de activa en verplichtingen op de eindbalans tegen de slotkoers omgerekend. Voor een machine geldt dan niet de historische koers die de tijdstipmethode bij historische kosten gebruikt. Bepaal wel eerst de juiste resterende boekwaarde in de functionele valuta van de buitenlandse eenheid.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
De boekwaarde in USD blijft 420.000.
Bij de slotkoersmethode volgt ook deze niet-monetaire balanspost de slotkoers.
USD 420.000 × € 0,914 = € 383.880.
Herken: de methode is veranderd, terwijl hetzelfde type actief wordt gewaardeerd.
Aanpak: bereken de resterende buitenlandse boekwaarde en vermenigvuldig met de slotkoers.
Controle: pas de historische-koersregel van de tijdstipmethode niet toe in een slotkoersvraag.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken de eindpost met de slotkoers. Zet daarnaast beginwaarde en afzonderlijke mutaties om tegen de in de cursuscasus voorgeschreven koersen. Sluit het verloop met het omrekeningsverschil. Pas een deelnemingspercentage pas toe wanneer de vraag de post bij de moeder vraagt.
Bij de slotkoersmethode worden eindbalans en jaarmutaties niet tegen dezelfde koersen vertaald. Het verschil is daarom geen onverklaarde bedrijfswinst, maar het gevolg van het in euro’s uitdrukken van dezelfde buitenlandse activiteit op verschillende momenten. Deze aansluiting maakt de omvang van de buitenlandse activiteit los zichtbaar van het effect van de veranderde omrekenkoers.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Winst onder de slotkoersmethode
Liva behaalt gedurende het jaar gelijkmatig haar resultaat.
- Resultaat boekjaar Liva
- USD 80.000
- Koers op 1 januari
- € 0,910 per USD
- Gemiddelde koers
- € 0,912 per USD
- Koers op 1 juli
- € 0,913 per USD
- Slotkoers
- € 0,914 per USD
- Methode
- Slotkoersmethode.
Hoeveel bedraagt Liva's jaarresultaat in euro's volgens de slotkoersmethode wanneer de winst gelijkmatig is ontstaan en de gegeven gemiddelde koers wordt gebruikt?
Basisregels bij deze vraag
Resultaat tegen de gegeven gemiddelde koers
De posten van de winst-en-verliesrekening worden bij de slotkoersmethode omgerekend tegen de koersen van de transacties. De casus mag daarvoor een passende gemiddelde koers voorschrijven. Het aldus omgerekende resultaat is niet hetzelfde als de verandering in het eigen vermogen omgerekend tegen slotkoersen; het resterende omrekenverschil wordt afzonderlijk verwerkt.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Het resultaat wordt hier omgerekend tegen de gemiddelde koers van € 0,912.
USD 80.000 × € 0,912 = € 72.960.
Herken: de winst is gelijkmatig ontstaan en een gemiddelde koers is expliciet gegeven.
Aanpak: reken het buitenlandse jaarresultaat om met die gemiddelde koers.
Controle: tel een omrekeningsreserve niet bij dit resultaat op en gebruik niet enkel de slotkoers.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken de eindpost met de slotkoers. Zet daarnaast beginwaarde en afzonderlijke mutaties om tegen de in de cursuscasus voorgeschreven koersen. Sluit het verloop met het omrekeningsverschil. Pas een deelnemingspercentage pas toe wanneer de vraag de post bij de moeder vraagt.
Bij de slotkoersmethode worden eindbalans en jaarmutaties niet tegen dezelfde koersen vertaald. Het verschil is daarom geen onverklaarde bedrijfswinst, maar het gevolg van het in euro’s uitdrukken van dezelfde buitenlandse activiteit op verschillende momenten. Deze aansluiting maakt de omvang van de buitenlandse activiteit los zichtbaar van het effect van de veranderde omrekenkoers.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Resultaat boeken bij de moeder
De moeder waardeert Liva tegen NVW. Alleen de boeking van het behaalde resultaat wordt gevraagd.
- Belang in Liva
- 80%
- Resultaat boekjaar Liva
- USD 80.000
- Gemiddelde koers
- € 0,912 per USD
- Koers op 1 januari / slotkoers
- € 0,910 / € 0,914 per USD
- Methode
- Slotkoersmethode; het resultaat is gelijkmatig behaald.
Welke journaalpost maakt Noord voor haar 80%-aandeel in Liva's in euro's omgerekende jaarresultaat bij waardering van de deelneming tegen NVW?
Basisregels bij deze vraag
Het omgerekende winstaandeel boeken
Reken het resultaat van de buitenlandse deelneming eerst om volgens de gevraagde methode. Pas daarna het winstaandeel van de moeder toe. Bij NVW leidt een positief resultaat uit deelneming tot een debitering van deelneming en een creditering van resultaat deelneming. Een eventuele omrekenreserve bij de slotkoersmethode is een afzonderlijke vermogensmutatie.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Deelneming Liva | 58.368 | |
| 9.. Aan Resultaat deelneming | 58.368 |
Omgerekende winst: USD 80.000 × € 0,912 = € 72.960.
Aandeel moeder: 80% × € 72.960 = € 58.368.
Deelneming debet; resultaat deelneming credit.
Herken: de vraag gaat van een buitenlandse jaarrekening naar een boeking in de moederadministratie.
Aanpak: gebruik het euroresultaat en neem daarvan het 80%-aandeel.
Controle: boek niet het volledige dochterresultaat bij de moeder en combineer de omrekenreserve niet ongemerkt met de winst.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.
De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Gebouw met een nieuwe aanbouw
Noord breidt haar gebouw uit. De balans wordt omgerekend volgens de tijdstipmethode.
- Gebouw: boekwaarde op 1 januari
- USD 900.000
- Afschrijving bestaand gebouw dit jaar
- USD 30.000
- Historische koers bestaand gebouw
- € 0,910 per USD
- Nieuwe aanbouw, gekocht en in gebruik op 1 juli
- USD 240.000; lineaire afschrijving USD 20.000 per volledig jaar.
- Koers op 1 juli
- € 0,920 per USD
- Gemiddelde koers / slotkoers
- € 0,915 / € 0,925 per USD
- Overig
- Geen andere mutaties; waardering tegen historische kosten.
Wat is de totale euroboekwaarde van Noords buitenlandse gebouw op einddatum volgens de tijdstipmethode, gesplitst naar het bestaande gebouw en de investering op 1 juli?
Basisregels bij deze vraag
Bestaand gebouw en investering apart omrekenen
Activa met verschillende relevante aanschafmomenten kunnen verschillende historische koersen hebben. Houd het bestaande gebouw en de nieuwe investering daarom in afzonderlijke lagen bij. Bereken de afschrijving van iedere laag volgens de gegeven gebruiksduur en periode. Reken iedere netto laag om tegen haar eigen historische koers en tel daarna op.
Bronnen bij deze basisregels
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Bestaand gebouw: USD 870.000 × € 0,910 = € 791.700.
Aanbouw: een halfjaar afschrijving van USD 10.000; resterend USD 230.000 × € 0,920 = € 211.600.
Samen: € 1.003.300.
Herken: een bestaand actief wordt tijdens het jaar uitgebreid en er zijn twee historische koersen.
Aanpak: maak per laag een verloop van beginwaarde, investering en tijdsevenredige afschrijving.
Controle: reken een halfjaarafschrijving op de nieuwe investering niet als een volledig jaar en gebruik geen gezamenlijke gemiddelde koers.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.
Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
De afschrijving van diezelfde onderdelen
Gebruik opnieuw de gegevens van Noord. Gevraagd wordt nu de afschrijving in de resultatenrekening volgens de tijdstipmethode.
- Gebouw: boekwaarde op 1 januari
- USD 900.000
- Afschrijving bestaand gebouw dit jaar
- USD 30.000
- Historische koers bestaand gebouw
- € 0,910 per USD
- Nieuwe aanbouw, gekocht en in gebruik op 1 juli
- USD 240.000; lineaire afschrijving USD 20.000 per volledig jaar.
- Koers op 1 juli
- € 0,920 per USD
- Gemiddelde koers / slotkoers
- € 0,915 / € 0,925 per USD
- Overig
- Geen andere mutaties; waardering tegen historische kosten.
Hoeveel euroafschrijving hoort over het boekjaar bij het bestaande gebouw en de investering op 1 juli samen, volgens de tijdstipmethode?
Basisregels bij deze vraag
De afschrijvingslast volgt de actieflaag
Bij historische kosten volgt de afschrijvingslast de historische koers van het betreffende actief. Het bestaande gebouw en de nieuwe investering houden dus hun eigen koers. Voor een investering gedurende het jaar wordt de afschrijving volgens de casus tijdsevenredig bepaald. De slotkoers speelt in deze berekening van de afschrijvingslast geen rol.
Bronnen bij deze basisregels
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Bestaand gebouw: USD 30.000 × € 0,910 = € 27.300.
Aanbouw: USD 10.000 × € 0,920 = € 9.200.
Totale last: € 36.500.
Herken: alleen de jaarlast wordt gevraagd, niet de eindboekwaarde.
Aanpak: bereken de afschrijving per actieflaag, reken die tegen de eigen koers om en tel de lasten op.
Controle: neem geen investeringsbedrag als last op en neem de gemiddelde koers niet over uit een slotkoersvraag.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.
Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9a, p. 6.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Twee voorraadpartijen
De eindvoorraad bestaat uit twee volledig courante partijen. De tijdstipmethode wordt toegepast.
- Partij uit maart
- 3.000 stuks à USD 40; aankoopkoers € 0,910.
- Partij uit september
- 2.000 stuks à USD 44; aankoopkoers € 0,920.
- Slotkoers
- € 0,925 per USD
- Waardering
- Historische kosten; geen afwaardering.
Casustabel bij deze vraag
| Partij | Aantal | USD per stuk | Historische koers |
|---|---|---|---|
| Maart | 3.000 | 40 | € 0,910 per USD |
| September | 2.000 | 44 | € 0,920 per USD |
Voor welk totaalbedrag staan de twee gegeven, niet-afgewaardeerde voorraadpartijen op de eindbalans in euro's volgens de tijdstipmethode?
Basisregels bij deze vraag
Voorraadpartijen hebben eigen historische koersen
Bij historische kosten wordt iedere resterende voorraadpartij omgerekend tegen de relevante koers van haar aanschafmoment. Vermenigvuldig de hoeveelheid per partij eerst met de buitenlandse inkoopprijs en daarna met die historische koers. Een gewogen of gemiddelde koers mag hier niet zonder casusgrond de afzonderlijke historische koersen vervangen.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Maart: USD 120.000 × € 0,910 = € 109.200.
September: USD 88.000 × € 0,920 = € 80.960.
Samen: € 190.160.
Herken: er liggen partijen uit verschillende inkoopmaanden in de eindvoorraad.
Aanpak: werk met de partijentabel in deze casus en tel de eurobedragen per laag op.
Controle: de slotkoers hoort pas bij een andere waarderingssituatie, bijvoorbeeld een deel dat naar lagere waarde wordt afgewaardeerd.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Werk de voorraad per inkooplaag uit volgens de gegeven kostprijsmethode. Controleer beginhoeveelheid plus inkopen minus verkopen op eindhoeveelheid. Reken daarna de historische waarde van de juiste lagen om en toets afzonderlijk de lagere waarde op balansdatum.
Eerst de fysieke goederenstroom bepalen voorkomt dat koersverschillen worden verward met prijs- of hoeveelheidsverschillen. De resterende partijen bepalen de eindvoorraad; de afgegeven partijen bepalen de kostprijs van de verkopen. Deze twee controles laten de accountant zien of een verschil wordt veroorzaakt door een verkeerde laag, een verkeerde koers of een afwaardering.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Eerst de FIFO-lagen vinden
Nova gebruikt FIFO voor de goederenafgifte en de tijdstipmethode voor de omrekening. De gehele eindvoorraad is courant.
- Beginvoorraad
- 4.000 stuks à USD 40; historische koers € 0,910.
- Maart: inkoop
- 3.000 stuks à USD 42; koers € 0,920.
- Mei: verkoop
- 5.000 stuks.
- September: inkoop
- 2.000 stuks à USD 44; koers € 0,930.
- November: verkoop
- 1.000 stuks.
- Slotkoers
- € 0,935 per USD
Casustabel bij deze vraag
| Moment | Beweging | Aantal | Inkoopprijs USD | Historische koers |
|---|---|---|---|---|
| Begin boekjaar | Beginvoorraad | 4.000 | 40 | 0,910 |
| Maart | Inkoop | 3.000 | 42 | 0,920 |
| Mei | Verkoop | -5.000 | ||
| September | Inkoop | 2.000 | 44 | 0,930 |
| November | Verkoop | -1.000 |
Hoe hoog is Nova's eindvoorraad in euro's volgens de tijdstipmethode nadat de verkopen volgens FIFO aan de inkooplagen in de casustabel zijn toegerekend?
Basisregels bij deze vraag
Eerst FIFO, dan valutaomrekening
Bij FIFO worden de oudste voorraadlagen het eerst verbruikt. Bepaal daarom eerst welke hoeveelheden van iedere partij na de gegeven verkopen overblijven. Waardeer alleen die resterende aantallen tegen hun eigen inkoopprijs en historische koers. De verkoopprijs en de koers op verkoopdatum bepalen niet de historische kostprijs van de resterende voorraad.
Bronnen bij deze basisregels
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Wijo, vraag 2–5, p. 4–8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Wijo, vraag 2–5, p. 4–8.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
De 6.000 verkochte stuks bestaan uit 4.000 beginvoorraad en 2.000 uit maart.
Resteert: 1.000 uit maart en alle 2.000 uit september.
1.000 × USD 42 × € 0,920 + 2.000 × USD 44 × € 0,930 = € 120.480.
Herken: de casus bevat een chronologische reeks beginvoorraad, inkopen en verkopen.
Aanpak: werk de verkopen van oud naar nieuw weg en reken vervolgens de resterende partijen in euro's om.
Controle: beginvoorraad plus inkopen minus verkochte aantallen moet gelijk zijn aan de resterende hoeveelheid in de partijentabel.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Werk de voorraad per inkooplaag uit volgens de gegeven kostprijsmethode. Controleer beginhoeveelheid plus inkopen minus verkopen op eindhoeveelheid. Reken daarna de historische waarde van de juiste lagen om en toets afzonderlijk de lagere waarde op balansdatum.
Eerst de fysieke goederenstroom bepalen voorkomt dat koersverschillen worden verward met prijs- of hoeveelheidsverschillen. De resterende partijen bepalen de eindvoorraad; de afgegeven partijen bepalen de kostprijs van de verkopen. Deze twee controles laten de accountant zien of een verschil wordt veroorzaakt door een verkeerde laag, een verkeerde koers of een afwaardering.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Wijo, vraag 2–5, p. 4–8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Dividend in vreemde valuta
De moeder houdt Liva tegen NVW. Dividend wordt op dezelfde dag gedeclareerd, betaald en direct in euro ontvangen.
- Dividend voor alle aandeelhouders
- USD 40.000
- Belang moeder
- 80%
- Koers declaratie en betaling
- € 0,920 per USD
- Gemiddelde koers
- € 0,915 per USD
- Slotkoers
- € 0,925 per USD
Welke journaalpost maakt Noord voor het in vreemde valuta gedeclareerde en direct betaalde dividend waarop zij voor 80% recht heeft, bij NVW-waardering?
Basisregels bij deze vraag
Dividend omrekenen op het uitkeringsmoment
Het dividend wordt in deze casus gedeclareerd en betaald op hetzelfde moment. Bereken het aandeel van Noord en reken dit om tegen de koers op dat moment. Bij NVW verlaagt de uitkering de deelneming; het is geen nieuwe dividendopbrengst. Bij de slotkoersmethode kan dit dividendbedrag tevens nodig zijn voor de afzonderlijke aansluiting van de omrekenreserve.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2, p. 16–17: resultaat en dividend bij NVW.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2, p. 16–17: resultaat en dividend bij NVW.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 1.. Bank | 29.440 | |
| 0.. Aan Deelneming Liva | 29.440 |
De moeder ontvangt 80% van USD 40.000: USD 32.000.
USD 32.000 × € 0,920 = € 29.440.
Bank debet en deelneming credit. De winst was bij NVW al via het resultaat verwerkt.
Herken: een concrete uitkeringsdatum en koers, naast het deelnemingspercentage.
Aanpak: buitenlandse dividenduitkering maal winstaandeel maal dividendkoers.
Controle: gebruik niet de gemiddelde winstkoers en vermenigvuldig een al gegeven moederbedrag niet nogmaals met het aandeel.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.
De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 1, §5.1.2, p. 16–17: resultaat en dividend bij NVW.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Voorraad na afwaardering
Op 31 december wordt een restant voorraad afgewaardeerd. De tijdstipmethode geldt.
- Resterende partij
- 2.000 stuks
- Inkoopprijs per stuk
- USD 40
- Koers bij inkoop
- € 0,920 per USD
- Lagere marktwaarde per 31 december
- USD 30 per stuk
- Koers bij afwaardering op 31 december
- € 0,935 per USD
- Gemiddelde koers
- € 0,925 per USD
Casustabel bij deze vraag
| Aantal | Oude prijs USD | Historische koers | Lagere waarde USD | Koers afwaardering |
|---|---|---|---|---|
| 2.000 | 40 | 0,920 | 30 | 0,935 |
Voor welk eurobedrag wordt de afgewaardeerde partij van 2.000 stuks op de eindbalans opgenomen volgens de tijdstipmethode?
Basisregels bij deze vraag
Afgewaardeerde voorraad tegen de koers op afwaarderingsdatum
De syllabus schrijft voor dat het deel van een niet-monetaire voorraad dat naar lagere waarde wordt afgewaardeerd, wordt omgerekend tegen de koers op het afwaarderingsmoment. Dit is een andere berekening dan de historische waarde vóór afwaardering. De oorspronkelijke historische koers blijft nodig om het totale afwaarderingsverlies in euro's te berekenen.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Na afwaardering bedraagt de waarde USD 60.000.
Die lagere waarde volgt de koers van 31 december, de datum van afwaardering.
USD 60.000 × € 0,935 = € 56.100.
Herken: een lagere waarde per stuk en een koers op de afwaarderingsdatum.
Aanpak: hoeveelheid maal nieuwe lagere waarde maal koers op het afwaarderingsmoment.
Controle: gevraagd is de nieuwe balanswaarde, niet het verschil met de oorspronkelijke boekwaarde.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken eerst de historische euroboekwaarde van de getroffen partij. Bereken daarna de lagere waarde in euro’s tegen de koers die bij die waardering hoort. Het positieve verschil vormt de afwaardering; houd het afzonderlijk van de koersanalyse op de monetaire positie.
Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
En welke last komt in de winst?
De hieronder volledig beschreven partij wordt op 31 december afgewaardeerd. Bepaal de afwaarderingslast volgens de tijdstipmethode.
- Resterende partij
- 2.000 stuks
- Inkoopprijs per stuk
- USD 40
- Koers bij inkoop
- € 0,920 per USD
- Lagere marktwaarde per 31 december
- USD 30 per stuk
- Koers bij afwaardering op 31 december
- € 0,935 per USD
- Gemiddelde koers
- € 0,925 per USD
Casustabel bij deze vraag
| Aantal | Oude prijs USD | Historische koers | Lagere waarde USD | Koers afwaardering |
|---|---|---|---|---|
| 2.000 | 40 | 0,920 | 30 | 0,935 |
Hoeveel afwaarderingsverlies in euro's ontstaat op de gegeven voorraadpartij volgens de tijdstipmethode, inclusief het koerseffect binnen deze afwaardering?
Basisregels bij deze vraag
Het euroverlies is het verschil tussen twee euroboekwaarden
Bereken de oude boekwaarde met de historische inkoopprijs en historische koers. Bereken de nieuwe lagere waarde met de waarde per stuk en de koers op de afwaarderingsdatum. Het verschil tussen die twee eurobedragen is de afwaarderingslast. Het koersdeel van deze niet-monetaire correctie wordt in de syllabus in dezelfde afwaarderingspost verwerkt en niet nogmaals in de monetaire positie.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Historische kostprijs in euro: 2.000 × USD 40 × € 0,920 = € 73.600.
Lagere waarde in euro: 2.000 × USD 30 × € 0,935 = € 56.100.
Afwaarderingslast: € 73.600 − € 56.100 = € 17.500.
Dezelfde uitkomst volgt uit € 18.400 afwaardering minus € 900 positief koersverschil op de resterende lagere waarde.
Herken: zowel een prijsdaling als een koerswijziging bij dezelfde voorraadpartij.
Aanpak: oude euroboekwaarde minus nieuwe euroboekwaarde.
Controle: uitsluitend het prijsverschil in vreemde valuta tegen één koers omrekenen mist het koerseffect op de resterende waarde.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken eerst de historische euroboekwaarde van de getroffen partij. Bereken daarna de lagere waarde in euro’s tegen de koers die bij die waardering hoort. Het positieve verschil vormt de afwaardering; houd het afzonderlijk van de koersanalyse op de monetaire positie.
Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Courant en incourant door elkaar
Nova heeft twee partijen in haar eindvoorraad. Alleen het genoemde deel van partij A wordt ultimo afgewaardeerd. Gebruik de tijdstipmethode.
- Partij A
- 3.000 stuks à USD 40; historische koers € 0,910.
- Afwaardering partij A
- Van 1.000 stuks daalt de waarde op 31 december tot USD 28 per stuk.
- Partij B
- 2.000 stuks à USD 44; historische koers € 0,930.
- Slotkoers en afwaarderingskoers
- € 0,940 per USD
- Overige voorraad
- Volledig courant; geen andere mutaties.
Casustabel bij deze vraag
Koers bij afwaardering op 31 december: € 0,940 per USD. Alleen het aangegeven deel van A wordt afgewaardeerd.
| Partij | Aantal totaal | USD per stuk | Historische koers | Aantal afwaarderen | Lagere waarde USD |
|---|---|---|---|---|---|
| A | 3.000 | 40 | 0,910 | 1.000 | 28 |
| B | 2.000 | 44 | 0,930 | 0 | Niet van toepassing |
Wat is de totale euro-eindvoorraad wanneer van partij A alleen 1.000 stuks worden afgewaardeerd en de overige stuks van A en partij B tegen historische kosten blijven staan?
Basisregels bij deze vraag
Afgewaardeerde en onaangetaste delen scheiden
Splits een partij zodra slechts een deel naar lagere waarde moet worden gebracht. Het onaangetaste deel houdt zijn historische inkoopprijs en koers; het afgewaardeerde deel krijgt de lagere waarde en koers op het afwaarderingsmoment. Andere voorraadpartijen houden hun eigen historische koers. Een koers voor alle resterende voorraad is hier dus onjuist.
Bronnen bij deze basisregels
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Courant deel A: € 72.800.
Afgewaardeerd deel A: € 26.320.
Courante partij B: € 81.840.
Gehele voorraad: € 180.960.
Herken: één partij heeft zowel afgewaardeerde als niet-afgewaardeerde eenheden.
Aanpak: maak drie waarderingsregels: regulier A, afgewaardeerd A en regulier B.
Controle: de som van de gesplitste aantallen moet nog steeds overeenkomen met de totale eindvoorraad.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken eerst de historische euroboekwaarde van de getroffen partij. Bereken daarna de lagere waarde in euro’s tegen de koers die bij die waardering hoort. Het positieve verschil vormt de afwaardering; houd het afzonderlijk van de koersanalyse op de monetaire positie.
Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Verkoop van een machine
Een machine tegen historische kosten wordt verkocht. Gebruik de tijdstipmethode.
- Boekwaarde direct vóór verkoop
- USD 80.000, na verwerking van alle afschrijving.
- Historische koers machine
- € 0,910 per USD
- Verkoopopbrengst
- USD 81.000, direct ontvangen op verkoopdatum.
- Koers op verkoopdatum
- € 0,912 per USD
- Gemiddelde koers
- € 0,911 per USD
Hoeveel boekwinst in euro's ontstaat bij verkoop van het gegeven actief volgens de tijdstipmethode, met historische euroboekwaarde en opbrengst tegen de verkoopkoers?
Basisregels bij deze vraag
Boekresultaat in euro's bepalen
De boekwaarde van een historisch gewaardeerd actief blijft gebaseerd op de relevante historische koers. De verkoopopbrengst wordt omgerekend tegen de koers op de transactiedatum. Het resultaat in euro's is het verschil tussen deze beide eurobedragen. Het buitenlandse boekresultaat tegen één koers omrekenen is niet hetzelfde.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Verkoopopbrengst: USD 81.000 × € 0,912 = € 73.872.
Af te boeken boekwaarde: USD 80.000 × € 0,910 = € 72.800.
Boekwinst: € 73.872 − € 72.800 = € 1.072.
Herken: de boekwaarde en de verkoopopbrengst hebben verschillende koersgrondslagen.
Aanpak: reken beide bedragen afzonderlijk om en trek de euroboekwaarde van de euroopbrengst af.
Controle: gebruik voor de historische boekwaarde niet de verkoopkoers.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Splits niet-monetaire historische posten naar ontstaansmoment. Reken monetaire eindstanden tegen slotkoers om en bepaal afschrijving vanuit de historische eurogrondslag. Voor voorraad gebruik je de koers van de resterende partij; bij afwaardering vergelijk je bedragen die ieder met hun passende koers zijn omgerekend.
Een tegen historische kosten gemeten actief moet na omrekening dezelfde historische eurogrondslag behouden. Daarom volgen afschrijving en historische aanschaf dezelfde koers, terwijl een monetaire schuld juist het bedrag moet laten zien dat op balansdatum in euro’s wordt afgewikkeld. De concrete koerskeuzen komen uit de syllabus. Artikel 2:384 lid 5 is de wettelijke toelichtingshaak, niet een opsomming van de temporal-regels.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Afwaardering in euro boeken
Een voorraadpartij wordt op 31 december afgewaardeerd. Voor de verwerking in euro geldt de tijdstipmethode. De afwaardering is nog niet in de eurocijfers verwerkt.
- Partij op 31 december
- 2.000 stuks
- Historische inkoopprijs
- USD 40 per stuk
- Koers bij inkoop
- € 0,920 per USD
- Lagere waarde op 31 december
- USD 30 per stuk
- Koers op 31 december
- € 0,935 per USD
Casustabel bij deze vraag
| Aantal | Oude prijs USD | Historische koers | Lagere waarde USD | Koers afwaardering |
|---|---|---|---|---|
| 2.000 | 40 | 0,920 | 30 | 0,935 |
Welke journaalpost verwerkt het totale afwaarderingsverlies van de voorraadpartij in de euroadministratie, uitgaande van de gegeven historische en lagere euroboekwaarde?
Basisregels bij deze vraag
De afwaardering journaliseren
Een afwaardering verlaagt de voorraad en wordt als last verwerkt. Gebruik het verschil tussen de oorspronkelijke euroboekwaarde en de nieuwe lagere euroboekwaarde. Volgens de syllabus is het bijbehorende koersdeel onderdeel van deze afwaarderingslast. Splits het niet nogmaals af als een tweede verlies op monetaire posten.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| Afwaardering voorraad | 17.500 | |
| Aan Voorraad | 17.500 |
Lagere waarde: 2.000 × USD 30 × € 0,935 = € 56.100.
De totale afwaarderingslast is € 17.500. Die last wordt gedebiteerd; de voorraad wordt voor hetzelfde bedrag gecrediteerd.
Herken: de vraag vraagt een boeking nadat beide waarderingsgrondslagen zijn gegeven.
Aanpak: debiteer afwaarderingskosten en crediteer voorraad voor het berekende euroverlies.
Controle: de journaalpost moet de oude voorraadwaarde exact naar de nieuwe lagere waarde brengen.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken eerst de historische euroboekwaarde van de getroffen partij. Bereken daarna de lagere waarde in euro’s tegen de koers die bij die waardering hoort. Het positieve verschil vormt de afwaardering; houd het afzonderlijk van de koersanalyse op de monetaire positie.
Een afwaardering vergelijkt de oude euroboekwaarde met de nieuwe lagere eurowaarde. Alleen het verlies in vreemde valuta omrekenen tegen één koers kan het verschil missen dat ontstaat doordat de oorspronkelijke voorraad tegen een andere historische koers is opgenomen. Zo voorkomt de accountant dat dezelfde valutabeweging zowel in de voorraadkosten als nogmaals in het monetaire koersresultaat terechtkomt.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 24-09-2025 na normering, opgave 2, vraag 9b–10, p. 6–7.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
De monetaire beginpositie
De onderstaande posten staan op 1 januari op de balans. Gebruik de tijdstipmethode.
- Debiteuren
- USD 120.000
- Liquide middelen
- USD 80.000
- Langlopende lening
- USD 360.000
- Crediteuren
- USD 140.000
- Voorziening voor geldelijke verplichtingen
- USD 6.000
- Voorraad
- USD 9.000
Hoe groot is de netto monetaire positie in vreemde valuta aan het begin van het boekjaar, met monetaire activa positief en monetaire passiva negatief?
Basisregels bij deze vraag
De netto monetaire beginpositie
Tel liquide middelen en monetaire vorderingen op en trek monetaire schulden en de in de syllabus als monetair behandelde voorzieningen af. Voorraad en andere niet-monetaire activa blijven buiten deze optelling. Een negatief saldo betekent een netto monetaire verplichtingenpositie. Houd deze tekenafspraak ook in het verdere verloop vast.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Monetaire activa: USD 120.000 + USD 80.000 = USD 200.000.
Monetaire passiva: USD 360.000 + USD 140.000 + USD 6.000 = USD 506.000.
Monetaire positie: USD 200.000 − USD 506.000 = USD −306.000. De voorraad telt niet mee.
Herken: meerdere balansposten staan door elkaar, maar alleen de monetaire positie wordt gevraagd.
Aanpak: classificeer elke post vóór je gaat optellen.
Controle: voeg voorraad niet toe alleen omdat die op dezelfde balans staat; de historische waarde daarvan wordt elders omgerekend.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.
Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Welke mutatie telt echt mee?
Alle onderstaande handelingen worden in dezelfde vreemde valuta afgewikkeld. De lening en de vordering bestaan al.
- Handeling 1
- Een bestaande lening wordt uit de bank afgelost.
- Handeling 2
- Een bestaande debiteur betaalt op de bankrekening.
- Handeling 3
- Een machine wordt direct per bank gekocht.
- Handeling 4
- Op de machine wordt afgeschreven.
Welke van de genoemde gebeurtenissen verandert de netto monetaire positie en welke verschuift uitsluitend bedragen tussen monetaire posten?
Basisregels bij deze vraag
Welke transacties veranderen het monetaire saldo?
Een aflossing verlaagt zowel liquide middelen als de monetaire schuld en verandert het netto saldo daardoor niet. Ontvangst van een debiteur verschuift een monetaire vordering naar bank. Een contante investering in een niet-monetair actief verlaagt wel de netto monetaire positie. Afschrijving op dat actief is vervolgens geen nieuwe kasmutatie.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Alleen handeling 3.
Aflossing: bank daalt en lening daalt; per saldo geen wijziging.
Ontvangst debiteur: bank stijgt en vordering daalt; per saldo geen wijziging.
Contante aankoop machine: bank daalt, terwijl een niet-monetair actief stijgt; de monetaire positie daalt.
Afschrijving: alleen het niet-monetaire actief en het resultaat veranderen.
Herken: de vraag gaat over netto-effecten, niet over iedere afzonderlijke bankbeweging.
Aanpak: bepaal voor elke transactie welke monetaire activa én passiva wijzigen.
Controle: neem een aflossing of ontvangst van een debiteur niet nogmaals als zelfstandige netto mutatie op.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.
Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Van positie naar koersresultaat
Noord rekent volgens de tijdstipmethode om. De volgende bedragen betreffen de gehele deelneming.
- Monetaire positie op 1 januari
- USD −300.000; koers € 0,910.
- Verkopen, direct ontvangen
- USD 600.000; koers € 0,920.
- Inkopen, direct betaald
- USD 400.000; koers € 0,915.
- Overige kosten, direct betaald
- USD 50.000; koers € 0,918.
- Slotkoers
- € 0,930 per USD
- Overige mutaties
- Geen.
Welk valutaomrekeningsresultaat in euro's ontstaat uit de gegeven monetaire beginpositie, ontvangsten en uitgaven, vergeleken met de monetaire eindpositie tegen slotkoers?
Basisregels bij deze vraag
Theoretische en werkelijke eindpositie vergelijken
Reken de monetaire beginpositie om tegen de beginkoers en de netto monetaire mutaties tegen hun eigen transactiekoersen. Dit geeft de theoretische euro-eindpositie. Vergelijk die met het buitenlandse eindsaldo omgerekend tegen slotkoers. Leg vooraf vast welk teken je winst of verlies noemt; in de toelichting wordt een verslechtering van de europositie als verlies verwerkt.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
De monetaire eindpositie bedraagt USD −150.000.
Beginpositie en mutaties omgerekend tegen hun eigen koers geven theoretisch € −132.900.
Dezelfde eindpositie tegen slotkoers is € −139.500.
Werkelijk minus theoretisch: € −139.500 − (€ −132.900) = € −6.600; een koersverlies.
Herken: beginpositie, mutatiekoersen en slotkoers zijn allemaal gegeven.
Aanpak: maak twee kolommen, vreemde valuta en euro, en sluit eerst de vreemde-valutakolom.
Controle: een sluitend saldo in vreemde valuta kan toch een koersverschil in euro's opleveren.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.
Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Extra mutaties in de monetaire positie
Noord heeft nu enkele aanvullende gebeurtenissen. Gebruik de tijdstipmethode.
- Monetaire positie op 1 januari
- USD −300.000; koers € 0,910.
- Verkopen, direct ontvangen
- USD 600.000; koers € 0,920.
- Inkopen, direct betaald
- USD 400.000; koers € 0,915.
- Overige kosten, direct betaald
- USD 50.000; koers € 0,918.
- Slotkoers
- € 0,930 per USD
- Aankoop machine, direct betaald
- USD 40.000; koers € 0,925.
- Aflossing bestaande lening uit de bank
- USD 10.000; koers € 0,925.
- Afschrijving machine
- USD 5.000.
- Definitieve afboeking debiteur op 31 december
- USD 6.000; geen eerdere voorziening; koers € 0,930.
- Overige mutaties
- Geen.
Hoeveel omrekeningsverlies in euro's volgt uit alle gegeven monetaire mutaties, inclusief de contante investering en debiteurenafboeking maar zonder een dubbele opname van aflossing of afschrijving?
Basisregels bij deze vraag
Investering, aflossing en afwaardering juist classificeren
Een contante investering verlaagt de netto monetaire positie, terwijl afschrijving op het gekochte actief niet monetair is. Een leningaflossing verlaagt bank én schuld en is per saldo geen monetaire mutatie. Een afboeking op een ongedekte debiteur verlaagt de monetaire vordering. Gebruik de expliciet bij de gebeurtenissen gegeven koersen en sluit de vreemde-valutapositie vóór de koersberekening.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
De beginpositie, verkopen, inkopen en overige kosten geven samen theoretisch € −132.900.
Daar gaan de machineaankoop (€ 37.000) en de debiteurenafboeking (€ 5.580) af: € −175.480.
Aflossing en afschrijving wijzigen het saldo van de monetaire positie niet.
Eindpositie: USD −196.000 × € 0,930 = € −182.280.
Koersverlies: € −182.280 − (€ −175.480) = € −6.800.
Herken: de mutatielijst bevat zowel echte saldoveranderingen als verschuivingen en niet-monetaire lasten.
Aanpak: markeer per regel het netto effect; reken alleen dat effect in de monetaire verloopstaat op.
Controle: de aankoop van een machine en de afschrijving daarop mogen niet beide als kasuitgave worden opgenomen.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bepaal monetaire activa minus monetaire verplichtingen. Analyseer vervolgens de verandering van de beginkoers naar slotkoers en de geldstromen vanaf hun transactietijdstip naar slotkoers. Houd niet-monetaire voorraad- of afschrijvingsposten buiten deze positie.
Een koersbeweging raakt een netto vordering in vreemde valuta anders dan een netto schuld. Door de monetaire beginpositie en de geldstromen afzonderlijk te volgen, wordt zowel het bedrag als het teken van het koersresultaat verklaarbaar. De accountant heeft hiermee een onafhankelijke tekencontrole: bij een sterkere vreemde munt neemt de eurowaarde van een netto bezit toe, maar wordt een netto schuld juist zwaarder.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 11, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 9 en voorbeeld p. 15.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Het koersverlies in resultaat deelneming
De buitenlandse jaarrekening is volgens de tijdstipmethode omgerekend. De moeder houdt 80% en waardeert tegen NVW.
- Omgerekend resultaat vóór koersverschillen
- € 90.000
- Koersverlies op monetaire positie
- € 6.800
- Overige correcties
- Geen.
Welk resultaat uit deelneming boekt Noord voor haar 80%-belang wanneer het euroresultaat vóór koersverschillen en het omrekeningsverlies volgens de tijdstipmethode zijn gegeven?
Basisregels bij deze vraag
Tijdstipmethode: koersverlies hoort in het resultaat
Bij de tijdstipmethode wordt het omrekeningsverschil in het resultaat van de buitenlandse deelneming verwerkt. Corrigeer daarom het resultaat vóór omrekeningsverschillen voordat je het winstaandeel van de moeder berekent. Vorm voor dit verschil niet de omrekeningsreserve die bij de slotkoersmethode hoort.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Deelneming | 66.560 | |
| 9.. Aan Resultaat deelneming | 66.560 |
Resultaat na koersverlies: € 90.000 − € 6.800 = € 83.200.
Aandeel moeder: 80% × € 83.200 = € 66.560.
Deelneming debet; resultaat deelneming credit.
Herken: resultaat vóór koersverschillen plus een afzonderlijk berekend verlies.
Aanpak: trek het verlies eerst af en pas daarna het 80%-winstaandeel toe.
Controle: controleer of het opgegeven resultaat het koersverschil al bevat; in deze vraag uitdrukkelijk nog niet.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.
De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Reserve met winst én dividend
De jaarrekening van Liva wordt omgerekend met de slotkoersmethode. Gevraagd is het omrekeningsverschil van de gehele deelneming over dit jaar.
- Eigen vermogen op 1 januari
- USD 1.000.000
- Resultaat boekjaar
- USD 120.000; gebruik de gemiddelde koers.
- Dividend
- USD 40.000; op 1 juli gedeclareerd en betaald.
- Koers op 1 januari
- € 0,910 per USD
- Gemiddelde koers
- € 0,920 per USD
- Koers op 1 juli
- € 0,925 per USD
- Slotkoers
- € 0,930 per USD
- Overige vermogensmutaties
- Geen.
Hoe groot is het totale omrekeningsverschil in het eigen vermogen van de buitenlandse eenheid volgens de slotkoersmethode, op basis van beginvermogen, jaarwinst en dividend?
Basisregels bij deze vraag
Eigen vermogen bij slotkoers laten aansluiten
Vergelijk het eindvermogen tegen slotkoers met beginvermogen tegen de eerdere koers, resultaat tegen de toepasselijke resultaatkoers en dividend tegen de uitkeringskoers. Het resterende verschil behoort bij de slotkoersmethode tot het eigen vermogen. Een alternatieve controle rekent de koersverschillen op beginvermogen, resultaat en dividend afzonderlijk uit.
Bronnen bij deze basisregels
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Beginvermogen: USD 1.000.000 × (€ 0,930 − € 0,910) = € 20.000.
Resultaat: USD 120.000 × (€ 0,930 − € 0,920) = € 1.200.
Dividend: −USD 40.000 × (€ 0,930 − € 0,925) = € −200.
Totaal: € 20.000 + € 1.200 − € 200 = € 21.000 positief.
Herken: een vermogensaansluiting met drie verschillende koersen.
Aanpak: eindvermogen in euro minus beginvermogen in euro minus omgerekende winst plus omgerekend dividend.
Controle: het dividend wordt in het vermogensverloop afgetrokken; voorkom een omgekeerd teken in de aansluitingsberekening.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken eerst het verschil in het omrekeningsverloop. Verwerk het aandeel van de moeder met Deelneming tegenover Reserve omrekeningsverschillen in de richting die bij een stijging of daling hoort. Onderscheid die reservemutatie van het resultaat deelneming en van dividend.
De reserve omrekeningsverschillen scheidt de vertaling van de buitenlandse investering van het resultaat uit de activiteiten. Daardoor wordt de prestatie niet verhuld door een verandering van de presentatiemunt. De wettelijke bepaling laat een negatief reservesaldo toe en koppelt daaraan een uitkeringsbeperking. Een negatieve reserve is dus niet automatisch een boekingsfout.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.2, p. 9 en voorbeeld p. 16–17.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Winst en positieve reserve boeken
De moeder houdt 80% van Liva tegen NVW. De slotkoersmethode wordt gebruikt. Het dividend is al geboekt.
- Resultaat gehele Liva
- USD 120.000
- Gemiddelde koers
- € 0,920 per USD
- Omrekeningsverschil gehele Liva dit jaar
- € 21.000 positief
- Gevraagde verwerking
- Alleen de afsluitingsboeking voor resultaat en omrekeningsverschil.
Welke journaalpost boekt Noord voor haar 80%-aandeel in het jaarresultaat en het positieve omrekeningsverschil bij de slotkoersmethode, wanneer het dividend al is verwerkt?
Basisregels bij deze vraag
Winstaandeel en positieve omrekenreserve apart boeken
Bij NVW neemt de deelneming zowel toe door het winstaandeel als door het aandeel in een positieve rechtstreekse vermogensmutatie. De tegenrekeningen verschillen: resultaat deelneming voor de winst en reserve omrekeningsverschillen voor de koersmutatie in het eigen vermogen. Het reeds verwerkte dividend wordt niet opnieuw geboekt.
Bronnen bij deze basisregels
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Deelneming Liva | 105.120 | |
| 9.. Aan Resultaat deelneming | 88.320 | |
| 0.. Aan Reserve omrekeningsverschillen | 16.800 |
Resultaat voor de moeder: 80% × USD 120.000 × € 0,920 = € 88.320.
Positieve reservemutatie voor de moeder: 80% × € 21.000 = € 16.800.
De deelneming neemt door beide samen toe met € 105.120.
Herken: slotkoersmethode, een positief koersverschil en al geboekt dividend.
Aanpak: bereken beide moederdelen afzonderlijk en boek hun gezamenlijke toename debet op deelneming.
Controle: de winst-en-verliesrekening bevat alleen het winstaandeel, niet de positieve omrekenreserve.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken eerst het verschil in het omrekeningsverloop. Verwerk het aandeel van de moeder met Deelneming tegenover Reserve omrekeningsverschillen in de richting die bij een stijging of daling hoort. Onderscheid die reservemutatie van het resultaat deelneming en van dividend.
De reserve omrekeningsverschillen scheidt de vertaling van de buitenlandse investering van het resultaat uit de activiteiten. Daardoor wordt de prestatie niet verhuld door een verandering van de presentatiemunt. De wettelijke bepaling laat een negatief reservesaldo toe en koppelt daaraan een uitkeringsbeperking. Een negatieve reserve is dus niet automatisch een boekingsfout.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
De koers draait om
De functionele valuta van Liva wijkt af van die van de moeder. Gebruik de slotkoersmethode.
- Belang moeder / waardering
- 80% / NVW
- Eigen vermogen op 1 januari
- USD 1.000.000
- Resultaat boekjaar
- USD 120.000; gebruik de gemiddelde koers.
- Dividend
- USD 40.000; op 1 juli gedeclareerd en betaald; al geboekt.
- Koers op 1 januari
- € 0,930 per USD
- Gemiddelde koers
- € 0,920 per USD
- Koers op 1 juli
- € 0,915 per USD
- Slotkoers
- € 0,910 per USD
- Overige vermogensmutaties
- Geen.
Welke journaalpost maakt Noord voor haar 80%-winstaandeel en het negatieve omrekeningsverschil bij de slotkoersmethode, zonder het reeds verwerkte dividend opnieuw te boeken?
Basisregels bij deze vraag
Een negatieve reserve kan samengaan met winst
Een buitenlandse deelneming kan winst maken terwijl haar vermogen door de koersontwikkeling in euro's daalt. Boek het winstaandeel op resultaat deelneming en de negatieve rechtstreekse koersmutatie debet op de omrekeningsreserve. De netto mutatie van de deelneming is de combinatie van beide. Verwerk dit reserveverschil niet als koersverlies in de winst-en-verliesrekening.
Bronnen bij deze basisregels
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Deelneming Liva | 71.520 | |
| 0.. Reserve omrekeningsverschillen | 16.800 | |
| 9.. Aan Resultaat deelneming | 88.320 |
Beginvermogen: € −20.000; resultaatcomponent: € −1.200; dividendcomponent: € +200.
Omrekeningsverschil gehele Liva: € −21.000; aandeel moeder: € −16.800.
Resultaat deelneming: 80% × USD 120.000 × € 0,920 = € 88.320.
Deelneming stijgt per saldo met € 71.520. De negatieve reserve wordt gedebiteerd.
Herken: positieve jaarwinst en dalende omrekenkoersen komen tegelijk voor.
Aanpak: houd resultaat en eigen-vermogensmutatie in afzonderlijke regels en bepaal daarna het saldo op deelneming.
Controle: de reserveboeking draait ten opzichte van een positief omrekenverschil om; de resultaatboeking niet.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Bereken eerst het verschil in het omrekeningsverloop. Verwerk het aandeel van de moeder met Deelneming tegenover Reserve omrekeningsverschillen in de richting die bij een stijging of daling hoort. Onderscheid die reservemutatie van het resultaat deelneming en van dividend.
De reserve omrekeningsverschillen scheidt de vertaling van de buitenlandse investering van het resultaat uit de activiteiten. Daardoor wordt de prestatie niet verhuld door een verandering van de presentatiemunt. De wettelijke bepaling laat een negatief reservesaldo toe en koppelt daaraan een uitkeringsbeperking. Een negatieve reserve is dus niet automatisch een boekingsfout.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Een complete resultatenberekening
De jaarrekening van Miro wordt voor de moeder omgerekend volgens de tijdstipmethode.
- Omzet
- USD 500.000; transacties tegen € 0,920.
- Kostprijs van de omzet
- USD 300.000; historische inkoopkoers € 0,910.
- Afschrijving volgens de deelneming
- USD 20.000.
- Extra afschrijving volgens grondslagen moeder
- USD 4.000; historische koers voor alle afschrijving € 0,900.
- Overige kosten
- USD 80.000; gelijkmatig over het jaar; gemiddelde koers € 0,915.
- Koersverlies op monetaire positie
- € 3.000.
- Belang moeder / waardering
- 80% / NVW
- Overig
- Geen belastingen of andere resultaatcorrecties.
Hoeveel resultaat uit deelneming verantwoordt Noord voor haar 80%-belang in Miro volgens de tijdstipmethode, inclusief de gegeven fair-valueafschrijving en het koersresultaat?
Basisregels bij deze vraag
Resultaat met verschillende historische koersen
Omzet en overige transacties worden tegen hun toepasselijke transactiekoersen omgerekend. Kostprijs en afschrijving op historisch gewaardeerde activa volgen de koers van de betrokken voorraad- of actieflaag. Verwerk tevens de aanpassing naar moedergrondslagen en het koersresultaat. Pas het deelnemingspercentage pas op het volledig aangepaste euroresultaat toe.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
Reken elke resultaatpost tegen de passende koers om; gebruik daarbij de afschrijving volgens de moeder.
Resultaat vóór koersverlies: € 460.000 − € 273.000 − € 21.600 − € 73.200 = € 92.200.
Na koersverlies: € 89.200.
Resultaat deelneming bij de moeder: 80% × € 89.200 = € 71.360.
Herken: niet alle regels in de winst-en-verliesrekening hebben dezelfde koersgrondslag.
Aanpak: reken iedere resultaatpost afzonderlijk om en neem de aanvullende fair-valueafschrijving mee.
Controle: verwar de extra afschrijving op een waarderingsverschil niet met een nieuwe investering of een reserveboeking.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.
De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), Deel 2, §4.1, p. 8.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Eindvraag: resultaat, reserve en boekwaarde
Miro wordt nu volgens de slotkoersmethode omgerekend. Alle onderstaande gegevens horen bij deze nieuwe casusvariant.
- Belang moeder / waardering
- 80% / NVW; slotkoersmethode.
- Gecorrigeerde NVW gehele Miro op 1 januari
- USD 600.000; koers € 0,900.
- Omzet / kostprijs van de omzet
- USD 500.000 / USD 300.000.
- Afschrijving deelneming / extra volgens moeder
- USD 20.000 / USD 4.000.
- Overige kosten
- USD 80.000.
- Gemiddelde koers
- € 0,915 per USD; gebruik deze voor alle resultaatposten.
- Dividend
- USD 30.000; op 1 juli gedeclareerd en betaald tegen € 0,918; al geboekt.
- Slotkoers
- € 0,930 per USD
- Overig
- Geen belastingen, andere resultaatposten of andere vermogensmutaties.
Welke resultaat- en reserveboeking maakt Noord voor Miro bij de slotkoersmethode, en op welke euroboekwaarde sluit de 80%-deelneming aan na het al geboekte dividend?
Basisregels bij deze vraag
Deelnemingsverloop en omrekenreserve sluiten
Maak een volledig verloop van de deelneming: beginwaarde, winstaandeel, dividend en aandeel in het omrekeningsverschil. Het winstaandeel volgt de resultaatkoers, het dividend de uitkeringskoers en de eindwaarde de slotkoers. Het verschil dat de aansluiting sluit is de reserve-mutatie, niet extra winst. Controleer dit met 80% van het eindvermogen tegen slotkoers.
Bronnen bij deze basisregels
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
Toelichting of berekening
Vrije uitwerkingen worden niet automatisch inhoudelijk beoordeeld.
Vergelijk met de uitwerking
| Grootboekrekening | Debet (€) | Credit (€) |
|---|---|---|
| 0.. Deelneming Miro | 85.536 | |
| 9.. Aan Resultaat deelneming | 70.272 | |
| 0.. Aan Reserve omrekeningsverschillen | 15.264 |
Gecorrigeerde winst: USD 500.000 − USD 300.000 − USD 24.000 − USD 80.000 = USD 96.000.
Resultaat moeder: USD 96.000 × € 0,915 × 80% = € 70.272.
Omrekeningsverschil gehele Miro: € 18.000 + € 1.440 − € 360 = € 19.080. Aandeel moeder: € 15.264.
Afsluitingsboeking: deelneming € 85.536 debet, resultaat € 70.272 credit en reserve € 15.264 credit.
Controle boekwaarde: 80% × (USD 600.000 + USD 96.000 − USD 30.000) × € 0,930 = € 495.504.
Controle via verloop: begin € 432.000 + resultaat € 70.272 + reserve € 15.264 − dividend € 22.032 = € 495.504.
Herken: deze eindcasus vraagt zowel boekingen als een sluitende balanswaarde.
Aanpak: scheid resultaat, dividend en reserve in een verloopstaat met bij iedere regel de juiste koers.
Controle: beginwaarde plus alle mutaties moet exact gelijk zijn aan het aandeel in het omgerekende eindvermogen.
Aanvullende toelichting bij het antwoord
Begin met de boekwaarde, tel het aandeel in het omgerekende resultaat op, trek het aandeel in gedeclareerd dividend af en verwerk de omrekeningsmutatie afzonderlijk. Controleer de eindwaarde met het aandeel in het omgerekende eindvermogen.
De deelnemingsrekening moet niet alleen het aandeel in de buitenlandse winst volgen, maar ook uitkeringen en omrekeningsverschillen. Eén sluitend verloop verbindt daarom de vreemde-valutaberekening met de enkelvoudige administratie van de moeder. De accountant kan hiermee nagaan of een sluitpost terecht in de reserve omrekeningsverschillen staat en niet ten onrechte in Resultaat deelneming.
Didactische toelichting bij het model en de syllabus; de wetsartikelen geven het wettelijke kader. Bijbehorende uitleg in de samenvatting →
Bron en oorspronkelijke opgave
Eigen oefenvariant. Namen en bedragen kunnen afwijken van de bron. De onderstaande verwijzingen betreffen de gebruikte systematiek.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2a, Corona, vraag 3–6, p. 10–12.
Nyenrode, uitwerking tentamen 30-09-2024, opgave 2, vraag 11b, p. 8.
Nyenrode, uitwerking tentamen 17-04-2025, opgave 2, vraag 13–14, p. 9.
Syllabus CAFA2 (Nyenrode), uitwerkingen Deel 2b, M&D, vraag 1–4, p. 40–41.
Tentamenstand: de uitwerkingen worden zichtbaar nadat je dit onderwerp voltooit.
Vreemde valuta: resultaat
Automatische totaalscores zijn beschikbaar als scripts worden uitgevoerd. Via de vragen kun je iedere uitwerking bekijken.